inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Geert Bors


Geert Bors
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Echt niet alles is oké in de klas van juf Kiet. --> opinie van @teadoek in Parool #tegengeluid parool.nl/opinie/-echt-n…

Ongeveer 2 minuten geleden op hetkind's Twitter via Twitter for iPhone

facebook
Pedagogische Tact in verhaalvorm: ‘Elf paar ogen kijken me aan. Wat kan ik doen?’

19 april 2011

Geert Bors

Geplaatst in:

Hoe vat je die precaire momenten dat een spontane interventie in je klas iets geweldigs oplevert? Hoe vertel je het na? Hoe maak je die ervaring tot een betekenisvol ijkpunt? En liefst nog herhaalbaar. Deelnemers aan het traject Pedagogische Tact vangen hun belevenissen in verhalen: “Ik deed eigenlijk niks. Ik legde een hand op zijn schouder en toen begon hij te praten.” Geert Bors doet verslag van een dag in het traject en begint met een column van Wendy Schraven, groepsleerkracht op De Taalbrug in Eindhoven.

Column: Een gewone dinsdagochtend, of toch niet?

Dinsdagochtend 8.45 uur. De bel gaat. Op het plein staan al mijn kinderen in een rijtje op me te wachten. Bijna allemaal. “Juf”, zegt Madelon, “Ik denk dat Joost boos is.” Joost zit inderdaad met een chagrijnig gezicht op een bankje. Ik ga naast hem zitten. “Joost, ik zie dat je boos bent – kan ik iets voor je doen?” “Nee, je hoeft niets te doen. Ik ben al niet meer boos.” Zijn gezicht klaart op en hij loopt mee naar binnen.

In de klas gaat iedereen snel op zijn plaats zitten. De dagplanning wordt voorgelezen. Er zijn geen vragen. We starten met de blauwe leesmappen. Tijdens het voorlezen merk ik dat Joost er niet helemaal bij is. Zonder iets te zeggen ga ik naast hem zitten en wijs met mijn vinger aan waar ik aan het voorlezen ben. Bij een klassikale bespreking van de nieuwe woordjes uit het verhaal dwaalt Joost weer af. Ik besluit hem erbij te halen. “Joost, heb jij gehoord wat Sem net heeft gezegd?” Hij start met dezelfde zin, maar geeft er al vlug zijn eigen draai aan. “Mooi verteld, Joost,” antwoord ik, “Al is het niet precies wat Sem zei.”

Dan barst de bom. Joost staat zo lomp op, dat zijn stoel met een klap omvalt. Hij veegt met zijn arm zijn blauwe leesmap van tafel. De map vliegt tegen de muur omhoog. Dan begint hij te schreeuwen: “Jij zegt dat ik het niet goed doe, maar…” Onmacht in zijn gezicht. Hij stormt de klas uit en gooit de deur met een harde klap dicht.

Alle kinderen kijken mij verstijfd aan. Vooral Madelon, de buurvrouw van Joost. Mijn hart bonkt in mijn keel: waar zou Joost nu zijn? Tref ik hem nog ergens in school, of loopt hij naar huis? Ik wil nú kijken waar hij is. Elf paar ogen kijken me aan. Niemand durft iets te zeggen. Totdat ik de stilte verbreek: “Hmm, ik denk dat Joost een beetje boos is…” De ontlading is groot, iedereen barst in lachen uit.

Ik laat de kinderen hun leesmap opruimen en een werkje van de werkwinkel pakken. Demi krijgt de opdracht om nu even juf te zijn. Alle kinderen vinden het goed dat ik Joost ga zoeken. Buiten het lokaal gaat mijn blik van links naar rechts. Geen Joost. Ik wil net de hoek van de gang omgaan, wanneer ik een klein hoopje ellende ineengedoken zie zitten. Ik leg mijn hand op zijn schouder. Hij kijkt me aan en zegt: “Ik had het wel goed, juf.”’ Ik zeg nog even niets. Joost begint te vertellen: “Ik wist heel goed wat Sem verteld had, maar ik vind het moeilijk om precies te herhalen wat er is gezegd.”

Ik kijk hem aan en zeg: “Beste Joost, ik vond het heel knap dat jij de betekenis in je eigen woorden kon uitleggen. Daar zal ik voortaan niets meer van zeggen. Is dat een idee?” Joost knikt en veegt zijn tranen weg. Wanneer we richting de klas lopen, zegt Joost: “Juf, ik zal dadelijk wel even sorry zeggen tegen de kinderen. Ik bedoelde het niet zo.” Ik kijk hem verbaasd aan: “Wat een ontzettend goed idee!” Als we de klas weer inkomen, stralen we allebei van oor tot oor.

Kou uit de lucht

Met enige schroom heeft Wendy haar column voorgelezen. “Ik ben niet zo’n spreker”, zegt ze. Het is niet het eerste verhaal van de avond waarin een cursusdeelnemer een proeve van Pedagogische Tact uit de eigen praktijk naar voren brengt. Altijd een spannend onderdeel – je geeft je bloot in je schrijverschap en je opent de deuren van je klaslokaal ineens voor je medecursisten. Maar het is ook spannend omdat je column een weergave is van een moment waarop je handelde naar beste kunnen, met huid en haar, met aandacht voor je leerlingen, hopelijk met tact. En was je interventie nog wel zo tactvol als er opeens veertien experts met je meekijken?

Wendy geeft les in het speciaal onderwijs. Ze heeft een kleine groep leerlingen, maar elk met een heel eigen gebruiksaanwijzing. “Wat was voor jou het moment van tact?”, vraagt cursusleider Roland Schut. Wendy zegt dat het vooral school in het moment dat haar klas haar aankeek en ze een paar seconden had om te overwegen wat ze moest doen. “Ik koos voor een luchtige opmerking. Dat nam de kou uit de lucht en gaf me de tijd om Joost te gaan zoeken. Wat ik ook opmerkelijk vond was dat, toen ik bij Joost zat, ik niet hoefde te zeggen dat zijn gedrag ongepast was. Hij deed dat zelf.”

Een goede handelswijze

“Kunnen onderkennen dat er meerdere mogelijkheden zijn en daar een goede handelswijze uit kiezen, is al belangrijk”, meent een medecursist. “Je zou het ook tact kunnen noemen dat je even niks doet als Joost de klas uitloopt”, zegt een ander, “Je had ook kwaad achter hem aan kunnen stuiven.” Een derde leerkracht vindt het goed dat Joost die ochtend al meerdere keren gezien was door zijn juf, “dat voelt hij ook.” Maar wat maakte nou dat je hem de beurt gaf, vraagt een ander zich af? Wendy vertelt dat Joost ernstige concentratieproblemen heeft: “Ik had het idee dat ik goed naar hem gekeken had, maar blijkbaar niet goed genoeg. Wat voor mij als iets relatief kleins voelde, was voor hem genoeg om te flippen. Dit incident gebeurde aan het begin van het schooljaar. Ik denk niet dat ik hem nu nog zo zou aanspreken.”

“Wat is het in het verhaal dat hem de gelegenheid geeft om weer rustig te worden?”, wil Roland Schut weten. “Misschien verraste het hem dat hij geen standje kreeg”, meent een cursist. Wendy denkt na: “Ik deed eigenlijk niks. Ik legde een hand op zijn schouder en heb even gewacht. Toen keek hij op en begon te praten.” “Dat is interessant, hè?” zegt Schut, “Je hebt dus niet niks gedaan. Je hebt iets bewerkstelligd juist door even niets te doen.”

Marcel van Herpen, de tweede cursusleider, mengt zich in het gesprek: “Voor mij was het verrassend dat je zegt dat je het belangrijkste moment van tact ziet in het aan het lachen maken van de klas. Een cynicus zou kunnen beweren dat de hele klas een individueel kind aan het uitlachen is. Het gaat om de toon en de timing, en daarmee ook om wie het zegt: het gaat over veel meer dan over jou als leraar. Het gaat om jou als persoon en de relatie tot je kinderen.” Van Herpen zegt meer in het algemeen dat humor een fantastisch middel is om de lucht te klaren. “Daarmee zie je dat het lukt om dichtbij je groep te komen, waardoor je even de klas uit kunt.”

De aanraking en het niets zeggen vindt Van Herpen een crucialer moment in het verhaal, zeker ten opzichte van de eerdere keren dat de juf wel aandacht voor Joost had, maar die telkens toonde door actief in te grijpen: de stilte geeft de jongen de ruimte om na zijn explosie – “zijn ruimte werd letterlijk te klein” – terug te komen. Van Herpen gaat verder: “En nu lullig: je bent enthousiast dat hij excuses maakt. In de wederkerigheid die schuilt in het full partner zijn van leraar en leerling zou je nog kunnen zeggen: óf we bieden allebei ons excuus aan óf allebei niet.” “O nee,” zegt Wendy direct: “Zo ging het ook. We hebben allebei ten overstaan van de klas onze excuses naar elkaar uitgesproken.”

Pedagogische Tact, vat Van Herpen samen, gaat over momenten waarop je het goede doet, ook in de ogen van je leerlingen. “En het duurt een tijd voor je kunt duiden waarom iets nou goed ging. Hoe vaak denk je niet achteraf ‘had ik dat maar gezegd’? Hoe vaker je je bewust wordt van momenten van tact, en hoe vaker verhalen, stukjes theorie of eerdere ervaringen boven komen drijven, hoe meer je in handen krijgt om je dagelijkse praktijk te sturen. Dan hangt pedagogische tact niet meer af van unieke momenten, maar wordt het pedagogisch handelen.”

Column: Wendy Schraven,  Groepsleerkracht,  SO De Taalbrug, Eindhoven. Tekst artikel: Geert Bors, redactie NIVOZ / hetkind. Fotografie: Marcel van Herpen.
De kinderen heten in werkelijkheid anders.