inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Geert Bors


Geert Bors
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Vertrouwen in de medemens: ‘Het is veel eenvoudiger om onbevangen in de wereld te staan’ hetkind.org/?p=54850

Ongeveer 2 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Geerts kijk op lezing De Kruif: ‘Stop met nuilen en laten we kinderen beter maken’

29 augustus 2014

Geert Bors

Marcel van Herpen gaf toe dat hij weerstand en onzekerheid had gevoeld toen hij luitenant-generaal Mart de Kruif mocht gaan interviewen in het Denk Groter Debat, in mei 2012. Maar dat viel weg toen het gesprek begon: het onderwijs kan veel leren van de krijgsmacht zoals die vandaag de dag georganiseerd is. ‘Het gaat om vertrouwen geven, verantwoordelijkheid nemen voor jouw aandeel en zorgen dat je zo goed voorbereid bent dat je vrijheid van handelen en denken krijgt’, vertelde De Kruif. Dat klonk als iets waar schoolleiders en leraren óók iedere dag mee bezig zijn. Geert Bors vat de NIVOZ-lezing 2012 van De Kruif op eigen wijze samen: ‘Stop met nuilen, laten we kinderen beter maken’.

Van een militair kun je verwachten dat hij voorbereid komt. We hebben immers allemaal genoeg oorlogsfilms gezien, waarbij een moment van onoplettendheid, het veronachtzamen van je taak of het niet paraat hebben van je materiaal jou en je maten ogenblikkelijk fataal kan worden. Pas wanneer je geen van de dingen die je in de hand kunt houden aan het toeval overlaat, krijg je de ruimte voor improvisatie, voor het denken voorbij de regels, voor een natuurlijke aanpassing aan je omgeving. Kortom, een vrijheid van denken en handelen.

Dat wist niet alleen het deel van de toehoorders –  op donderdagmiddag 22 november in Driebergen – die de hand opstak toen De Kruif vroeg wie er zelf nog in dienst gezeten had. Het is ook een ervaringswijsheid die iedere goede leraar en schoolleider uit zijn praktijk kent: een leraar die niet hoeft te worstelen met de lesstof, omdat hij zijn voorwerk gedaan heeft en zijn leerdoelen voor de dag helder zijn, krijgt de gelegenheid zijn kinderen echt te zien. Hij kan ontspannen reageren op onverwachte situaties en zich laten meevoeren in een spontaan ontstaan debat tussen leerlingen, als dat meer lijkt te gaan opleveren dan wanneer hij zich strikt aan de stof zou houden.

In die vrijheid van handelen en denken – vaak in een split-second – ontstaan de fenomenen die het NIVOZ beschrijft als Pedagogische Tact en Pedagogisch Leiderschap.

Luitenant-Generaal Mart de Kruif kwám voorbereid. Niet alleen had het NIVOZ een exemplaar van zijn lezing ruim van te voren ter inzage gekregen, maar De Kruif had zijn verhaal ook zodanig in zijn hoofd zitten dat hij voor zijn voordracht niet afhankelijk was van die geschreven versie. Het gevolg: een gloedvol verhaal dat minder aanvoelde als een perfecte ‘lezing’ dan als een indringende peptalk aan de troepen, met ruimte voor schijnbaar spontane invallen, voor het peilen van de stemming in de zaal en voor nuances en persoonlijke anekdotes die de papieren versie niet hadden gehaald.

‘Angst is de appel in ons paradijs. Hap er niet in’

Als de voordracht van De Kruif ergens verschilde van de papieren versie, zat het hem erin dat hij nog beeldender sprak dan hij schreef – kijk bijvoorbeeld maar eens naar de uitspraken die vormgever Albert Hennipman uit de lezing destilleerde. Meteen al in het begin liet de generaal zijn toehoorders instappen in een militair vliegtuig, dalend boven Nederland om in Eindhoven te landen.

Dit is de blik op Nederland van een militair die er net een missie in Afghanistan op heeft zitten: ‘Alles ziet er groen uit, het asfalt is heel, de straatlantaarn branden, de meeste koplampen doen het. Niemand hoeft twintig kilometer te lopen om bij een ziekenhuis te komen. Iedereen kan naar school, zelfs meisjes, zonder de angst te hoeven hebben gif in hun gezicht gegooid te krijgen. En dan hebben we het over een crisis? Welke crisis? Voor de mensen bij wie we net vandaan komen, is dit een paradijs.’

Na een paar maanden in Nederland raak je weer gewend aan onze klaagcultuur, maar zeker als je net terug bent, kijk je als een vreemde naar het gezeur in ons paradijs, stelde De Kruif. Hij schreef: ‘Een Paradijs maken is moeilijk, een Paradijs behouden is een uitdaging. Komt de dreiging niet van buiten, dan vallen we wel in ons eigen mes. Want de grootste bedreiging voor het Paradijs is angst.’

En in zijn gesproken voordracht bracht hij het nog wat prangender: ‘We hebben angst om dingen te verliezen, ons geluk prijs te geven. Het gaat over drie procent koopkrachtsverlies, het gaat om een angstcampagne die een week aanhoudt in een krant. Niet kennis, maar angst is de appel van het paradijs, waarin je juist niet moet happen. Je moet denken in hoe je vooruit kunt komen. Je moet willen reflecteren op jezelf en je samenleving. Angst verlamt. En een maatschappij die stopt om beter te worden, is een maatschappij die uiteindelijk helemaal stopt te functioneren.’

Een ‘Bijbels mooi’ land, waar dagelijks mensen sneuvelden

Beginnen in een vliegtuig boven Nederland en de vervreemding die een militair tijdelijk voelt, bleek voor De Kruif een goede entree om zijn publiek te bereiken. Over wat zo’n vliegtuig vol militairen nog aan beelden op het netvlies heeft, kon hij minder makkelijk spreken. ‘Militairen zijn rare mensen. Als je na het vwo door de poorten van de KMA loopt weet je dat, maar je weet nog niet waarom. Het is omdat wij aparte dingen doen. Wij vragen mensen om hun opdracht boven hun eigen veiligheid te stellen en het groepsbelang boven het persoonlijk belang.’

Een filmpje van zijn manschappen aan het werk in Afghanistan hielp iets van de sfeerover te brengen – nieuwsgierige kindergezichten, gesprekken met bebaarde boeren, het delen van een flesje water met een local, maar ook: een vermoeide militair geleund tegen een muurtje, wapens, patrouilles. ‘Afghanistan,’ zo leidde De Kruif de beelden in, ‘is een Bijbels mooi land. Mis ik het land? Nee, maar wel de mensen.’

Hoe groot de sense of urgency was blijkt als De Kruif cijfers noemt. ‘Gemiddeld hadden we zo’n vijftig incidenten per dag. In totaal sneuvelden in dat jaar 284 militairen onder mijn commando en raakten er meer dan 700 gewond. En dan tel ik de gesneuvelde en gewonde Afghaanse burgers, militairen en politieagenten niet mee, maar ik kan u zeggen dat het aantal slachtoffers onder deze groepen een veelvoud was van de ISAF-verliezen. Net als andere veteranen kan ik mijn ervaringen maar moeilijk met u delen. U hóórt immers mijn verhaal, maar ik gebruik veel meer zintuigen. Ik hoor het niet alleen, maar ik zie Afghanistan weer, kan de hitte proeven en het land ruiken.’

Onderwijs en krijgsmacht – we zijn allemaal dienders

Wat onderwijs met de krijgsmacht gemeen heeft, stelde De Kruif, ‘is dat wij allemaal dienders zijn. Wij dienen de maatschappij door mensen kennis bij te brengen, vaardigheden te leren en, bovenal, mensen te vormen.’ Dat bracht hem bij tien stellingen waarin hij zijn leiderschapslessen en zijn ervaring in het vormen van individuele jongeren tot trotse leden van een eenheid verbond met het onderwijsveld. Een aantal daarvan klonken zeer bekend, maar niet zoals ze belicht werden vanuit de krijgsmacht – exact de brede blik op de samenleving waar de NIVOZ-lezing om bekend staat.

Stelling 2, bijvoorbeeld, benadrukte het belang van het hebben van een duidelijke visie, om als instelling goed te kunnen werken. ‘Zonder visie en missie geen goed onderwijs’, stelde De Kruif. In de dagelijkse confrontatie met leven en dood, werd bevestigd hoe belangrijk die grotere visie is: ‘De visie van de krijgsmacht is een no brainer, want die staat in de grondwet. Het verdedigen van het NATO-grondgebied, het verdedigen van het nationale grondgebied, inclusief de Antillen, het ondersteunen van politie en justitie in de nationale veiligheid, en, ten vierde en uniek in de wereld: het bevorderen van rechtsorde en democratie in de wereld.’

Met andere woorden, stelde De Kruif: ‘Onze eerste missie is te vechten. Wij zijn de enige die kunnen vechten als het moet, om onze belangen te beschermen. Als je ons ergens heen stuurt waar het al veilig is, dan zijn wij niet de doelmatigste organisatie. Maar wel als het onveilig is. En wanneer het dan kan, zetten we dan onze helm af en bouwen aan recht en democratie.’

Zonder een vergezicht, een leidende visie, geen doelgericht dagelijks werk. ‘Hoe zit dat op uw school?’, vroeg hij de zaal.

In de woorden van Wijffels en Gunning

Een these die een rode draad vormt door alle NIVOZ-lezingen vond weerklank in De Kruifs derde stelling: ‘De maatschappij is dynamisch, het onderwijs moet dat dus ook zijn. Daarom is het belangrijker de goede dingen te doen, dan de dingen goed te doen.’ In een veranderende samenleving moet er ruimte zijn om mensen op te leiden om flexibel om te gaan met dat wat ze geleerd hebben. Het leger traint voor de vorige oorlog, zijn gevleugelde woorden, net als de woorden van Herman Wijffels en Tex Gunning: we kennen de toekomst niet, dus we moeten kinderen niet opleiden voor de wereld van gisteren. De Kruif: ‘In de Koude Oorlog heb ik nog dienstplichtigen onder me gehad. Er was geen echte oorlog, dus je wist niet of dat wat je deed in je opleiding ook het goede was. Je kon het niet echt testen. En dus waren er heel veel regeltjes, die je deden vermoeden dat je je werk goed deed. Als je goed kon schieten, je sporttesten goed doorstond en als de voertuigen in orde waren, was het goed.’

De Kruif vertelt hoe in die dagen munitie heilig was en ieder huls en ieder schot geteld werd. ‘Maar in Afghanistan had een militair zijn wapen dag en nacht doorgeladen bij zich. Op zo’n moment kunnen de regels van een oude situatie gaan wringen, want ze ijlen nog na. Doe ik het volgens de regels of doe ik de goede dingen? Ik roep niet op tot een revolutie, maar wel tot het betonen van moed. Tot het flexibel omgaan met de grenzen van wat kan en niet kan. Omdat een missie – van de krijgsmacht, van een school – altijd belangrijker is dan de regels. Regels zijn een middel, nooit het doel. ‘

Een organisatie van vertrouwen, net als scholen in Finland

Stelling 4 resoneerde sterk met wat NIVOZ en hetkind hebben laten zien in hun aandacht voor het voorbeeld van Finland: in het Finse onderwijssysteem is vertrouwen van boven naar beneden geïnstitutionaliseerd. Het ministerie heeft vertrouwen de scholen, de schoolleiding heeft vertrouwen in de professionaliteit van hun leraren, en leraren vertrouwen hun kinderen. Ook in het leger blijkt het van vitaal belang erop te vertrouwen dat je de verantwoordelijkheid en vrijheid kunt neer leggen op de plekken waar het hoort.

De Kruif stelde: ‘Een commandant zegt wat er moet gebeuren en waarom. Hij zegt echter niet hoe het moet gebeuren. Die vrijheid laat hij aan zijn ondercommandanten. De redenen hiervoor zijn simpel. Om te beginnen is de commandant ter plekke veel beter op de hoogte van de lokale situatie dan zijn baas op afstand. Hij kan het ruiken, voelen, kan mensen in de ogen kijken, hij heeft de beste situation awareness.’

Zo is ook de leraar in de klas degene die zijn kinderen het beste kent en het best weet wat goed voor ze is. Aan hem en niemand anders is het dagelijkse  ‘hoe’ van het onderwijs.

Volgens De Kruif heeft het distribueren van vrijheid en verantwoordelijkheid vele voordelen: ‘Wij militairen sneuvelen af en toe. Als er een leider uitvalt, kan een plaatsvervanger het meteen overnemen, want de intentie is voor iedereen duidelijk. Plus, op deze manier gebruik je de creativiteit van de hele groep.’

Soldaten die de kerst liever op de kazerne doorbrengen

In stelling 6 nam de generaal een voor NIVOZ evident punt onder de loep: ons werk als leraren gaat net zoveel over opleiden als opvoeden. Ook het leger is een opvoedingsinstituut. De Kruif nam ons daarvoor mee naar een kazerne in het Duitse Seedorf, waar hij eind 1999 een ronde maakte door de gebouwen om te zien of iedereen weg was. ‘Ik zag dat er nog veel soldaten binnen waren. Na enige onderzoek kwam ik er tot mijn schrik achter dat bijna tachtig soldaten met de feestdagen op de kazerne zouden zijn. De belangrijkste oorzaak hiervoor lag in het thuisfront. Velen hadden geen thuis of het gevoel dat ze geen thuis hadden. Geen ouders, gescheiden ouders, drankmisbruik of huiselijk geweld, allemaal redenen waarom het thuisfront geen warm nest was. En dus bleven ze binnen, in de beschermde omgeving van de krijgsmacht, waar kameraadschap een goed alternatief bood voor familie.’

‘Deze ervaring heeft mij geleerd dat onze kinderen kwetsbaar zijn. En wij allemaal spelen een rol om deze kwetsbaarheid op te heffen en het kind zich in volledige vrijheid en bescherming te kunnen laten ontplooien. De ouders zijn primair verantwoordelijk, zowel in mentaal als juridisch opzicht. Maar ook wij van de krijgsmacht en u spelen onze rol bij de opvoeding van kinderen. Wij moeten staan voor de waarden en normen die de hoeksteen vormen van onze samenleving en deze benoemen en uitdragen.’

‘Het onderwijs moet kinderen leren denken’

Hoewel er nog twee stellingen – over roeping en zelfreflectie – zouden volgen, lag er een opmerkelijk zwaartepunt in stelling 8. Niet alleen vormde het een samenballing van een aantal andere thema’s, maar opnieuw sloot De Kruif naadloos aan bij zijn illustere voorgangers Wijffels, Gunning en Hans Adriaansens: ‘Het onderwijs moet kinderen niet alleen leren te weten en te kunnen, maar ook leren te denken.’

We leven allang niet meer in overzichtelijke, verzuilde tijden, waarin je iedere vier jaar je stem uitbrengt op de partij waarop ook je vader en diens vader voor hem hebben gestemd, zei De Kruif. De media is bijvoorbeeld een belangrijke bron in de beïnvloeding van mensen geworden, en onze democratische samenleving vergt altijd onderhoud: ‘In de woorden van Churchill is democratie misschien niet ideaal, maar toch wel de minst slechte staatsvorm. Een democratie blijft altijd kwetsbaar, want de stem van het volk regeert. Oordeelsvorming is daarom belangrijk, maar verre van eenvoudig. Want onze mening wordt voortdurend, bewust en onbewust beïnvloed. Wij zijn ontzuild en daardoor, veel meer als voorheen, ‘zwevend’ in onze opinie. En deze combinatie van een tsunami aan informatie en gebrek aan vaste overtuiging is potentieel gevaarlijk voor een democratie, zeker als sterke persoonlijkheden met een overtuigend charisma de preekstoel beklimmen. Ik vind het daarom een borging van de democratie als wij onze kinderen ook leren te denken.’

Dat doet ook denken aan Martha Nussbaums pleidooi voor een brede opleiding voor onze kinderen, waarin ethiek, literatuur, democratische waarden en zelf leren denken tot het kerncurriculum zouden moeten behoren. Nussbaum schreef daarover een indringend pamflet, in een tijd waarin door neoliberalisme en bezuinigingen alleen nog maar de meetbare, bèta-achtige vakken tellen. De Kruif – geen revolutieprediker – liet zich op dit punt ook van zijn meest doortastende kant zien: ‘Als u instemt met deze verhaallijn, moet het onderwijs op de schop. Zowel het curriculum als de uitvoering hiervan, in inhoud en vorm, moet opnieuw worden ontworpen. Leerkrachten moeten anders worden geselecteerd en opgeleid, didactische werkvormen vernieuwd en scholen mogelijk volledig anders worden ingericht. Kennisfabrieken worden vormingsinstituties, leraren en leerlingen partners in ontwikkeling.’

Over boefjes en nuilers

Generaal De Kruif sloot af met een film, gemaakt door de soldaten zelf – Het Credo van de Krijger. ‘Mijn recept na een slechte nacht: kijk dit filmpje en je kunt er weer even tegen.’ Om daaraan meteen toe te voegen: ‘De helft van de mensen in dit filmpje zijn mensen met een sociale achtergrond die niet ideaal is. Je had ze potentiële ‘boefjes’ kunnen noemen. Maar als je in hun opleiding en opvoeding iets toevoegt dat ze trots geeft, zie je iets gebeuren. Ze worden betere mensen.’

Aan het eind hoorde het publiek weer die militair die net terugkomt van een missie en gaat landen op Eindhoven: ‘Nederland is een land van nuilers. Voor wie dat woord niet kent: het is de overtreffende trap van zeuren. Ik ben ervan overtuigd dat we – met ons onderwijs en onze krijgsmacht – alles in de hand hebben om een fantastische maatschappij te maken. Stop dus met nuilen en laten we kinderen beter maken.’

‘Alles wat we nodig hebben om beter te worden is een visie, een missie, vrijheid van handelen, verantwoordelijkheid nemen, moed, maar bovenal trots. Want trots is het hart van een organisatie. Zonder trots geen toekomst. En als u de trots heeft en die uitdraagt kunt u het beste onderwijs van de wereld krijgen. En dan ben ik nog trotser op u dan ik nu al ben. ‘

De uitgeschreven NIVOZ-lezing van luitenant-generaal De Kruif – uitgesproken op 22 november 2012 – vindt u HIER
De foto’s van de middag in Driebergen kunt u achter deze link bekijken.

Tekst: Geert Bors, redactie NIVOZ / hetkind