inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Henk Galenkamp


Henk Galenkamp
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter
facebook
Echt contact met leerlingen kan alleen aan de grens ontstaan

23 september 2014

Henk Galenkamp

Geplaatst in: Samenleving,

Contact is essentieel in het werk van een begeleider van leerlingen, zowel bij persoonlijke moeilijkheden als bij keuzevraagstukken. ‘Dit vraagt van de begeleider dat hij zijn grenzen helder heeft,’ stelt Henk Galenkamp in zijn laatste bijdrage: ‘Echt contact kan immers alleen aan de grens ontstaan.’

grensssMensen  kennen drie soorten grenzen: fysieke grenzen, psychologische grenzen en tijdgrenzen. Wanneer iemand een van deze grenzen van jou overschrijdt, is het normaal dat jij boos wordt (zie tabel). Boosheid is hier gedefinieerd als het (interne) gevoel dat optreedt wanneer iemand over je grens gaat. Het is een signaal van deze grensoverschrijding. Wanneer je goed naar dit signaal luistert, dan stop je de ander in zijn grensoverschrijdende gedrag. De ander weet dan waar hij met jou aan toe is. Hij leert je grens kennen, waardoor echt contact ontstaat. We zeggen weleens: constructieve boosheid is een energie die contact bevordert. Deze boosheid mag niet verward worden met de negatieve connotaties die we vaak hebben bij boosheid, namelijk schreeuwen, schelden, vloeken of agressief gedrag. Dat zijn in feite uitingen van (onbewuste) angst. Het is de vechtreactie van de angst.
grenzen

Leerlingen die om hulp vragen
Wanneer leerlingen in de thuissituatie in de knel zitten, kan er sprake zijn van grensoverschrijdend gedrag, bijvoorbeeld van de eigen ouders of andere volwassenen. Ook bij pestgedrag, in contact met klasgenoten, worden grenzen  overschreden. De leerling is (of voelt zich) niet in staat zijn grenzen aan te geven; deze worden vervolgens stelselmatig overschreden. De leerling heeft in dit geval noodgedwongen geleerd om zijn grenzen níet aan te geven. De boosheid, die met de overschrijdingen ervan ontstaat, gaat dan ondergronds. De leerling herkent de gezonde signaalfunctie van boosheid niet (meer).
Aan de andere kant herkennen leerlingen, die slachtoffer zijn van grensoverschrijdend gedrag, ook de grenzen van anderen niet goed. Zo kan het gebeuren dat in het zoeken van hulp bij een mentor of leerlingbegeleider, de leerling ook over de grenzen van de begeleider gaat. Deze gaat zich (te) intensief met de leerling bemoeien, neemt de verantwoordelijkheid op zich om het probleem van de leerling op te lossen, laat zich soms zelf claimen of psychologisch ‘gijzelen’ door de leerling. De grenzeloosheid die de leerling thuis of in zijn peergroup ervaart, zet zich in het begeleidingscontact voort.
driehoekDe begeleider
Wanneer dit laatste gebeurt, is het natuurlijk een cruciale vraag hoe het kan dat een begeleider dit laat gebeuren. Natuurlijk is empathie een belangrijke en noodzakelijke eigenschap van een begeleider, maar wát maakt dat deze in de boven geschetste valkuil trapt? Dat hij in feite in de reddersrol van de zogenaamde dramadriehoek stapt?
Centraal in de vele antwoorden die op deze vraag mogelijk zijn, staat opnieuw het thema ‘grens’. Welke ervaringen heeft de begeleider (in zijn jeugd of daarna) gehad met grensoverschrijdend gedrag? Wat heeft er voor gezorgd dat hij de gezonde signaalfunctie van zijn eigen boosheid niet opmerkt?
Henk Galenkamp (1951) is consultant, trainer en coach in zijn eigen bedrijf Bureau Galenkamp&Schut. Hij schreef diverse onderwijs- boeken waaronder ‘Bang voor boos?’ en ‘Krachtige leraren, prachtig onderwijs’.