inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Ronald Heidanus


Ronald Heidanus
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Ninke bepaalt zelf het tempo. Niet haar ouders, geen gestandaardiseerde toets en niet ik’ hetkind.org/?p=55348

Ongeveer 2 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
‘Passend onderwijs? Niet weten wat je te wachten staat. Maar leerling, ouders en school gaan hand-in-hand…’

22 juni 2014

Ronald Heidanus

‘Uit alles blijkt dat scholen niet weten wat ze te wachten staat.’ Zo kopte dagblad Trouw over de invoering van Passend Onderwijs. Wat is alles? En wat staat die scholen dan te wachten, vraagt Ronald Heidanus zich af. Wat hem als leraar in het speciaal onderwijs nog het meest intrigeert in de kop van het artikel, is het ‘niet weten’. Hoe kan dat – voor ouders, leraren en leerlingen – worden omgezet in ‘samen weten’? Zijn blog: ‘Samen-weten als statement. Hand-in-hand op weg.’

media_l_1426520Uit alles blijkt dat scholen niet weten wat ze te wachten staat.’ Zo kopte dagblad Trouw  over de invoering van Passend Onderwijs. Bijna direct, in de inleiding, lijkt het antwoord te staan: ‘Leraren zeggen niet de middelen te hebben om deze zorgleerlingen te helpen. Ook vrezen ze dat de hulp aan hen ten koste gaat van andere leerlingen.’  Hoe kunnen we daar verandering in aanbrengen en wat is daarvoor nodig? Op naar ‘samen weten’!

Wat me raakt in dit artikel is de toon en het taalgebruik. In mijn visie op mens en onderwijs worstel ik met woorden als ‘doelgroep’, ‘zorgleerlingen’ en de namen van diagnoses. Deze lijken mij enkel richtinggevend. Ze kunnen de weg vrij maken om het individu beter te kunnen begrijpen, om gerichter vragen te stellen en om te weten komen wat er speelt en wat nodig is.

Zelf vind ik een aanzet op antwoorden op het ‘niet weten’ in het ‘willen weten’! Voor mij is de triangulatie kind-leraar-ouder daarin onlosmakelijk verbonden met mijn handelen in de dagelijkse praktijk. Leren ván en mét elkaar. En als we binnen het onderwijs deze verbondenheid willen voelen, lijkt het loslaten van een te enge focus op zorgleerlingen en diagnoses van belang. Die kan het zicht belemmeren, de blik vernauwen en daarmee ligt uitsluiten weer op de loer.

Gesproken wordt in het stuk over onderwerpen als pesten, stigmatiserende beeldvorming, onvolledige informatie over en een maximum aantal procent zorgleerlingen. Natuurlijk, je kunt het daarbij hebben over ‘niet weten’. Beter is te erkennen dat dit uitdagingen zijn waarvoor we als onderwijs staan, waarvoor we oplossingen en mogelijkheden zien. Natuurlijk hebben we daar middelen voor nodig en de eerste lijkt mij: TIJD. Tijd en ruimte om met elkaar – leerlingen, leraren, ouders, directies – in verbondenheid, ten behoeve van een onderwijs dat past aan de slag te gaan richting ‘samen weten’.

Trouw
Trouw schrijft vervolgens over een gezin dat achterdochtig is geworden. Een moeder vertelt over haar zoon die inmiddels drie basisscholen heeft gehad. Haar kind wil geaccepteerd worden en dat gaat moeilijk; het is pijnlijk voor alle betrokkenen. Ik denk dan wel aan de verantwoordelijkheid van een school om een leerling binnenboord te houden…Wat maakt dat het niet lukte? Was hier sprake van ‘niet weten’? Daardoor ontstaat achterdocht, die voedt vooroordelen en daarmee is de dialoog tussen ouders en school ten dode opgeschreven. ‘Samen weten’ oftewel: vanuit verbondenheid en met kennis van zaken handelen, kan de vierde kans voor deze jongen doen slagen.

Gelukkig zijn er ook positieve verhalen: van scholen met good practices, van rapporten en organisaties die het kind als uitgangspunt nemen. En bewegingen in gang zetten om leerlingen en hun ouders goed te informeren en te ondersteunen in de keuzes die gemaakt gaan worden.

In mijn dagelijkse onderwijspraktijk voel ik echter dat mijn zevenmijlslaarzen niet groot genoeg zijn voor de stappen die voor de invoering van passend onderwijs gemaakt worden. Grote angst hangt volgens mij als een sluier om deze wet: een fixatie op toetsen, een fixatie op de Onderwijsinspectie, een mogelijke afrekencultuur, de nieuwe verdeling van de gelden, de bedreigde autonome positie van de leraar.
Voor gedragen onderwijs, welke naam je er ook aan geeft, is een leerrijke omgeving nodig waarin ieder kind, iedere leraar en elke ouder zichzelf kan en mag zijn; waar ieder zich gehoord en gezien voelt. Waarbinnen ieders leerproces centraal staat.

De tweede moeder die in het Trouw-artikel wordt opgevoerd vat een voorbeeld daarvan uit de praktijk mooi samen in het volgende citaat: ‘Ter plaatse valt mijn zoon als een blok voor het technieklokaal en de natuurkundedocent die zijn eigen lesmethode ontwikkelde’. Is het een ‘samen weten’ dat die leraar dus het verschil maakt? Hoe belangrijk is het daarvoor dat leerlingen – en ouders – die leraren vinden. Als een talent op zoek naar zijn master.

Binnen het ‘samen weten’ zijn de drijfveren van de leraar van belang! Het onderzoek kan van start gaan: Wat is de mens- en onderwijsvisie van degene die voor de klas staat? Wat maakt dat voor het onderwijs is gekozen? Wat zijn diens idealen? Welk voorbeeld wil hij/ zij zijn? Van daaruit samen leren: leerling van leraar én leraar van leerling. Een authentieke leraar die de authenticiteit van het kind doorziet. Het vaststaande los durven laten om het ‘niet weten’ en ‘het weten’ in twijfel te trekken ten diensten van de ontwikkeling van het kind. Waar zowel groei als bloei mag zijn. Opnieuw een goed voorbeeld van ‘samen weten’…

Om die leerrijke omgeving te scheppen, zou ik graag in gesprek willen gaan met leerlingen, leraren en ouders. Over: hoe geven we persoonlijke aandacht vorm? Wanneer is er ruimte voor groei? Hoe legitimeer je op basis van (zelf)kennis een duurzame samenwerking met het kind? Welke rol hebben de leraar, de ouders en eventueel externe partners hierin? Mag het kind, de leerling, hierin leidend zijn? Wellicht weet het kind reeds lang een hoop antwoorden te geven. Over ‘samen weten’ gesproken…

UnknownOok gesprekken met schooldirecties kunnen door dit soort gesprekken (nog) leerrijker omgevingen scheppen. Ze zijn er al: scholen waar kinderen zich welkom voelen. Door bijvoorbeeld zeer frequent open- en meeloopdagen te organiseren. Waar ouders, leraren en kinderen hand-in-hand op weg gaan. Waar leraren ouders de ruimte bieden om los van (voor-)oordelen vragen te stellen. Vragen over het anders organiseren van bijvoorbeeld grote klassen, van de pedagogische uitgangspunten en bovenal hoe iedereen daarin een rol kan spelen. Ook dat ‘samen weten’ zal het ‘niet weten’ doen verstommen.

‘Samenkracht’ als statement! En deze vorm van ‘weten’ voedt mijn drive en passie voor het onderwijs. Samen op weg naar mooi, open en gedragen onderwijs. De toekomst is nu, dus laten we beginnen met afbreken door te bouwen!

Goed als Trouw daarover een vervolgstuk schrijft…

Ronald Heidanus is leraar in het speciaal onderwijs, op het Brederocollege in Breda, onderdeel van stichting Het Driespan/Koraalgroep. Hij schrijft regematig over zijn onderwijspraktijk op een eigen blog.