inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Jacob-Jan Voerman


Jacob-Jan Voerman
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Huilende moeders aan tafel. Het blijft lastig, zeker omdat ik de tranen vaak maar al te goed begrijp’ hetkind.org/?p=54821

Ongeveer 11 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Leider Zijn: ‘Over moed en de brug die we hebben te slaan’

29 september 2014

Jacob-Jan Voerman

‘Er viel veel over te zeggen’, schrijft Jacob-Jan Voerman, een van de 150 bezoekers aan de conferentie Leider zijn in het onderwijs, 24 september in Driebergen. ‘Mijn schrijftolk had moeite om het bij te houden.’ En toch is de dag volgens hem samen te vatten met een verwijzing naar Lego, the movie. De boodschap van die film is om niet vast te blijven zitten aan de voorbedachte modellen uit de boekjes, maar om vrij met Lego te spelen, je eigen fantasie te gebruiken. Je hoeft die boekjes daar niet eens voor weg te gooien. Beiden kunnen naast elkaar bestaan.’ Zijn blog: over moed en de brug die we hebben te slaan.

moedddVoor de duidelijkheid: zeg ik nu dat we de twee inleiders hadden kunnen vervangen door naar de film Lego the movie te gaan kijken? Nee. Want dat is te makkelijk. Maar dat sentiment van die film, kent iedereen wel. Zelfs de beleidsmakers, die met hun kinderen naar deze film kijken zullen het van harte onderschrijven. Maar op het moment dat ze zich bezig gaan houden met onderwijsbeleid komen de maren. Dan krijgen ze collectief de neiging om toch maar wat zekerheden in te gaan bouwen: ‘Sentiment is leuk, maar evidence-based is beter,’ lijken ze te denken.

Waar ik blij van werd is dat ik deze ochtend twee mensen hoorde praten die mijn sentiment (dat het evidence-beest kwaadaardig is) handen en voeten gaven. Niet alleen door met een doorwrocht verhaal aan te tonen waar het sentiment klopt, maar vooral door een kader te scheppen. Er werd ons woensdag een taal gegeven waarmee we kunnen praten over wat goed onderwijs is.

Dat begrip ‘goed onderwijs’ bijvoorbeeld, is heel belangrijk, omdat het zich afzet tegen “effectief onderwijs”.

Gert Biesta begon hier zijn betoog mee. Effectief onderwijs en excellent onderwijs zijn begrippen die alleen maar iets zeggen over het proces. Ze vertellen ons niet wat we met die processen willen bereiken.

En wat willen we dan bereiken?

Gert Biesta geeft drie dimensies.

  • kwalificatie (kennis vaardigheden)
  • socialisering (overbrengen van de waarden van de samenleving)
  • subjectivering (wie ben je en hoe ben je?)

De aandacht van de beleidsvoerders richt zich te veel op die eerste twee. Die zijn ook makkelijker te objectiveren, en te meten. Die derde . . . tja, het woord zegt het al!

“Voor mij is de onderwijs pedagogische taak niet de taak van het begeleiden van alles wat zich ontwikkelt, maar is het een proces waarin we die ontwikkeling onderbreken, waarin we zeggen: wacht even, wat dient zich hier aan? En hoe kunnen we beoordelen wat hieraan gewenst en is wat we niet wenselijk vinden?”

Dat vind ik een spannende vraag van Biesta. Dit is een dimensie die nooit vastligt, en dus niet gemeten kan worden. Dit is iets dat in voortdurende dialoog, elke keer opnieuw ontstaat, als de leraar het lef heeft om als mens die dialoog aan te gaan met zijn leerlingen. En dat kan die leraar alleen als zijn schoolleider het lef heeft om die dialoog als mens aan te gaan met zijn leraren.

Dát is professionaliteit. En niet het hele instrumentarium waarmee je processen effectiever maakt.

De drie domeinen kunnen elkaar in de weg zitten, zegt Biesta. Er is dus voortdurende afstemming nodig. Welke prijs betaal je als je als je beslist dat het ene domein even wat minder aandacht krijgt, ten gunste van het ander?

‘Ik denk dat ik dat spanningsveld kan oplossen door de vraag te stellen “Wie ben ik?”,’ zegt de tweede spreker Dolf van den Berg. Van den Berg leest veel, zegt hij, en hij haalt mooie citaten aan.

“De mens is geroepen om in vrijheid onophoudelijk meer mens te worden. (Winfried Bohm)”

‘Leerkrachten hechten aan zekerheid, maar moeten leren te wennen aan onzekerheid en dat als essentieel zien binnen het onderwijs,’ zegt Van den Berg, en hij haalt Heidegger aan om te laten zien wat er gebeurt als leraren afhankelijk worden van systemen. ‘Heidegger schreef in 1935 al: “Als je ongewild afhankelijk bent verandert je ik, in een niet-ik dan ben je verloren.” En verlorenheid is een essentieel kenmerk in één van de studies van Heidegger. Vervallen en oneigenlijk bezig en inauthentiek.’

“Als je zelf niet vol bent, kun je anderen niet helpen. (Leary)”

Ik word boos van binnen, want ik zie nu heel duidelijk hoe die overheidsbemoeienis, die wens om alles te reguleren, te meten, (valse) zekerheden in te bouwen, de leraar niet professioneler maakt, maar de leraar juist amputeert.

Leraar zijn is geen optelsom van competenties.

_MG_4238“Leraar zijn is een sustaining narrative, een duurzaam verhaal. (Andries Baart)”

Daarom ben ik blij dat ik in een zaal zit, vol met leiders in het onderwijs die zich inzetten om de leraar zijn verhaal te laten zijn. Daar is moed voor nodig. En daar ging het over in de ervaringsgroep die ik volgde in de middag, met Pauline Jagtman.

Grote moed en kleine moed

Het ging onder andere om grote moed en kleine moed. Grote moed om doorslaggevende beslissingen te nemen. Daarin kun je als bestuurder eenzaam zijn, begreep ik uit de gesprekken. Want de leerling kan terugvallen op de leraar, en de leraar kan terugvallen op zijn schoolleider, maar op wie valt de schoolleider terug? Je kunt je eigen steun regelen, blijkt gelukkig.

En dan is er kleine moed. Eén van de deelnemers verwoorde het alsvolgt:

Je kunt in de stroom meegaan en alles doen, reageren op overheidsregels en mail en alle andere claims. Binnen de lijntjes kleuren. Of je kunt elke dag eerst tien minuten nadenken, wat gaan we vandaag verwezenlijken? Dat vraagt moed, ook om veel dingen NIET te doen.

In alle gevallen blijkt dat de moed voortkomt uit wat er diep van binnen als verantwoordelijkheid wordt gevoeld. De eindverantwoordelijkheid voor het kind. Het eigen interne kompas, de dialoog zoeken, is dus belangrijker dan de hele rataplan aan regels en structuren. Dat vraagt steeds opnieuw moed.

Ik hoorde in de gesprekken verschillende voorbeelden van deze moed. Schoolleiders, bedankt! Jullie laten zien dat het kan en hoe het kan.

En nu die brug. Want er lijken twee kampen te ontstaan. In Lego, the movie staan ze op het eind naast elkaar, het bouwen volgens het boekje, en het bouwen in vrijheid. Hoe gaan we dat in het onderwijs regelen? Dat al die slimme onderzoeken over effectiviteit ook echt een bijdrage kunnen betekenen in het onderwijs, in plaats van een bedreiging te vormen voor de subjectivering? Zie ook dit blog van Femmy Wolthuis.

Jacob-Jan Voerman vertelt verhalen en maakt theater. Centraal thema is ‘Kun je jezelf zijn? en wat is daar voor nodig? Hij is vader van vier kinderen en volgt met aandacht de ontwikkelingen op met name De Vallei, een basisschool in Elst.

leiderzijnklOver de conferentie Leider Zijn is eerder geschreven:

Leider Zijn: het begint met de waartoe-vraag. Niets in ons onderwijs is in zichzelf wenselijk’

‘Ik weet dat u alles op alles zet om alle kinderen te laten excelleren, maar…’

Uitgaan van vertrouwen: ‘Hoe houd je dan controle, hoe houd je zicht?’