‘Hoe taal- en schrijfopdrachten weer leuk kunnen zijn..’

Geplaatst op 31 januari 2013 door | Geen reacties

Een schrijfopdracht, de klas van Tineke Spruytenburg was er allesbehalve dol op. Na het lezen van het Taal leren op eigen kracht is dat anders. In plaats van woorden klakkeloos overschrijven maakt de juf de kinderen voortaan ‘eigenaar’ van het verhaal. ‘Opeens zijn ze in staat een tekst bijna foutloos over te nemen.’ Een praktische blog van deze leraar. Over hoe je taal- en schrijfopdrachten weer leuk en interessant kan maken.

 

Het nieuwe boek Taal leren op eigen kracht van Suzanne van Norden kreeg in een blad over ontwikkelingsgericht onderwijs een lovende kritiek, dus besloot ik het te kopen. Het blijkt een ware inspiratiebron voor wie op zoek is naar kindvriendelijke vormen van taal- en spellingsonderwijs. Ik pikte wat ideeën uit het boek en bewerkte daarmee de taaie taaltoets.

De taaltoets bestond uit drie ingevulde woordwebben. De kinderen moesten er één uitkiezen en met de woorden uit dat web een verhaal schrijven. Een meer ervaren collega had al verteld dat deze toets over het algemeen slecht wordt gemaakt en daardoor weinig toegevoegde waarde heeft. Dat moest dus anders.

Ik behandelde mondeling en klassikaal de techniek om een woordweb te maken. Eerst kozen we een aantal interessante onderwerpen en werden de lege webben daarbij getekend. Daarna werkten we met zijn allen één onderwerp verder uit.

De kinderen kozen een onderwerp dat hen interesseerde. Op grond van die voorkeuren formeerde ik groepjes van twee of drie leerlingen, die samen een woordweb moesten maken. Na tien minuten hadden alle groepjes, met of zonder hulp van mij, een prachtig woordweb gemaakt. De toetstijd ging in. Elk kind kreeg een vel papier en moest daarop met de eigen woordweb-woorden een verhaal schrijven. Zonder te praten gaven ze elkaar het web door en iedereen schreef zijn of haar eigen verhaal.

Ik keek de verhalen na en was verrast over het resultaat. Op een enkele uitzondering na hadden alle kinderen een klein verhaaltje geschreven. Sommigen hadden een duidelijk begin en slot, precies zoals we vorig jaar bij het verhalen vertellen hadden besproken. Iedereen had de woorden uit het web als hulpmiddel gebruikt.

In een volgende les las ik een aantal verhalen voor. Een ervan had ik letterlijk overgenomen op het bord. Dat verhaal bewerkten we met de hele klas volgens de methode uit het boek van Van Norden. Eerst werkten we de inhoud verder uit. De hoofdpersoon, een prinses, werd wat verder beschreven. En ook haar geliefde prins werd meer uitgewerkt. Er kwam een reden in het verhaal voor de afwijzende houding van de vader van de prinses over het gewenste huwelijk. En tenslotte verbeterden we de spellingsfouten die er in stonden. Als laatste moest de hele klas het verhaal in hun verhalenschrift overnemen.

De mooie prinses

Er was eens een prinses die heette Kiri. Ze had een gouden kroon op haar hoofd. De prinses kon zo mooi zingen. En ze was verliefd op een prins, die ook ridder was. Maar van haar vader mocht ze niet met de prins trouwen. Ze zei: “Waarom niet?”

Haar vader zei: “Omdat er oorlog is met het land van de prins.”

Ze had twee dagen niet gegeten.

Ik keek die schriften vorige week na en daar werd ik heel vrolijk van. Opeens zijn de kinderen, die zich zuchtend en steunend door de taallesjes vol overschrijfopdrachten heen wurmden, prima in staat om een tekst bijna foutloos over te nemen. Het is nu hun eigen verhaal en dat voelt blijkbaar toch heel anders.

Tineke Spruytenburg is  leerkracht op de Piloot in Rotterdam en heeft tevens een bureau voor kindercoaching en leerkrachtondersteuning in Bergambacht, klik hier

gerelateerdeitems


Taal uitlokken, zonder taal te gebruiken

Hoe tegenstrijdig ook: taal kun je uitlokken zonder gelijk taal te gebruiken. Wanneer je niet direct woorden tot je beschikking hebt, kun je altijd iets laten zien. Spelen met beelden en/of gedachten die nog niet verwoord zijn. En wat blijkt? Als je daar gebruik van maakt, levert dat later weer meer taal op. De Stichting Taalvorming werkt aan die verbinding, tussen taal en toneel. Een bijdrage van Hieke van Til.

‘Hoe er over onderwijs wordt gesproken, is niet de taal die ik zoek’

Hester IJsseling werkt nu tien jaar in het basisonderwijs. Op eerste kerstdag zag ze de documentaire over Pina Bausch, van Wim Wenders. Een van de dansers zei: ‘Voordat ik Pina ontmoette, had ik geen taal om me uit te drukken.’ Is er een groter geschenk denkbaar, dan dat je een ander mens taal geeft om zich eindelijk te kunnen uitdrukken? Haar blog ter inspiratie, overdenking en overweging. ‘Het intrigeert me, hoe er over onderwijs gesproken wordt, maar het is niet de taal die ik zoek. Dat wat ik zie, in het onderwijs, wordt er niet in uitgedrukt’.

‘Geen stoere taal, maar vertellen wat je werkelijk bezighoudt’

Meer dan 4000 mensen gaan meester Kanamori ontmoeten tussen 3 en 12 september. Met een groot aantal mensen wordt zijn ‘schoolreis’ door Nederland vormgegeven. In de aanloop komt een aantal organisatoren en steunbetuigers aan het woord in een korte inspirerende bijdrage. Vandaag: Johan ‘t Hart van stichting Rapucation. ”Geen stoere taal, maar vertellen wat je werkelijk bezighoudt’.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>