inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Simone Mark


Simone Mark
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Onderwijsavonden Driebergen -> leraren sterken bij uitvoering van hun pedagogische opdracht. Zoals @ellenvos Binnen… twitter.com/i/web/status/8…

Ongeveer 3 uur geleden op hetkind's Twitter via Twitter for iPhone

facebook
Gepaste aanraking door leraar of toch een inbraak?

28 december 2013

Simone Mark

Omgangsprotocollen met leerlingen verkrampen, het vermijden van contact is niet nodig en zelfs schadelijk. Simone Mark geeft een nieuwe impuls aan de discussie over de handelingsverlegenheid van leraren in de fysieke omgang met kinderen. Vragen aan Toshiro Kanamori, een Japanse leraar die duizenden Nederlandse onderwijsmensen visiteerde, bracht de onmacht andermaal aan het licht. Met de juiste ontwikkeling van de leraar is het volgens pedagoge Mark mogelijk om op een goede manier om te gaan met ‘aanraking’.

Toshiro Kanamori, een 66-jarige Japanse leraar, toont het belang van aanraking nog eens aan. In zijn documentaire Children Full of Life en tijdens zijn Levenslessen, ten overstaan van bijna 4500 Nederlandse volwassenen en 500 kinderen. De vanzelfsprekendheid waarmee de Japanse meester soms letterlijk contact heeft met de kinderen in zijn klas, roept bewondering én verbazing op. Fysiek contact is immer een precair onderwerp in onderwijsland. De terugkerende gevoeligheid – overal waar hij verschijnt – verrast Kanamori misschien wel het meest. ’’Ik zie namelijk dat mensen hier in Nederland veel fysieker met elkaar omgaan dan in Japan. Waarom is dat dan een thema tussen leerkracht en leerling?’

Het is duidelijk dat veel leraren nog steeds in grote verlegenheid zijn en een gevoel van onmacht ervaren hoe hiermee om te gaan. Met het willen voorkomen van seksuele intimidatie en misbruik, koste wat het kost, is tegelijk iets fundamenteels verloren gegaan in de relatie tussen leerkracht en de leraar. Liefdevolle aanraking, zoals een schouderklopje of knuffel, is een onmisbare vorm van intermenselijke communicatie en essentieel voor de ontwikkeling van kinderen. De legitimatie daarvoor is in ruime mate voorhanden via onderzoek, voor zover de praktijk van Kanamori al niet voldoende bewijs levert.

Aanraken is een primaire levensbehoefte van een mens, zoals eten en drinken. En aanraken is van grote invloed op de sociaal-emotionele ontwikkeling. Een kind dat weinig aangeraakt wordt, zal zich zowel fysiek als mentaal minder ontwikkelen. Extreme voorbeelden hiervan zijn bekend uit Spitz, waar weeskinderen geretardeerd raakten door gebrek aan liefdevolle aanraking door hun professionele opvoeders.

Door aanraking ervaren wij als mensen bestaansrecht. En door lichamelijk contact leren kinderen hun eigen lichaam kennen. Bovendien heeft het kind de ervaring van fysieke aanraking nodig om zijn grootste zintuig – de huid – te leren benutten. Emoties gaan letterlijk via de huid naar het bewustzijn. Door aanraking worden hersenen geactiveerd. Uit onderzoek van Field (2003) blijkt dat mensen niet alleen verbaal en visueel, maar veelal ook door aanraking nauwkeurig elkaars emoties signaleren en decoderen. Denk aan boosheid, angst, geluk, verdriet, trots en sympathie.

Talloze onderzoeken tonen aan dat fysiek contact aantoonbaar positieve effecten heeft op de groei van het kind en dus ook op specifieke ontwikkelingstaken die hun plek ook in het onderwijs hebben. Boves en Van Dijk (2008) wijzen recentelijk nog op de positieve effecten van het aanraken in de schoolsituatie. Kinderen zijn daardoor beter in staat te leren, voelen zich veiliger, maken makkelijker contact en neigen minder naar agressie en pestgedrag.

In de relatie tussen ouders en kinderen is het aanraken vanzelfsprekend. Maar het zijn dezelfde ouders die deze ‘vanzelfsprekendheid’ ter discussie stellen als het de leerkracht of groepsleider betreft. Aangezien kinderen steeds meer tijd doorbrengen op school en internaten en daarbij vrijwel volledig afhankelijk zijn van beroepsopvoeders, kan er een sterke verschraling ontstaan in het fysieke contact dat kinderen mogen beleven.

Mijn pleidooi voor gepast fysiek contact tussen leerkracht en leerling kent een belangrijke voorwaarde. Het draait bovenal om de kennis en het bewustzijn die professionele opvoeders hebben van de specifieke aard en intenties van de aanraking. Heslin en Patterson (1982) onderscheiden VIJF vormen van fysiek contact. Hiervan zijn alleen de eerste drie vormen ‘gepast’ te noemen in de relatie tussen leraar en leerling. De zesde vorm is toegevoegd, omdat we helaas ook hiermee geconfronteerd worden in de verhalen van kinderen over aanraking.

1. ‘Functioneel-professioneel’, zoals een kapper met een klant, een voetbaltrainer met een speler en een dokter met een patiënt.’ In het onderwijs kunnen we denken aan een gymleraar en een kind of een meester die het kind leert schrijven.
2. ‘Sociaal-beleefd’, zoals een handdruk of een vluchtige kus. De professionele opvoeder kan kinderen ook een hand geven, bij een verjaardag of een eerste kennismaking; een vluchtige kus komt al veel minder voor.
3. ‘Vriendschappelijk-warm’, zoals een hartelijke klop op de schouder of een warme omhelzing. Een vriendschappelijke klop op de schouder of een high five of een streling door het haar kan heel functioneel zijn. Een warme omhelzing zoals we zagen bij Kanamori, komt veel minder vaak voor, zeker als de kinderen ouder zijn.

De overige drie vormen van fysiek contact kunnen we duiden als ‘ongepast’. Ze komen in het onderwijs amper voor, maar domineren helaas wel het huidige beleid.
4. ‘Liefde-intimiteit’, zoals een kneepje in de wang van je geliefde en een hartstochtelijke kus.
5. ‘Seksueel prikkelend ‘, zoals wederzijdse aanraking die gepaard gaat met seksueel contact.
6. ‘Bestraffend uit (on)macht’. We doelen op een draai om de oren, duwen, trekken en knijpen waarmee het kind gemaand wordt te luisteren naar de opvoeder.

Het kan niet de bedoeling zijn in het contact tussen leraar en kind verder te gaan dan een ‘vriendschappelijk warme aanraking’. De intentie mag nooit seksualiserend zijn. Dat neemt echter niet weg dat een goedbedoelde warme aanraking door het kind – en vooral door wat oudere kinderen – wel als seksualiserend beleefd kan worden. Andersom kunnen jonge kinderen bijvoorbeeld leerkrachten aanraken op plaatsen die ongewild een seksueel gevoel kunnen oproepen.

Ten aanzien van de ontwikkeling van de leraar of professionele opvoeder is het van belang dat deze zich bewust is van de eigen persoonlijke geschiedenis met betrekking tot ‘aanraken’. Door zijn zelfkennis te vergroten kan de opvoeder het intuïtieve handelen aanvullen met een meer doordacht en intentioneel handelingsrepertoire. Hiermee kan hij het gewenste (fysieke) gedrag voorlezen, zodat het kind zich ermee kan verrijken. De leraar moet zijn ideeën over opvoeding en de rol van fysiek contact kennen. Hierbij gaat het ook om het handelen in conflictsituaties met het kind. Daarnaast is het van belang om leraren te leren de situatie of omgeving zo in te richten dat fysiek contact veilig en goed voelt.

Voor de ontwikkeling van het kind zijn aanbevelingen geformuleerd door o.a. Carlson (2002) en Sluijter (2002). Hier betreft het ook kennis van de eigen lichaamstaal door bijvoorbeeld spel en oefeningen (in dans, expressie, muziek). Kinderen kunnen worden aangemoedigd om aanraking te ontvangen en te geven wanneer zij daar behoefte aan hebben.

Daarnaast is het de taak van de volwassene om het kind te helpen ingroeien in de maatschappelijke en culturele conventies, aangaande fysiek contact. In de schoolsituatie kan de leraar dat doen door met kinderen te praten over hun ervaringen en deze in een breder perspectief te plaatsen.

Aanraken hoort bij een professionele opvoedingssituatie anders blijft het kind als het ware verhuld, zo stelt Frank Oomkes (2000, p.85) . ‘In plaats van als een poort naar andere mensen toe wordt de huid ervaren als verpakking en afscherming. Op den duur gaat de huid functioneren als een bescherming tegen de omringende wereld. Geen poort maar gesloten luik. Elke aanraking wordt een alarmsignaal: overval op komst! Tederheid gaat op inbraak lijken.’

Simone Mark is onderwijskundige en pedagoge en betrokken bij ontwikkeltrajecten van het  NIVOZ. Begin 2014 zal er een boek van haar hand verschijnen bij Pica Uitgeverij.

Foto’s Max Dijksterhuis, zie www.maxdimages.com