Inter-persoonlijke kwaliteiten: Hoe goed ken jij je klas?

Hoe goed ken jij je klas? Wilma van Esch stelt de vraag en legt een link naar een serie artikelen over het  ‘Competentieprofiel leerkracht Jonge Kind’. Ze geeft een toelichting aan de hand van een aantal  praktijkvoorbeelden. In deze bijdrage bespreekt ze de inter-persoonlijke kwaliteiten.

Regelmatig vraag ik studenten en leerkrachten ‘even’ alle namen van de kinderen uit de klas op te schrijven. Dit  gaat vlot, op een paar kinderen na. Hersenen worden gepijnigd, klasindelingen worden nagelopen, maar bijna altijd ontbreken er 2 à 3 namen. Geen ramp natuurlijk, maar wel eens goed om stil te staan bij wie je nou eigenlijk niet op je netvlies krijgt op zo’n moment. Doorgaans blijken het rustige, niet zo opvallende kinderen te zijn.
Op voorschool Stella Nova in Stockholm, Zweden worden bijzondere intakegesprekken gevoerd met nieuwe ouders. Thuis bij het kind, op de bank, gaat de directeur het gesprek met ouders aan. Hij is benieuwd naar het nieuwe kind: Wat voor kind heb je? Wat boeit hem? Als hij verdrietig is, hoe troost je dan? Waar is hij goed in? Zijn er belangrijke mensen in zijn omgeving, bijvoorbeeld opa, oma of een oppas? Hij vraagt de ouders een A4 te maken met belangrijke zaken voor het kind, zoals op de foto hiernaast te zien is. Op de A4’tjes komen foto’s van knuffels, ouders, speelgoed, et cetera. De A4’tjes hangen gelamineerd in de klas, aan een haakje aan de muur, zodat kinderen te allen tijde het gesprek aan kunnen gaan met
andere kinderen en met de leerkracht. Je ziet kinderen hier troost uit putten als ze verdrietig zijn, maar ook nieuwsgierig en geboeid naar elkaars plaatjes kijken.

Echt benieuwd zijn
Door je te verdiepen in kinderen kom je heel andere dingen aan de weet en kun je inhaken op dat wat hen beweegt en bezighoudt. Dat betekent dat je in je klassenorganisatie tijd zult moeten maken om te observeren en het gesprek aan te gaan, gewoon om aandacht te hebben voor je kinderen en voor jezelf. Zo raak je vertrouwd met de leef- en belevingswereld van jonge kinderen en kun je daarop inspelen.

Maar ook laten we studenten nadenken over hoe je nou eigenlijk praat met kinderen. Je eigen communicatiestijl is je al jaren vertrouwd, die is je letterlijk met de paplepel ingegoten. Maar ben je je bewust van wat je teweegbrengt bij kinderen? Wanneer je in de stageklassen gaat kijken, krijg je een palet aan verschillen te zien en te horen, zowel bij studenten als bij hun mentoren. We proberen kenmerken van de wijze van communiceren in woorden uit te drukken. Daarmee wordt de communicatie beter observeerbaar. Maar zelfreflectie blijkt moeilijk te zijn. De wijze van spreken is al heel vroeg aangeleerd. De manier van communiceren hoort bij iemand als water bij een vis. Een vis weet pas wat water is als hij eruit is. Wanneer we met studenten op taalgebruik gaan letten, dan wordt dit soms als een aanslag op hun spontaniteit beschouwd. Ze moeten dan op hun woorden gaan letten en voortdurend als een toeschouwer naar zichzelf kijken. Toch hoort het bij hun professioneel handelen om op hun eigen professie te reflecteren. Als we routinematig gedrag willen doorbreken, dan is reflectie noodzakelijk. Lees verder.

Een bijdrage van Wilma van Esch. Ze is voorzitter van het docentennetwerk Jonge Kind (w.vanesch@fontys.nl). Dit artikel verscheen eerder in Het Jonge Kind, januari 2010.


Gerelateerde items: