inspiratie, legitimatie en verbinding
Geplaatst in: Partnerschap, Verantwoordelijkheid, Partnerschap, Op vrijdagmorgen geeft de juf feedback aan alle kinderen over de resultaten van de week. Sommigen hebben hun best gedaan, anderen wat minder. Maar wat pedagoog Freek Velthausz vooral dwars zit, is dat ieder voor zich heeft gewerkt. ‘Moeten we niet toewerken naar een samenleving waarin mensen elkaars talenten en elkaars kwaliteiten zien en benutten? Die actief op zoek gaat naar ieders kracht en talent binnen de groep?’ Zijn bijdrage: De klas als groep, in plaats van een verzameling kinderen.
‘Jij hebt je weektaak af Femke, je hebt goed gewerkt!’
Niet alleen Femke, maar ook de juf glundert. ‘Noortje, jou is het niet gelukt. Maar je hebt wel je best gedaan.’ Â En zelfs de juf kijkt beteuterd. ‘En jij Niek, jij hebt weinig uitgevoerd.’ En nu kijkt juf boos. En Niek lijkt het niet zo veel te doen. Alsof hij het eerder gehoord heeft.
Femke en Noortje houden zich stil. Stiekem, zodat juf het niet ziet, glimlachen ze een beetje. Ik zit achter in de klas en observeer de juf. Ze spreekt alle kinderen, één voor één, op vrijdagmorgen toe. Ze krijgen feedback op maat. Deze school kijkt naar de onderwijsbehoefte van de kinderen en geeft onderwijs op maat, zo denk ik. De kinderen oefenen precies dat, wat ze nog net niet kunnen. Dat is pas passend onderwijs.
Helaas, ik kwam er al snel achter dat deze kinderen wel ieder een weektaak hebben, maar dat er bij iedereen ongeveer dezelfde opdrachten van juf opstaan. Alles behalve uniek dus. De weektaak is een to-do-lijstje van juf. De kinderen kunnen niets kiezen. Ja, de volgorde van werken: ga ik eerst Taal, of eerst Rekenen maken. Dat is geen echt kiezen. Daar zit geen verantwoordelijkheid aan vast.
Kinderen moeten, maar mogen ook wat. Ook op school. Laat ze daarom, naast dat wat ze moeten, ook zaken plannen die ze mogen. Dan wordt een weektaak, een eigen weekplan. Dan moeten er echte keuzes gemaakt worden. En dan moet er echt verantwoording afgelegd worden over wat je gekozen hebt.
Okay, deze weektaken zijn dus niet meer dan een klassikaal spoorboekje. Maar ook al zou het verbeterd worden tot een eigen weekplan, waar moeten en mogen een plaats krijgen, dan zit ik nog met een probleem. Mij zit het individualisme dwars. Het is te veel ieder voor zich. Waar blijft de groep?
Moeten we op school niet veel meer investeren in het ‘leren in relatie’. De groep van een ‘verzameling’ naar een ‘systeem’ laten ontwikkelen. Er aan werken dat je klas geen verzameling kinderen is, die toevallig bij elkaar in een lokaal zit. Maar een systeem. Een groep mensen die elkaars talenten en elkaars kwaliteiten benut. Die op zoek gaat naar kracht, naar het talent van ieder groepslid. En niet op zoek gaat naar hiaten, waar meesters en juffen hele dagen mee bezig zijn en wat kinderen moeiteloos overnemen.
Samen gaat het beter. En daarvoor heb je verschillen nodig, verschillende talenten. Met alleen aanvallers wordt het Nederlands voetbalelftal nooit kampioen. Net zo min als met elf keepers. Een winnend elftal is een ‘systeem’ en geen verzameling. Een groep mensen die niet zonder elkaar kan.
‘Hoe kunnen we er samen voor zorgen dat iedereen in de groep veel leert? zou een betere reflectie van juf op die vrijdagmorgen zijn geweest. Jij bent er voor de groep en de groep is er voor jou.
Maar hoe zit het eigenlijk met het schoolteam? Is het een verzameling of een systeem? En bij jou thuis?
Laten we broederschap weer tot deugd maken.
Freek Velthausz is pedagoog en medeoprichter en eigenaar van JAS, Jenaplan, Advies & Scholing:Â www.jenaplan.nu
Deze overdenking van Freek Velthausz werd aangedragen door Hubert Winters
Basta is al tien jaar hèt schooltelevisieprogramma voor kinderen uit groep 7 en 8 uit het Amsterdamse basisonderwijs. Iedere week brengt Basta vanaf een andere basisschool een nieuw onderwerp. Dit seizoen staan de afleveringen in het teken van Burgerschap. U kunt afleveringen verwachten over o.a. het gezin, armoede, pesten en vrijwilligerswerk. De thema’s zijn te gebruiken in je eigen lesprogramma. Je kunt in een uitgebreid archief zoeken om te kijken of iets aansluit op jouw onderwijspraktijk.
Wereldoriëntatie wordt wel beschouwd als het hart van het jenaplanonderwijs. Vaak worden vooral de zaakvakken aardrijkskunde, biologie, geschiedenis en techniek onder die term geschaard. Maar klopt dat wel? Is wereldorientatie niet veel meer dan dat? Jenaplanpedagoog Freek Velthausz vindt de term wereldoriëntatie te passief en spreekt liever over stamgroepwerk. Bovendien vallen volgens hem ook taal en rekenen en zelfs kunstzinninge vorming onder stamgroepwerk. ‘Stamgroepwerk heeft de beperking van enkel de zaakvakken op.’ En: stamgroepwerk impliceert ook samenwerking: ‘Niet het individuele stamgroeplid maakt een verwerkingsblad, maar de stamgroep werkt gezamenlijk aan de oplossing van de door de stamgroep zelf gestelde vragen.’
Marja van Bijsterveldt was vorige week op bezoek bij de kinderen op Antonius Abt in Engelen. Ze kwam daarmee de belofte aan leraar Carm Barten na die haar in april tijdens het DenkGroterDebat van Fontys expliciet uitnodigde eens een kijkje te komen nemen. De minister van Onderwijs keek enigzins verrast op toen de kinderen het woord namen en de regie voerden. ‘Nu is het onze beurt om te vertellen hoe het wél moet in het onderwijs!’