inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Marieke Kellendonk


Marieke Kellendonk
Bekijk mijn profiel

Ellen Emonds


Ellen Emonds
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Steeds hetzelfde ‘meidengedoe’, wat moet je ermee? hetkind.org/?p=53624

Ongeveer 15 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Duopartners Ellen en Marieke: ‘Een dramales, in meer dan één opzicht’

1 december 2013

Marieke Kellendonk

Ellen Emonds en Marieke Jansen-Kellendonk begeleiden samen een grote groep 7-8. En ze schrijven elkaar. Dit keer vertelt Ellen hoe ze zakte voor haar motorrijexamen. En hoe anders het was om niet met de vertrouwde stem van haar instructeur in het oor te rijden. ‘Hoe is dat voor onze kinderen, als wij niet meer schuin achter ze meerijden?’ Marieke moet denken aan een recente dramales, door een vertrouwde externe kracht. Een les die volledig ontspoorde. Ze werd erbij gehaald. ‘Vind jij dit normaal?’, vroeg de dramadocent haar midden in de groep: ‘Het is belangrijk dat je nu eerlijk antwoord geeft.’ 

Ellen De Bonckert4Lieve Marieke,

Ik vertelde je een tijdje geleden over mijn motorrijlessen, waarin ik de leerling ben in plaats van de leraar. Welnu, vorige week mocht ik op examen. En… ik ben gezakt.

Gezakt. Mislukt. Onvoldoende. Dat waren zo’n beetje de woorden die als eerste door mijn hoofd schoten. Hoe kon dit nou? Ik had me echt supergoed voorbereid, ik kan rijden. Hoe is het dan in hemelsnaam mogelijk dat ik toch ben gezakt?

Mijn rij-instructeur is betrokken, heeft engelengeduld en een aardige hoeveelheid inlevingsvermogen. Bij alle lessen die ik gehad heb, reed hij schuin achter mij. Hij leerde me hoe ik een bocht moet inzetten en afschuinen, hoe ik op het verkeer moet anticiperen, waar ik stevig gas kan geven en waar het beter is om wat defensiever te rijden. Wanneer ik het niet wist, hoorde ik tijdens de lessen een vertrouwde stem in mijn rechteroor die me zei wat te doen. Niet continu, maar wel waar ik twijfelde. De constante steun maakte het rijden gemakkelijk en veilig. Zijn bemoediging gaf mij vertrouwen. Hij wist wat ik moeilijk of spannend vind. En ook wat ik gemakkelijk kan en waar ik dus een level hoger durf.

Hoe anders was het tijdens mijn examen. In plaats van dat hij schuin achter me reed zoals altijd, zat hij in een volgauto naast een examinator. Er was geen sprake van bemoediging, ik kreeg enkel korte routeaanwijzingen. Er was geen hulp, ook niet toen ik duidelijk twijfelde. Zelfs geen grapje toen ik een straat met een inrijdverbod inreed.

Ik ben niet gezakt door het uitblijven van vertrouwende woorden en gebaren. Ik ben gezakt omdat ik het nog niet alleen kan. Ik kan heel goed motorrijden met mijn instructeur schuin achter mij. En zonder… tja, dan weet ik het niet zeker en kies ik verkeerd. Ik realiseerde me dat ik me afvraag wat de examinator goed vindt, niet wat bij mezelf goed voelt. En ik heb examenstress: ik vind het afschuwelijk om beoordeeld te worden. Gezakt dus. En héb ik geen onvoldoende, maar voél ik me een onvoldoende.

Ik rijd vaak schuin achter mijn leerlingen. Ik bemoedig, ik ondersteun, ik ben beschikbaar, geef aanwijzingen en behoed ze voor fouten. Niet bij iedereen, bij hen waarvan ik denk dat het ze goed doen. Het gaat ook goed, in die situaties. De omgeving is vertrouwd en veilig en aan mijn hand gaan ze nieuwe uitdagingen aan en durven ze stappen te zetten. Maar wat als ze die hand los moeten laten? Als ze het zelf moeten doen in het Voortgezet Onderwijs of tijdens een toets? Kunnen ze het dan ook? Hebben ze genoeg vertrouwen in zichzelf, of krijgen ze dat vertrouwen nog steeds via mij? Ik zie de kinderen voor me die telkens even iets komen vragen, even checken of ze op de goede weg zitten. En ik wil beschikbaar zijn, dus blijf ik schuin achter hen rijden. Maar na gisteren vraag ik me af of ik daar goed aan doe. Moet ik schuin achter mijn leerlingen rijden of kan ik beter in de volgauto gaan zitten?

Liefs Ellen

 

Marieke Jansen Kellendonk3

Lieve Ellen,

Je hebt gelijk. Regelmatig rijden we schuin achter de kinderen en zijn wij voor velen het stemmetje in het oor. Maar vooral voor onze groep 7 is dat al een positieve ontwikkeling: enkele weken geleden zat ik voor mijn gevoel nog achterop de motor, waarbij ik ze stevig vasthield om hun middel. Met daarbij nog de neiging net iets te vaak mijn hand uit te strekken naar het stuur, de rem en het gas.

Een mooi voorbeeld vind ik de dramales van enkele weken geleden, al was die van een iets andere orde dan waar jij op doelt. Een dramales in meer dan één opzicht. Het was de vierde bijeenkomst in een reeks van zes. De lessen werden gegeven door een kordate dame, Els. Ik gaf groep 8 les en was er dus niet bij, maar ik kende Els van vorig jaar en had vertrouwen in haar. De eerste les was leuk. De tweede iets minder. Bij de derde waren er drie kinderen uitgestuurd, of naar eigen zeggen eruit gestapt. En bij de vierde ging het mis. Goed mis.

Els stapt met een stevige pas mijn klas in. “Marieke, wil je nú komen?” Ik voel dat de nood aan de man is en snel achter haar aan naar de speelzaal. Een oververhitte sfeer. Hoorbare spanning, nog voor ik de groep kan zien. Verschillende kinderen staan op de bankjes en beginnen al naar mij te schreeuwen op het moment dat ik nog maar één voet binnen de deur heb gezet. “Marieke, zeg dat wij wél respect hebben! Zij zegt dat wij géén respect hebben!”

Ik kijk naar Els. Els wijst naar de groep die inmiddels meer weg lijkt te hebben van een troep hooligans voor een ME-cordon, en vraagt met een rustige stem: “Vind jij dit normaal?”

Ze ziet mijn aarzeling. Nee, natuurlijk vind ik dit niet normaal. Maar ik voel aan alles dat ik dat niet kan zeggen. “Het is nu heel belangrijk dat je een eerlijk antwoord geeft”, vervolgt Els. De groep wordt ijzig stil en wacht mijn antwoord af. Stiekem weten ze het al, daar ben ik van overtuigd: “Je brengt mij in een loyaliteitsconflict, Els. Je vraagt mij nu te kiezen tussen jou en hen. En als ik moet kiezen, dan kies ik voor mijn leerlingen. Ik moet met hen verder.”

Angel eruit? Nee, hoor. Mijn steunbetuiging zorgt voor een hernieuwde opleving van de ruziediscussie. Groep 7 is boos. Boos omdat Els beweert dat de kinderen niet zichzelf zijn, zichzelf niet durven zijn en geen respect hebben voor elkaar. En intussen ook niet voor Els. Maar dat laatste vinden ze volkomen terecht: iemand die dit soort dingen zegt, verdient geen respect. Ze gaan collectief nooít meer naar een dramales van Els. Ik stop de les en daarmee de discussie. Dit mag eerst even bezinken. Ik zeg er die dag niets meer over.

Twee dagen later kondig ik een kring met groep 7 over de dramales aan. Niet meer gaan is géén optie. Dat is te makkelijk. We zullen in ons leven nog wel vaker hindernissen moeten overwinnen. Maar zo doorgaan kan ook niet. Tevoren zeg ik dat ik de resultaten van dit gesprek met Els te zullen bespreken. Iedereen mag zeggen hoe hij het graag anders zouden willen, om ons doel – een leuke dramales – te bewerkstelligen. Eén regel: elke zin moet beginnen met “Ik zou het fijn vinden als…”

Tim opent: “Ik zou het fijn vinden als Els een kanoër wordt.” (zie Charlotte Vischs metafoor van ‘kanoërs’ en ‘roeiers’: zij die vooruit kijken tijdens het varen versus zij die naar kijken naar wat achter hen ligt, red.) Anderen volgen: “Ik zou het fijn vinden als Els eens met ons meelacht.”, “Ik zou het fijn vinden als er een juf bij is.” Ik schrijf mee.

Dan proberen we te kijken vanuit het perspectief van Els: “Els zou het fijn vinden als we minder lachen”, “…als we luisteren.” Probleemloos somt de groep ook heel veel op wat het voor Els prettiger zou maken.

Zoals beloofd, mailde ik Els alles wat we besproken hadden, inclusief een publicatie uit Egoscoop over de geschiedenis van deze ‘ongelukkige’ klas. Els pakte het perfect op. De lessen die volgden verliepen fijn. Els lachte mee met de grappen van de kinderen. De klas stond open voor haar aanwijzingen. En ik keek vanaf de zijlijn toe.

Drie weken geleden hadden we ‘De Week van Verbondenheid’, vijf dagen met prachtige gebeurtenissen, ervaringen en gesprekken. Wat mij het meest bijbleef was ‘Over de streep’, naar het bekende concept waarbij kinderen aan de hand van vragen kunnen laten zien wat hen raakt en bezighoudt.

Bij de vraag “Wie is er niet altijd zichzelf of durft zichzelf niet altijd te zijn?”, stapten de kinderen die bij de dramales het meest verongelijkt en boos waren, over de streep. Ik wist het allang en jij vast ook, Ellen. En ook Els had het goed gezien, maar nu durfden zij zichzelf ook te tonen. Ik voelde dat ik in plaats van achterop de motor te zitten, er nu schuin achter kon gaan rijden.

Liefs Marieke

Ellen Emonds en Marieke Jansen-Kellendonk zijn duopartners op EGO-school De Bonckert in Boxmeer. Ellen – leraar van het jaar 2012-2013 – heeft veel ervaring in groep 8 en stond vorig jaar voor groep 6-7. Marieke was lang de juf van groep 7, maar begeleidde vorig jaar groep 8 naar de eindstreep. Op hetkind zijn de eerste drie afleveringen van ‘Duopartners’ terug te lezen.

Aflevering 1: ‘Eerst vlammetjes aanwakkeren, dan gas geven’ .

Aflevering 2: ‘Rust in mij is, denk ik naast het aanbod, een belangrijke sleutel

Aflevering 3: Op zoek naar verbinding, krijgt Joost opeens een dreun

Meer lezen over ErvaringsGericht Onderwijs (EGO) en obs De Bonckert in Boxmeer? Kijk bijvoorbeeld hier en hier.