inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Vincent Duidam


Vincent Duidam
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Dit is de leraar die ik ben en dit is waar ik voor sta! hetkind.org/?p=55581

Ongeveer 60 minuten geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
‘Bezie de kinderen niet te klein, laat uw comedie op de gang’

16 mei 2014

Vincent Duidam

Bezie de kinderen niet te klein:
Zij moeten veel verdragen –
eenzaamheid, angsten, groeiens pijn
en, onverhoeds, de slagen.

Bezie de kinderen niet te klein:
Hun eerlijkheid blijft vragen,
of gij niet haast uzelf durft zijn.
Dàn kunt ge ’t met hen wagen.

Laat uw comedie op de gang
– zij weten ’t immers tóch al lang! –
Ken in uzelf het kwade.
Heb eerbied voor wat leeft en groeit,
zorg dat ge het niet smet of knoeit. –
Dan schenk’ u God genade.

– Ida Gerhardt

Met deze ‘Code d’Honneur’ begint Vincent Duidam zijn  boek ‘Thuiskomen in de klas’, dat in 2011 door Ten Have is uitgegeven. Een boek voor leraren, waarbij het gaat om hun eigen ontwikkeling, om jezelf te leren kennen op een dieper niveau dan dat van de vaardigheden. ‘Laat uw comedie op de gang’ dicht Gerhardt in haar Sonnetten van een leraar. Hoe kun je je als docent ontwikkelen? vraagt Duindam zich af. De grote spirituele tradities zijn volgens hem prachtige instrumenten. Net als de psychologie, zijn eigen vakgebied. Maar hij sprak ook met twintig docenten en met tachtig leerlingen, in leeftijd variërend van 17 tot 77 jaar. Een inleiding tot dit boeiende inspirerende werk, dat opvallend veel raakvlakken heeft met het fenomeen, het begrip en het boek pedagogische tact.

Kun je een boek schrijven dat iets te bieden heeft aan docenten met leerlingen van heel uiteenlopende soorten onderwijs en van verschillende leeftijden? Van de kleuterschool tot en met de universiteit? Ik heb het geprobeerd.

Wat kan dan je focus zijn? Het gaat mij in dit boek niet zozeer om de ontwikkeling van professionele competenties, vaardigheden of identiteiten. Daar zijn al vele boekenkasten over volgeschreven. Het gaat mij om jouw eigen ontwikkeling, om jezelf te leren kennen op een dieper niveau dan dat van de vaardigheden. ‘Laat uw comedie op de gang’ zegt een van onze grootste dichteressen, Ida Gerhardt, in haar Sonnetten van een leraar. Misschien gaat dit zelfs nog verder dan het onderwijsideaal van de wereldberoemde Nederlandse fysicus Casimir: samen met een enthousiaste en inspirerende leermeester (m/v) de grenzen van onze kennis verkennen.

Door je zelfkennis te vergroten verken je namelijk tegelijkertijd ook je eigen grenzen. De grote spirituele tradities bieden hiertoe prachtige instrumenten. Net als de psychologie, mijn eigen vak, waar ik ook veel aan ontleen. Hoe kun je je als docent ontwikkelen? Daarover heb ik met twintig docenten gesproken – en met tachtig leerlingen, in leeftijd variërend van 17 tot 77 jaar. Wat ‘bezielt’ een docent? Wat zijn inspirerende lessen of colleges? En wanneer gaat het mis? Hoe komt dat? Wat kun je er als docent aan veranderen? Zowel leraren als leerlingen laten in dit boek hierover hun licht schijnen.

Ook mijn eigen ervaringen als docent aan de universiteit en de vrije hogeschool heb ik in dit boek verwerkt. En aan de hand van dit alles heb ik geprobeerd in zeven hoofdstukken een weg te schetsen die je kunt gaan in je ontwikkeling als docent.

Het eerste hoofdstuk gaat over de uitgangspunten van benedictijns onderwijs: blijf staan, en ga aan wat je moet aangaan. Als je blijft staan en niet wegloopt, niet letterlijk, niet in je gedachten en niet emotioneel, kom je jezelf tegen, daarover schrijf ik in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 ga ik in op het ontdekken van wie je echt bent, en wat je daardoor aan ballast kunt loslaten. Zo kun je ontspannen je lessen geven, en ga je zien wat je leerlingen echt nodig hebben (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5 beschrijf ik de gevolgen van die ontspanning: saaiheid en stress verdwijnen wanneer je als docent in verbinding staat met jezelf en met je leerlingen. Hoofdstuk 6 laat zien hoe dan ook de machtsstrijd tussen docent en leerling wegvalt. Het gaat er niet meer om zelf goed uit een situatie te komen, maar om het moment tot bloei te brengen.

1. Dat klinkt gemakkelijker dan het is. Soms wil je misschien helemaal niet voor de klas of de collegebanken staan. Een collega van me is wel eens letterlijk ‘weggerend’, vlak vóór hij college aan tweehonderd studenten moest geven, maar vaak is het natuurlijk meer overdrachtelijk. Op een bepaalde manier verbreek je de verbinding met je leerlingen. Je ‘hebt even niets met ze’. Je bent er met je gedachten niet bij. Je zit bij de volgende pauze, de komende vakantie, of je naderende pensioen. Of je maakt je emotioneel los: bah, niemand luistert, wat doen ze hier eigenlijk; wat doe jij hier eigenlijk?

2. Als je niet wegloopt, niet letterlijk, niet in je gedachten en niet emotioneel, kom je jezelf tegen. Kijk eens onbevangen naar jezelf. Wat denk je eigenlijk over een leerling. Neem het waar, zonder oordeel. Voel je soms opeens onverwachte emoties opkomen? Toen op een dag een leerling (weer) zijn ‘geodriehoek’ vergeten was, explodeerde zijn leraar. Zou jou zoiets kunnen overkomen? Ook niet in gedachten? Wat hebben je reacties te maken met je eigen (onderwijs)-geschiedenis? En met de bulten en builen die je zelf ‘onderweg’ hebt opgelopen? Je leerlingen zullen je dat zeker leren – als je durft te blijven staan. Wat je nu om je heen meemaakt, weerspiegelt je ‘binnenwereld’.

3. Als je bent blijven staan en jezelf bent tegengekomen, kun je ontdekken wie je echt bent en wat je los kunt laten. Hier kun je veel baat hebben bij een ‘meditatieve’ benadering. Als je kunt ontspannen tijdens je lessen, en ondertussen af en toe je ademhaling en je lichaam kunt voelen, raak je bijna vanzelf sommige oude en onhandige ‘maniertjes’ kwijt. Schakel je ook niet zo snel naar de automatische piloot. Verbinding met een ideaal en verbinding met je team kunnen je daarbij sterk ondersteunen.

4. Op dat moment kun je eigenlijk je leerlingen pas werkelijk zien. Je ziet nu meer hun ‘onschuld’ dan al die lastige en irritante kantjes – die er ook kunnen zijn. Je kunt hun bedoelingen beter op waarde schatten, en waar nodig ‘in perspectief’ zien. Bepaalde vragen of bepaald gedrag hoef je niet langer als een ‘persoonlijke’ aanval of belediging te zien. Je ziet nu meer wat nodig is voor die leerling, of hoe je een student ergens mee kunt helpen.

5. Als je op die manier aanwezig kunt blijven, verdwijnt het sos ofwel: saai of stress. Zowel docenten als leerlingen kunnen zich te pletter vervelen, en vaak tussendoor ook last van stress hebben: al dat saaie, eindeloze werk. Er komt geen einde aan. Wanneer je aanwezig bent en in verbinding met de leerlingen en in jezelf, valt de ‘zwaarte’ van situaties weg. Er komt een lichte, tintelende humor (een soort glimlach vanbinnen); er kan ‘flow’ ontstaan: alles loopt ‘vanzelf’; er is geen ‘zware’ inspanning meer nodig, geen kar die je voort moet trekken.

6. Dan verdwijnt de ‘machtsstrijd’. Je ziet leerlingen niet (langer) als tegenstanders. ‘Ik heb veel verbitterde, negatieve en ironische docenten gehad’, vertelde een studente me. Jij bent uit die stoet gestapt. Je leerlingen zijn niet meer bang voor jou, omdat jij niet meer bang voor hen bent. Je zoekt geen wraak, maar je maakt je ook niet meer bezorgd om je populariteit. Volgens psycholoog/priester Henri Nouwen, kun je steeds liefdevoller worden, naarmate je minder bang bent. Je probeert niet zozeer zelf ‘goed’ uit een situatie te komen, of ermee weg te komen, maar je probeert de situatie ‘tot bloei te brengen’.

7. Dit ‘blijven staan’, aangaan wat je moet aangaan, eigenlijk steeds authentieker worden, steeds meer gewoon jezelf worden, en dan doen wat je moet doen, is een doorgaand proces. Je kunt er telkens een stapje verder mee komen. Dit kun je voor jezelf checken door je af en toe vragen te stellen als: Ben ik niet te snel met mijn oordeel? Heb ik meer energie gekregen? Ben ik geduldiger, wanneer ik op de proef gesteld word? Laat ik me niet meer zo meeslepen door woede, angst of behaagzucht? En de meest wezenlijke vraag, ja, echt: Houd ik meer dan vroeger van mijn leerlingen? Naarmate dat meer het geval is, kun je als docent meer ‘verschil maken’, met je studenten, of in de klas, maar ook breder in het hele krachtenveld van leerlingen, ouders, collega’s, team, leidinggevenden, ‘de inspecteur’, het ministerie. De beste manier om in de (onderwijs)wereld iets te veranderen, is om zelf die verandering vóór te leven, te belichamen. ‘Wees zelf de verandering die je in de wereld wilt zien,’ zei Gandhi.

Meer over het boek ‘Thuiskomen in de klas’ en bestellen (14,95 euro) achter deze link.

Dr. Vincent Duindam (1958) is psycholoog, onderzoeker en publicist. Hij geeft al dertig jaar les aan de Universiteit Utrecht; de laatste jaren ook aan de Vrije Hogeschool in Driebergen en de Stichting Psychosociale Opleidingen. De studenten Algemene Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht riepen hem uit tot docent van het jaar 2010-2011. Hij schreef ruim 120 artikelen en 9 boeken over relaties, ouderschap, echtscheiding, onderwijs en spiritualiteit. 

 

Waardevolle verhalen voor goed onderwijs

Bestel: 24 euro

hetkindvk

Iedereen maakt verschil, samen hebben we impact

Als donateur (50 euro) ontvang je ‘het Jaarboek 2014
en de jubileumuitgave ‘NIVOZ & de urgentie van goed onderwijs