inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Beatrice Keunen


Beatrice Keunen
Bekijk mijn profiel

Tingue Klapwijk


Tingue Klapwijk
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Gamification, spel en Harry Potter: ‘Leuk is het zeker, maar (nog) niet het grote succes waar ik op had gehoopt’ hetkind.org/?p=56186

Ongeveer 27 minuten geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
‘Mijn juf lijkt op een elastiekje, ze rekt zich net zolang uit tot ik het begrijp’

21 april 2014

Beatrice Keunen

‘Ik denk dat ik een jaar of elf was en me realiseerde: als ik ooit juf word, dan ga ik het heel anders aanpakken.’  Tingue Klapwijk, docent van het Jaar 2013, las onlangs het boek – Ik, de leraar en vertelt wat het met haar eigen onderwijspraktijk doet. ‘Ik ben me nog meer gaan beseffen dat je er als leraar echt toe doet. En leerlingen ook het gevoel kunt geven dat ze er toe doen.’

LvhJ13-Tingue Klapwijk 01 (2)[1]1. Als je terugdenkt aan het boek Ik, de Leraar, welke opmerking of welk citaat schiet je dan het eerst te binnen?

Waarderen wanneer het kan en normeren alleen als het echt moet. Dat vond ik een prachtige uitspraak. En: ‘Als leraar sta je niet voor de klas, maar in de klas.’

2. Waarom deze twee citaten?

Ze spreken me aan omdat ik me als juf op een Montessorischool heel veel tussen de kinderen begeef. Ik zit naast ze en werk met ze samen. Ik meng me heel bewust tussen mijn leerlingen. Ik wil weten wie ze zijn, wat ze bezighoudt, hoe ze zich voelen en wat ik voor hen kan betekenen. En de kinderen mogen ook weten wie ik ben. Wat houdt mij bezig en wat heb ik van hen nodig? Mijn kruk is ‘heilig’. Daarmee verplaats ik me door de klas. Ik zit naast de leerlingen, op dezelfde hoogte als zij zitten.

Ik merk dat het onderwijs steeds meer in het teken van toetsen staat. Ik ben niet tegen het afnemen daarvan, maar als je toetst moet je wel iets met die gegevens doen. Wat mij betreft mogen we meer waarderen en normeren, enkel als het moet.

 3. Voldeed het boek aan je verwachtingen?

Op de site van Ellen Emonds, Leraar van het Jaar 2012, las ik al verhalen over Pedagogische Tact. Die spraken me zo aan dat ik op zoek ging naar nog meer artikelen en informatie hierover. Kwam ik op de site van hetkind terecht. Daar las ik dat Marcel van Herpen het boek ‘Ik de leraar’ had geschreven. Voor het officieel op de markt kwam, had ik het al besteld… De titel en zinnen als ‘Uit liefde voor het vak’ en ‘In het belang van ieder kind’ spreken me erg aan.

Ik ben altijd benieuwd naar praktijkverhalen van andere leraren. Wat houdt hen bezig, waar lopen zij tegenaan? Hoe pakken ze dat op en welke tips hebben ze? Wat kan ik met de dingen die ik heb gelezen in mijn eigen klas? Het boek voldeed geheel aan die behoefte aan kennis.

4. Lees je vaker boeken met een pedagogische invalshoek?

Ik lees graag boeken met een pedagogische inslag. Maar ook artikelen over pedagogiek in kranten of tijdschriften vind ik heerlijk om te lezen. Het onderwijs heeft mijn hart gestolen en dan vooral het werken met de kinderen. Het is mijn passie om van ieder kind uit mijn klas te weten wie hij of zij is, wat hem of haar bezighoudt en wat hij of zij van mij nodig heeft. Daarbij gebruik ik graag tips van andere leraren. Als ik dingen wil veranderen of bereiken, dan moet ik dat zelf doen en daar kan ik de kennis en ervaringen van andere leraren heel goed bij gebruiken.

5. Heb je iets uit het boek opgestoken dat jouw handelswijze direct veranderde?

Het boek zette me echt aan het denken. Ik ben me er nog meer door gaan realiseren dat een leraar er echt toe doet. En dat je kinderen het gevoel kan geven dat zij er ook toe doen.

Een opmerking van Marcel over protocollen heeft me wel even wakker geschud. Als er geen protocollen zouden zijn, zouden wij (leraren) dan niet professioneel genoeg zijn om iets goed te regelen of te organiseren? Ik merk, ook binnen mijn werk, dat er heel veel wordt gewerkt met protocollen. Een pestprotocol, een dyslexieprotocol, noem maar op. Het is goed dat je dingen op papier zet en vastlegt. Maar daar gaat natuurlijk ook een stap aan vooraf. Je zou er ook voor kunnen zorgen dat een pestprotocol gewoonweg niet nodig is. Puur omdat de school, inclusief ouders en kinderen, ervoor staan dat er bij voorbeeld niet wordt gepest.

6. Stel jij mag vanuit pedagogisch oogpunt een kadertje schrijven over jouw onderwijspraktijk. Welk voorval schiet je dan direct te binnen?

1380813_556732657714143_1948061757_n[2]Ik ben iemand die graag verhalen vertelt in de klas. Dat maakt de lessen boeiender. Elke vrijdagochtend geef ik verkeersles aan groep 7. Natuurlijk vertel ik die leerlingen het verhaal over mijn broertje die de sloot in fietste toen hij naar mijn moeder zwaaide. En dat ik van een bagagedrager viel tijdens een date met iemand. Niet voor niets krijg ik wekelijks de vraag: ‘Juf, vertel je vandaag weer een verhaal?’ Ben ik er eens niet op vrijdag dan hoor ik al snel: ‘Maar juf wie vertelt ons dan een spannend verhaal?’ Zo’n opmerking sla ik op op m’n ‘harde schijf’. Als leraar doe je er zo ontzettend toe!

7. Zie je in het antwoord op vraag 6 terug waarom jij ooit voor het onderwijs koos. Hoe oud was je? En waarom koos je er daadwerkelijk voor?

Ik denk dat ik een jaar of elf was en me realiseerde: als ik ooit juf word, dan ga ik het heel anders aanpakken. Destijds had ik een visuele beperking. Volgens de juf schreef ik niet netjes en niet schuin genoeg. De hulp, en bovenal het begrip, die ik beiden zo hard nodig had, heb ik voor mijn gevoel nauwelijks gekregen.

Uiteindelijk heb ik in Havo 5 besloten naar de PABO te gaan. Tijdens mijn LIO-stage had ik een visueel beperkt jongetje in mijn klas. En toen realiseerde ik me: ‘Ook toen ik nog op de basisschool zat, kon het best anders.’ Dat is me altijd bijgebleven.

Ik probeer dus daadwerkelijk met en voor ieder kind, binnen de mogelijkheden die ik heb, te kijken wat hij of zij nodig heeft en dat ook te bieden. Kinderen willen weten wie jij bent en ook laten zien wie zij zijn. Ze willen gewaardeerd worden om wie ze zijn en wat ze kunnen. Niet om wat ze niet kunnen. Jij als leraar speelt daar een grote rol in. Of zoals een leerling het ooit over mij zei: ‘Mijn juf lijkt op een elastiekje, ze rekt zich net zolang uit tot ik het begrijp.

8. Hoe omschrijf jij jezelf als leraar?

Ik ben mezelf, ben bevlogen en heb passie voor het vak. Ik ben beschikbaar als een kind mij nodig heeft en lachen in de klas is een must! Ik probeer iedere dag het beste uit de kinderen te halen en dat doe ik samen met hen. We zijn, zoals Marcel het zegt, fulltime partners. Fouten maken hoort erbij. Ik zeg altijd: dan heb je het in ieder geval geprobeerd. Ik leer van hen en zij van mij. Ik geniet van hen en zij, hopelijk, ook van mij.

9. Een kop thee drinken met Marcel… welke (prangende) onderwerpen snijd je graag met hem aan?

Marcel geeft aan dat er veel vóór de leraar wordt bepaald. En dat dat moet veranderen in dóór de leraar. Hoe we dat kunnen bereiken, die vraag zou ik hem graag voorleggen. Welke ideeën heeft hij daarover?

Tingue Klapwijk is Leraar van het Jaar 2013. Ze werkt op Montessorischool Valkenbos in Den Haag als lerares van groep 6/7/8. 

  • Bekijk hier de uitzending van Buitenhof van 16 februari waar Klapwijk samen met Micha de Winter aan tafel zat.

 


Waardevolle verhalen voor goed onderwijs

Bestel: 24 euro

hetkindvk

Iedereen maakt verschil, samen hebben we impact

Als donateur (50 euro) ontvang je ‘het Jaarboek 2014
en de jubileumuitgave ‘NIVOZ & de urgentie van goed onderwijs