inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Rikie van Blijswijk


Rikie van Blijswijk
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Documentaire Vergeet mij niet: ‘Het ritueel van de groep om het uitgeprocedeerde kind dat weg is, te blijven h hetkind.org/?p=54872

Ongeveer 4 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Over het werk van Marianne Riksen-Walraven: ‘Verbondenheid/gehechtheid’

12 juni 2014

Rikie van Blijswijk

Geplaatst in: Legitimering

‘Over het werk’ is een serie portretten van onderwijswetenschappers, waarin de essentie en de legitimatie van goede onderwijspraktijk wordt geschetst via kernbegrippen, definities en eerder gepubliceerd werk. In deze aflevering Marianne Riksen-Walraven: ‘Verbondenheid, gehechtheid’.

Dit is  een aflevering in een serie  portretten van wetenschappers die Rikie van Blijswijk heeft gemaakt. Eerder verschenen er  afleveringen ‘Over het werk’ van:

Otto Scharmer: Theorie U
Deci en Ryan: Motivatie
Ferre Laevers: Perspectief van de ander innemen
Luc Stevens: De behoefte aan relatie, competentie en autonomie|
Jos Kessels: De morele en organisatorische werkelijkheid
Geert Kelchtermans: Professionele biografie
Weiner en Dweck: Attributietheorie

Riksen-Walraven: Verbondenheid / Gehechtheid

De theorie over de ontwikkeling van gehechtheid
Vertegenwoordigd door Mw. Prof. Dr. J.M.A. Riksen-Walraven

De gehechtheidsrelatie is één van de basale behoeftes van ieder mens. Een gehechtheidsrelatie is te definiëren als “een duurzame, affectieve relatie tussen een kind en de primaire verzorger van dat kind” (Riksen-Walraven, 1983). Ieder kind zal zich in het eerste levensjaar hechten aan deze primaire opvoeder. De kwaliteit van deze relatie is belangrijk voor de wijze waarop hij in zijn verdere leven met zijn omgeving om zal gaan. De kwaliteit van de gehechtheid kan echter verschillen, afhankelijk van twee complementaire gedragssystemen: het hechtingsgedragssysteem en het exploratiegedragssysteem Het doel van het hechtingsgedrag is de nabijheid te zoeken van de hechtingsfiguur, de primaire verzorger. Het doel van het exploratiesysteem is het ontdekken van de omgeving, wat juist een verwijdering van de primaire verzorger vraagt. Bij een veilige gehechtheid is de balans in evenwicht. Wanneer een van beide systemen domineert, wordt gesproken over een onveilige hechting.

Naast de veilige gehechtheidsrelatie onderscheidt Mw. Riksen Walraven nog twee typen gehechtheidsrelaties:

  • De angstig-vermijdende gehechtheid:

Deze kinderen zoeken bij hereniging geen nabijheid van de opvoeder maar vermijden deze juist; deze kinderen richten zich op hun omgeving. De balans tussen beide gedragssystemen is dus niet in evenwicht, zij is doorgeslagen naar de kant van het exploratiegedrag.

  • De angstig-afwerende gehechtheid:

Deze kinderen vertonen ambivalent gedrag bij de hereniging met hun opvoeder. Enerzijds zoeken ze de nabijheid van de opvoeder, anderzijds weren ze het contact af zodra deze tot stand is gekomen. Zij zijn door hun ambivalente houding heel moeilijk te troosten, soms claimend naar hun opvoeder toe en exploreren de omgeving minimaal. Bij angstig-afwerende kinderen overheerst het hechtingssysteem.

Marianne Riksen-Walraven is geboren in 1949 te Breda. In 1967 begon ze aan haar studie psychologie en raakte gefascineerd door de invloed van de sociale ervaringen op de ontwikkeling van kinderen.

In haar eerste promotieonderzoek toonde ze aan dat responsiviteit van ouders tijdens de dagelijkse interacties met hun kind in het eerste levensjaar belangrijk is. Verhoging van deze responsiviteit heeft een positief effect op de exploratiedrang van de kinderen en hun vermogen om het verband te ontdekken tussen hun eigen gedrag en de gevolgen daarvan. De effecten zijn langdurig op de ego-veerkracht van het kind, d.w.z. het vermogen om gedrag en emoties te reguleren en zich flexibel aan te passen aan veranderende en vooral stressvolle omstandigheden. In de jaren hierna bereidde ze dit onderzoek verder uit naar verschillende culturen en naar groepen met een verhoogd risico op problemen in de ouder-kindrelatie.

In 1998 startte Marianne Riksen-Walraven de “Nijmeegse Longitudinale Studie, waarin onderzocht wordt hoe de ontwikkeling en het functioneren van kinderen op verschillende leeftijden beïnvloed wordt door hun interacties met ouders en leeftijdgenoten, in wisselwerking met hun temperaments- en persoonlijkheidskenmerken. In de afgelopen jaren heeft Riksen Walraven haar onderzoek meer gericht op de aard en invloed van de ervaringen die jonge kinderen opdoen in kinderdagverblijven.
Sinds 2000 is Mw. Prof. Dr. J.M.A. Riksen-Walraven verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen als hoogleraar op de persoonlijke leerstoel Ontwikkelingspsychologie, in het bijzonder de vroegkinderlijke ontwikkeling.