inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Martine Huurman


Martine Huurman
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Nog steeds live te volgen. Onderwijsavond Driebergen. De leraar als instrument. youtu.be/Mtv5mzWaOWI twitter.com/nivoz/status/8…

Ongeveer 10 uur geleden op hetkind's Twitter via Twitter for iPhone

facebook
Áchter het gedrag kijken: ‘Ik weet zelf ook niet waarom ik boos word’

22 juni 2014

Martine Huurman

Martine Huurman werd gevraagd om mee te kijken naar Freek, een jongen die te boek stond als een iemand met een kort lontje. Ze zag zijn frustratie, maar zelf wist hij ook niet waar het vandaan kwam. Het verhaal over de ‘stomp’: het boze gedrag en het zoeken naar de aanleiding. ‘Freek draait zich om. Hij is er klaar mee. Arend mag die nare dingen niet tegen hem zeggen.’ 

ADHD_Parenting_stockxpertcom_id589968_jpg_Freek stompt op het plein Arend in zijn maag. Geen fraai gezicht. Arend begint hard te huilen. Kinderen ontfermen zich om hem. Freek staat te kijken en draait zich om. Hij loopt naar het speeltuintje en gaat onder het klimrek zitten.

Een gewaarschuwde lerares komt naar hem toe en stuurt hem boos naar binnen. ‘Hoe haal je het in je hoofd?!’  Freek haalt zijn schouders op. De juf gaat verder: ‘Zo doen we dat hier niet. Dat is al de zoveelste keer, gedraag je toch eens!’

Freek slentert naar binnen. Hij ploft neer op een stoel in de gang. Zijn jas hangt losjes om hem heen. De directeur is gewaarschuwd. Hij zal zo wel komen. Dan moet Freek vertellen waarom hij Arend heeft gestompt. Maar hoe kan hij het de directeur uitleggen? Hij weet het zelf niet eens.

Ongeveer een uur eerder die dag, zit Freek naast Arend in de klas. In verband met de rekenles is de groep verdeeld. De groep van Freek krijgt instructie over breuken. Freek kent een paar breuken, maar de meesten vindt hij lastig.

De les begint. Freek luistert aandachtig terwijl zijn juf af en toe iets aanwijst op het smartboard. Arend zegt dat hij de les makkelijk vindt. Freek negeert dit. Na vijf minuten lukt het hem niet meer om te luisteren. De juf vertelt zoveel. Freek vindt dat de les langzaam gaat. Eigenlijk wil hij gewoon beginnen in het werkboek. Weer zegt Arend dat hij de les makkelijk vindt. Freek kijkt hem aan en haalt (weer) zijn schouders op. Hij kijkt in zijn boek en ziet plaatjes van pizza’s en chocoladerepen. Die vindt hij lekker. Zijn oom heeft afgelopen vakantie een grote reep meegenomen uit Oostenrijk. Heerlijk. Daar heeft hij best lang mee gedaan.

Elise, die achter hem zit, staat op en loopt naar voren. Ze vult een antwoord in op het bord. Freek schrikt ervan. Hij had niet door dat de juf kinderen een beurt gaf. Even weer luisteren. Het lukt hem weer niet om mee te doen. De les duurt zo lang. Al die woorden. Het gaat veel te snel voor hem. Verschillende kinderen hebben al een beurt gehad. Elke keer als de juf een som opnoemt zegt Arend iets: ‘Jee, dat is echt makkelijk’, ‘Ha, ha snap je dat niet?’ en ‘Dat je dat antwoord niet weet, simpel.’

Freek stoort zich aan de opmerkingen van Arend. Hij snapt de breuken zelf ook niet. En een Arend die naast hem zit en steeds weer zegt hoe makkelijk het is maakt het niet leuker. Dan mogen ze beginnen in het werkboek. Freek kijkt in het boek en weet niet wat hij moet doen. De juf heeft het wel verteld, dat weet hij zeker, maar hij kan het niet terughalen. Hij werd steeds afgeleid door Arend.

Arend zit al te werken, met het puntje van zijn tong uit zijn mond. Af en toe kijkt Arend naar Freek. ‘Ben je nou nog niet begonnen?’, ‘Je snapt het zeker niet hè, nou ik vind het heel makkelijk.’

Nu wordt Freek boos. Hij zegt tegen Arend dat hij stil moet zij, anders kan hij niet nadenken. (Dan kan Freek beter nadenken). Misschien lukt het toch om de opdracht te maken. De juf loopt voorbij. Freek kijkt haar vragend aan. Zal ze het zien? Vast wel, dan kan ze hem helpen. Het is ook zo moeilijk.
Maar de juf loopt door. Achterin de klas worden grapjes gemaakt. De juf bemoeit zich ermee en maakt het rustig. Ze komt weer langslopen. Freek zegt snel: ‘Het is moeilijk.’ De juf kijkt hem aan en loopt door.  Arend begint te lachen: ‘Het is helemaal niet moeilijk, het is makkelijk.’

Freek zucht diep. De juf staat nu naast hem. Freek steekt snel zijn vinger op: ‘Juf, ik vind het moeilijk, ik snap het niet.’
‘Freek, ik heb het allemaal uitgelegd. Er staan zelfs sommen op het bord. Probeer het eerst maar even zelf’, en ze loopt weer door. Arend kijkt naar Freek en trekt een raar gezicht. Freek zucht en (probeert de opdracht)kijkt  nog een keer naar de opdracht. Nee, het lukt niet. Dan gaat hij onderuitgezakt op zijn stoel zitten. Hij legt zijn potlood weg en begint hard te geeuwen.

De juf komt weer naast hem staan. ‘Freek, als je niet begint, krijg je het ook niet af.’ Freek vertelt haar dat hij de breuken niet begrijpt. ‘Wat begrijp je dan niet?’, zegt de juf. Hij kijkt in zijn boek: ‘Niets.’  De juf kijkt hem verbaast aan ‘Niets. Dat zal wel meevallen toch? Kom dan doen we het samen.’ Ze gaat naast hem zitten en stap voor stap legt ze Freek uit wat de bedoeling is. Ze tekent mooie pizzapunten op een blaadje. Freek mag er breuken in zetten. ‘Kijk, dan heb je een spiekblaadje.’

Freek voelt zich helemaal rustig worden. De juf kan hem goed helpen. Kon ze maar de hele les bij hem zitten. Samen met de juf lijken de breuken een stuk makkelijker. Als de juf zeker weet dat hij verder kan loopt ze door. Freek stort zich op de breuken. Het lukt aardig. Arend kijkt naar Freek. Het lijkt alsof hij teleurgesteld is. ‘Ik heb de les allang af. Ik vind het echt simpel.’

Freek luistert er niet naar. Hij is nu aan het werk. Als hij opschiet kan hij het nog afmaken.

Dan is het tijd. Arend en Freek pakken hun fruit. Arend zegt nu ook tegen de andere kinderen dat hij veel beter is dan Freek. ‘Freek snapt die sommen niet. En hij is zo sloom!’ Sommige kinderen beginnen te lachen. Freek staat op en gaat voor Arend staan. Hij is wel een kop groter. Arend schrikt en kijkt naar de juf. Ze ziet het niet. Arend begint snel over iets anders. Freek gaat weer zitten.

Buiten op het plein hebben de kinderen zich verdeeld over twee voetbalteams. Freek en Arend spelen in het zelfde team. Freek vindt voetballen superleuk. Hij rent op de bal af en schiet. Te hard. De bal verdwijnt in de bosjes naast het plein. Arend roept hard over het plein: ‘Ha ha, voetballen kan hij ook al niet…!’

Freek draait zich om. Hij is er klaar mee. Arend mag die nare dingen niet tegen hem zeggen. Hij loopt op Arend af. Arend kijkt hem uitdagend aan. Hij fluistert ‘sukkel’. Voordat Freek het doorheeft stompt hij hem in zijn buik. Hij schrikt er zelf van.

Arend begint hard te huilen. Kinderen ontfermen zich om hem. Freek staat te kijken en draait zich om. Hij loopt naar het speeltuintje en gaat onder het klimrek zitten. Een gewaarschuwde lerares komt naar hem toe en stuurt hem boos naar binnen. ‘Hoe haal je het in je hoofd!’ Freek haalt zijn schouders op. ‘Zo doen we dat hier niet. Dat is al de zoveelste keer, gedraag je toch eens!’

Freek slentert naar binnen. Hij ploft neer op een stoel in de gang. Zijn jas hangt losjes om hem heen.  De directeur is gewaarschuwd. Hij zal zo wel komen. Dan moet Freek vertellen waarom hij Arend heeft gestompt. Maar hoe kan hij het de directeur uitleggen? Hij weet het zelf niet eens.

Achtergrond

Martine begeleidde Freek (gefingeerde naam) op zijn basisschool. Freek voelde zich vaak niet begrepen. Hij wilde niet boos worden, voor zijn gevoel overkwam het hem, (hoe kan het ook anders, als je niet aan kan geven wat er gebeurt?). Hij voelde zich vaak  schuldig over zijn eigen gedrag. Hij was helaas niet in staat om aan de juf aan te geven dat hij steeds weer opnieuw uitgedaagd werd door zijn buurman.

Na nader onderzoek en observaties bleek dat hij op meerdere gebieden overvraagd werd. Toen dat eenmaal duidelijk was, konden de leerkrachten zijn gedrag beter begrijpen en konden ze preventief handelen (ingrijpen). Op het gebied van het leren werden verwachtingen bijgesteld. Om meer zicht te krijgen op het sociale vlak werd er meer naar Freek geluisterd zodat duidelijker werd waar hij moeite mee had.

Daarna keerde de rust langzamerhand terug. Freek zat beter in zijn vel en maakte weer stappen op het gebied van leren. Hij was minder bang voor zichzelf. Wederzijdse betrokkenheid leidde tot een veiliger klimaat.

Drs. Martine Huurman is leerkracht geweest, locatiedirecteur, intern begeleider en behandelcoördinator in het speciaal onderwijs voor kinderen met (ernstige) gedragsproblemen. Ze werkt nu vanuit haar eigen organisatie Streep.