inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Marcel van Herpen


Marcel van Herpen
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Gamification, spel en Harry Potter: ‘Leuk is het zeker, maar (nog) niet het grote succes waar ik op had gehoopt’ hetkind.org/?p=56186

Ongeveer 2 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
De praktijk van De Boet: ‘Hoe eenvoudig complexe processen eruit kunnen zien’

9 april 2013

Marcel van Herpen

Marcel van Herpen bezoekt basisschool De Boet in het Noordhollandse ‘t Veld voor een observatie en een teamtraining. De leerkrachten kennen alle kinderen en spreken met veel aandacht en respect.  De ambulante uren worden voornamelijk in de klassen ingezet. Tijdens de pauze zijn ook alle leerkrachten buiten. De kinderen vind je terug op de speelplaats, in de kruidentuin, in de dierenweide en in een bosje. Het lijkt allemaal vanzelf te gaan. ‘Fascinerend hoe eenvoudig complexe processen eruit kunnen zien.’

De Boet is een kleine dorpsschool met gemiddeld 90 leerlingen.
Deze leerlingen komen uit ’t Veld, maar ook uit de omliggende dorpen, omdat ouders bewust voor ons onderwijsconcept kiezen. De Boet trekt veel kinderen uit de regio aan.

Wat is de kracht van deze leerkrachten?
Wat is de kracht van het concept?
Wat is de kracht van deze ogenschijnlijke eenvoud?

Het leukste blijft niet het leukste

In groep 6-7-8 zitten Naut en Joren. Ik vraag hen waarom ze bij elkaar zitten.
‘Oh,’ zegt Naut. ‘Aan het begin van de week trekken we kaartjes en dan moeten we zitten bij de kinderen die hetzelfde kaartje hebben.’
– Wat vind je daarvan?
Ze zijn het samen eens: ‘We zouden natuurlijk liever zelf kiezen bij wie we zitten.’
Joren vervolgt: ‘Ja en dan zouden we met alle jongens bij elkaar zitten. Dat is leuk.’
– Ik kijk ze beiden aan. ‘Echt?’ vraag ik.
Ze kijken elkaar aan en lachen.
‘Ja, we willen wel het leukste,’ zegt Naut, terwijl hij Joren en mij afwisselend aankijkt.
‘Maar eigenlijk ook weer niet. Kijk als we altijd met de jongens zitten, kletsen we zo veel dat we niet veel meer leren. Dus we zijn wel tevreden, want dit is leuk en het leukste blijft niet het leukste denk ik.’

Belangrijk, da’s eigenlijk ook leuk

In de hal zit Sophie uit groep 4-5 in haar eentje te rekenen. De rest van haar groep is bezig met projectwerk.
– De anderen werken aan een project en jij zit te rekenen?
‘Ja,’ zegt ze, ‘dat vind ik leuk. Ik ben er goed in. Het is eigenlijk mijn lievelingsvak. En ik mag dit ook kiezen in de projecttijd.’
– Mag je altijd zelf kiezen?
Ze gaat er goed voor zitten: ‘Nee, je mag wel vaak kiezen, maar sommige taken moet je doen. Bijvoorbeeld begrijpend lezen; dat moet.’
– 
Waarom noem je begrijpend lezen?
‘Nou, dat vind ik niet zo leuk. Als ik mocht kiezen zou ik het denk ik niet doen.’
– Nooit?
Ze neemt even een denkpauze en zegt dan: “’a kijk, van begrijpend lezen leer je wel sneller lezen en beter begrijpen en dat vind ik wel belangrijk. Dat kan ik bijvoorbeeld voor rekenen ook gebruiken en voor projecten. Ja, begrijpend lezen is niet zo leuk, maar wel belangrijk. Da’s eigenlijk ook leuk.’

Je kunt zelf degene zijn die niet aan de beurt komt

In het klaslokaal van groep 4-5 zijn de kinderen met allerlei verschillende activiteiten bezig. De meesten hebben ‘de Romeinen als project-item gekozen. Ik schuif aan bij Raoul, Thijs en Boris. Terwijl ze tekenen, vertellen ze elkaar wat ze allemaal weten over Romeinen. Ze complimenteren elkaars tekenwerk. Ik sluit me er van harte bij aan.

– Ik vraag hen of ze deze activiteit zelf gekozen hebben?
Thijs legt uit: ‘p het bord staan alle dingen die je kunt doen. Sommige hebben wij bedacht en sommige de juf. Je kunt tijdens projectwerktijd kiezen wat je wilt doen.’
– Mag je zelf weten met wie je gaat werken?
‘Ja eigenlijk wel,’ reageert Boris met een serieus gezicht, ‘maar bijvoorbeeld bij de knikkerbaan mag je nog maar met twee kinderen tegelijk.’
– Wat vind je daarvan?
‘Toen we eerst met meer kinderen met de knikkerbaan speelden, waren we eigenlijk de hele middag bezig met overleggen. De ene wou dit en de andere wou dat. We speelden dan niet echt. Nu met twee kinderen wel.’
– Kun je wel altijd voor de knikkerbaan kiezen?
‘Nee ook niet,’ zegt Raoul. ‘Als je een keer bent geweest, mogen andere kinderen’
Thijs vult aan: ‘De knikkerbaan mag je maar één keer doen, dat is niet zo leuk, maar anders kunnen andere kinderen niet aan de beurt komen.’
– Wat vind je daarvan?
‘Dat is wel goed, want je kunt zelf natuurlijk ook degene zijn die anders niet aan de beurt komt. Snap je?’
– Ik snap het.

Het kleine en grote verhaal verbonden

We bespreken ‘s middags met de leerkrachten deze observaties en constateren dat de kinderen in hun ‘kleine verhalen’ met eigen woorden ‘het grote verhaal’ terug vertellen. Het gaat niet over ‘goed of slecht’, er is geen beoordeling. De kinderen snappen waarom de dingen zijn zoals ze zijn. Er wordt naar hen geluisterd, maar de individuele kinderen bepalen niet de norm. Ze weten waarom de dingen gaan, zoals ze gaan.

De leerkrachten hebben veel gevoel voor wat de kinderen bezighoudt. De kinderen hebben veel gevoel voor de organisatie die hun persoonlijke wensen overstijgt. Daarmee is het belangrijke kleine verhaal van de klaspraktijk en het grote verhaal van het ErvaringsGerichte concept verbonden.

Zou dat de kracht van de leerkrachten zijn, of de kracht van het concept?
Misschien zelfs de kracht van allebei. Of zijn het gewoon de kinderen die het doen als de leerkrachten en het concept zijn afgestemd, waardoor de normen (regels en afspraken) passen bij de waarden (intenties).

Fascinerend blijft hoe eenvoudig complexe processen eruit kunnen zien.

Marcel van Herpen

Een  filmpje van De Boet