inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Annette van Valkengoed


Annette van Valkengoed
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Steeds hetzelfde ‘meidengedoe’, wat moet je ermee? hetkind.org/?p=53624

Ongeveer 4 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Column: ‘De grenzen van mijn taal vormen de grenzen van mijn wereld’

8 oktober 2014

Annette van Valkengoed

Schoolleider Annette van Valkengoed lijkt in een gesprek beland tussen doven. Terwijl het toch maar om één onderwerp gaat: de zesjarige Job. Om de taalbarrière te overbruggen stelt ze haar ‘gebruikelijke’ vragen. Maar het vraagt méér dan dat. Een column over inlevingsvermogen en andere vragen stellen: aan jezelf en aan de ander. 

FroQ-Nieuwsbrief03_Language-Circles_1Deze column is afkomstig van de website van de Open Universiteit. 

‘De grenzen van mijn taal vormen de grenzen van mijn wereld.’ De Oostenrijkse filosoof Ludwig Wittgenstein (1889 – 1951) formuleerde in deze woorden zijn idee waar taal niet meer functioneert; daar waar de kennis van je eigen taal ophoudt, kun je de ander en zijn of haar wereld niet begrijpen of zien.

Aan dit citaat van Wittgenstein dacht ik, toen ik als knowledge user de wereld van de knowledge producers betrad, om met Snelbecker (1999) te spreken. Daaraan dacht ik toen ik het aanbod aan informatie op het vakportaal Onderwijs en leerwetenschappen van de OU bekeek. Bijvoorbeeld de knop onderzoekshulpmiddelen met verschillende nuttige hulpmiddelen voor het leren of uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek. Maar ook schrijfhulpmiddelen, hulp bij wetenschappelijk publiceren. Daar ga ik zeker gebruik van maken tijdens mijn studie.

Aan het citaat van Ludwig Wittgenstein dacht ik ook vrijdag 6 december in een gesprek met ouders, leerkracht en externe expert over Job. Een jongetje met soms ingewikkeld opstandig gedrag. De expert betitelde Job in het gesprek als een ODD-er. Als kind met Oppositional Defiant Disorder. De ouders zien vooral een jongetje van 6 jaar met grote bruine ogen die je zacht een geheimpje in het oor fluistert, vrolijk is. En ja, plotseling ontzettend boos kan worden. Een kind dat meer is dan zijn beperking. De leerkracht wordt heen- en weer geslingerd tussen verstand, gevoel en externe expertise. Wil ontzettend graag de juiste begeleiding bieden, maar vindt het ook heel moeilijk.

Ik spreek als schoolleider en actor op meso-niveau vanuit basisschool Laterna Magica. Vanuit de visie van inclusief onderwijs, onderwijs wat we passend willen maken voor ieder kind. Een school voor kinderen van 0-12 jaar waarin de leerpsychologie sociaal-constructivisme mainstream is. Maar waar ook via cognitivisme en bahaviorisme gewerkt wordt, afhankelijk van de doelen en het onderwerp. Een school waarin we niet dogmatisch in werkwijze zijn, maar wel vasthouden aan de missie: ‘ieder kind talenten laten ontdekken en ontwikkelen zodat zij de toekomst kunnen uitvinden’.

Ik stelde in het gesprek rond Job de vragen die ik altijd stel: – wie is Job als geheel?  – waar houdt hij van? – wat zegt Job er zelf van? -wat heeft hij nodig om zich te kunnen blijven ontwikkelen? – wat gaat goed? – wat heeft de leerkracht nodig om dit proces goed te kunnen begeleiden? – wat hebben de kinderen om Job heen nodig? – wat moeten we eventueel in de organisatie aanpassen om dit mogelijk te maken? – wat kunnen ouders hierin betekenen? – hoe bekostigen we bovenstaande?

De externe expert gaf aan dat er veel kennis beschikbaar is over de diagnose ODD en er een reeks vaste maatregelen genomen moest/kon worden.

Het leek in eerste instantie een gesprek tussen doven. In het tweede gesprek koos ik daarom andere vragen, op basis van ondermeer opgedane inzichten in Snelbecker Some thoughts about theories, perfection and instruction (1999): – welke toegevoegde waarde heeft de door jou gekozen theorie/kennis voor de praktijk van Job? – over welke items gaat die theorie? -hoe zouden deze ingezet kunnen worden bij ons? – welke theorie/kennis kan bijdragen om aspecten van onze wijze van instructie/begeleiden van Job te verbeteren? – welke benaderingen zijn mogelijk vanuit heel andere theorieën? – welke keuze of hypothese m.b.t. aspecten uit theorie én praktijkervaring kunnen we het beste maken, om af te stemmen op de behoefte van Job op dit moment in deze situatie?

Het contact kwam voorzichtig tot stand. Gezamenlijk hebben we een persoonlijk ontwikkelplan op kunnen stellen waarin we de expertise vanuit de verschillende invalshoeken gebundeld hebben. Elkaars expertise en ervaring serieus nemende. Het werd een constructieve gedachtewisseling om met de woorden van prof.dr. Paul A. Kirschner te spreken. Zie zijn blog van januari 2013: Zonder respect geen goed onderwijsonderzoek.  Voor Job betekent zijn persoonlijk ontwikkelplan perspectief binnen ons leerling-volg-jezelf-systeem. Met als vertrekpunt dat wat Job (wel) kan. Voortaan ga ik op meer terreinen rond mijn vakgebied aanvullende vragen stellen aan externe onderzoekers én aan mijzelf. Om de taalbarrière te overbruggen. Het perspectief van de ander nemen én mijn eigen (praktijk)kennis tegelijkertijd inzetten.

Lees verder.

Annette van Valkengoed is sinds 2007 schoolleider van Laterna Magica, Natuurlijk Leren van 0-12 jaar. Missie van de school is: ‘Wij ontdekken en ontwikkelen iedere splinter talent, zodat kinderen de toekomst kunnen uitvinden.’