inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Geert Bors


Geert Bors
Bekijk mijn profiel

Marcel van Herpen


Marcel van Herpen
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Ze heeft mij nodig. En ik heb haar ook nodig. Om de leerkracht te worden die ik wil zijn’ hetkind.org/?p=55437

Ongeveer 6 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Als je een leraar-in-actie zou moeten beeldhouwen…

10 september 2011

Geert Bors

Geplaatst in:

Het vak van dirigent is al vaker gebruikt om leiderschapskwaliteiten onder de aandacht te brengen. Maar wat voor soort leider is een dirigent die met afhangende schouders staart naar de solozanger voor zijn orkest? Een overdenking na Marcel van Herpens presentatie op de Learning Lane over pedagogische tact, perspectiefwisseling en de vitale relatie tussen leraar en leerling.

Wie? Marcel van Herpen, hetkind/NIVOZ/EGO/DuOO
Wat? Workshop “Zonder relatie geen prestatie”
Waar? NIVOZ/hetkind op de Learning lane, 25 augustus 2011
Inhoud: Een introductie tot Pedagogische Tact
Vrolijkste anekdote: “Leonard Bernstein kwam pas op zijn tiende serieus in aanraking met muziek. ‘Waarom heb je hem niet eerder een muziekinstrument gegeven?’, werd zijn vader ooit gevraagd. ‘Omdat ik niet wist dat mijn zoon Leonard Bernstein zou worden’, antwoordde de vader. Met andere woorden: hoe herken je talent vroegtijdig?”
Opmerkelijkste citaat: “In een vlucht spreeuwen is er geen enkele vogel die denkt: ‘Ik kan wel niet vliegen, maar dat zien ze toch niet’. Er zijn wel leraren die denken: ‘Ik kan wel niet lesgeven, maar dat merken ze toch niet’. Maar zelfs kleuters doorzien je feilloos. Pedagogische tact gaat over het goede doen, op het juiste moment, ook in de ogen van de kinderen.”

 

Honderd emotionele schakeringen
In de schilder- en beeldhouwkunst is de piëta, de houding van Maria die het levenloze lichaam van haar zoon in haar armen heeft, een klassiek thema dat door vele grootmeesters is verbeeld. Het is zo ongeveer het archetype van rouw – wie blijft kijken ziet het beeld niet stilstaan, maar ziet honderd emotionele schakeringen door het gebogen hoofd van de moeder gaan. De piëta vat in één beeld de hele geschiedenis, de hele relatie tussen deze moeder en haar zoon, misschien wel tussen een ouder en een kind dat te vroeg overleden is in het algemeen.

Heeft het onderwijs ook dergelijke houdingen – houdingen die je uit steen zou kunnen beitelen en die je uit duizenden zou herkennen als een leraar, in interactie met zijn leerling? Hoe zou je het archetype van de leraar dan verbeelden? Op een verhoging, achter een bureau, de klas in spiedend over een leesbril? Met een aanwijsstok voor een bord? Met de armen op de rug surveillerend tijdens een toets? Geknield bij een tafeltje, in gesprek met een leerling? Of misschien verhalen vertellend, half zittend op een tafeltje op de eerste rij? Kun je het leraarschap vangen in één beeld?

“Wacht, hier gebeurt het”
Tijdens zijn workshop op de Learning Lane heeft Marcel van Herpen het over leraren, maar speelt hij met de archetypische pose van de concertdirigent om iets over de verhouding tussen leraar en leerling te zeggen. Vraag iemand een dirigent te tekenen, en hij schetst iemand met een stokje intens zwierend door de lucht. En misschien voor de duidelijkheid nog een katheder met bladmuziek erbij. Maar als dát een dirigent is, doet de man op het stilstaande beeld van Van Herpens YouTube-voorbeeld zijn werk allerminst: zijn armen hangen slapjes langs zijn lijf, zijn schouders net iets teveel gezakt. Bovendien kíjkt hij niet eens naar zijn spelende orkest.

Toch is dit een moment uit duizenden. Wanneer Van Herpen het filmpje afspeelt, zie je tenor Placido Domingo, opgezweept door de muziek en de emotie, de diepste diepten opzoeken en de liedtekst met een weergaloos timbre over het publiek uitzingen. De dirigent kan niet anders dan denken: “Wacht, hier gebeurt het. Dit is de basis van waaruit mijn muziek verder moet.” Na het moment waarop hij met afhangende schouders slechts kan toekijken, knielt hij licht en lijkt de energie uit de uithalen van de zanger letterlijk te willen vangen om het daarna door te geven aan zijn orkest. Dan: de finale en een ogenblik later is het muziekstuk afgelopen. Zanger en dirigent weten dat er iets bijzonders is voorgevallen. De dirigent buigt zijn hoofd als hij de lachende tenor de hand schudt.

Ruimte om te excelleren
“Tja, wie heeft wie hier nou nodig?”, mompelt iemand in de zaal. Van Herpen maakt het tot de centrale vraag. De dialoog krijgt al snel een kip-ei-karakter: de zanger maakt dat dirigent en orkest opgezweept raken, maar dát hij zo weet te excelleren komt voort uit de context van de muziek die de dirigent met zijn orkest schept. “En hoe zit dat in onderwijs? Wie heeft wie daar nodig?”, werpt Van Herpen op. Een retorische vraag, waarbij de stelling uit de workshop van Peter Pijl eerder die dag herhaald wordt: het leraarschap vraagt een dienstbaar soort leiderschap. Het gaat om het scheppen van ruimte waarin de leerling mag tonen wie hij is, wat hij wil en wat hij kan. Een ruimte waarin de leerling leert zichzelf en zijn talenten te zien.

Misschien heeft het stilstaande beeld van de dienstbare dirigent wel degelijk een pendant in de onderwijswereld. Wat te denken van het volgende plaatje uit Dead Poets Society? Een leraar Engels, John Keating (Robin Williams), zit geknield tussen de banken van de eerste rij, zijn handen in stille mijmering voor zijn borst. Hij kijkt op, bijna als een gelovige naar een heiligenbeeld. Is deze man aan het lesgeven?

Je kunt een leraar-in-actie amper stilzetten in een freeze frame. Het leraarschap leeft bij de gratie van interactie. Ook bij Keating blijkt de kracht van zijn houding pas wanneer het beeld gaat bewegen. Hij heeft een verlegen leerling naar voren gehaald om een gedicht voor te dragen. Na enige doortastende, maar sensitieve aansporingen begint de jongen daadwerkelijk spontaan te dichten, zozeer dat ook de mond van zijn meester openvalt. “Don’t you forget this”, fluistert Keating hem toe. Zijn geknielde houding is exact dezelfde als die van de dirigent: ruimte scheppend, zich klein makend voor degene nu het moment maakt: de leerling.

Zoals we het in het NIVOZ-boek De gemotiveerde leerling hebben geformuleerd:

Make your lives extraordinary”, spoort Keating ergens in de film zijn jongens aan, wat op de filmposters terecht gekomen is als “He made their lives extraordinary”. Of Keating het met die formulering eens geweest zou zijn, is maar de vraag: hij heeft slechts iets gekatalyseerd en gekanaliseerd dat toch al in de jongens zat – hun bruisende energie, hun groeiende bewustzijn, hun ontluikende talenten. Doceren is interacteren, en zijn leerlingen doen hem net zo vaak versteld staan als hij hen. Toch wijst de slogan van de film opnieuw op een vitale factor: kwaliteit van onderwijs, en daarmee de kracht om te motiveren, staat of valt bij de vakkennis én de pedagogische tact van de leraar.

Tekst: Geert Bors, redacteur NIVOZ/hetkind