inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Annemiek Verbeek


Annemiek Verbeek
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Gamification, spel en Harry Potter: ‘Leuk is het zeker, maar (nog) niet het grote succes waar ik op had gehoopt’ hetkind.org/?p=56186

Ongeveer 16 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Cito debat: ‘De toets beschermt tegen willekeur, maar is ook symbool van vroege en selectieve rigiditeit’

8 juli 2014

Annemiek Verbeek

‘De cito eindtoets in groep 8 is een ophaalbrug geworden. Terwijl kinderen die net aan de goede kant van die brug terechtkomen een grote kans lopen om dat traject ook af te maken, halen kinderen die net aan de andere kant terechtkomen die achterstand meestal niet meer in.’ Cito-toetsen zijn tegenwoordig symbool van een failliet schoolsysteem waar kinderen het slachtoffer worden van vroege en rigide selectiviteit. Toch komen sommigen ook voor het testen op. Voor de onderwijsspecial van De Groene Amsterdammer, probeerde Annemiek Verbeek inzicht te krijgen in de argumenten van voor- en tegenstanders. ‘Hoe jonger het kind, hoe grilliger zijn ontwikkeling en hoe minder de uitkomst van een toets iets zegt over zijn daadwerkelijke niveau.’

imagesAls het aan zijn basisschooljuf had gelegen, had de Marokkaans-Nederlandse schrijver Mano Bouzamour het Hervormd Lyceum in Amsterdam-Zuid nooit van binnen gezien. Zij gaf hem een vmbo-advies, de Cito-toets was zijn redding. De fraaie score die hij op de eindtoets haalde, was het toegangskaartje voor een andere toekomst op havo/vwo. Het voorval – geromantiseerd beschreven in zijn debuutroman De belofte van Pisa – illustreert volgens voorstanders de belangrijkste voordelen van een objectieve toets in het basisonderwijs.

De toets beschermt tegen de willekeur van leerkrachten en biedt dezelfde leerkrachten handvatten voor gerichte begeleiding van leerlingen. De tegenstanders brengen echter ook stevige argumenten in: de Cito-toets is symbool van een failliet schoolsysteem waar kinderen het slachtoffer worden van een te vroege en te rigide selectiviteit. De nadruk op toetsen vernauwt het curriculum, leidt af van zaken die werkelijk belangrijk zijn en stimuleert kinderen niet om lol te hebben in het leren. Wie heeft er gelijk? Of zijn er verschillende waarheden? Het onderwijsveld is tot op het bot verdeeld over die vermaledijde Cito-toetsen.

Volgens onderwijssocioloog en hoogleraar onderwijsonderzoek aan de Universiteit van Maastricht Jaap Dronkers staat het vast dat de maatschappelijke achtergrond van de leerling nog altijd zwaar weegt in het advies van de leerkracht. ‘Kinderen van hoger geschoolde ouders en uit twee-oudergezinnen krijgen hogere adviezen dan kinderen van lager geschoolde ouders en eenoudergezinnen, ook bij gelijke prestaties.’ Het afschaffen van een objectieve toets zal daarom de maatschappelijke ongelijkheid in het onderwijs vergroten, meent hij.

Uit cijfers van de Onderwijsinspectie blijkt dat tweederde van de 190.000 groep 8’ers een schooladvies van de leerkracht krijgt dat overeenkomt met het plaatsingsadvies van de Cito. Een kleine 24 procent ontvangt een hoger schooladvies en ruim tien procent een lager schooladvies van dan op grond van de Cito-uitslag verwacht mocht worden, vaak een ‘onterecht’ vmbo-advies. Het effect van deze onderschatting is groot, meent Dronkers. ‘Als die tien procent wél op de juiste opleiding terechtkomt, zou dat de ongelijkheid tussen groepen meer verkleinen dan welke andere beleidsmaatregel dan ook.’

Zonder Cito-toets wordt de invloed van autochtone, hoogopgeleide ouders alleen maar groter, vindt de hoogleraar. ‘Deze ouders zitten er bovenop om het beste voor hun kinderen te regelen. Als er geen toets meer is, zullen ze zich nog meer richten op de leerkrachten die een advies over het vervolgonderwijs moeten geven.’ Wel gebruiken veel middelbare scholen de individuele scores op een onjuiste manier, constateert Dronkers: ‘Eén punt verschil, die ruim binnen de foutenmarge valt, beslist over toelating. Dat is het echte misbruik van een toets, en dat dient bestreden te worden. Maar we moeten niet dezelfde fout maken als Amsterdam in de jaren tachtig. Toen deed de stad een externe toets in de ban en het gevolg was dat leerlingen in Amsterdam elk jaar een hoger advies kregen.’

‘Waar is de tijd en ruimte om het kind te stimuleren in zijn ontwikkeling tot kritisch burger?’ verzuchtte Monique Leygraaf, lector diversiteit en kritisch burgerschap aan de Hogeschool iPabo, in haar afscheidsrede. Ze hekelde de ‘terreur van de toetsen’. ‘Het gevaar bestaat dat kinderen zo eenzijdig begeleid worden in hun ontwikkeling. En geen enkele toets zegt alles over de ontwikkeling van een kind.’

Als een kind vanaf groep 2 van de basisschool alle Cito-toetsen krijgt voorgeschoteld, heeft het op het einde van groep 8 maar liefst 72 van dit soort testen gemaakt. De kleutertoets is in sommige gemeenten, waaronder Amsterdam, verplicht, al wil de Tweede Kamer daar zo snel mogelijk vanaf en verzekert staatssecretaris Sander Dekker dat van een verplicht karakter geen sprake kan zijn.

Ondertussen is het kleuteronderwijs op verreweg de meeste basisscholen in meer of mindere mate afgestemd op het leren voor de Cito-toets. Door die groeiende nadruk op cognitieve vaardigheden als rekenen, lezen en schrijven krijgen kleuters steeds minder tijd om te doen wat volgens veel deskundigen in deze levensfase veel belangrijker is: vrij spelen. Dat vrije spel is wezenlijk anders dan ‘begeleid spel’, waarbij de leerkracht bepaalt wat er gebeurt, hoe lang het spel duurt en wat de uitkomst zou moeten zijn. Volgens psycholoog Louise Berkhout, die op het belang van vrij spel promoveerde aan de Universiteit Groningen, zouden kleuters elke dag een paar uur de kans moeten krijgen vrij te spelen. ‘Er zijn sterke aanwijzingen dat er een verband is tussen de psychosociale gezondheid van kinderen en de mate waarin ze vrij kunnen spelen. Spelen is verfrissend: kinderen  laden zichzelf op, verwerken hun ervaringen ermee, kunnen hun emoties erin kwijt.’

Lees verder.

Annemiek Verbeek (1977) is politicoloog en journalist en schrijft en blogt in die hoedanigheid voor o.a. Het Parool, De Groene Amsterdammer,  J/M voor ouders en Ouders Onderling over onderwijs en opvoeding.