inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Rikie van Blijswijk


Rikie van Blijswijk
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Dát is hoogbegaafd zijn: voelen én denken sterk ontwikkeld hetkind.org/?p=53744

Ongeveer 2 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Boerderijschool: Echt BASIS-onderwijs!

21 maart 2012

Rikie van Blijswijk

Boerderijschool is een professionele vorm van intensieve boerderijeducatie, waarbij kinderen van een basisschool gedurende een jaar 15 tot 20 dagdelen met hun klas gaan werken en leren op een nabijgelegen agrarisch bedrijf. Het gaat hierbij om een onderwijsvernieuwing voor de school en een nieuwe product:  marktcombinatie voor de boeren.

De boerderij blijkt een zeer krachtige leeromgeving te zijn. Leerlingen met allerlei talenten komen er volledig aan hun trekken met hun eigen specifieke ontwikkelingsmogelijkheden en -vragen.  De rust en het vertrouwen dat de natuur zich wel bekommert om de ontwikkeling van binnenuit, uiteraard indien aan een aantal randvoorwaarden voldaan is, is de sleutel tot het succes van de boerderijschool. Kinderen ervaren zo de wezenlijke elementen voor innerlijke groei en ontwikkeling van binnen uit: vertrouwen en veiligheid, uitdaging en betekenisverlening, waardering en gemeenschapszin. We spreken op de Boerderijschool niet voor niets over  ‘levend leren in het echte leven en over  het echte leven.’ De Boerderijschool is opgezet met als doel het onderwijs te verlevendigen. In dit artikel worden de bouwstenen van dit levende leren aangereikt.

Een observatie op een boerderijschool

‘Een groepje van 6 kinderen gaat met de boerin het veld in; ze gaan zoals de boerin verteld heeft op zoek naar brandnetels. Brandnetels, zo heeft de boerin net uitgelegd,  zijn namelijk een soort natuurlijke groente. “Brrr” :zegt het ene kind, een ander kind trekt zijn neus op en kijkt weg van de boerin en zoekt, met afschuw op het gezicht, oogcontact met een groepsgenootje; dit kind steekt zijn tong uit. Weer een ander kind recht zijn rug en is vanuit verwondering een en al oor. Twee kinderen staan er ogenschijnlijk wat nonchalant en onaangedaan erbij.

Als ze aankomen bij de brandnetels vertelt de boerin hoe je het best brandnetels kunt plukken. Namelijk alleen de bovenste bladeren en van onderaf. De kinderen trekken handschoenen aan. Het ene stoere kind plukt direct fanatiek; de ander begint aarzelend nadat het de werkzaamheden bij de anderen heeft gezien. Uiteindelijk zijn er genoeg bladeren.

Terug in de veldkeuken worden de brandnetels gewassen en gesneden; net als de uien. De ketel die aan een driepoot hangt wordt boven het vuurtje gehangen en de soep wordt gekookt. Er wordt gekookt voor de hele klas en samen eten de kinderen na een dag hard werken op de Boerderijschool voor het eerst in hun leven brandnetelsoep. Ook hier zien we de verschillen tussen de kinderen: de een eet direct van de soep; de ander eet heel aarzelend. Ieder kind eet uiteindelijk van de soep, al is het maar 1 klein lepeltje’

Deze observatie betreft zo maar een leeractiviteit tijdens de Boerderijschool. Op de Boerderijschool gaan kinderen van een basisschool leren en werken op een boerderij. De boerderij is een productiebedrijf en ligt op fietsafstand van de school. Over het algemeen gaan de klassen vanaf eind februari of begin maart tot oktober of november iedere week naar de boerderij om daar te leren en te werken. Het overgrote deel van de werk- en leertijd op de boerderij wordt besteed aan reguliere landbouwwerkzaamheden in de tuin en met het vee. De boerderij is een veelzijdige en krachtige leeromgeving. Je zou zelfs kunnen spreken van de boerderij als de oerplaats van het leren.

Leren door te doen

Het leren van basisschoolleerlingen op de Boerderijschool kenmerkt zich eenvoudig gezegd door leren door te doen’. Het leerproces voltrekt zich doordat de leerling door rechtstreekse ervaring kennis opbouwt, vaardigheden verwerft en waarden opbouwt. Leren door te doen vindt plaats wanneer de kinderen een activiteit uitvoeren en ze op deze activiteit terugblikken. Er zijn derhalve twee componenten aan het leren door te doen. Allereerst is dat het werk of de actie. Deze directe ervaringen worden aangevuld met reflectie. Leren door te doen is een continue proces van actie en reflectie. Via de reflectie en het terugblikken verwerft de leerling niet alleen waardevolle inzichten. Ook kan de gevoelswereld van het kind veranderen en kan het ervaren en terugblikken leiden tot nieuw gedrag. De leerlingen bouwen bij het leren door te doen aan een persoonlijke relatie tot het onderwerp. Persoonlijke acties en reacties, de eigen observaties en inzichten zijn essentieel en betekenisvol voor hen. Het grootste voordeel van leren door te doen is dat het de leerling de ervaring biedt dat hij/zij competent is. Leren door te doen creëert zo vanuit zichzelf motivatie en enthousiasme bij de leerling. De interesse in het leren en de betrokkenheid van de leerlingen groeien als het ware met de ervaringen mee. De leergierigheid van de leerlingen groeit zo van binnenuit.

Stichting Boerderijschool begeleidt agrariers en scholen gedurende twee jaar bij het opstarten en uitwerken van een concrete Boerderijschool.  Sinds 2006 zijn 60 klassen, ca. 1600 kinderen van 18 verschillende basisscholen ongeveer 70 uur per kind naar de boerderij gegaan. Ook is er voor basisscholen de mogelijkheid om ter kennismaking met de boerderijschool te starten met een zogenaamd ‘boerderijatelier’. Hierbij leren en werken de kinderen gedurende 5 dagdelen op de boerderij.

Leeractiviteiten op de Boerderijschool

Wat maakt een boerderij nu tot een rijke leeromgeving? Wat kenmerkt de werkzaamheden die in het kader van de Boerderijschool plaatsvinden? De agrariërs van de Boerderijschool hebben op basis van hun individuele en uiteenlopende ervaringen gezamenlijk criteria opgesteld die bepalen of  een activiteit of type werk als succesvol kan worden gekenmerkt met betrekking tot het leren en werken tijdens de Boerderijschool.  De criteria hoeven niet allemaal op iedere activiteit van toepassing te zijn. Wel is het zo dat om succesvol genoemd te kunnen worden meerdere van onderstaande criteria van toepassing zijn op een specifieke activiteit, werkvorm of karwei.  Het betreft de volgende criteria:

Het werk op de Boerderijschool kenmerkt zich door de herhaling en het ritme. Wederkerende activiteiten leiden tot een verdieping van leerervaringen.
-Het werk  draagt  door de herhaling bij aan het creëren van een gevoel van herkenning en veiligheid.

-Het werk op de Boerderijschool is daarnaast  uitdagend op fysiek en sociaal-emotioneel terrein, bevordert de aangeboren nieuwsgierigheid van de kinderen en nodigt uit tot grensverlegging.
-Het werk vindt plaats in een unieke fysieke en sociale omgeving: de boerderij.
-Het werk is nieuw en dikwijls plezierig voor de leerlingen en bieden de mogelijkheid om nieuwe vaardigheden en gedragingen uit te proberen in een veilige omgeving die openheid aanmoedigt.
-Het werk activeert alle zintuigen van de leerling.
-Het werk bevordert het zelfvertrouwen en de weerbaarheid van de leerling, draagt bij aan het ontplooien van sociale vaardigheden en het verbeteren van het probleemoplossend vermogen.
-Het werk is een noodzakelijke activiteit of noodzakelijk werk vanuit het landbouwbedrijf gezien. De leerlingen helpen de boer en de boerin zo veel mogelijk bij zijn en haar vaste werkzaamheden. De werkzaamheden zijn levensecht.
-Het werk wordt zodanig aangeboden dat er voldoende informatie wordt verstrekt door de begeleider; en er wordt zeker niet te veel informatie aangeboden.
-Het werk nodigt uit tot samenwerken. Kinderen kunnen het werk uitvoeren door samen te werken en gebruik te maken van ieders talenten, kwaliteiten en vaardigheden.
-Het resultaat van het werk is voor de leerlingen (direct) zichtbaar.
-Het werk kan afkomen in een afgebakende tijd (bv. binnen 1 dagdeel).
-Het werk laat een blijvende herinnering achter bij de kinderen; de ervaring beklijft.
-Kinderen krijgen een verantwoordelijkheid toebedeeld; het niet goed uitvoeren van de werkzaamheden  heeft (direct) consequenties.
-Het werk leidt tot vrolijkheid en plezier.
-Het werk leidt tot verwondering, een nieuwe manier van kijken of beleven van de leerlingen.
-De leerlingen kunnen en mogen vies worden bij het uitvoeren van de werkzaamheden.
-Het werk kent verschillende fasen van voorbereiding,  het feitelijke werk en nabereiding. Het is samen een afgerond geheel. De leerlingen krijgen door het werk inzicht in processen en de stappen die nodig zijn om iets te realiseren.
-Het werk biedt de leerlingen de mogelijkheid om bij zich zelf te blijven, trouw te zijn aan zichzelf.

Reflecteren op de Boerderijschool. Als het (leer-)proces bij deze fase van de activiteiten zou stoppen, dan zou het leerproces aan het lot overgelaten worden.  De leermogelijkheden van het ’leren door te doen’ op de Boerderijschool worden dan niet ten volle benut. Het is te vergelijken met een boer die zijn groenten of granen niet oogst, maar op het land laat staan. Op de Boerderijschool geldt immers het motto: in het reflecteren wordt het leren geoogst. Op basis van de activiteiten en de leerervaringen start de volgende fase in het leerproces: het reflecteren. In de publicatie “Levend leren op de boerderij; onderwijsconcept Boerderijschool” van E. Schreurs (verkrijgbaar via www.boerderijschool.nl) worden de visie en de principes van dit vernieuwende onderwijsconcept nader toegelicht. Het gehele leerproces van de Boerderijschool staat beschreven met ruimschoots aandacht voor vele reflectiemethodes die naadloos aansluiten op de hier beschreven werkvormen.

Slow education: het totale kind betreffend (holistisch) en duurzaam

Op de Boerderijschool is sprake van het leren in een authentieke leeromgeving. Leren met hoofd, hart en handen is ‘natuurlijk’ de enige vruchtbare manier van leren en werken op de boerderijschool.  Op de boerderijschool zijn het ritme en de herhaling van de werkzaamheden essentieel en het meest onderscheidend. Ritme en herhaling kunnen tot gevoelens van verveling leiden. Op de boerderijschool is dat uiteindelijk geen probleem. Kinderen mogen die gevoelens hebben en de volwassenen (leerkrachten en agrariers) lossen dit niet op voor de kinderen. De kinderen mogen zich zelf hiermee uiteen zetten. Dit zijn veel scholen niet meer gewend. Onder het mom van kindgerichtheid en kindvriendelijkheid zijn het de volwassenen die zich, met een goede intentie er toe zetten het leeraanbod anders, leuker, ‘kindvriendelijker’ vorm te geven. Op de boerderijschool zeggen we: gevoelens van verveling maken de kinderen creatief. De leerkracht en de agrariër bevragen de leerlingen hoe ze zelf het leren en werken zo vorm kunnen geven dat ze die gevoelens niet meer hebben. De Boerderijschool werkt op deze wijze aan het ontwikkelen van een goede en gezonde wil bij de leerlingen.

Uiteraard zijn er conform de hierboven beschreven criteria genoeg uitdagende en nieuwe activiteiten voor de kinderen. De herhaling van de werkzaamheden als het wekelijks uitmesten van de stallen blijft echter kenmerkend voor de Boerderijschool.

Het tempo van leren is anders op de boerderijschool vergeleken met het schoolse leren. Kinderen hebben tijd nodig om echt te leren. Het leren mag tot in hun diepste wezen en bij wijze van spreken in alle lichaamscellen aarden. Het geleerde beklijft pas als ook het fysieke lichaam mee mag doen. Veel scholen kenmerken zich tegenwoordig door een “fast food cultuur”. Basisscholen neigen er toe een soort turboschool te worden, al of niet onder druk van het ministerie en de onderwijsinspectie. Doelen in taal en rekenen moeten gecontroleerd worden voor elk kind; de efficiënte lestijd moet omhoog.  De leerdoelen worden opgedeeld en uitgesplitst en moeten afzonderlijk gescoord kunnen worden. Er is sprake van een vergaande fragmentatie in de benadering van de leerlingen. Het gehele kind komt soms amper nog in beeld. Als nu alleen de school nog gekenmerkt werd door het woord ‘turbo’ was er wellicht niet zo veel aan de hand. Maar niet alleen de school, ook de vrije tijd en het dagelijks leven van veel kinderen wordt gekenmerkt door tal van activiteiten, bovenmatige volle agenda’s en een overvloed aan indrukken.

Ronald Heuschen, auteur van dit artikel

Als gevolg van al het ‘moeten’ zijn veel leerkrachten binnen het onderwijs moe. Er wordt met grote toewijding en grote inzet gewerkt en toch krijgen ze keer op keer te horen dat ze niet voldoen; het is weer niet goed genoeg. De beeldvorming omtrent management in het onderwijs is bij velen negatief. Ze belasten de leerkrachten en het primaire proces met weer nieuwe richtlijnen, signaleringslijsten, administratieve systemen. Echter ook hier wordt met grote inzet gewerkt. Ook zij hebben er last van dat het beeld van het onderwijs is dat het ‘allemaal’ alleen maar slechter wordt.  Cito en Pisa domineren het onderwijs. De school is op deze manier geen plaats meer om te ‘zijn’; niet voor de managers, niet voor de leerkrachten en niet voor de kinderen.

Wat kinderen heden ten dage nodig hebben is een soort vertraagde school. Wat leerkrachten kunnen gebruiken is een vertraagde school. Slow education is analoog aan de bewegingen als slow food en slow life. Holistisch en duurzaam leren dragen bij aan de ondersteuning van de kinderen bij de ontwikkeling van waarden en ethiek zodat ze  (nu en later) in staat zijn om hun leven op een goede, waarachtige en mooie manier  vorm te geven. De Boerderijschool met haar ritme en regelmaat biedt kinderen langzaam onderwijs waarbij  leerprocessen op een duurzame manier gestalte krijgen. Hierbij doen de leerlingen heel basale ervaringen op als omgaan met groei, bloei en verval; leven en dood; de seizoenen en weertypen; de natuur, de planten en de dieren; allerlei zintuiglijke ervaringen rond voelen, proeven, ruiken, horen en zien; voeding en beweging. De boer leert de kinderen: het gras groeit niet sneller  door er aan te trekken. De boerderijschool leert de leerkrachten: het kind groeit niet sneller door er aan te trekken. Sterker: door vroeg aan kinderen te gaan trekken, haal je ze uit hun basis en evenwicht.  Op zijn best zijn beide impulsen aanwezig binnen het onderwijs. Nadrukkelijk werken aan de basis en van daaruit werken aan de ontwikkeling van specifieke talenten en ontwikkelingsvragen. Op de Boerderijschool is vanuit een natuurlijke setting als de boerderij en vanuit de principes van ‘slow education’ (leren vanuit ritme en herhaling) sprake van BASIS – onderwijs in de diepste betekenis van het woord.

Ronald Heusschen, consulent Boerderijschool, voor meer informatie klik hier