inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Annonay Andersson


Annonay Andersson
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Klassikaal onderwijs! Omdat het altijd zo is geweest of vanuit een bewuste, pedagogische keuze en visie?’ hetkind.org/?p=55579

Ongeveer 9 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Charlotte Visch knalt: ‘Machteloosheid los je niet op met macht, maar met weerbaarheid’

11 april 2013

Annonay Andersson

Hetkind-themalogo-onderwijsavondCharlotte Visch knalt. Door haar opperbeste stemming, met haar woorden en in aanwezigheid. In een volgepakt theater Maitland spreekt ze heldere taal, strooit ze met veel praktische voorbeelden en wordt er ook opmerkelijk veel gelachen. Als (integratief) kindertherapeute toont Visch ‘actief respect’ voor haar ‘cliënten’, kinderen van heel jong tot pubers en jongvolwassenen. Ze vertrouwt volledig op hun eigen kracht en antwoorden. De kunst is deze naar boven te halen en het kind weerbaar te maken. Haar methode? Via omkering, versterking en/of humor legt ze contact en biedt ze nieuw perspectief. Het publiek in Driebergen ligt op 4 april aan haar voeten. Een verslag van de zesde, voorlaatste onderwijsavond van Annonay Andersson. ‘Machteloosheid los je niet op met macht, maar met weerbaarheid’.

Charlotte vertelt – om te beginnen – over haar biografie. Een introductie in wie zij is: ‘Ik zit al heel lang in het onderwijs, ik ben op vierjarige leeftijd begonnen.’

Ze vervolgt: ‘Ik vond het daar op school niet echt leuk, ik had les van juf Hanepen. Maar juf Hanepen begreep mij niet. Op zesjarige leeftijd besloot ik juf te worden, want zo kon het niet langer!’

Ze diept uit dat zij op jonge leeftijd helemaal in andere kinderen kon opgaan, zich compleet in een ander kon verplaatsen. ‘Ik stond vaak aan de zijkant de hele situatie op het schoolplein te aanschouwen.  De juf dacht dat er iets mis was met me. Maar het fascineerde me vooral wat er gebeurde. Er zat bijvoorbeeld een mooi blond meisje bij mij in de klas die met haar gedrag mijn aandacht trok. Ik ben me daar vervolgens – als klein meisje – helemaal in gaan leven. Ik heb mij uit pure nieuwsgierigheid in haar verplaatst, om te weten hoe het zou zijn om haar te zijn.’

Het was een sleutelervaring, een begin van haar eerste stappen op weg naar onderwijsland. Na haar middelbare schooltijd deed ze de Pabo in Amsterdam, waarna ze op een basisschool les ging geven. De kinderen vond ze leuk, ‘maar mijn collega’s waren vreselijk! Ik vond het belangrijk dat de kinderen voor zichzelf gingen nadenken, niet klakkeloos de regels van de juf opvolgden. Als we naar de gym liepen, liet ik de kinderen zelf bedenken hoe ze over de stoep konden lopen en veilig konden oversteken. Dus niet in een rij, zoals de meeste juffen doen. Een collega had het gezien, maar lette op iets anders. “Ze zijn nog zo jong hé, ze kunnen niet eens in een rij lopen”.’

Kindertherapeut
Later studeerde Charlotte voor hypnotherapeut en ging ze met volwassenen werken. Hierover zegt ze: ‘Volwassen mensen doen allemaal heel keurig [in het openbaar, aan de oppervlakte, red.], maar dragen problemen mee uit hun jeugd. Dan is het toch een beetje jammer dat ik moet wachten tot ze volwassen zijn om er wat aan te doen.’

Ze besloot het probleem bij de wortel aan te pakken. Visch zette haar eigen praktijk en de opleiding tot integratief kindertherapeute op. Haar uitgangspunt is ‘diepgaand respect’ tonen voor het kind, in overeenstemming met hoe pedagogoog Janusz Korczak dat heeft verwoord. De ervaringsdeskundige is het kind zelf. ‘Mijn uitgangspunt is dat het kind zichzelf het beste kent. Een kind van 10 jaar kent zichzelf immers al 10 jaar.’

Charlotte merkte dat veel kinderen klagen over hun ouders en – later – ook over de leerkracht. Daarom bedacht zij voor beide doelgroepen trainingen. Een ingewikkelde theorie zit er niet achter haar werk. Zelf houdt ze het simpel. ‘Ik doe wat nodig is en dat is het wel eigenlijk.’

Deze onderwijsavond gaat Visch – in samenspraak met deelnemers aan het traject Pedagogische Tact –  op twee praktijksituaties – als case – in. Aan de hand van haar reactie tekenen zich een aantal kernprincipes af in haar aanpak. Ze worden hieronder uitgediept, met behulp van haar eigen citaten.

Over de rol van de leerkracht

‘Laat zien wat liefhebben is, zodat de leerling het echt doorvoelt.’

‘Op het moment dat jij het niet weet, weten zij het ook even niet.’

‘Als kinderen in de klas anders doen dan daarbuiten, dan heeft er geen échte verandering plaatsgevonden.’ Met andere woorden, dan gedraagt het kind zich alleen anders in interactie met jou. Het is niet dusdanig weerbaar geworden, dat het een deel geworden is van zichzelf.

Over het woord ‘gelukkig’

‘Als je een groep kinderen laat praten in de kring, dan is dat intercollegiaal. Jouw taak als leider in de groep is om vergissingen radicaal aan te pakken.’

In één van de casussen betreft het een kind die ‘ongelukkig’ is en zijn toekomst ‘grauw’ neerzet. Charlotte zegt hierover dat het woord ‘gelukkig’ dan letterlijk gebruikt kan worden om het kind een ander perspectief te bieden en te laten ervaren.  ‘Gelukkig is dat niet zo.’  Het woord heeft een fijne connotatie, ontkracht wat er gezegd is en als het aan het begin van de zin gezegd wordt, wordt het onthouden. ‘Zeg de woorden heel stellig en ga door op het volgende onderwerp.’

Over veerkracht

‘Veerkracht én zelfbeschikkingsrecht is de basis voor ontplooiing.’

Het jongetje in de casus begrijpt zijn ouders, hij verwoordt dat zij niet voor hem kunnen zorgen. ‘Veerkracht is als je herkent wat anderen niet voor je kunnen doen.’

De therapeute gaat uit van de inherente tendens tot zelfontplooiing, met veerkracht als grootste bouwsteen. Ze omschrijft het kind uit de casus als ‘iemand waarvan gehouden kan worden’. ‘Het is de verdienste van deze jongen dat er van hem gehouden wordt, het is interessant om hem te vertellen welke krachten hij heeft.’

Het tegenovergestelde ziet Charlotte  gebeuren in het handelen van volwassenen. Zij worden te veel ‘het verlengde geheugen’ van kinderen (‘Pak je tas, jas en schoenen, heb je alles, wat moet je verder nog doen?’). Kinderen worden hierdoor te extern en afhankelijk. ‘Hoe meer mensen extern geheugen worden, hoe luier kinderen worden.’

Ze zelf aan het denken zetten is haar middel, door bijvoorbeeld te zeggen: ‘Ik zie aan jouw buitenkant dat je gaat ontploffen, herkende je dat zelf ook?’

Over weerbaarheid

Charlotte: ‘Bij veel woorden geeft het woord aan wat er ontbreekt.’

Denk aan:
Moedeloos – je hebt moed nodig
Hulpeloos – je hebt hulp nodig

Bij machteloosheid geldt dat niet. Je hebt dan juist weerbaarheid nodig.’  Visch legt uit waar het vaak aan schort. ‘Kinderen moeten zichzelf zien als belangrijkste persoon. Als je weerbaar wilt worden, betekent dat dat je iets moet doen.’

‘Kinderen zitten allemaal klem tussen hun ouders.’

Charlotte geeft een voorbeeld van een ‘machteloos’ kind uit haar eigen praktijk. Een kind dat onvoldoendes haalt voor Engels, tot grote verbazing van zijn Engelse moeder. De jongen zegt hierover ‘ik ben lui.’ Dat had zijn vader immers ook gezegd. Ook al blijkt uit de Franse les dat het kind wel degelijk woordjes kan leren, dan stelt het kind de ouders teleur als het opeens ander gedrag gaat vertonen en niet blijkt te zijn wat ouders dachten (lui).

De oplossing van Charlotte? Tegen die jongen zeggen ‘Er bestaan geen luie mensen. Wie gaat jouw vader uitleggen dat hij ongelijk had?’ De jongen wil  het zijn vader wel vertellen en – om ze niet meteen te overdonderen – spreekt hij met Charlotte af dat hij de te behalen cijfers voor de Engelse taal rustig gaat opbouwen: eerst een vijf, dan een zes of zeven en over een paar weken een acht halen.

Over een alibi

Een verbond – zoals hierboven – gaat Charlotte vaker aan met kinderen.

Bijvoorbeeld met een meisje dat niet het schoolplein op durfde. Toen zij eindelijk op een school kwam en het wel wilde, had zij een alibi nodig; een interessante naam om het aan klasgenoten te duiden. Ze blokkeerde toch in haar hoofd? ‘Mentalitis’ werd de zelfverzonnen naam, die het meisje aan kinderen gaf als ze ernaar vroegen. Ook de manier om de cijfers voor Engels uit bovengenoemd voorbeeld op te bouwen, is een soort alibi. Een ‘escape’ voor kinderen die klemzitten in bepaald gedrag, door verwachtingen van zichzelf of de buitenwereld.

Over humor

‘Soms is het grappig als je in je eigen klas stapt als invaller. Dat je binnenloopt en zegt: Ben ik nu in de klas van Charlotte?’

In haar ervaring snappen kinderen dat meteen en leggen ze uit hoe het in de klas werkt. Dingen kunnen dan vanuit een ander, nieuw perspectief worden gezien. Humor gebruiken en boeiend vertellen is sowieso een middel waar Charlotte moeiteloos mee uit de voeten kan.  ‘Als je leuke dingen vertelt, dan zijn kinderen geïnteresseerd. Als het niet interessant is, gaan ze naar de wc. Dat is een goede indicatie, dan weet je meteen dat je niet goed bezig bent.’

Over verwarring, omdraaiing, herkaderen

‘Verwarring is essentieel, gek doen, in je eigen klas’.

Charlotte noemt het ook wel het gedrag herkaderen. Alles wat het kind doet, goed vinden en dat actief uitstralen. ‘Het kind zit even helemaal vast in goed gedrag.’ ‘Ook als een kind alle stoelen in een klas omgooit, gewoon meedoen en zeggen ‘Ja, laten we die boel even op zij zetten, al die troep!’

Door haar authenticiteit komen deze woorden niet cynisch over. Kinderen voelen echt dat wat ze dan ook doen, goed is. Het is een soort omdraaiing. Waar de neiging bestaat om vooral te roepen wat niet mag, draait Charlotte de boel graag om.

Ze geeft nog een aantal tips om deze (voor de meesten onbekende) methode, kracht bij te zetten. Het heel snel overpakken (zoals in het aangehaalde voorbeeld), het kind erdoorheen helpen. Zij is daarin heel open in het gesprek  met het kind. ‘Vertel het kind hoe het zal gaan als we niets doen.  Bijvoorbeeld: je zal nu heel boos kunnen worden en/of dingen kapot gaan maken. Sterker, je kan nog veel meer doen, mensen slaan. Daar ben je goed in. Maar we kunnen al die toneeltjes ook overslaan. Je blijft hier namelijk toch wel. Bij ons. In deze klas.’

In dit voorbeeld is het belangrijk dat het kind merkte dat het onvoorwaardelijke geaccepteerd wordt en niet van school wordt gestuurd. De boodschap is: wij nemen je zoals je bent. Het wordt bespreekbaar wat het kind voelt en dwarszit, wat er achter het gedrag zit.

Tot slot: zelfrespect

Aan het einde van de avond vat  Luc Stevens de aanpak van Charlotte samen. ‘Zelfrespect, ondersteunen van de eigen ontwikkeling, dat is jouw  uitgangspunt.’ Maar de gedachten van de toehoorders worden ook door hem onder woorden gebracht. ‘Iedereen vraagt zich af hoe ze dit morgen zelf gaan doen, het is heel inventief. Jouw aanpak en strategie is die van het omkeren. Omkeren van verwachtingen, attributies en gedrag. De hele avond staat de zaal al op z’n kop. Bedankt voor dit inzicht.’

De boeken en website van Charlotte Visch zijn hier te vinden.