inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Geert Bors


Geert Bors
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Lex wil niet leren. Dat zegt school. En hij is niet testbaar’ hetkind.org/?p=54795

Ongeveer 11 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Samenvatting lezing Tex Gunning: ‘De enige opdracht voor een kind: met glans jezelf worden’

6 december 2011

Geert Bors

Geplaatst in:

Begin oktober was er ‘De Week van het Onderwijs’, een week later gevolgd door ‘De Week van de Opvoeding’. Waarom twee verschillende weken? In zijn NIVOZ-lezing betoogde AkzoNobel-topman Tex Gunning dat opvoeding en onderwijs onafscheidelijk zijn: “We kunnen onze kinderen niet de oplossingen meegeven voor de problemen van de toekomst. Maar we kunnen ze wel leren op een bepaalde manier te denken, om samen te werken en samen te leven.” 

Onderstaande tekst is door Geert Bors gecomprimeerd uit de volledige NIVOZ-lezing die Tex Gunning op 13 oktober verzorgde in Zeist onder de titel ‘Value Based Education’. Deze lezing werd mede mogelijk gemaakt door de Triodos-bank, die haar accommodatie beschikbaar stelde. De komende weken verschijnen meer bijdragen naar aanleiding van deze bijeenkomst.

Ik heb een dochter van anderhalf. Zij is de reden van dit betoog, want ik wens haar een wereld toe waarin ze zich veilig en welkom voelt, waarin ze verliefd kan worden, wellicht zelf ooit moeder mag worden, waarin ze kan worden wie ze diep van binnen al die tijd eigenlijk al is. De wereld waarin mijn dochter opgroeit is niet zomaar een andere dan die waarin ik ben opgegroeid. Haar werkelijkheid zal een totaal andere zijn dan de mijne, aangezien alles erop wijst dat we ons bevinden in een overgangsperiode. De wereld die we denken te kennen bestaat eigenlijk al niet meer, maar we weten ook nog niet waar het heengaat.

De Amerikaanse droom voorbij 
De basis voor het wereldbeeld van babyboomers als ikzelf vormde de tweede industriële revolutie, die met name in de jaren na de Tweede Wereldoorlog voor ongekende groei en welvaart heeft gezorgd. Het referentiekader was The American Dream: voor wie hard genoeg zijn best deed op school en in zijn werk, kwamen geld en geluk als vanzelf in beeld. Economische groei werd de nieuwe religie. Waar ooit God het goede vertegenwoordigde, was groei nu het hoogste goed. De belangrijkste drivers van die ongelimiteerde groei waren de ogenschijnlijk onuitputtelijke voorraden van onze planeet: de ontwikkeling van de afgelopen decennia kon tot stand komen dankzij goedkope energie, goedkope grondstoffen, goedkoop krediet en goedkope productie als gevolg van technologische innovatie en arbeid uit lagelonenlanden.

Maar de grenzen aan die groei zijn bereikt. Overal waar we kijken, zien we een combinatie van elkaar versterkende crises: het vertrouwen in ons financieel-economische systeem wordt in exponentieel tempo uitgehold. Er is een voedsel- en een grondstoffencrisis, waarbij we met ons zeven miljarden inmiddels 1,5 keer de aanvullingscapaciteit van de aarde nodig hebben om onze levenstandaard te behouden (en waren we allemaal Amerikaan, dan hadden we jaarlijks zes aardes aan natuurlijke hulpbronnen nodig). Daaraan verbonden worden we geconfronteerd met een energiecrisis: alles draait op fossiele brandstoffen, terwijl we weten dat deze grondstoffen eindig zijn. Tenslotte verbruiken we niet alleen hulpbronnen, maar produceren we ook meer afval, inclusief broeikasgassen, dan onze planeet aankan. Kortom, we koersen met open ogen af op the perfect storm.

Als je kinderen vraagt naar hun ideeën over een rechtvaardige wereld, dan komen ze met universele waarden die in ieder van ons resoneren: eerlijk delen, voor elkaar zorgen, respectvol zijn, de zwakkeren beschermen. Als volwassenen voelen we nog altijd dondersgoed aan wat deugt en wat niet, maar we laten ons er veel minder door leiden.

De huidige crises zijn symptomen van een groter fenomeen: het economisch paradigma beloont korte-termijndenken en egocentrisch handelen. Het systeem van winstmaximalisatie werkt corrumperend gedrag in de hand en doet problematiek als afval en onrechtvaardige verdeling af als onvermijdelijke of verwaarloosbare neveneffecten.

Hoe complex en alomvattend de verschillende crises ook zijn, ze zijn niet het werkelijke probleem: ons werkelijke probleem is een waardencrisis.

Een vitale sleutel ligt bij onze leraren
Willen we niet voor een mondiaal levensbedreigende situatie komen te staan, dan moeten we onherroepelijk weg van een cultuur die is gestoeld op niet-duurzame, onrechtvaardige waarden. We hebben een nieuwe cultuur, een nieuw moreel vertrekpunt nodig.

Dat is minder ingewikkeld dan het lijkt, want de kennis van wat goed voor ons is, zit diep in onze genen, zoals bijvoorbeeld de Chileense bioloog Humberto Naturana stelt: als menselijke soort hebben we de afgelopen 200.000 jaar alleen maar kunnen overleven in co-existentie. Hoewel onze huidige cultuur het individualisme heeft bevorderd, zit het besef dat we als individu minder overlevingskansen hebben dan als collectief verankerd in ons DNA.

Het is tijd om welvaart veel breder te definiëren. Niet louter in termen van geld, maar ook in intellectuele, sociale en spirituele waardencreatie. Bij de verfdivisie van AkzoNobel hebben we onze missie gedefinieerd als “Adding colour to people’s lives”. Natuurlijk verkopen we verf, daar leven we van, maar we zijn ook zeer actief bezig om over de hele wereld kleur te geven aan achterstandswijken, aan scholen en ziekenhuizen. Wij zien onszelf als missionarissen die kleur brengen en we helpen mensen een meer kleurrijk leven te leiden.

Het is onze overtuiging dat het, vanuit integere drijfveren, streven naar niet alleen economische waardecreatie maar ook sociale waardecreatie uiteindelijk altijd beloond wordt. Wie goed doet die goed ontmoet, zoals het oude gezegde luidt. Goed doen resoneert en geeft zin, inspiratie en motivatie bij iedereen die bij de projecten zijn betrokken. Zowel bij onze medewerkers als bij onze klanten. We geloven dat onze klanten ook mensen zijn en dat ze een voorkeur hebben voor bedrijven die “goed doen in hun samenleving”.

Een ander script dat we ter discussie moeten stellen is onze definitie van groei. Ik vind dat we afmoeten van kwantitatieve groei en dat we naar kwalitatieve groei toe moeten. De verschillende crises die op ons afkomen dwingen ons in te zien dat de grenzen aan de groei bereikt zijn. Als er één credo is de komende jaren dan is het “meer met minder”! En waarom ook niet? Wie heeft bepaald dat groei een must is?

Hoe gaan we komen tot die nieuwe cultuur? De nieuwe rolmodellen, het nieuwe leiderschap, zullen we moeten zoeken bij onszelf. Zoals Gandhi ooit stelde: “Be the change you want to see in this world”. Niet voor niets zit hij prominent in de Think Different-commercial van Apple, die dezer dagen vele malen herhaald is: hoe zou de wereld er vandaag uitzien zonder mensen met de moed om, tegen de politieke realiteit in, te streven naar vrijheid? Zonder mensen die zich lieten leiden door hun innerlijke waarden, dwars tegen de stoom in? Dit soort mensen vaart op innerlijke motivatie. Wie van binnenuit zijn koers bepaalt, neemt verantwoordelijkheid voor zijn eigen geluk en voor het geluk van anderen.

Voor onze huidige crises kunnen we niet wachten op een Gandhi of een andere verlosser. We zullen dit zélf moeten oplossen. Het is een opdracht aan ons allemaal. Als ondernemers, bestuurders, politici, kunstenaars, juristen, economen, wetenschappers, journalisten, artsen, ontwerpers, ingenieurs, en, last but not least, als docenten en ouders zijn we allemaal leiders, allemaal rolmodellen. Als volwassenen kunnen we het goede voorbeeld geven, maar de werkelijke quantum leap kunnen we maken door onze kinderen anders op te voeden en te scholen.

Onderwijs voor het leven, in de breedste zin
Het huidige onderwijssysteem, met zijn sterke focus op het cognitieve en nog altijd gestoeld op het gedachtegoed van de tweede industriële revolutie, is niet gericht op het tot ontwikkeling brengen van mensen voor een nog onbekende toekomst, maar op het klaarstomen van een beroepsbevolking voor de wereld van gisteren.

Het mainstream onderwijs maakt vier kapitale vergissingen:

Ten eerste kiest het onderwijs, inclusief Minister Van Bijsterveld, een verkeerde focus door vooral in te zetten op taal en rekenen. De politiek spreekt nog steeds van een kenniseconomie, terwijl een belangrijk deel van die economie, net zoals de arbeidsintensieve maakindustrie in het verleden, aan het verdwijnen is naar lagelonenlanden als India, waar jaarlijks alleen al 350.000 ingenieurs afstuderen.

Een tweede misvatting is de selectie op punten: “prestatieafspraken” en het verhogen van de Citoscore leiden niet tot het ontwikkeling brengen van kinderen, maar stimuleren scholen om kinderen op te leiden voor de toets. Die obsessie zorgt ook voor sociale ontwrichting, omdat het kinderen die onder de lat eindigen het idee geeft dat ze niet deugen. Maar liefst 25 procent van de kinderen past niet binnen het systeem: sommigen kunnen niet meekomen; voor anderen is het onderwijs niet uitdagend genoeg.

Ten derde kweekt ons onderwijs volgzaamheid: kinderen “slagen” door zich te conformeren en risico’s te mijden. De grootste misvatting tenslotte betreft de opdracht aan het Nederlands onderwijs, zoals geformuleerd door het ministerie en onlangs bevestigd door de Minister: kennisoverdracht. Ten eerste zal niet kennis, maar het ontwikkelen van zelfkennis en zelfvertrouwen om gezamenlijk complexe problemen op te lossen het toekomstig succes van een kind bepalen. En daarbij stelt de Minister een belangrijke taak van het onderwijs in de schaduw, als ze hem al vindt passen binnen de kernopdrachten van het onderwijs: het opvoeden en vormen van kinderen.

Teneinde onze kinderen voor te bereiden op hun complexe wereld en hen het zelfvertrouwen te geven om hun wereld positief tegemoet te treden, zou het onderwijs veel meer uit moeten gaan van de mogelijkheden en interesses van het kind. Het zou kinderen moeten voorbereiden op het leven in de meest brede zin, zodat kinderen:

–       …zichzelf leren kennen en bewust en met zelfvertrouwen kunnen leven;
–       …het leuk vinden te leren en te onderzoeken;
–       …toegerust worden voor een evenwichtig sociaal leven;
–       …toegerust worden voor een leven in co-existentie met anderen en de natuur;
–       …en zodat kinderen van daaruit in staat zijn een waardevolle bijdrage te leveren aan de maatschappij.

Naar waardengedreven onderwijs
Ik wil onderwijs met een dergelijke focus waardengedreven onderwijs noemen. Het kan op allerlei manieren, binnen alle stromingen van onderwijs, vorm krijgen, met als enige onderscheidende factor de nadrukkelijke vraag: welke waarden willen wij onze kinderen meegeven? Die vraag hoort niet thuis in een extra-curriculaire activiteit buiten de “echte” vakken, maar moet de onderliggende waarde zijn van het gehele onderwijs. Voor kinderen is er geen standaard waaraan je moet voldoen. Je enige opdracht is met glans jezelf te zijn. Kinderen die de kans krijgen om het beste uit zichzelf te halen, doen dat ook. Gewoon omdat het vermogen tot leren en groeien is aangeboren, en ze daar plezier in hebben.

Kinderen hebben van nature de talenten, de creativiteit en de empathie die nodig zijn om hun rol in het leven te spelen. Het is onze taak die vermogens te cultiveren, en een klimaat te scheppen waarin ze uit kunnen groeien tot een volwassen humaniteit. Waarom? Omdat waardengedreven onderwijs leidt tot persoonlijk leiderschap. Het zorgt ervoor dat kinderen stevig in hun schoenen staan. Als je weet wie je bent en wat je in huis hebt, dan kun je van daaruit het leven tegemoet treden. Het leert kinderen om keuzes te maken in overeenstemming met hun diepste wezen. En vooral ook: de verantwoordelijkheid voor die keuzes te dragen.

Het bijbrengen van waarden, “opvoeding”, is niet alleen de taak van ouders. Het is een gezamenlijke zaak van de gemeenschap en, niet in de minste plaats, van leraren. In een wereld die in toenemende mate onderling verbonden is, past het niet om schotjes te zetten tussen thuis en school. Ouders en leraren horen samen te werken aan de opvoeding van kinderen en te zorgen voor een doorgaand proces waarbij alles in dienst staat van het stimuleren van het kind en het bieden van kansen om het beste uit zichzelf te halen.

Bouwen aan een nieuwe wereld
In een wereld die zo snel verandert als de onze, kunnen we amper voorspellen hoe volgend jaar eruit ziet, laat staan hoe de wereld er over vijftig jaar uitziet. We kunnen onze kinderen dus niet de benodigde oplossingen meegeven voor de problemen van de toekomst. Maar we kunnen ze wel leren op een bepaalde manier te denken, om samen te werken en samen te leven, zodat ze later in staat zullen zijn om op een zinvolle en effectieve manier de problemen van hun tijd te tackelen.

De kracht van een systeem zit niet in het verbeteren van de onderdelen, maar in het versterken van de onderlinge relaties. Kinderen moeten geschoold worden in het systeemdenken, zodat ze vertrouwd worden met het idee dat alles onderling verbonden is. Dat alles wat je als individu doet, invloed heeft op het geheel. Het idee van verbondenheid creëert verantwoordelijkheid.

Waardengedreven onderwijs is geen idylle. Veel van wat ik betoog, is dagelijkse kost in een veelgeprezen onderwijssysteem als het Finse. En van alle basisscholen in Nederland doet ongeveer 15 tot 20 procent in enige vorm aan waardengedreven onderwijs. Het heeft vele verschillende verschijningsvormen, maar er zijn een paar basisvormen die vaak terugkomen.

–       De school is een open ruimte, waarin kinderen gewoon rond mogen lopen;
–       De kinderen leren in hun eigen tempo;
–       Het materiaal is geschikt voor allerlei creatieve uitingsvormen zodat elk kind op zijn eigen manier kan leren;
–       Alles gebeurt in overleg met de kinderen.

Waardengedreven scholen bieden heel veel vrijheid. Het mooie is dat kinderen die vrijheid prima aan blijken te kunnen, juist omdat de dingen die ze doen uit henzelf komen en niet opgelegd zijn. Ik ben ervan overtuigd dat een dergelijke houding van leraren, van ouders, van de samenleving andere kinderen oplevert. Kinderen die veel beter in hun vel zitten, beter kunnen samenwerken, creatiever zijn in het vinden van oplossingen voor problemen, meer uit zichzelf zullen halen en beter toegerust zijn voor hun taak: het bouwen van een nieuwe wereld.

Tex Gunnings lezing is de derde in de reeks NIVOZ-lezingen, een tweejaarlijkse traditie, waarin oorspronkelijke en maatschappelijk betrokken denkers het Nederlands onderwijs vanuit een bredere context bezien. In de twee eerdere edities stelden Herman Wijffels (2006) en Hans Adriaansens (2008) dwingende morele vragen aan ons onderwijs en droegen verstrekkende oplossingen aan.

Deze bijdrage is van de hand van Geert Bors, redacteur van NIVOZ/hetkind, zie www.nivoz.nl. De originele tekst is mede tot stand gekomen door Roel Esseboom en Petra Pronk. De beelden zijn van Henk van Dijke. De komende weken verschijnen meer artikelen en bijdragen op deze website naar aanleiding van de lezing van Tex Gunning.