inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Wim van Werkhoven


Wim-van-Werkhoven
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Dit was een les die ik gaf met tranen in mijn ogen. Diepe, rauwe gesprekken werden in deze klas gevoerd’ hetkind.org/?p=53693

Ongeveer 8 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
‘Intrinsieke motivatie van kind kan door omgeving positief of negatief worden beïnvloed’

1 november 2014

Wim-van-Werkhoven

Wim van Werkhoven  las  Motivation in Education. Theory, Research, and Applications. Het boek verscheen  in 2002, maar heeft een tijdloos karakter. Het focust zich op essentie van onderwijs: op gemotiveerde leraren en leerlingen, die met plezier en inspanning hoge prestaties leveren en daar trots op zijn. Onderwijsonderzoeker Van Werkhoven is beslist: ‘Wanneer men een discussie over het onderwijs serieus neemt, dan zal men zich de meest basale begrippen uit dit boek eigen moeten maken en met die kennis en inzicht vooral naar elkaar luisteren’. Immers: intrinsieke motivatie kan door de omgeving in positieve of negatieve richting worden beïnvloed.

Aan de onderwijsdiscussie zou het boek ‘Motivation in Education’ van de Amerikaanse onderzoekers Paul Pintrich and Dale Schunk een belangrijke bijdrage kunnen leveren. Het belang is hem gelegen in het thema, waar het in het onderwijs nu werkelijk omgaat: gemotiveerde leraren en leerlingen, die met plezier en inspanning hoge prestaties leveren en daar trots op zijn.

Sinds de dertiger jaren van de vorige eeuw is langzamerhand en met voortschrijdend kennis en inzicht een overzicht ontwikkeld van de meest werkzame psychologische processen op het gebied van humane motivatie. In dit boek komen kennis en inzicht achtereenvolgens aan de orde. De schrijvers beginnen met een introductie en geschiedenis van de theorievorming en empirisch onderzoek. Geëindigd wordt met drie theoretische modellen, die in de  discussie over motivatie steeds weer een rol spelen: een mechanistisch, een organismisch en een contextueel model.

In het tweede hoofdstuk wordt uitleg gegeven over de achtergrond van verwachting – waardemodellen, hun overeenkomsten en verschillen. Recente onderzoeken laten zien dat de begrippen zelf – perceptie van bekwaamheid en subjectieve waardering – gebonden zijn aan leeftijd (jonge kinderen, adolescenten, volwassenen), geslacht, etniciteit en culturele omgeving.

Het derde hoofdstuk gaat over attributies of het oorzakelijk toeschrijven van succes en falen. Voor het onderwijs is vooral interessant de werking van de vicieuze spiraal. Succes toeschrijven aan eigen bekwaamheid en inspanning werken gunstig naar de toekomst, evenals falen toeschrijven aan pech of gebrek aan inspanning. Falen toeschrijven aan onbekwaamheid en inspanning werken ongunstig naar de toekomst, evenals succes toeschrijven aan geluk en geringe inspanning.

Een vierde thema is dat van de sociaal-cognitieve theorie. Mensen verwerven kennis, regels, vaardigheden , strategieën, overtuigingen en emoties door anderen te observeren en er al dan niet bewust conclusies aan te verbinden voor eigen handelen. Of de interactie in de klas tussen leraar en leerlingen en leerlingen onderling, een fenomeen dat zich uiterst gecompliceerd ontwikkelt, zich in stand houdt of  uiteenvalt.

De rol van doelen en doeloriëntatie verwijzen naar de doelen en vooruitzichten, die personen zich stellen en de doelen en perspectieven die de samenleving en in het bijzonder de school bieden. Waar er sprake is van coherentie in betekenis worden verschillen tussen persoonlijke en organisatiedoelen als uitdaging opgevat om te overbruggen. Waar op het eigen ‘gelijk’ van de doelen door de een of de ander wordt gepersisteerd, ontstaat demotivatie.

Bij gemotiveerd gedrag wordt in de dagelijkse omgang meestal intrinsieke motivatie bedoeld. ‘Iemand heeft er uit zichzelf zin in.’ Uit onderzoek blijkt, dat intrinsieke motivatie door een gecompliceerd samenstel van persoonlijke ervaringen en motieven tot stand komt en door de omgeving min of meer in positieve en negatieve richting kan worden beïnvloed.

De volgende drie hoofdstukken zijn van uitzonderlijk belang voor de discussie over het effect van onderwijs. In hoofdstuk 7 worden de rol van interesse en gevoel in prestatiemotivatie toegelicht. In hoofdstuk 8 de invloed van leraar en klas op motivatie en in het volgende hoofdstuk de rol van school in motivatie. Het boek besluit met een overzicht van socioculturele invloeden op motivatie: leeftijdsgenoten, moeder, vader, de buurt en samenlevingen.

Wanneer men een discussie over het onderwijs, de goede en de slechte dingen, serieus neemt, dan zal men zich de meest basale begrippen uit dit boek eigen moeten maken en met die kennis en inzicht vooral naar elkaar luisteren.

Wim van Werkhoven is als onderwijsonderzoeker verbonden aan het NIVOZ.