inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Hartger Wassink


Hartger Wassink
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Documentaire Vergeet mij niet: ‘Het ritueel van de groep om het uitgeprocedeerde kind dat weg is, te blijven h hetkind.org/?p=54872

Ongeveer 48 minuten geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Essentieel onderdeel van het leraar-zijn: verbinden met elkaar en met ‘wat ertoe doet’

6 februari 2014

Hartger Wassink

Geloof, hoop en liefde. Dat moest de titel worden van het verhaal over religie dat Hartger Wassink was gevraagd te vertellen aan de Faculteit Educatie van Hogeschool Utrecht in het kader van het ‘Bildung-programma‘. Religie –  religare – gaat over het opnieuw zoeken naar verbondenheid, een essentieel onderdeel van het leraar-zijn. ‘Verbinden met elkaar, maar ook  met ‘wat ertoe doet’, een hoger doel, iets dat ons allen verbindt.’ 

geloof-hoop-en-liefdeTekst van presentatie op het ‘Bildungscafé’ van de Faculteit Educatie/Hogeschool Utrecht op 4 februari 2014.

Naast sport, wetenschap en kunst is religie een van de vier ‘oefenprogramma’s’ van het Bildung-programma van de Faculteit Educatie en daar wil ik het vanmiddag met jullie over hebben. Religie, zo heb ik me eens laten vertellen, komt van het Latijnse religare, wat ‘opnieuw verbinden’ betekent. Let wel: opnieuw verbonden. Blijkbaar gaat dat verbinden niet vanzelf en raken mensen, als ze niet opletten, de verbinding kwijt en moeten we moeite doen om die verbindingen te onderhouden.

Maar verbinding met wie of waarmee? Misschien niet alleen een verbinding met elkaar, maar ook wel met ‘wat ertoe doet’, een hoger doel, iets dat ons allen verbindt. Blijkbaar helpt het, om een bepaald idee van ‘het hogere’ te hebben, het idee dat een groter plan dat bestaat, waar wij een rol in hebben, om die verbindingen te leggen, en zin te geven aan het dagelijks leven. Zo vind je overal in de wereld vele religies die (denk ik) op die manier ontstaan zijn.

In het dagelijks leven hebben we het, als we het over religie hebben, daarom meestal over onze geloofsovertuiging, zo’n geloof in een hogere macht. God, Allah, Jaweh of iets wat we verder niet kunnen of willen benoemen. Als ik ‘onze geloofsovertuiging’ zeg, raak ik (in ieder geval in Nederland) een gevoelig punt, want de meeste mensen in Nederland hebben geen geloofsovertuiging. Waarom zou je er dan aandacht aan besteden in de lerarenopleiding? Dat is een goede vraag, zeker op een ‘bijzonder neutrale’ instelling als de HU. Ik wil die vraag daarom aan de orde stellen, en wel aan de hand van de thema’s geloof, hoop en liefde.

Geloof

Geloof kun je opvatten als levensbeschouwing, zowel in georganiseerde zin als meer in persoonlijke zin. In georganiseerd verband bedoelen we met geloof vaak een religie, die vanuit een min of meer vaste set van verhalen bepaalde regels geeft waar je je aan hebt te houden. Die regels geven houvast, structureren het leven en kunnen in die zin prettig zijn. Daar horen ook regels voor het onderwijs bij: wat mag je wel en niet doen op school, hoe begin en eindig je de dag, welke boeken mag je wel en niet lezen. Dat is een deductieve geloofsopvatting: van de regels van het geloof leidt je regels voor het onderwijs af.

Je kunt ook andersom kijken, inductief. Dan kijk je naar geloof als persoonlijke zingeving. Die is volgens mij juist relevant op een ’neutrale’ hogeschool. Het gaat hier om het erkennen en onderzoeken van alles wat we niet weten en niet kunnen verklaren.

Vorige week was ik op de middelbare school van mijn dochter. Zij hield daar samen met wat klasgenoten een presentatie over de evolutietheorie van Darwin. Daar kwam ook ter sprake hoe de evolutietheorie zich verhoudt tot het scheppingsverhaal. Hoewel de leerlingen het allemaal goed hadden uitgezocht, en aantoonden dat Darwins theorie wetenschappelijk gezien een stuk aannemelijker is dan het scheppingsverhaal, moesten ze erkennen dat ook Darwins theorie niet verklaart waarom zoveel miljoen jaar geleden eencellige wezens zich begonnen te delen en evolueren in de enorme verscheidenheid aan dieren en planten die nu de wereld bevolken.

Zo zijn er meer zaken in de wereld die onverklaarbaar zijn, die we niet kunnen weten, maar waar we wel vragen over kunnen stellen. Waarom zijn we er eigenlijk, wij mensen? Waarom lukt het ons niet om een vreedzame wereld te stichten, ondanks de enorme vooruitgang in kennis en informatie die we de afgelopen eeuwen hebben doorgemaakt? Waarom zou je je inspannen? Waarom kom je je bed eigenlijk uit iedere ochtend? Je moet maar aannemen dat het ergens goed voor is, wat wij hier allemaal doen. Daar moet je maar in geloven. Net zoals in je eigen bijdrage als (toekomstig) leraar. Zo bezien ‘geloven’ we allemaal wel ergens in, of we dat nou meer of minder bewust, en meer of minder ‘diep’ doen.

Hoop

Daarmee komen we op het thema hoop. Want dat ‘geloof’ dat wat we doen ‘ergens’ goed voor is, geeft ons hoop. En de lerarenopleiding zit vol hoop. Ze is bij uitstek toekomstgericht. Iedere student die hier begint, hoopt dat hij of zij binnen vier jaar het diploma haalt. Hoopt dat de opleiding wordt wat zij ervan verwacht. Hoopt leuke andere studenten en betrokken leraren te ontmoeten.

Net zo goed hopen docenten hier leuke studenten te ontmoeten. Inspirerende, enthousiaste, slimme jonge mensen, die je met een gerust hart de wereld in stuurt, om die als docent een beetje beter te maken. En de leiding hoopt dat we ‘het’ samen voor elkaar gaan krijgen.

Hoop geeft natuurlijk weinig houvast. We zijn gewend plannen te maken, alles zoveel vast te leggen en te controleren. Ook hier in de lerarenopleiding wordt onvoorstelbaar veel vastgelegd. Maar dan nog weten we niet of het allemaal gaat lukken. Of het leuk wordt, bijzonder, betekenisvol. Of we er plezier aan beleven, zin aan ontlenen, ons er op ons gemak voelen, en verbonden met anderen. Want dat laatste is waar we werkelijk onze voldoening uit halen.

Er is de bekende film Apollo 13, waarin het helemaal misgaat met een ruimtecapsule. Hij lijkt met astronauten en al het oneindige heelal in te verdwijnen. Alleen dankzij koelbloedig handelen van de vluchtleider in het commandocentrum komt het toch nog goed en de astronauten behouden thuis. Het motto van de vluchtleider was ‘Hope is not a strategy’. Hij liet zich erop voorstaan dat alleen koel plannen, precies rekenen en een perfect plan tot succes leiden.

Toch zie ik, als ik die film zie, vooral een team dat hoopt. Hoop dat ze het onmogelijke voor elkaar krijgen. Ze weten niet hoe, ze maken een plan, maar hebben geen idee of dat hout snijdt. Dat ze erin slagen, beschouwen ze als een wonder. Zo komt, ook op een hogeschool als deze, niemand zijn bed uit voor het nieuwe strategisch plan. Het helpt wel, zo’n plan, om het dagelijks handelen te kanaliseren. Maar het is niet wat ons uiteindelijk drijft, waar we ons op verbonden voelen in een hogeschool.

Liefde

En wat is daarvoor nodig, om die verbinding te voelen? Ik zou een pleidooi willen houden voor liefde. Dat heb ik niet van mezelf, zal ik verklappen. De hogeschool van Arnhem en Nijmegen kreeg vorig jaar een nieuwe baas, Kees Boele. Het eerste dat hij deed, was alle docenten van de HAN een mail sturen, met de oproep weer les te geven vanuit liefde voor de student. Nou moet je dat niet te ver doordrijven natuurlijk, maar in de kern is het wel waar het om gaat.

Liefde kun je opvatten als ‘eros’ (zinnelijke liefde), philia (de liefde zoals je die in een vriendschap hebt) en agapè (de liefde als zorg voor de ander). Die liefde heeft te maken met een bepaalde onvoorwaardelijkheid. Ik geef jou aandacht, steun, en mijn betrokkenheid, en ik verwacht daar niet op voorhand iets voor terug. Die vorm van liefde is onbaatzuchtig. Dat zijn we niet meer gewend in onze maatschappij. We zijn gewend om na te denken: wat levert mij dat op? What’s in it for me?

Maar dat schept ook een sfeer van wantrouwen. Je moet eerst weten waar je aan toe bent, voordat je in actie komt. Uitgaan van liefde betekent uitgaan van vertrouwen. Het vertrouwen dat je nodig hebt om te leren, om fouten te maken. Om te weten dat die fouten je ‘vergeven worden’. Of moderner: dat je constructieve feedback krijgt, om het een volgende keer beter te doen.

Geen leren zonder vertrouwen, geen vertrouwen zonder liefde. Zonder hoop geen liefde. En zonder een beetje geloof, hoe klein dat greintje geloof ook is, in een betere wereld, geen hoop die ons gaande houdt. Zo beschouwd geloven we allemaal, ieder op onze eigen manier, of we ons nu tot een bepaalde formele religie bekennen of niet.

Lees verder.

Hartger Wassink is als organisatiepsycholoog altijd actief geweest op het grensvlak van onderzoek en advieswerk in de onderwijssector. Vanaf augustus 2013 is hij bij het NIVOZ een van de mensen die het onderzoeksforum handen en voeten geeft. Hij blogt via zijn eigen website De Professionele Dialoog.