inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Gérard Zeegers


Gérard Zeegers
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Zijn we vergeten hoe het is als je wereld op zijn kop staat door dingen die volwassenen niet begrijpen?’ hetkind.org/?p=54825

Ongeveer 8 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Overleef de onderwijsinspectie! Tijd voor een statement?

9 april 2014

Gérard Zeegers

Het boek ‘Overleef de inspectie!’ is een praktisch en informatief naslagwerk. ‘Maar het is ook een krachtig pleidooi om het onderwijs te kantelen,’ schrijft schoolleider Gérard Zeegers. De auteurs Henk van der Weijden (oud-inspecteur) en Thijs Rademakers pleiten voor een nauwere samenwerking tussen scholen en inspectie, ze geven richting aan een constructief gesprek, maar roepen ook lerarenopleidingen en vakorganisaties op om hun verantwoordelijkheid te nemen. Zeegers’ conclusie: ‘Het is nu tijd voor leraren en schoolleiders om een statement te maken.’

iiHet boek  – met een voorwoord van prof. Luc Stevens – geeft een helder inzicht in de verschillende rollen en taken van onderwijsgevenden, beleidsmakers en toezichthouders in het onderwijs en de gevoelde spanning in de praktijk van alledag  Schoolleiders en leraren die de terminologie en de inhoud van die vermaledijde inspectiebezoeken niet paraat hebben, krijgen in mijn beleving een fijn naslagwerk in de schoot geworpen. De auteurs zijn insiders en weten waarover ze het hebben.

Over de huidige praktijk zijn ze helder:

“De Nederlandse overheid geeft nadrukkelijk aan wat er in het huidige onderwijs aan de orde moet komen. Wat leerlingen op school moeten leren, wordt in algemene termen geformuleerd in wet- en regelgeving. Voor het basisonderwijs is dat vastgelegd in de Wet op het primair onderwijs, in het Besluit kerndoelen en in de Wet op de referentieniveaus. Makers van onderwijsprogramma’s (methoden) zetten de gewenste leerdoelen uit deze documenten om in suggesties voor concrete onderwijsactiviteiten. Leraren gaan hier op eigen gezag, in de school en in de klas, mee aan de slag. Met een door henzelf gekozen systeem voor kwaliteitszorg kunnen scholen ervoor zorgen dat de kwaliteit van hun onderwijs gehandhaafd wordt en, waar nodig, verbeterd. Voor hun keuzes verantwoorden de leraren zich naar ouders en leerlingen, het bestuur en de overheid, in de schoolgids, het schoolplan en het zorgplan van de school.”

Deze passage is exemplarisch voor het boek. De auteurs nemen de lezer mee in een uitgebreide handleiding over opbrengstgericht werken, risicogericht toezicht, toetsen, schoolklimaat, lesobservaties, onderzoeken en de wijze van beoordelen. Zij doen de denk- en werkwijze van de inspectie uitgebreid uit de doeken en laten niet na om de relevante formulieren en denkschema’s van de inspectie toe te voegen. Zo groeit hun handreiking schrijvenderwijs uit tot een complete handleiding.

Gelukkig beperken Radersma en van der Weijden zich niet tot een opsomming van feiten. Zij geven ook richting aan een constructief gesprek over procesgericht denken:

“Wij hebben, en met ons een groep leraren, en de omvang van deze groep is ons niet bekend, grote moeite met het Angelsaksische denkpatroon dat de overheid en het onderwijstoezicht als onderliggende ‘gedachte’ hanteren. Onderwijs wordt steeds meer gezien als een bedrijf dat eindproducten moet opleveren die op efficiënte wijze, kwalitatief goed en redelijk betaalbaar zijn geproduceerd. We praten dan over producenten en niet over leerlingen.”

“Leerlingen zijn geen producten en scholen moeten niet afgerekend worden op de ‘hoogte’ van het eindproduct, ook al is een school een professionele organisatie. De huidige overheid kiest voor  het Angelsaksische denkmodel en rekent scholen af op de leeropbrengsten. Wij pleiten voor een pedagogisering van het onderwijs, waarbij het onderwijsproces vertrekpunt van beoordeling is. Alleen aan individuele leerlingen, niet aan gemiddelden, kan afgemeten worden of zij binnen hun mogelijkheden goed gepresteerd hebben.”

De auteurs pleiten voor een inniger samenwerking tussen inspectie en scholen:

“Als de inspectie en scholen samen transparant bezig zijn om de kwaliteit van het onderwijs te behouden dan wel te verbeteren, dan kan het welbevinden van alle betrokkenen het best gewaarborgd worden en is de kans op succes het grootst. Op die weg had de inspectie door moeten gaan, maar dat gebeurde niet. Het ging mis toen de overheid zich meer en meer ging richten op de getalsmatige afrekening van scholen én het integraal plaatsen van de bevindingen van de inspectie (inspectierapporten) op internet. Scholen publiekelijk te kijk zetten helpt mee om het door de overheid en de toezichthouder gewenste gedrag van scholen, zeker op korte termijn, te realiseren, maar kan daarvoor ook een belemmering vormen.”

Zij nemen duidelijk stelling tegen een al te bemoeizuchtige overheid en roepen lerarenopleidingen en vakorganisaties op om hun verantwoordelijkheid te nemen:

“Wij zijn niet tegen toezicht op het onderwijs vanuit de rijksoverheid. Ook niet tegen sancties als scholen geen goed onderwijs verzorgen, maar als het gaat om het vaststellen van de onderwijskwaliteit gaat de huidige overheidsbemoeienis veel te ver. Wij geven de voorkeur aan een aanpak die de verantwoordelijkheid legt bij de goedopgeleide vakmensen: de leraren. Scholen, leraren en directies  moeten rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van hun onderwijs en niet de besturen, de raden van toezicht of de samenwerkingsverbanden. Kortom, er zal in de toekomst toch anders tegen onderwijs aan gekeken moeten worden om de kwaliteit van het onderwijs te behouden.”

De auteurs zijn  helder over de kanteling die het onderwijs dient te maken:

“Dit boek wil een bijdrage leveren aan het verhogen van de kwaliteit van het basisonderwijs door de positie van leraren te versterken. Dat betekent kennisnemen van wat de overheid en de inspectie eisen. Dat kan vervolgens ook door de autonomie van leraren en scholen te vergroten en door ze te verlossen van overmatige bemoeizucht, de vele regels en de overbodige controles van de overheid. Het Nederlandse primair onderwijs geniet internationaal een hoog aanzien, en, de consumenten van dat onderwijs, de ouders en leerlingen, zijn over het algemeen zeer tevreden over het onderwijs en de scholen waarmee zij te maken hebben.”

steetTijd voor statements

Ik lees en leef mee en denk dat het nu aan de schoolleiders en leraren van Nederland is om hun statement te maken. Thijs Radersma en Henk van der Weijden beschrijven nauwkeurig wat de overheid doet om de kwaliteit van het onderwijs te beoordelen, te waarborgen en te verhogen. Al meer dan tweehonderd jaar bezoeken onderwijsinspecteurs scholen. Al meer dan twee eeuwen controleren zij het werk van de leraren van Nederland. En dat moet stoppen. Het systeem leidt niet tot duurzame kwaliteitsverbetering, is volledig vastgelopen en dient nu formeel te worden beëindigd.
Ondanks het verbeterde inzicht dat Overleef de inspectie reactieve leraren en schoolleiders verschaft, zal de relatie tussen scholen en inspecteurs – in het beste geval – toch niet uitstijgen boven een gedwongen verstandshuwelijk.

Een groeiende groep proactieve schoolleiders en leraren is inmiddels uitstekend in staat om het eigen schoolbeleid te legitimeren. Niet omdat het moet, maar omdat zij staan voor hun werk! Zodra de huidige eenzijdige afhankelijkheid (van een beoordeling door een externe derde) wordt omgebogen naar wederzijdse afhankelijkheid en oprecht partnerschap, zal het verantwoordelijkheidsgevoel van leraren en schoolleiders toenemen. Daar waar leraren en schoolleiders vrijheid en ruimte krijgen en nemen, nemen zij verantwoordelijkheid. En als zij zich verantwoordelijk voelen, dan zullen zij hun dagelijks handelen nog kritischer beschouwen en verbeteren. Daar ben ik van overtuigd

Het zou mooi zijn als het gesprek over verantwoording een nieuwe impuls krijgt door deze publicatie, en dat ‘we’ er vervolgens in slagen om met elkaar door te groeien, van verplichte verantwoording tot vrijwillige legitimering. Zodra de huidige topdown-benadering verandert in een bottomup-denkwijze, vindt er een ingrijpende wijziging plaats in het eigenaarschap. De externe beoordelaar geeft de leraar het eigenaarschap terug. De inspecteur geeft het terug aan de school, de school, op haar beurt, deelt het eigenaarschap met kinderen en ouders.

Van overleven naar beleven
Overleef de onderwijsinspectie! biedt alle verantwoordelijken in het onderwijs een helder beeld van de opdracht en de werkwijze van de onderwijsinspectie. Daarnaast nodigen de auteurs ‘het onderwijsveld’ nadrukkelijk uit om de dialoog aan te gaan over kwaliteit en verantwoordelijkheid. De toon van het boek is uiterst diplomatiek, de titel echter klinkt als een bevel: Overleef de onderwijsinspectie!”

Door te kiezen voor de gebiedende wijs scherpen de auteurs hun signaal aan. Ik ben bereid om daar nog een schepje bovenop te doen. ‘Beleef je vak en legitimeer je handelen!’ Leraren en schoolleiders die een gezamenlijke visie en missie delen en vormgeven, hebben hier een voorsprong. Zij ‘overleven de inspectie’ zonder al te veel problemen. Zij zijn ook zonder de inspecteur uitstekend in staat om af te stemmen en elk kind te begeleiden. Ik daag hen uit om de ruimte die er al is, volledig te benutten om van de bestaande verplichte verantwoording door te groeien naar een goed doordachte legitimering. En, als de rijksoverheid nog niet in staat is om deze stap nu al te zetten, dan is het van belang dat leraren, schoolleiders en inspecteurs samen optrekken in de gewenste evolutie: van verantwoordingsplicht naar het recht op legitimering, van overleven naar beleven.

We moeten echter snel zijn, aangezien veel schoolbesturen in hun ijver naar goede scores hun toezicht op de eigen scholen verscherpen en inmiddels meer druk uitoefenen op leraren dan de inspectie ooit beoogde.

Gérard Zeegers is directeur van De Bonckert (www.debonckert.nl) en adviseur onder de naam BijZonderwijs (www.bijzonderwijs.org)

  • Eerder ging Gérard Zeegers in gesprek met de Finse onderwijsvernieuwer Pasi Sahlberg. En nam hij  ‘zijn’ inspecteur John Rohde mee. Lees: Geen opponenten, aar partners

Thijs Radersma is onderwijsadviseur en oud-schoolbegeleider.  Henk van der Weijden is onderwijspedagoog en oud-inspecteur van het onderwijs. Het boek bevat een voorwoord van Luc Stevens, orthopedagoog, emeritus hoogleraar orthopedagogiek en directeur van het Nederlands Instituut voor onderwijs en opvoedingszaken (NIVOZ).

iiiiiOverleef de onderwijsinspectie!

Lees meer

ISBN 9789089531636
Paperback
14 x 21 cm
232 pp.