inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Kees van der Wolf


Kees van der Wolf
Bekijk mijn profiel

Geert Bors


Geert Bors
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter
facebook
Vooraf aan Onderwijsavond 13 maart: over koele hoofden, warme harten, frontliniewerkers en leeuwenjagers

6 maart 2014

Kees van der Wolf

Geplaatst in: Samenleving, Legitimering

Op donderdag 13 maart verzorgt Kees van der Wolf de volgende Onderwijsavond in Driebergen. Alvast even inlezen? Dit is een korte introductie tot de man die hoogleraar in Amsterdam én Suriname was. Een introductie die voert langs ‘een warm hart en een koel hoofd’ en langs de vraag hoeveel theorie een leeuwenjager nodig heeft. Je kunt erbij zijn (klik op de link) voor 30 euro in theater Maitland, vanaf half acht. Van der Wolf  spreekt over De leraar als frontliniewerker (lees meer). Tevens wordt op deze avond het Jaarboek van hetkind  gedoopt.

Kees_profileKees van der Wolf mag dan een wetenschapper zijn, hij houdt niet van de afstand die er vaak bestaat tussen theorie en praktijk. Hij streeft er constant naar om het alledaagse handelen in de klas en de inzichten van grote denkers bij elkaar te brengen. En vooral om die wetenschappelijke inzichten werkelijk bruikbaar en van belang te maken in de klas.

Dat is om te beginnen terug te zien in de beeldende taal die hij spreekt. Zo gaf hij in 2012 een presentatie voor Weer Samen Naar School (WSNS) Walcheren onder de titel: ‘Met een warm hart en een koel hoofd: over de aanpak van gedragsproblemen’. Precies, dat willen we allemaal, als professionals in onze dagelijkse praktijk – of we nu wetenschapper, leerkracht of redacteur zijn: met een helder hoofd én grote betrokkenheid de goede dingen doen.

Voor zijn Onderwijsavond i heeft de hoogleraar pedagogische en onderwijskundige wetenschappen gekozen voor een minstens zo pakkende titel: ‘De leraar als frontliniewerker: Van ‘dwangbuis’ naar ‘werken in het wild’. Even beeldend, maar met een woordkeus die een tikkeltje woester, offensiever is. Bij de dwangbuis kan ik me iets voorstellen: te veel regelgeving, te veel controle, te veel administratie die het echte werk in de weg staan. Maar het gaat erom waar Van der Wolf naar toe wil met zijn ‘frontliniewerkers’. Dat ‘werken in het wild’ is intrigerend.

Van der Wolf heeft het eerder een savanne-achtig ‘wild’ landschap opgeroepen, in een voorbeeld van jagers op leeuwenjacht. Misschien kan er al een tipje van de sluier opgelicht worden, wanneer je deze openingspassage uit zijn werk ‘Met het oog op de meester – gedragsproblemen in de onderwijspraktijk’ (2003) leest:

‘Twijfel over de toepasbaarheid van resultaten van wetenschappelijk onderzoek is niet van vandaag of gisteren. Herbart (1806) merkte lang geleden al op dat noch wetenschappelijke feiten, noch morele aanbevelingen, noch bepaalde lesmethoden de leraar kunnen vertellen wat hij onder bepaalde omstandigheden het best kan doen.

De situatie in een klas is meestal te complex voor de toepassing van een bepaalde theorie. Het bereik van een theorie is zowel te beperkt als te algemeen om van toepassing te zijn in een specifieke situatie. De regels die we aan de wetenschap kunnen ontlenen zijn incompleet. Scheffler (1960) bespreekt in dit verband het geval van de leeuwenjacht. Er bestaan regels die de jager vertellen wat hij het beste kan doen om een leeuw te vangen. Die kan hij gebruiken als leidraad bij de voorbereiding en de uitvoering van de jacht. Laten we er nu van uitgaan dat de kennis en de vaardigheden van een jager optimaal zijn, dat hij de omstandigheden in het jachtterrein goed in de gaten heeft, en dat hij nauwkeurig alles doet wat hij geleerd heeft, tot op de letter. Dan is het nog steeds niet gegarandeerd dat hij een leeuw vangt. De leeuw kan op het cruciale moment iets doen wat niet in de regels staat.

Toch zijn incomplete regels nuttig. Ze zorgen ervoor dat we weten hoe we in het algemeen mislukkingen kunnen voorkomen en de kans op succes vergroten. 
Maar regels kunnen geen succes garanderen als een praktijkman of vrouw wordt geconfronteerd met de onzekerheden en de complexiteit van de dagelijkse praktijk. Daarvoor is een goede mix van intuïtie, reflectie en rationaliteit nodig.’

Alle voorbereiding van de wereld, alle uitleg van deskundigen, alle theoretische kennis, al het droogzwemmen ten spijt, kan het in de dagelijkse praktijk tóch nog goed mis gaan, laat Van der Wolf zien. Theorie is namelijk incompleet in de realiteit van de ‘frontliniewerker’. Maar toch draagt die kennis wél bij aan de blik waarmee je in jouw wereld handelt. Je blik wordt er scherper, geoefender van. Net als van meer levenservaring, goede reflecties met jezelf en critical friends én een gezonde portie intuïtie.

Dat is waar het werk van Kees van der Wolf nauw aansluit bij de trajecten Pedagogische Tact en Leiderschap van het NIVOZ, dat gastheer is. Trouwens, er is meer aansluiting: de Duitse filosoof en pedagoog Johann Friedrich Herbart (1776-1841), met wie Van der Wolf deze passage begint is óók onze eerste bron voor het begrip pedagogische Tact: ‘Het onderscheidende punt voor of iemand een goede of slechte opvoeder zal worden is slechts dit: hoe hij zijn tact ontwikkelt’, schreef Herbart in 1802.

De Onderwijsavond van donderdag 13 maart is extra bijzonder. Behalve het verhaal van Kees van der Wolf, zullen er ook twee boeken gepresenteerd worden, het Jaarboek van hetkind en de jubileumuitgave NIVOZ & de urgentie van goed onderwijs.