inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Marieke Kellendonk


Marieke Kellendonk
Bekijk mijn profiel

Ellen Emonds


Ellen Emonds
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Over Rudie, na ruim een week schorsing: ‘Zonder extra aandacht hoorde hij er helemaal bij en was weer welkom’ hetkind.org/?p=55320

Ongeveer 3 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Duopartners Ellen en Marieke: ‘Op zoek naar verbinding, krijgt Joost opeens een dreun’

13 oktober 2013

Marieke Kellendonk

Ellen Emonds en Marieke Jansen-Kellendonk zijn duopartners. Samen begeleiden ze een grote groep 7-8. En ze schrijven elkaar, met hetkind als hun overdrachtsschrift. In deze derde aflevering krijgt Joost – gediagnosticeerd met ADHD en Asperger – een dreun van een medeleerling. En dat terwijl Marieke, samen met Joost en zijn moeder, nét bezig was om meer veiligheid, uitdaging en verbondenheid te creëren. Ellen haalt inspiratie uit Charlotte Visch: ‘Vooral onze jongens kunnen zich verliezen in activi-strijd. Ik wil kinderen laten ontdekken wanneer de relatie belangrijker is dan de activiteit.’

Lieve Ellen,

Marieke Jansen Kellendonk3Je hebt van die moeders, die net iets meer in me losmaken als leerkracht. Ik weet niet of je dat herkent, maar in een column in Egoscoop heb ik dat de “oermoeder” genoemd. Het zijn moeders die zorgen dat ik een betere versie van mezelf word, omdat ze me – bijna rechtstreeks – laten luisteren naar de diepere waarden achter hun woorden. Ik heb er dit schooljaar weer een ontmoet: Karin, de moeder van Joost.

Joost is een van nature vrolijke, positief ingestelde jongen met een enorm groot hart. Joost is ook een jongen die gediagnosticeerd is met ADHD en Asperger. Voor hem is het daarom in de ‘grote’ wereld soms overleven en daar heeft hij ons, zijn juffen, als steunpilaar hard bij nodig. Een groep van 39 kinderen is niet fijn voor Joost, al doen wij nog zo ons best. Wat het niet makkelijker maakt, is dat zijn klasgenoten weinig van hem kunnen hebben. Regelmatig klinkt het: “Joo-hóóst.” En dat terwijl ze niet of heel anders reageren, wanneer iemand anders soortgelijk gedrag vertoont.

Net als Joost, is zijn moeder vrolijk en positief ingesteld. Karin kent hem als geen ander. Zijn positieve kanten, maar ook zijn beperkingen. Ze oordeelt nooit direct, wil altijd eerst de mening van een ander horen, voordat ze het plaatje voor zichzelf compleet maakt. En daar heb ik bewondering voor. Want het vergt heel wat van je als ouder om, zeker als je kind het niet goed maakt, de situatie vanuit verschillende perspectieven te blijven bekijken.

Afgelopen dinsdag hadden we een gesprek met de ambulant begeleider. Er werden verschillende handelingsadviezen besproken. De meeste veegde ik van tafel: Joost kon dat al, of er werd al op die wijze gewerkt. Karin had lange tijd geluisterd, soms met tranen in haar ogen, geraakt door wat anderen over haar kind vertelden. En toen nam ze het woord: “Joost moet zo vaak horen dat kinderen – en misschien ook de juffen – zijn naam roepen. Zelden omdat hij iets goed doet, maar vooral om hem te corrigeren. Jullie moeten hem laten schitteren!”

Dat was het, het gouden advies van een moeder: hem laten schitteren, de groep tonen waar zijn krachten liggen. Daarover, en nergens anders over, moest het gaan.

Op woensdag hadden Joost, Karin en ik het startgesprek. Samen keken we waar hij goed in is. Zijn sportieve talent zou bijvoorbeeld ingezet kunnen worden om een keer een hockeyles te geven. En omdat hij zo goed keyboard kan spelen, zou hij met een paar andere kinderen muziek kunnen maken. Karin noteerde alles, dacht mee en hielp Joost zijn ideeën te ordenen.

Donderdag ontstond er tijdens de kleine pauze een ruzie tussen Joost en Joris. Joris haalde uit en sloeg Joost op zijn neus. Keihard. Buikpijn had ik ervan. We zouden hem laten schitteren en in plaats daarvan werd hij geslagen. Met lood in onze schoenen belde ik Karin, zodat zij hem kon opvangen bij thuiskomst. Tussen de middag belde ze terug. Joost was nog erg van slag, ze hield hem thuis. “Maar,” zei ze: “het is goed zo, jullie zien hem morgen weer.” Na alle gesprekken die we gehad hadden, had ik van een andere reactie niet raar opgekeken.

We moeten aan het werk met verbondenheid. Als kinderen zich verbonden voelen met elkaar, slaan ze elkaar niet op het gezicht, komen ze voor elkaar op en accepteren ze elkaars anders zijn. We hebben een start gemaakt, maar hoe nu verder?

Marieke

——-

Lieve Marieke,

Ellen Emonds duopartners2De stomp op de neus van Joost voelde als een stomp in mijn maag. Ik vond het afschuwelijk dat een kind voor wie ik hoor te zorgen zo’n pijn wordt gedaan. Ik heb er toch wel een paar dagen over gedaan om te ontdekken dat het ‘mijn verhaal’ is dat ik er zo ziek van was. Ik wil dat kinderen het fijn hebben, onbezorgd zijn en voor elkaar zorgen. Misschien wel omdat ik zelf als kind wat langer onbezorgd had willen zijn. Ik zag de dagen erna aan onze klas en bovendien aan Joris en Joost dat zij weer verder konden met elkaar. Zij waren daar sneller klaar voor dan ik.

Ik heb lang nagedacht over je vraag: hoe nu verder? Verbondenheid is van zo’n vanzelfsprekende betekenis voor de groei van kinderen, dat ik er niet eens echt bij stil sta hoe je dat nu creëert. Dat ontstaat gewoon, door zorgvuldig te handelen, door van kinderen te houden, door hun perspectief in te nemen en door ze aan te moedigen dat vooral bij elkaar te doen. Maar toch houdt het me nu bezig. Is het echt zo simpel?

Ik heb Charlotte Visch, Gelukkige kinderen in een gelukkige klas, maar eens uit de boekenkast getrokken. Met haar praktijkverhalen, haar inzichten en haar verwijzingen naar Janusz Korczak kwamen beelden van onze groep in mijn hoofd voorbij. Kunnen de kinderen ‘werken en spelen met hun allerliefste’, zoals Charlotte voorstaat? Ja, dat kunnen en mogen ze. Is er ruimte voor initiatieven en activiteit? Jazeker, in overvloed. Moeten er nog veel ‘oude koeien’ opgelost worden? Dat valt wel mee: in onze klas hebben we veel meer ‘kanoërs’ – met hun blik gericht op de toekomst – dan ‘roeiers’, die varen met hun gezicht naar het verleden en hun rug naar wat gaat komen gaat.

Het advies van Charlotte om veel samenwerkingsactiviteiten met elkaar te doen, blijft hangen. Niet omdat ik daar zelf nog nooit op ben gekomen, wel omdat ze benoemd dat voor sommige kinderen het doel van zo’n activiteit niet begrepen wordt. Er zijn kinderen die overal een wedstrijd van maken.

Als voorbeeld schetst ze dat alle kinderen in een klas die zij begeleidt, een deel van een kleurplaat krijgen. Wanneer iedereen een stuk kleurplaat heeft gekregen, moeten ze zonder te praten op zoek naar de overige drie delen. Vervolgens moeten ze in stilte die kleurplaat zo inkleuren, dat het lijkt alsof het door één iemand gedaan is. Charlotte beschrijft hoe een meisje boos en overstuur raakt wanneer het kleuren niet precies goed gebeurt, want zo dreigen ze ‘te verliezen’. Er was vooraf met geen woord gerept over een wedstrijdelement. Charlotte grijpt dit moment aan om met de kinderen te praten, om ze te leren wanneer de relatie belangrijker is dan de activiteit.

Juist die laatste zin houdt me bezig: ik zou kinderen graag willen leren te ontdekken wanneer de relatie belangrijker is dan de activiteit. Tijdens de gym zien we soms de grote drang naar de beste willen zijn ook, net als bij het voetballen in de pauze. Met name onze jongens kunnen zich verliezen in de ‘activistrijd’. Dezelfde avond dat ik Charlotte Visch weer las, zag ik op tv de documentaire ‘De Echte Jongensfilm’. Een prachtige docu, die me hielp onze jongens en hun behoefte aan bewegen, avontuur en actie weer beter te verstaan.

Ik heb een antwoord gevonden op je vraag. Vast en zeker niet het enige antwoord en zonder twijfel niet voor eeuwig, maar goed voor nu. De hoeken die waar we nu aan begonnen zijn met de kinderen, waar ze zelf ‘de baas’ van worden, bieden een mooie kans voor verbondenheid. Ze werken er samen aan en de relatie is hierbij duidelijk belangrijker dan de activiteit. Er is nu al zoveel onderlinge lol bij het inrichten van de dramahoek, dat de positieve energie voelbaar is. De kookhoek wordt een succes wanneer we de koks laten koken voor de hele klas, in plaats van voor een paar bofkonten. Maar ook de nieuwe kringen zijn meer dan de moeite waard. De boekenclub waar de kinderen die willen, wekelijks met elkaar spreken over de boeken die ze lezen, straalt zoveel rust uit. En de filosofiekring met alleen maar liefhebbers is prachtig en heel puur.

Onze groep is creatief, divers en vindingrijk. Laten we die ingrediënten inzetten in ons recept voor een gelukkige klas!

Ellen

 

Fotografie: Bob Barten

Ellen Emonds en Marieke Jansen-Kellendonk zijn duopartners op EGO-school De Bonckert in Boxmeer. Ellen heeft veel ervaring in groep 8 en stond vorig jaar voor groep 6-7. Marieke was lang de juf van groep 7, maar begeleidde vorig jaar groep 8 naar de eindstreep. Dit jaar hebben ze een grote groep 7-8. Eerdere afleveringen van hun uitwisseling vind je hier en hier.