inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 100.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Ellen Emonds


Ellen Emonds
Bekijk mijn profiel

twitter

Terug van drie weken vakantie: 'Ik heb er ineens alle vertrouwen in' bit.ly/1neAVuh

Ongeveer 5 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind.org

facebook
Ellen en haar leerlingen: ‘Wie leert er nu het meest?’

7 juni 2011

Ellen Emonds

Geplaatst in:

Ellen Emonds, groepsleerkracht op De Bonckert in Boxmeer, schrijft over het jaar Pedagogische Tact. Ze nam vooral de relatie onder de leop die zij met haar leerlingen van groep 8 had. Haar bijdrage leest u hieronder.

Vorig jaar heb ik deelgenomen aan het traject Pedagogische Tact van het NIVOZ. Eén van de opdrachten bestond eruit om de relatie met leerlingen onder de loep te nemen. En dan vooral met een leerling waarmee het stroef liep. Die opdracht is voor mij de kern van het traject geweest. Het bracht me naar de plek der moeite.

In mijn klas zat een meisje, Samira. Samira is een meisje met grote bruine ogen en ze heeft het vermogen om te pas en te onpas dikke tranen uit die ogen te persen. Ieder moment van onrecht zorgde voor natte wangen. Terwijl ze juist zelf meestal de veroorzaker van dat onrecht was. Zo rende ze bijvoorbeeld zodra ze iets vervelends hoorde over iemand, direct naar diegene om daar het vuurtje op te stoken. Of stelde ze zich aan in de klas, waarop ze dan commentaar kreeg van haar klasgenoten. Ze riep al voor er teams gemaakt werden voor een potje voetbal dat er toch niemand met haar wilde spelen. En iedere keer liet ze haar tranen rijkelijk vloeien.

Ik kreeg steeds meer moeite met Samira en kon haar nauwelijks serieus nemen als ze huilde. Ze huilde immers steeds en vaak waren het kleine onnozele dingen. In eerste instantie knoopte ik steeds een gesprekje met haar aan en probeerde haar inzicht te geven in wat er gebeurde. Ik liet haar naar haar eigen gedrag kijken, hopend dat ze zou inzien dat ze zelf de sleutel in handen had. Maar het bleef misgaan. Samira stond vaker en vaker bij me en mijn irritatie liep hoger op. Iedere dag bleef ze na school even ‘plakken’ om nog eens extra gedag te zeggen.  Ze vroeg heel veel aandacht.

Tijdens een college zei Luc Stevens: ‘en dan denken jullie dat jullie die kinderen heel veel aandacht geven omdat ze zoveel aandacht vragen. Maar in werkelijkheid krijgen ze helemaal niet zoveel aandacht. Er wordt vaak niet echt op in gegaan. Dan heb je het over passief respect.’

Pas op dat moment begreep ik wat er aan de hand was, waar Samira echt naar op zoek was. Ze wilde gewoon dat ik haar zag, dat wij haar allemaal zagen. Maar iedere keer kreeg ze de deksel op haar neus. Werd ze gewezen op wat ze zelf deed en anders zou moeten doen. Wat liet ik me leiden door vooroordelen. Telkens wanneer ze voor me stond, dacht ik al te weten hoe het zat. Ik pikte haar signalen niet op, omdat mijn vooroordelen me in de weg stonden.

Op het moment dat ik ’s ochtends een kaart op tafel vond waarop stond: ‘Ik vind je lief en ik hoop dat jij mij ook lief vindt’, wist ik dat ik helemaal verkeerd bezig was. Ik kwam in de zogenoemde ‘plek der moeite’ en dwong mezelf uit te zoeken waarom ik deed wat ik deed. Wat de effecten hiervan waren en hoe mijn gedrag haar gedrag beïnvloedde en zelfs veroorzaakte.  Door het bespreekbaar te maken op de opleiding en stevig in gesprek te gaan met de docenten en medecursisten kreeg ik op een rijtje wat er gaande was.

De opdracht die ik kreeg heeft me hiertoe aangezet en is het begin geweest van een nieuwe reflectieve houding waarbij ik zeer kritisch naar mezelf kijk. Ik heb in mijn team op school besproken wat ik beleefde en ervoer en werd vooral getroost en gesust. Mijn collega’s zeiden: ‘Nou zo erg is het toch zeker niet?’ ‘Dat gebeurt ons toch allemaal wel eens? ‘Je bent ook maar een mens.’ ‘Ieder zijn gebreken.‘ Clichés werden aangeboord om me een beter gevoel te geven en ik voelde me alleen maar slechter. Ik wil geen juf zijn die bevooroordeeld naar haar leerlingen kijkt, die zich laat leiden door irritatie, haar schuldgevoel naar de achtergrond dringt en laat troosten met de woorden ‘zo erg is het nu ook weer niet’. Nou, zo erg is het wel en als je eerlijk bent, heb jij er volgens mij ook wel zo eentje.  En daarmee doe je dat kind te kort.

De eerstvolgende keer dat Samira huilend bij me kwam, heb ik haar stevig vastgepakt en geknuffeld. Ik heb niets gezegd, niet verteld wat ze anders moet doen, niet met haar meegepraat, haar alleen maar vastgehouden. Zij zei ook niets en legde haar hoofd op mijn schouder.

Vanaf dat moment is er iets wezenlijks veranderd in de relatie tussen Samira en mij. De irritaties verdwenen en er kwam ruimte voor echt en oprecht contact. Pas toen kon ik iets voor haar betekenen. Pas toen konden we samen bouwen aan haar ontwikkeling. Maar degene die waarschijnlijk het meeste heeft geleerd van dit alles, ben ik.

Ellen Emonds is leerkracht van groep 8 van De Bonckert, zie www.debonckert.nl