inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Merlijn Wentzel


Merlijn Wentzel
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Onderwijsavonden Driebergen -> leraren sterken bij uitvoering van hun pedagogische opdracht. Zoals @ellenvos Binnen… twitter.com/i/web/status/8…

Ongeveer 7 uur geleden op hetkind's Twitter via Twitter for iPhone

facebook
NIVOZ-symposium: ‘Kinderen structureel betrekken bij bepaling wat goed is om te doen’

21 maart 2011

Merlijn Wentzel

Geplaatst in:

Met de trajecten Pedagogische Tact (PT) en Pedagogisch Leiderschap (PL) wil het NIVOZ een directe bijdrage leveren aan de onderwijspraktijk, in die zin dat de kwaliteit van de leraar leerling interactie zich zodanig ontwikkelt dat de leerlingen gemotiveerd raken en laten zien wat ze kunnen (dus niet onderpresteren). Hetzelfde geldt analoog voor de ontwikkeling van de kwaliteit van de interactie tussen schoolleiders en hun leraren. Op woensdag 17 maart vond op het NIVOZ-locatie in Driebergen  een symposium plaats met vooraanstaande wetenschappers en docenten PT en PL . Op basis van welk criterium of oordeel bepaal je wat goed is om te doen? Bij het bepalen van het antwoord moeten de leerlingen structureel betrokken zijn.

Hoe de processen van ontwikkeling van PT en PL tijdens de trajecten te volgen?
Een lastige vraag, omdat het in de trajecten typisch draait om ‘zijnskwaliteiten’ van leraren en schoolleiders. We zijn ervan overtuigd dat de kwaliteit van de relaties in scholen wordt bepaald door wie een leraar of een schoolleider is, niet door wat hij of zij allemaal weet en kan. ‘Knowing by being’ dus en dat is moeilijk te meten. De aanwezige wetenschappers waren overtuigd van de kracht en relevantie van het uitgangspunt van de trajecten: de leraar en de schoolleider zijn hun eigen instrument en dat is tegelijk hun meest effectieve instrument dat zij hebben.

In het gesprek werden evenveel vragen als antwoorden geformuleerd. Zoals:

Op basis van welk criterium of oordeel bepaal je wat goed is om te doen?  Is dat een persoonlijke aangelegenheid van de leraar of de schoolleider? is dat gelegen in de geloofsbrieven van de school (missie en visie) of wordt dat (mee) bepaald door de omgeving van de school, ouders, overheid of zelfs wetenschap (denk aan evidence based practice)?
Of is het antwoord eenvoudig: vraag het de leerlingen. Men was het erover eens dat deze laatsten bij het antwoord op de vraag wat goed is om te doen structureel betrokken moeten zijn.

In hoeverre is goed onderwijs meetbaar?
Onderwijsonderzoek en toetsing reduceren de complexe onderwijswerkelijkheid tot vaak niet herkenbare of werkbare vereenvoudigingen. “Niet alles wat meetbaar is, is van waarde en niet alles wat van waarde is, is meetbaar (Einstein). Maar er is wel eenstemmigheid over het potentiële nut van kwantificeringen.

Het zou goed zijn als we in de onderwijspraktijk meer gebruik zouden maken van beschikbare kennis over wat bijdraagt aan goede praktijk. Door geen of te weinig notie hiervan te nemen onthouden we onszelf kansen om ons handelen te ontwikkelen. Later zal van dit zinvolle symposium een verslag te lezen zijn.