inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Rob van der Poel


robvanderpoel
Bekijk mijn profiel

Ronald Heidanus


Ronald Heidanus
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter
facebook
Een klas met 24 leerlingen in het VSO. Ronald en Florus willen niet anders…

4 september 2014

robvanderpoel

‘Meneer, bent u soms de vader van Tom?’ Een logische vraag, in deze eerste dagen van een nieuw schooljaar. Op het Brederocollege in Breda – voor voortgezet speciaal onderwijs – maken 24 leerlingen voorzichtig kennis met hun nieuwe leeromgeving, waarin snel duidelijk is dat ook ouders hun hoofd regelmatig om de hoek steken. Rob van der Poel nam een kijkje. Een reportage over een pilot in een school die zijn nek durft uit te steken. ‘Ik krijg hier weer zoveel energie van.’

florusronald‘De deur staat hier altijd voor iedereen open,’ had meester Ronald al op de eerste schooldag verteld. Dus kijkt op deze woensdagochtend – twee dagen verder – eigenlijk niemand meer op van een onbekend gezicht. Ronald komt me om 12.15 uur tegemoet, amper 24 uur na mijn spontane wens om eens mee te kijken. ‘Gaaf’, zo was zijn reactie via sms. Hij is met zijn collega Florus immers aan een avontuur begonnen, zeker in het speciaal onderwijs waar klassen hooguit uit 11 of 12 leerlingen bestaan. Op het Brederocollege zijn twee klassen samengevoegd, op verzoek van beide leraren die er in het voorjaar een ambitieus plan voor schreven en nu de ‘pilot’ zijn gestart.

Het plan is voor de stichting Driespan, waartoe de school behoort, revolutionair. De klasgrootte is bewust niet veel anders dan in het regulier onderwijs, omdat het in lijn ligt met de doelstelling die ze hebben. ‘In de twee jaar dat we met ze werken, willen we zoveel mogelijk leerlingen de overstap laten maken naar het regulier.’

Samen-kracht is de werktitel die ook de lading of de essentie dekt. Verantwoordelijkheid en afhankelijkheid kernbegrippen. ‘We gaan het met elkaar doen en hebben iedereen nodig.’ De ogen van beide leerkrachten glinsteren: ze geloven in hun aanpak, vertrouwen op elkaar en willen hun leerlingen (en hun dus ook hun ouders) zien. Afgesproken is dat er regelmatig verslag wordt gedaan van de vorderingen, aan zowel de CvB als aan het team van collega’s, die op hun beurt ook rooster-technische ruimte en voorwaarden hebben gecreëerd. ‘Iedereen is op de hoogte van onze insteek, die aansluit bij de onderliggende visie en behoeften van deze kinderen. In deze rolverdeling en aanpak is er immers veel meer ruimte voor persoonlijk contact, voor extra aandacht en coachgesprekjes, waar het in het onderwijs en met deze leerlingen vooral om gaat.’

Ronald Heidanus is – bij aankomst – niettemin even van de groep weggelopen en praat me in een paar steekwoorden bij. Ze zijn met een wijkspeurtocht bezig geweest. En nu loopt zijn nieuwe klas door het hoofdgebouw van de school, op een steenworp van de klaslokalen van de onderbouwleerlingen aan de Jacob Catssingel. Het is de derde dag, een kennismaking met de omgeving van de school, maar ook met de praktijkruimtes. ‘We bouwen het zorgvuldig uit. Maandag ging het over ‘jezelf, wie ben ik’ en hebben we ze allerlei keuzes voorgelegd. Ben je extravert of introvert, over emoties, verwachtingen en zo verder… De dag erna was het ‘de ander, wie is de ander’ en hebben we ook verjaardagskalenders gemaakt en gesport. Zo wordt hun nieuwe wereld elke dag steeds een stapje groter.’

Twee minuten later tref ik Florus Bertens – iets steviger en luider in zijn instructies – en de groep aan in het BNS-lokaal – biologie, natuurkunde en scheikunde -, waar ze vanaf volgende week ook les in krijgen. Twee meisjes, tweeëntwintig jongens kijken voornamelijk de kat uit de boom, de aandacht is verdeeld, de groep intact. Een leerling vraagt of hij even apart mag staan, weg van de drukte, de enge ruimte op de gang waar ze even voor een volgend, gesloten lokaal wachten. De leraar waardeert zijn pro-actieve, vragende houding en niet veel later sluit deze uit zichzelf weer aan. ‘Deze jongen had gisteren een slechte dag. Hij is een half jaar niet naar school geweest. En vertelde me gisteren dat hij hier ook niet lang ging blijven. Dat hij dit zo uit zichzelf doet, is geweldig.’

Er is begrip, geduld en acceptatie, maar ook een simpele, duidelijke allesbepalende regel: Zorg goed voor jezelf, zorg goed voor de ander, zorg goed voor je omgeving. In de korte reflectiegesprekjes – liefst snel na een brandje – bevragen Ronald en Florus hun leerlingen vooral op dit vertrekpunt. ‘Deze leerlingen verliezen zichzelf snel, hun aandacht schiet bij het minste of geringste weg en daarmee belanden ze in de penarie of in onderlinge ruzies.‘ Deze eerste weken wordt er vooral aan veiligheid en vertrouwen gewerkt. ‘Ze moeten ervaringen krijgen dat ze gezien zijn of worden, zoals ze zijn. En dat ze fouten mogen maken, dat ze zelf de keuze hebben, in elke situatie. Dat gaan we hier met elkaar leren.’

boomHet klaslokaal is vooralsnog nog akelig leeg. Vooraan – boven het smartbord – hangt slechts één poster. Het is ‘De Boom van de zeven gewoonten’, een iets verdiepende uitwerking van de grondhouding. Florus verwijst bij zijn slotwoorden naar gewoonte 6: ‘Creeër synergie’ ofwel ‘Samen is beter’. Hij kondigt de volgende dag aan, waarin het vooral over ‘ik en de toekomst’ zal gaan en ze hoeven – anders dan vandaag – geen gymspullen mee te nemen. Vervolgens krijgt elke leerling – net als ’s morgens – bij de deur een hand. ‘Daar kun je nog iets voor ze betekenen, als je ziet dat een leerling je bijvoorbeeld niet aankijkt zoals we dat met elkaar hebben afgesproken en/of je merkt of aanvoelt dat er nog iets speelt.’ Twee jongens worden even stilgehouden, maar knikken dat ze ok zijn.’

‘Ik krijg hier weer zoveel energie van,’ bekent Ronald, voor het vierde opeenvolgende jaar actief op het Brederocollege, even later in de lerarenkamer. Daar waar hij een half jaar terug nog even twijfelde aan de voortgang van zijn leraarschap, is nu alle motivatie terug. Met dank aan zijn collega’s en in het bijzonder zijn teamleider Ingrid (‘Zij heeft zich hard gemaakt voor deze pilot’) en Florus. ‘Hij stuurde me dit voorjaar naar zijn vader. Ik moest eens met hém gaan praten. Die man is gepensioneerd orthopedagoog/directeur, hij kende de school, de stichting en heeft me vooral helpen focussen.’ Met een extra paar ogen en vrije handen kan er flexibeler en vrijer worden lesgegeven, zo leert hun eerste ervaring. ‘Maar vooral het feit dat je met twee dus ook altijd op alles kan reflecteren of iets kan bespreken, betekent een enorme winst. Zeker als je ook je eigen functioneren en professioneel leren ter sprake wil brengen en dus kwetsbaar durft te zijn. Dat is uitzonderlijk.‘

De algemene conclusie ten aanzien van hun nieuwe leerlingen hebben ze samen voorzichtig getrokken. ‘Het is een klas met heel grote verschillen. Zowel in lengte als in de mate van verantwoordelijkheid nemen. Een leerling die met zijn fiets naar school komt of een kind dat al jarenlang door zijn moeder in een busje is gezet, dat zie je direct in gedrag en zelfstandigheid van een kind terug.’ In alles willen ze ook dat ouders zien hoe ze met hun leerlingen omgaan, gaan ze met iedereen in gesprek en vertellen ze waarom ze doen wat ze doen. ‘De meeste van deze leerlingen worden ’s ochtends door hun ouders in een busje gezet en aan de school overgelaten. Wij hebben alle ouders een uitgebreide brief geschreven. Zestien van de 24 reageerden al de eerste dag, allemaal enthousiast. En daarvan heb ik er een aantal ook direct kunnen zien en spreken. Vandaag nog kregen we weer een nieuw berichtje. Ouders hadden gehoord dat ze welkom waren. Ja, het mooie is dat leerlingen thuis over school gaan vertellen. Dan gaan we de goede kant op.’

Rob van der Poel

brederoHet Brederocollege
Locatie Jacob Catssingel, onderbouw
Jacob Catssingel 10
4819 HC Breda