inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Paul Verhaeghe


Paul Verhaeghe
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Hoe kan er ooit verbinding ontstaan als ik me al door één zin uit het veld laat slaan?’ hetkind.org/?p=54668

Ongeveer 4 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Vertrekpunt voor 10 september: ‘Waardenvrij onderwijs bestaat niet. Kies dus zorgvuldig wat je wilt overbrengen’

19 augustus 2014

Paul Verhaeghe

Op woensdag 10 september  start een nieuwe serie Onderwijsavonden in Driebergen. Luc Stevens duidt op die eerste avond de voorbije jaren, waarin vooraanstaande sprekers inspirerende bijdragen leverden ten dienste van onderwijsontwikkeling, Wat is de rode lijn, wat zijn  de vertrekpunten van waaruit we de dagelijkse praktijk tegemoet  treden? In de zomerweken publiceren we oude verslagen en video’s. Als opwarmertje, als aanmoediging en als uitnodiging. Vandaag Paul Verhaeghe: ‘Waardenvrij onderwijs bestaat niet. Kies dus zorgvuldig wat je als leraar en school wilt overbrengen.’ 

Veel mensen zien hun identiteit als een vaste, innerlijke kern. ‘Wie die wil ontginnen, kan te rade gaan bij een psycholoog. Of een waarzegger – het verschil is niet altijd even duidelijk’, grapt de Vlaamse auteur Paul Verhaeghe op de eerste Onderwijsavond van hetkind in Driebergen, op 12 september 2013. Geert Bors luisterde, schreef mee en vatte samen. ‘In de spiegel van je ouders, je vrienden, je school, je land verwerf je een identiteit. Waardenvrij onderwijs bestaat dus niet.’

twitterverhaegheVoor hoogleraar psychologie Paul Verhaeghe is je ‘ik’ iets anders dan een vaste, innerlijke kern: in de spiegel van je ouders, je vrienden, je school, je land verwerf je een identiteit. Wat betekent het dan voor wie we zijn, dat onze tijd doordesemd is van een neoliberaal denken in winners en losers: ‘Niemand schrikt van zinnen als “Die twee hebben niet genoeg in hun relatie geïnvesteerd”. Of “Kennis is menselijk kapitaal?” We kunnen beginnen met op onze taal te letten!’

Het openingssalvo: ‘Rond 1900 verklaarde de Zweedse schrijfster Ellen Key dat “de eeuw van het kind” zou aanbreken,’ begint de Vlaamse hoogleraar psychologie Paul Verhaeghe: ‘Nu zou je kunnen zeggen dat we de eeuw van het gestoorde of gevaarlijke kind zijn ingegaan. We hebben het namelijk vooral over kinderen in termen van obesitas, leerstoornissen, gedragsproblemen.

‘Het is de algemene tendens in Vlaanderen, onder leraren maar ook bij psychologen,’ legt hij uit, ‘om dergelijke vermeende stoornissen te zien als aandoeningen, die neurobiologisch vastliggen en dus ook als ziektes te behandelen zijn: met medicijnen. Mijn stelling is: deze zogenaamde ziektes zijn het gevolg van onze hedendaagse identiteit, een identiteit die wij zelf gemaakt hebben. En de bijbehorende behandelingen zijn eigenlijk verborgen disciplineringen, die kinderen in een nauw keurslijf van “het normale” dwingen.’

Wat wij zijn gaan zien als normaal en hoe de grote maatschappelijke teneur onze persoonlijke identiteit in sterke mate bepaalt, daarover zal Verhaeghe het deze avond in Driebergen hebben. Dat zijn boek Identiteit (2012) in Nederland en Vlaanderen behoorlijk wat weerklank heeft gevonden, ligt aan zijn visie op onze hedendaagse identiteit en wat hij er verkeerd aan vindt – een analyse die ook politieke implicaties zou moeten hebben.

Maar om daarbij uit te komen, heeft hij een aanloop nodig: eerst en vooral moet duidelijk worden wat hij bedoelt met identiteit. Wat is het? Hoe ontstaat je identiteit? En hoeveel van je identiteit wordt door je omgeving bepaald?

Dit is Paul Verhaeghe’s betoog in twee bedrijven en twaalf scènes.

Deel I

Onze intuïtieve opvattingen over wie we denken te zijn, kloppen niet

De meest existentiële vragen die wij onszelf stellen, klinken ongeveer als volgt: wie ben ik en waarom ben ik zo? ‘De intuïtieve opvattingen die we daarover hebben, zijn fundamenteel verkeerd,’ stelt Verhaeghe. ‘Ten eerste denkt iedereen: “ik ben ik, dat is altijd zo geweest en dat zal ongeveer zo blijven.” En ten tweede menen we dat onze identiteit diep van binnen zit, in onze ‘kern. En dan gaan we te rade bij waarzeggers of psychologen – het verschil is niet altijd even duidelijk – om tot die kern te komen,’ grijnst hij. ‘Mijn visie is: identiteit is veranderbaar en identiteit zit niet in een verborgen kern, maar komt vooral van buiten.’

Adoptie toont aan hoezeer de omgeving je identiteit bepaalt

‘Veel wetenschappelijk onderzoek gaat over alle factoren hetzelfde houden en eentje variabel maken, zodat je kunt zien wat de impact van die ene variabele is. Adoptie is eigenlijk zo’n experiment in het werkelijke leven.’

Neem een baby uit India of Centraal Afrika en laat hem bij Nederlandse ouders opgroeien, zegt Verhaeghe: dan verwerft dat kind een Nederlandse identiteit. ‘Wanneer adoptiekinderen rond hun achttiende of negentiende op reis gaan naar hun geboorteland om daar hun roots te vinden, loopt dat meestal op een debacle uit. Ze zijn namelijk compleet veranderd en hebben niets meer van de identiteit van daar.’ In de Verenigde Staten, was datzelfde kind Amerikaan geworden. ‘En denk nog eens een stap verder: stel dat u als baby geadopteerd was in een Islamitisch gezin in Soedan. Denk je dat je identiteit dan hetzelfde zou zijn?’

Identificatie: mirrorring, maar dan zonder mother bladig

Goed, het belang van de omgeving dus. Maar hoe ontstaat je identiteit dan? In twee processen die diametraal tegen elkaar inwerken, zegt Verhaeghe: identificatie en separatie. ‘Het Engels noemt dat eerste mirroring, maar ‘identificatie’ is een mooiere term, omdat het de Latijnse stam ‘idem’ in zich draagt, wat ‘gelijk’ betekent. We worden iemand door te gaan gelijken op wat ons voorgehouden wordt.’

De tweede beweging, separatie, is daarvan de natuurlijke pendant, stelt de hoogleraar: ‘Om enig moment moet je weer afstand nemen van die spiegeling, zelf iets willen doordrukken, waardoor je ook eigenheid ontwikkelt.’

Dat spiegelen begint al onmiddellijk na de geboorte: als een baby in zijn wieg begint te huilen, interpreteert de moeder dat meteen als een persoonlijk appèl. Een natte luier? Honger? Te koud, te warm? Ziek? Ze gaat het kind verzorgen en begint daarbij te vertellen wat ze denkt dat de baby ervaart. ‘Dat gebeurt op een heel geprononceerde, bijna karikaturale manier – in taal, in mimiek. Deze marking, deze expliciete duiding van wat het kind voelt, is van groot belang voor de ontwikkeling van de baby. De baby neemt het over: hij leert zichzelf kennen doordat hem wordt verteld wat hij voelt.’

fotoDe blik waarmee een moeder naar haar kind kijkt, is zich al beginnen te vormen vóór de geboorte, stelt Verhaeghe: ‘Op een foetus van zeven maanden die veel schopt, kan een moeder verschillend reageren. Ze kan zeggen: “Ach, lekker actief, net zijn opa. Hij zal het ver brengen.’” Maar ze kan ook denken: “Als hij nu al zo actief is, wat voor vervelende ADHD’er zal het dan straks wel niet worden?”. Precies hetzelfde gedrag kan door een andere interpretatie, een andere spiegeling, dus de basis voor een heel andere identiteitsontwikkeling geven.’

‘Mijn voorbeeld bevat meteen een klassieke fout,’ haast Paul Verhaeghe zich te zeggen: ‘Ik wil niet doen aan mother blaming.’

Een moeder heeft haar spiegelingen ook weer van anderen, betoogt hij, waardoor je al snel in een ruimer verhaal terecht komt – de context van je familie, met zijn helden en zijn familiegeheimen, die ook een sturende werking op je heeft. En daarbuiten: je dorp, je provincie, je land.

Verhaeghe vertelt een fraai voorbeeld van hoe het dorp waarin hij opgroeide, niet minder een spiegel was voor zijn identiteitsontwikkeling: ‘Ik was een jaar of acht of negen, toen ik op mijn fiets rondreed en staande gehouden werd door een mevrouw. Ze zei: “Een echte Verhaeghe doet zoiets niet.” Ik leerde twee lessen: er bestond zoiets als een ‘echte Verhaeghe’ en wat ik daar net deed, diskwalificeerde me als zodanig.’

Op alle groepsniveaus tref je weer nieuwe spiegels, gaat Verhaeghe verder: ‘Als ik een Waal tegenkom, ben ik een Vlaming. Als ik een Nederlander tref, ben ik een Belg. Als ik naar de Verenigde Staten ga, ben ik een Europeaan. In Azië word ik opeens gezien als een Westerling.’ Hoe groter de groep, hoe groter het identiteitsverhaal dat je voorgehouden wordt, analyseert hij: ‘Dat is meteen een krachtig argument tegen racisme. Wie je bent als lid van een groep , heeft niets te maken met genen of ‘ras’, maar simpelweg met de omgeving waar je opgroeit.’

Separatie en de twee belangrijke woorden
die een peuter leert: ‘ik’ en ‘nee’

Als we spiegelingen zijn van elkaar, waarom lijken we dan toch niet precies op elkaar? Dat is door het tweede proces van identiteitsvorming, separatie. ‘Al snel ontstaat de behoefte iets unieks te ontwikkelen, waardoor we verschillen van de ander. Een peuter van twee maakt zich al snel twee heel belangrijke woorden eigen: ‘ik’ en ‘nee’. Het “eigen willetje” treedt naar voren. Dat wat vroeger in de psychologie de “trotsperiode” werd genoemd.’

De twee processen zijn vanaf het begin constant aanwezig, legt Verhaeghe uit. Ze verkeren in een relatief evenwicht, waarbij er soms meer nadruk op het ene en dan weer op het andere proces ligt. ‘Separatie biedt een mens keuzemogelijkheden. Het gaat erom te ontsnappen aan het determinisme van een al te extreme identificatie. Je leert kiezen, afstand nemen, te zoeken naar een eigen invulling met een eigen verantwoordelijkheid.’ Op de keper beschouwd, is separatie het weigeren van identificatie, meent hij: ‘Het is hoogst onbestaanbaar dat iemand iets heel nieuws uitvindt. Maar iedereen gaat op zoek naar andere invullingen, andere varianten.’

Identiteit is: hoe kijk je naar anderen en jezelf?
Wat zijn je waarden?

Identiteit is dus niet die diep van binnen gelegen, onveranderlijke kern. De inhoud van je identiteit, zegt Verhaeghe, bestaat uit twee gekoppelde zaken: je blik op verhoudingen tot de mensen om je heen, en je normen en waarden. ‘We vertrekken allemaal bij ons eigen lichaam, in die verzorgsituatie en de eerste spiegelingen. Het eerste wat we dan leren zijn genderverhoudingen. Daar wisten we nog niks van. We worden verteld dat we iemand zijn in relatie tot het andere geslacht, waartoe we ons vanaf dan moeten gaan verhouden.’

Lees verder

Geert Bors (1973) studeerde biologie en Engels, werkt als freelance journalist en redacteur, onder meer voor het NIVOZ. Hij deed onderwijservaring op in het VO en als juniordocent op University College London. Geert is vader van een 5-jarige zoon en een 3-jarige dochter.  

Onderwijsavonden in Driebergen
Aftrap al op 10 september –> Bestel!

Op woensdag 10 september – kort na de zomervakantie – start een nieuwe serie Onderwijsavonden in Driebergen. Luc Stevens duidt op die eerste avond de voorbije jaren, waarin vooraanstaande sprekers inspirerende bijdragen leverden ten dienste van onderwijsontwikkeling, Wat is de rode lijn, wat zijn  de vertrekpunten van waaruit we de dagelijkse praktijk tegemoet  treden?

De Onderwijsavonden worden gehouden in theater Maitland, op landgoed De Horst in Driebergen dat plaats biedt aan maximaal 300 mensen. We starten om 19.30 uur en vanaf 19.00 uur is er een inloop. Achter deze link leest u over de hele serie, ziet u  de exacte data en meer over de zeven sprekers. Een losse entreekaart kost 30 euro. Passepartout-kaarthouders betalen 175 euro en zijn verzekerd van een plaats op 15 januari (Peter Heerschop en Marcel van Herpen).

–> U kunt zich HIER aanmelden

—————

Conferentie Leider zijn op 24 september

Deze conferentie in theater Maitland in Driebergen richt zich op schoolleiders, rectoren en bestuurders uit alle onderwijssectoren. De bekende denkers en wetenschappers Dolf van den Berg en Gert Biesta zullen de conferentie op woensdag 24 september inleiden en hun concepten presenteren aan de deelnemers. Marcel van Herpen en Luc Stevens zullen het begrip Pedagogisch Leiderschap uitwerken. Verder zullen deelnemers uitgenodigd worden om te reflecteren op hun eigen leiderschap en zal de conferentie rijk zijn aan voorbeelden van (school)leiders waarmee de deelnemers zich persoonlijk kunnen verstaan. –> KLIK hier.

Datum: woensdag 24 september 2014 – 9.00 – 17.00 uur.
Locatie: Landgoed de Horst, De Horst 1, Driebergen
Kosten: € 145,- 
inclusief boek

Of ‘Leidinggevende, wie ben je’ van Dolf van den Berg, Luc Stevens en Roland Vandenberghe.
Of ‘Zichtbaar! Ambities van schoolbestuurders in persoonlijke verhalen’ door werkgroep Zichtbaar!

Aanmelding: info@nivoz.nl