inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Jan Heijmans


Jan Heijmans
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter
facebook
Staat een Nederlands equivalent van Steve Jobs op ondanks of dankzij ons onderwijs?

6 september 2014

Jan Heijmans

Geplaatst in: Verantwoordelijkheid,

XJan Heijmans schreef de epiloog bij World Class Learners, het vertaalde boek van prof. Yong Zhao. Onderwijs passend maken betekent volgens Zhao – onderwijsdenker met veel kennis van zowel Oosterse als Westerse onderwijssystemen en een van de meest invloedrijke onderzoekers van de Verenigde Staten –  vooral kinderen nieuwsgierig, wereldwijs, flexibel en ondernemend maken. Heijmans –  bestuurder van de Katholieke Pabo Zwolle –  tracht de betekenis van Zhao’s denken voor het Nederlandse onderwijsveld te schetsen. Staat een Nederlands equivalent van Steve Jobs op ondanks of dankzij ons onderwijs? 

overyongzhaoDit is slechts een fragment uit zijn betoog. De complete tekst is te lezen in het boek World Class Learners. Zhao verzorgt in oktober een drietal open masterclasses in Zwolle, Rotterdam en Helmond.

Het werk van Yong Zhao richt zich op de gevolgen van globalisering en technologie op het onderwijs. Zhao zet zich af tegen het traditionele onderwijsparadigma en daar windt hij geen doekjes om: “Alle onderwijsinnovaties die proberen om gemeenschappelijk, homogeen en gestandaardiseerd leren te bewerkstellingen, zijn niet alleen nutteloos, maar ook schadelijk voor de toekomst van onze kinderen”, is een van de harde conclusies van Zhao. En: “Hoe meer nadruk het systeem op cognitieve leervakken en gestandaardiseerde toetsen legt, hoe meer het systeem creativiteit en ondernemingszin onderdrukt.”

Al sinds 2000 stimuleert de overheid de aandacht voor ondernemendheid en ondernemerschap in het onderwijs. In 2013 is het sectorbrede actieprogramma ‘Onderwijs en Ondernemen’ geëvalueerd. Het doel van dit programma was tweeledig: zorgen dat meer onderwijsinstellingen ondernemerschap integreren in beleid, organisatie en lesprogramma’s en zorgen dat meer leerlingen zich ondernemender gedragen en binnen vijf jaar na afronding van hun opleiding een bedrijf starten.

De evaluatie laat zien dat onderwijs in ondernemerschap op de kaart gezet is. Dit blijkt onder andere uit de mate waarin ondernemerschap is opgenomen in de visie van de instelling en de curricula, uit de competentieprofielen van docenten en uit voorzieningen als studentenondernemingen, (maatschappelijke) stages enzovoort. Het tweede beleidsdoel, meer ondernemend gedrag en meer startende ondernemers, is minder goed uit de verf gekomen. Ondernemerschap krijgt vooral aandacht in het beroepsonderwijs. Twee derde van de mbo-studenten noemt zich dan wel ondernemender, maar slechts 20% heeft ook daadwerkelijk het voornemen om ondernemer te worden (De Graaf & Flippo, 2013). Ook in het basis- en voortgezet onderwijs is het beeld niet echt rooskleurig (Gibcus et al, 2010):

  • 83% van de basisscholen en 72% van de VO-scholen schenken in hun onderwijsvisie en hun schoolplan helemaal geen of slechts een klein beetje aandacht aan ondernemerschap of ondernemend gedrag;
  • 82% van de basisscholen en 66% van de VO-scholen geven aan dat ondernemerschap of ondernemend gedrag helemaal niet of slechts een klein onderdeel is van het gewenste competentieprofiel voor leraren.

In zijn advies Onderwijs in ondernemerschap stelt de Onderwijsraad (2013) dan ook terecht dat onderwijs in ondernemerschap onverminderd aandacht verdient. ‘Niet alleen het opzetten van een eigen onderneming, maar ook een ondernemende houding en ondernemende vaardigheden zijn een belangrijke factor voor een concurrerende economie en de huidige arbeidsmarkt’, concludeert de raad. Nederland heeft nog relatief weinig nieuwe, op innovatie en prestatie gerichte ondernemers en er wordt nog te weinig gebruikgemaakt van expertise uit het bedrijfsleven. In een beleidsreactie geven de bewindslieden aan dat het nu vooral aan de onderwijsinstellingen zelf is om het onderwijs in ondernemerschap verder te ontwikkelen.

Containerbegrippen

De vraag is of het funderend onderwijs nu al een goede voedingsbodem voor ondernemendheid en ondernemerschap kan zijn. Het basis- en voortgezet onderwijs hebben namelijk niet zoveel met deze termen. Dit is ook niet zo moeilijk te verklaren. Ondernemendheid en ondernemerschap zijn vage containerbegrippen, die vaak worden geassocieerd met het private bedrijfsleven, terwijl scholen werken aan de publieke zaak. Scholen kennen weinig belang toe aan ondernemerschap of ondernemende competenties. Leraren zijn over het algemeen behoudend, opgeleid om kinderen in te voeren in de bestaande cultuur. Het beroep is ingebed in een weinig open arbeidssysteem met een ijzeren rechtspositie.

Tot voor kort waren lerarenopleidingen vrij naar binnen gerichte instellingen met een focus op kennisoverdracht en praktische beroepsvoorbereiding. Daar komt bij dat er veel maatschappelijke noden concurreren om een plaats in de curricula van het funderend onderwijs; de programma’s zijn overvol. Daarnaast maakt de overheid geen echte keuzes. Ze geeft aan dat onderwijs in ondernemendheid en ondernemerschap weliswaar belangrijk is, maar benoemt het niet als topprioriteit. Onderwijs wordt niet aangemerkt als topsector.

De vraag die Zhao stelt aan het Chinese onderwijssysteem kan dan ook voor Nederland gelden: staat een Nederlands equivalent van Steve Jobs op ondanks of dankzij ons onderwijs? Zijn de Daan Roosegaardes, Duncan Stutterheims en Boyan Slats toevallige nevenproducten of bewust gezochte en gericht ontwikkelde talenten van ons onderwijssysteem?

In potentie heeft Nederland een uitstekende – wereldwijd gezien wellicht zelfs de beste – uitgangspositie om scholen van wereldklasse te creëren.

  • Ten eerste omdat Nederland als land mondiaal competent is. Door onze gunstige ligging, onze handel en onze ondernemingszin zijn we al sinds de Gouden Eeuw internationaal georiënteerd. We staan open voor andere culturen, zijn intercultureel begaafd, hebben goed talenonderwijs en een wijdvertakt internationaal netwerk in alle sectoren.
  • Ten tweede kan Nederland bouwen op een rijke culturele traditie. Van schilderkunst tot architectuur, van mode tot design, van innovatieve games tot dance-industrie. Al eeuwenlang wordt vol bewondering naar Nederlandse creatieve uitingen gekeken.
  • Ten derde kent Nederland de vrijheid van onderwijs, een gedecentraliseerd onderwijssysteem en heeft het een sterke pedagogische onderwijstraditie.
  • Ten vierde kent Nederland naast de universiteit het hoger beroepsonderwijs. In een recent rapport stelt de OESO dat het hbo van groot belang is voor het innovatieve vermogen van de Nederlandse samenleving, onder meer door de sterke banden met het bedrijfsleven (OESO, 2014). Daarnaast groeit het aantal sociale innovaties en zien we meer publiek-publieke samenwerking ontstaan door hbo-onderzoek.

Tot zover het goede nieuws.

-(…)

Lees verder in World Class Learners

boekDe Nederlandse vertaling van het boek wordt door Onderwijs Maak Je Samen en Stichting De Brink samen uitgebracht en verschijnt begin oktober. Zhao zelf zal 13, 14 en 15 oktober Nederland bezoeken om zijn pleidooi en boek over te komen brengen. Hiervoor worden door het land een drietal open masterclasses verzorgd, in respectievelijk Rotterdam, Zwolle en Helmond. Zie website.ees hier meer. 

Jan Heijmans is sinds 2010 bestuurder van de Katholieke Pabo Zwolle. En organiseert – met Onderwijs maak je Samen en Stichting De Brink – de drie Masterclasses .