inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Suzanne van Norden


Suzanne van Norden
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Steeds hetzelfde ‘meidengedoe’, wat moet je ermee? hetkind.org/?p=53624

Ongeveer 8 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Ingezonden brief: ‘In tijd en concentratie ligt ruimte voor schrijfonderwijs’

31 januari 2013

Suzanne van Norden

Suzanne van Norden ergerde zich recent aan de teneur van een opiniërend artikel van Martin Slagter – docent Nederlands, Journalistiek en Filosofie – in De Volkskrant. Het stuk – met als titel ‘Taalvaardigheid jongeren is erbarmelijk’ –  en de daarin genoemde oplossingen, waren aanleiding voor deze bijdrage. Ruimte voor schrijven in het onderwijs’.

In de Volkskrant van 10 januari schrijft Martin Slagter het artikel ‘Taalvaardigheid jongeren is erbarmelijk’. Dit artikel kan aansluiten in de almaar langere rij van klachten in de media over het dalende taalniveau van hedendaagse jongeren. Elke keer als ik zo’n artikel lees, scan ik snel door van de uiteenzetting over hoe erg het is, naar de alinea waar staat wiens schuld het is. De toon is altijd boos, je hoopt als onderwijsgevende dat het deze keer niet wéér door jou komt. En ja hoor, ook dit artikel legt de schuld bij ‘het gebrekkige onderwijs en matige docenten’, aangevuld met enkele ontmoedigende omgevingsfactoren (akelige thuismilieus, beeldcultuur en ontlezing).

De oplossing ziet de auteur in meer grammaticaonderwijs, bevoegde docenten Nederlands en weerstand tegen taalveranderingen.

Als taaldocent en schoolbegeleider herken ik het beeld dat Martin Slagter schetst volkomen. Ik vind wel dat we eens verder zouden moeten komen met de analyse van oorzaken en het bedenken van oplossingen. Volgens mij gaat het om drie vragen: 

  1. Klopt het dat de schriftelijke taalvaardigheid van jongeren zoveel slechter is dan ‘vroeger’ (pakweg 30 jaar geleden)?
  2. Waardoor komt het dat jongeren niet goed genoeg kunnen schrijven?
  3. Wat kunnen we er aan doen?

Antwoorden 

1.

Ook vroeger was maar een klein deel van de schoolverlaters voldoende schrijfvaardig om in het kader van hun vervolgstudie een begrijpelijke tekst te schrijven. Die hadden dat zichzelf geleerd, voornamelijk door veel te lezen (wat toen nog gebruikelijker was dan nu) en niet door schrijfonderwijs (dat namelijk bestond uit de ga-je-gang-methode: blaadje plus onderwerp, stil zijn! en schrijven maar).

Tegenwoordig zijn er veel meer studenten, die ook in het mbo en hbo eindeloos reflectieverslagen, stageverslagen, onderzoeksrapporten en scripties moeten schrijven (de lat moet omhoog). Er is nog steeds een klein deel dat zichzelf schrijven leert, want de ga-je-gang-methode heerst nog volop in basis- en voortgezet onderwijs. Er zijn in totaal wel veel meer studenten, die schrijven moeilijk vinden en er soms wanhopig van worden. De voorbeelden van Slagter geven hun geworstel duidelijk weer.
Conclusie: mogelijk is niet het schrijfniveau omlaag gegaan, maar worden hogere eisen aan veel meer studenten gesteld.

2. 

Er zijn volgens mij twee oorzaken van slecht (lees: ondoeltreffend) schrijven door alle soorten studenten en leerlingen. Ten eerste niet zozeer de ‘ontlezing’ die Slagter noemt, maar de groeiende (digitale) cultuur van ‘vluchtig lezen’, ultrakort supersnel schrijven en multitasken, zowel onder schoolgaande jongeren als jonge docenten en iedereen eigenlijk. Lees hierover het fantastische boek ‘Het ondiepe’ van Nicholas Carr.

Voor lezen en schrijven heb je tijd en concentratie nodig, die tijd gunnen jongeren en docenten zichzelf niet, de concentratie kunnen ze door ontwenning steeds moeilijker opbrengen.

De tweede oorzaak ligt inderdaad bij het onderwijs. Schrijfonderwijs is een verwaarloosd gebied, en dat wordt door de hedendaagse nadruk op spelling, grammatica en technisch lezen alleen maar erger. In taalmethodes vind je inmiddels wel betere schrijflessen (namelijk met meer instructie en ondersteuning), maar er is geen tijd om ze uit te voeren vanwege de vele taaltoetsen die scholen geacht worden af te nemen en de tijd die het kost om ze voor te bereiden. Leraren leren voorts nergens hoe ze hun leerlingen goed kunnen leren schrijven, en hebben het zelf ook niet geleerd, ook niet als ze Nederlands gestudeerd hebben. Dus ja, de oorzaak ligt ook bij het onderwijs, maar het is oneerlijk om dit scholen en docenten te verwijten. Ze krijgen geen tijd en geen goede opleiding op dit gebied.

3.

De oplossing volgt hier al uit. Ruimte scheppen in het met technische deelvaardigheden volgepropte taalonderwijs, leraren opleiden in het toepassen van goede schrijfdidactiek. Over die goede schrijfdidactiek is allang veel bekend. Meer grammaticaonderwijs heeft geen positief effect op schrijfvaardigheid, zo wijst onderzoek uit. Ronduit gevaarlijk vind ik het om meer spellingsonderwijs aan te bevelen als oplossing voor de slechte schrijfvaardigheid, zoals Slagter doet. Een goede spelling is hooguit belangrijk in de laatste, redactionele fase van een tekst schrijven.

Wel effectief is elke aanpak die zich richt op de begeleiding van schrijfprocessen bij leerlingen, waarbij in alle fasen gepraat wordt over de inhoud, vorm en functie van eigen en andermans teksten, onder leiding van leraren die kennis hebben van tekstgenres en die leerlingen aan het denken kunnen zetten, tot schrijven kunnen stimuleren en ondersteunen.
Teksten worden alleen beter als er feedback op komt, en dan bedoel ik niet met het rode potlood. Dat geldt zowel voor kinderen in groep 3 van het basisonderwijs als voor studenten in het hoger onderwijs. Hier is tijd en aandacht voor nodig. Die zijn er steeds minder in het onderwijs waar haast en tijdgebrek regeren. Het lijkt mij verstandig dat de overheid verplichte taaltoetsen uitstelt, als al duidelijk is dat ze niet gaan werken.

Aan de oprukkende beeldcultuur kan niemand veel doen, we kunnen wel proberen kinderen tenminste op school de tijd te geven om met hulp van goed hiervoor opgeleide leraren rustig aan hun teksten te werken en zo beter te worden in schrijven.

Suzanne van Norden is senior-consulent bij Stichting Taalvorming, taaldocent op Pabo Thomas More en auteur van ‘Taal leren op eigen kracht’ en een nieuw te verschijnen boek over schrijfonderwijs.