inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Ype Akkerman


Ype Akkerman
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Lex wil niet leren. Dat zegt school. En hij is niet testbaar’ hetkind.org/?p=54795

Ongeveer 9 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Leren voor het leven: ‘Kijk naar buiten, schoolmeester!’

2 augustus 2014

Ype Akkerman

‘Schoolmeesters zijn zelf aan zet als het gaat om de aanpak van gedemotiveerde leerlingen in het onderwijs. Zij maken daarin zelf het verschil, ‘ stelt Ype Akkerman, mede-initiatiefnemer van Meesterlijk010 dat zich richt op netwerkvorming tussen iedereen die in Rotterdam een pedagogische opdracht heeft. Hij stelt voor dat leraren zich daarbij wat vaker verstaan met al die pedagogische helden die zich elders – in de kunsten, de sport, de wereld van de arbeid, de wijkpolitie en noem maar op – voor de jeugd inzetten. En schreef een blog: ‘Schoolmeesters, doe de ophaalbrug naar beneden en treedt uit je verstofte kasteeltje.’

meesterlijk‘Niet voor de school, maar voor het leven leren wij,’ sprak Seneca, een Romeins schrijver en stoïcijns filosoof. Waarschijnlijk heeft Seneca met deze uitspraak iets anders bedoeld, namelijk: de jeugd doet niet zijn best voor de toekomst, maar omdat de leraar dat van hem vraagt. Deze interpretatie is ook interessant, zeker na de constatering van de Inspectie van het Onderwijs dat het met de motivatie van de Nederlandse leerlingen maar matig gesteld is [1]. Op basis van internationale vergelijking en op basis van eigen waarneming stelt de Onderwijsinspectie vast dat zowel de intrinsieke motivatie van leerlingen als hun instrumentele motivatie (‘dat je het doet voor later’)  te wensen overlaat.

De Onderwijsinspectie onthoudt zich van aanbevelingen. Dat is prettig, want zo ontstaat ruimte voor publiek debat en voor nader onderzoek. Kort na het verschijnen van het Onderwijsverslag was ook even sprake van discussie over dit thema maar die lijkt goeddeels verstomd. Dat is jammer, want het betreft hier een vraagstuk waar we niet te snel over heen moeten stappen. Jongeren brengen een flink deel van hun leven op school door, en dan is het geen goede zaak als dat met hangen en wurgen gepaard gaat.

Kinderen en jongeren wordt niet gevraagd of ze naar school willen. Zo zit ons systeem met een leerplicht nu eenmaal in elkaar. Je kunt onder die condities redelijkerwijs niet verwachten dat jongeren een sterke intrinsieke motivatie aan de dag leggen. Die komt wel voor, maar beperkt zich doorgaans tot leerlingen die qua karakter en interesses passen in het aanbod en de werkwijze van de school. Het komt ook voor dat die intrinsieke motivatie zich beperkt tot één of enkele vakken. Dat is inherent aan de manier waarop het onderwijs is ingericht.

Dat de Onderwijsinspectie daarnaast ook een gebrek aan instrumentele motivatie constateert, vind ik onzin. Kinderen zijn toch kinderen? Je kunt toch redelijkerwijs van jongeren niet verwachten dat ze zich al te sterk met hun toekomst bezighouden? De rolverdeling is: de jeugd leeft in het nu, volwassenen hebben tot taak hen de toekomst voor te houden. Dat levert bovendien creatieve spanning op.

slapers

Pedagogische opdracht

Leraren hebben onder die omstandigheden de taak kinderen tot leren te bewegen. Dat betekent enerzijds ‘aansluiten bij de belevingswereld’, anderzijds moet een leraar ook in staat zijn jongeren in de kraag te grijpen en hen een blik over de schutting van hun eigen beperkte wereldje te gunnen. Dat is een kunst die hoge eisen stelt.

Een leraar moet heel wat in huis hebben aan persoonlijke, pedagogische en didactische kwaliteiten en vaardigheden. Het is met recht een vak en het verdient navenante maatschappelijke waardering. En als dit door beleid van bovenaf onder druk komt te staan, dan moet je opkomen voor je vak, voor je professionele integriteit.

In Nederland vinden we het echter al gauw best, alle mooie verhalen in de Lerarenagenda ten spijt. Te veel leraren menen in alle ernst dat ze er alleen zijn voor het onderwijs en niet voor de opvoeding. Die hebben het niet begrepen en dienen grondig te worden heropgevoed. In het belang van de jeugd.

De prikjes van Herman Koch

Nu liet Herman Koch zich in Trouw nogal laatdunkend uit over de leraar [2]. Bij columnist Gerwin van der Werf riep dat ergernis op en een pleidooi voor het goede werk dat zijn collega’s dagelijks verrichten [3]. Terecht, want er is geen reden zich generaliserend over de kwaliteit van leraren uit te laten. Tegelijkertijd lijkt me Koch’s hartenkreet “waarom vervélen die kinderen zich zo?” actueel en ook in lijn met de constateringen van de Onderwijsinspectie. En als hij stelt dat hij de beste ervaringen heeft met leraren die het minst geschikt zijn voor dat beroep, is dat dan niet een interessante prikkel voor het debat over het leraar zijn? Ons onderwijssysteem nodigt immers niet bepaald uit tot non-conformisme.

Kijk naar buiten, schoolmeester!

De Onderwijsinspectie beperkt zijn waarnemingen tot het onderwijs. Jongeren zitten echter niet alleen op school, maar besteden hun tijd ook in andere leefdomeinen zoals de sport, jeugdwerk, cultuur of werk. Ze doen daar ook belangrijke leerervaringen op. De school is niet meer de exclusieve leeromgeving, constateerde de Onderwijsraad al in 2003 met een vooruitziende blik, maar het deelt die positie met andere voorzieningen en activiteiten in de leefwereld van jongeren.

jointZo’n beetje iedereen ziet toch dat de ontwikkeling van de jeugd in de praktijk steeds meer een ‘joint effort’ vergt van mensen en partijen uit allerlei leefdomeinen en disciplines? Zoals de familie, kinderopvang, speeltuinwezen, sport, cultuur, arbeid, club- en buurthuiswerk, jeugdzorg en de digitale wereld. Heel wat jongeren zijn actief in de sport, spelen in een bandje of doen andere culturele activiteiten. Ze hebben bijbaantjes in de supermarkt of een krantenwijk, doen maatschappelijke stage of een beroepsgerichte stage zoals in het vmbo en het mbo. Allemaal activiteiten die een belangrijke bijdrage leveren aan hun vorming en ontwikkeling op het gebied van karaktervorming, sociale vaardigheden, discipline, zelfvertrouwen, motoriek, creativiteit en professionele vaardigheden, dimensies die we ook terugvinden in het repertoire van de 21st Century Skills.

Want loont het niet de moeite die verschillende domeinen en disciplines zo te verbinden dat in feite de hele leefomgeving van kinderen en jongeren als leeromgeving wordt gezien en ingezet? Zodat dat de jeugd omringd wordt door een royale kring van goede mensen van allerlei slag en soort, die hen verwelkomen om wie ze zijn en hen uitdagen op wat ze kunnen. Dit inzicht is in het schoolmeesterdom maar matig doorgedrongen, behept als men is met de bedrijfsblindheid die deze beroepsgroep kennelijk eigen is. Die blinde vlek leidt licht tot arrogantie en vooral tot werkdruk, heel veel werkdruk.

Schoolmeester, ben jij niet bij uitstek degene die de jeugd een venster op de wereld biedt? Kijk er dan zelf ook eens wat vaker door naar buiten, en verwonder je over de inzet van al die andere kanjers die zich voor de jeugd inzetten. en verbind je met hen, want vele handen maken licht werk. Vergeet daarbij de babyzorg niet.

 

Niet altijd leuk, toch gemotiveerd

Hoe zit het in die andere domeinen en disciplines eigenlijk met de motivatie van de jeugd? Die is daar in het algemeen groter dan in het onderwijs. Dat ligt lang niet altijd aan het feit dat de activiteiten daar ‘leuk’ zijn. Immers, sporten betekent vaak ook afzien en vergt discipline. Voor een krantenwijk moet je vroeg je bed uit. Bandjes worden door ruzies heen hecht. Stages kunnen confronterend zijn en harde lessen opleveren.

De aantrekkingskracht van deze activiteiten zit veel meer in de uitdaging, het beroep dat gedaan wordt op je doorzettingsvermogen, een wenkend perspectief, een groeiend zelfvertrouwen, dat je serieus genomen wordt en het besef dat je ertoe doet. Het gaat hier om zingeving en intrinsieke waarde. Net als in het onderwijs zijn ook hier de mensen cruciaal. Ook hier gaat het om de persoonlijkheid, de pedagogische bekwaamheid en het vakmanschap van de mensen die zich vanuit die verschillende leefdomeinen en disciplines voor de jeugd inzetten, zowel beroepsmatig als vrijwillig. Ze zijn daarom ook de natuurlijke bondgenoten van de het onderwijs.

Ik raad schoolmeesters dan ook aan zich eens te verdiepen in het pedagogisch handelen van sportcoaches, kunstenaars, leermeesters in bedrijven, jongerenwerkers, wijkagenten, werkers in de zorg en de kinderopvang en de vele anderen die zich buiten het onderwijs inzetten voor de jeugd. Je kunt veel van hen opsteken, want er zit bij hen vaak het pedagogisch talent wat ik bij veel van de huidige schoolmeesters mis. En ze kunnen je werk verlichten als je je aan hen verbindt.

You can it!

Het is niet anders, schoolmeesters zijn zelf aan zet als het gaat om de aanpak van gedemotiveerde leerlingen in het onderwijs. Zij maken daarin zelf het verschil, niet de naast, hoger gelegen laag of nog verder naar boven in de hiërarchie van het smalle en hoge onderwijsgebouw. Daar moeten ze zelf, individueel en als beroepsgroep mee aan de slag. Laat de schoolmeester zich daarbij ook wat vaker verstaan met al die pedagogische helden die zich elders, in de kunsten, de sport, de wereld van de arbeid, de wijkpolitie en noem maar op voor de jeugd inzetten. Doe de ophaalbrug naar beneden en treedt uit je verstofte kasteeltje. Het zal de kwaliteit en het plezier van je beroepsuitoefening alleen ten goede komen, met alle profijt voor de ontwikkeling van de jeugd.

Immers, niet voor de school, maar voor het leven leren zij.

Ype Akkerman is eigenaar van het bureau Pedagogisch Engagement, en mede-initiatiefnemer van Meesterlijk010, dat gericht op netwerkvorming tussen iedereen die in Rotterdam een pedagogische opdracht heeft.