inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Carm Barten


Carm Barten
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Nog steeds live te volgen. Onderwijsavond Driebergen. De leraar als instrument. youtu.be/Mtv5mzWaOWI twitter.com/nivoz/status/8…

Ongeveer 8 uur geleden op hetkind's Twitter via Twitter for iPhone

facebook
Van frietjes naar de keuze voor een mootje zalm

15 september 2012

Carm Barten

Werken met ‘de weektaak’ moet kinderen de ruimte geven zelf verantwoording te dragen over hun werk. Ze leren plannen, het kan zorgen voor extra betrokkenheid, geeft ruimte voor differentiatie en laat ze baas zijn over hun eigen ontwikkeling. Maar de vraag is of dit klopt? Deze bijdrage is door Carm Barten geschreven naar aanleiding van een discussie binnen de Jenaplanopleiding. De lezing van Ferre Laevers in 2012 was de inspiratiebron om de pen op te pakken.

Is het waar dat kinderen baas worden over hun eigen ontwikkeling wanneer ze mogen kiezen welke taak ze als eerste doen?

Wanneer een leerkracht, met behulp van methodes, een weektaak vult met verschillende taken en daarnaast van de kinderen verlangt dat ze die aan het einde van de week alles af hebben, is er geen ruimte voor eigen initiatief binnen hun ontwikkeling. De enige ruimte die ze krijgen is het kiezen met welke taak ze beginnen. Maakt het dan nog uit met welke taak je begint? Krijg je hiermee echt verantwoording om zorg te dragen voor je eigen werk, of is het een verkapte vorm van traditioneel/klassikaal onderwijs?

Je kunt het vergelijken met een maaltijd die een kind ’s avonds krijgt opgediend.
Vanavond is het een stukje vlees met aardappelen en peultjes. Het kind mag zelf kiezen hoe ze de maaltijd nuttigt, als het bord aan het einde maar leeg is. Het vlees vindt ze het lekkerst. Zal ze daar dan mee beginnen of juist dat tot het laatste bewaren? De vraag is of het iets uitmaakt.

Het kind had pas echt verantwoording gekregen en was pas echt betrokken geraakt, wanneer ze zelf had mogen bepalen wat er op het bord zou komen liggen. Wanneer ze echt baas had mogen zijn over haar eigen ontwikkeling, had ze kunnen kiezen voor nieuwe onbekende producten. Op die manier zou haar smaakontwikkeling pas echt optimaal zijn.Bovendien kun je er dan de klok op gelijk zetten dat het kind zich ook gaat bemoeien met de bereiding van het onbekende product. Het moet natuurlijk wel lekker worden!

Wanneer kinderen een weektaak voorgeschoteld krijgen, waarbij ze zelf mee mogen beslissen wat daar op komt te staan, zijn ze pas echt baas over hun eigen ontwikkeling. Dan zullen ze ook gaan nadenken op welke manier ze het liefst de gekozen leerstof eigen willen maken. Het moet immers tot een eindproduct leiden waar ze trots op kunnen zijn. De leerstof wordt ineens betekenisvol en leidt tot een hoge betrokkenheid.

Sturing bij de keuze van de kinderen
Sommige kinderen zullen de eerste dagen alleen maar voor frietjes kiezen. Tot ze er uiteindelijk op uitgekeken zijn en ze op het aanrecht een mootje zalm zien liggen. Het gaat er in dit geval niet om dát ze zalm aangeboden krijgen, maar wanneer de kinderen binnen hun keuzemogelijkheid worden geprikkeld door een mootje zalm.

Kinderen die thuis vaak dezelfde producten te eten krijgen of nooit op de markt komen, hebben weinig tot geen kennis van producten die er verder nog te verkrijgen zijn. Dit geldt ook voor de leerstof (kerndoelen) die voor het primair onderwijs zijn vastgesteld.Er zijn verschillende manieren om ze hiermee in aanraking te laten komen. De producten die voor het kind onbekend zijn kunnen op de markt gekocht en in huis gehaald worden, of het kind gaat zelf naar de markt toe.

Het spreekt voor zich dat bij de ene aanpak een beperktere keuze is maar de leerkracht meer zeggenschap heeft over het aanbod en vice versa. Deze overweging is er altijd en kan verschillen per kind en/of leergebied.

Bij het werken met een weektaak binnen de blokperiode, moet er dus de mogelijkheid zijn voor kinderen om een tijd lang te blijven kiezen voor frietjes. Daarnaast moet het juiste moment, door middel van observaties, gekozen worden wanneer er voor het kind de keuze is voor een aangeboden nieuw product of het bezoeken van de markt. De keuze van het kind blijft in deze voorop staan. Het kind moet de ruimte blijven krijgen de baas te zijn over hun eigen ontwikkeling.

Alleen dan is leren betekenisvol en ontstaat er betrokkenheid.

Dit is een bijdrage van Carm Barten , tegenwoordig leraar op OBS Uilenspiegel