inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Rob Bekker


Rob Bekker
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Steeds hetzelfde ‘meidengedoe’, wat moet je ermee? hetkind.org/?p=53624

Ongeveer 15 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
‘In gezelschap van mijn leerlingen sta ik in mijn kracht met alles wat ik heb. Geven is leven’

28 november 2014

Rob Bekker

De leerlingen zijn zelf de wereld en je hoeft ze enkel een microfoon of een camera te geven en de onderwerpen dienen zich aan. Waarom deed ik dat jarenlang niet zelf? Film ze, leerden Sanne Sprenger en Femke Stroomer me. Breng hun verhaal in beeld en doe er iets mee. Dat dacht ik vaak maar dat deed ik nooit. Wat bracht het me om alles zo gescheiden te houden? Wie was ik eigenlijk? Rob H. Bekker verhaalt over de verscheurde leraar die hij jarenlang was. ‘Een enkele vakgenoot meent dat je eerst ‘een paar keer dood moet gaan’ voordat je het stuur omgooit. Grote woorden, te luid vooral. Zeker als je ze hoort op de dag na de avond dat het bericht kwam dat je vader is overleden. Toch blijven luisteren, er zit altijd iets bij wat je nog niet wist.’

Mijn biografie toont een brave jongen die nog een paar keer een oude huid zou gaan achterlaten. In mijn hoofd zegt een stem: Wat heeft de school, en wat hebben mijn leerlingen gemist door de ‘thuis-Rob’ niet mee te nemen? Ik wist het niet en op een gekozen moment wist ik het wel. Daarna wiste ik het alsnog. Het antwoord bleef mistig. Ik schreef er uiteindelijk een blog over maar er ging een half jaar voorbij. Eerst moest mijn vader overlijden, mijn ogen gingen dicht, er verdween iets en dan verschijnt er ook altijd iets. Met mijn ogen weer open nam ik de oude tekst opnieuw onder handen.

Bowie Alladin Sane Rob Bekker kloofDe leraar die ik niet wou zijn, zo’n tien jaar geleden, had een diepe kloof van boven naar beneden door zich heen lopen. Hij was een verscheurd mens. Het heeft zijn voordeel als je al je werelden strikt gescheiden houdt, lekker overzichtelijk. En volgens Leonard Cohen is een barst de plaats waar het licht binnen kan komen. Maar het voelde toen ik er eenmaal op kon terugkijken, meer als een klok die niet klinkt. Verscheurd zat er geen muziek meer in. Ik moest daar aan denken, nadat een collega me vroeg of ik iemand wist die haar kon coachen.

Aan die vraag dacht ik doordat ik de eerste alinea hierboven tikte. Ik schreef die alinea terwijl ik net begonnen was in deel 3 van De Brieven van Vincent van Gogh. De schilder is vanuit Den Haag verhuisd naar Hoogeveen. In de brieven die hij uit Drenthe aan broer Theo schrijft, maakt hij ook schetsen voor De aardappeleters. Ik lees die brieven al jarenlang, het gaat langzaam, als ik het me goed herinner zijn er drie aanleidingen.

Uit een Engelstalige uitgave die ik in de vorige eeuw op een internationaal vliegveld in Afrika kocht, is me bijgebleven wat Vincent over ‘leermeesters’ schreef. Ik heb de passage nooit teruggevonden –hoop hem in de Nederlandse zesdelige uitgave alsnog op het spoor te komen- maar het kwam er op neer dat je je eigen ontwikkeling moest doormaken, want van een leraar kon je niet veel meer opsteken dan dat je diens eigen tekortkomingen erbij krijgt. Vanaf dat moment ben ik geïnteresseerd in autodidactisch leren en markeer ik alles wat ik er bij hem over vind. Het is al een mooie verzameling. Weet nog niet wat ik ermee doe.

Lezend val ik uit de stap van de huidige tijd, ik neem mijn recht op vertraging. Het gemompel, het gekrijs, het denken-en-menen dat enkel verklanking van egocentrisme en angst is – alles verstomt als ik het handschrift van de schilder dat op de pagina’s met briefschetsen in facsimile is te zien, ontcijfer. De man krabbelde duisterder dan welke van mijn taalgezellen ook.

Rob Bekker kloofAanleiding drie: sinds de populistische revolutie schaf ik geregeld een boek aan dat ik zwoegend lees, per bladzijde soms. Finnegan’s Wake; de Verzamelde Gedichten van Lucebert en deze Brieven. In het derde van de zes boeken – bij brief 385, we zijn in september 1883 – is een schilderij afgedrukt: Bleekveld bij Zweeloo. Ik hoorde in 2013 vlak voor de zomervakantie voor het eerst van dat Drentse dorp. Een gemotiveerde leerling uit mijn klas was gesommeerd om daar in het AZC te gaan wonen. Op het moment dat mijn leerlingen naar het vervolgonderwijs gaan, moeten ze op een eigen adres wonen, dus niet meer in een AZC verblijven. Zover was het in de asielprocedure van Yasir nog steeds niet. Toen hij tijdens het schoolkamp begin juli niet was wezen stempelen, werd hem zijn plek in het AZC van Utrecht afgenomen, omdat het al de tweede keer was in een paar maanden tijd. Dat merkte hij toen hij daar bij de administratie een verklaring kwam ophalen die hij nodig had om een alternatief BSN aan te vragen bij de Gemeente Utrecht, waardoor de deur naar het ROC alsnog voor hem zou open gaan. “Je woont hier niet meer. Je moet je binnen 48 uur melden in Ter Apel.”

Deze week ging de tekst van Nieuwsbegrip over de burgemeestersactie voor een eerlijker kinderpardon. Mijn Afghanen, Somaliërs, Ugandees, Thai, Marokkanen, Turken hoef ik een aantal moeilijke woorden niet te verklaren, daar kunnen zij meer kanten van belichten dan enkel de betekenis die ik ken. Vooral Taqi die Sajjad heet, spreekt in bloemrijke taal. (Hij is de leerling die rond Kerstmis van Nederlandse bodem moest verdwijnen, ik schreef eerder over hem. Wat ik toen niet wist, was dat hij binnen een paar weken elke dag weer in mijn lokaal zou zijn. Pragmatisch als we zijn, hebben we hem snel weer ingeschreven. Hij komt nu al drie maanden vanuit de noodopvang vlakbij de school naar de les. Hij heeft nauwelijks bezittingen, ik heb hem uit een spaarpotje achteraf als verjaardagscadeau geld voor een usb-stick gegeven, zodat hij mee kan doen ook als zijn subgroepgenoten afwezig zijn.

Je weg vinden met zo’n jongen, ontheemd maar een van ons, altijd gespitst op een telefoontje van zijn contactpersoon. Dat gaat voor hem voor alles. Een collega gaat op de regels zitten en wil hem niet in de les als hij zijn telefoon niet uit zet. Dat gesteggel. Als mentor geen partij kiezen, blijven kijken hoe ze dit volwassen uitonderhandelen; dat is wel de leraar die ik wil zijn.)

Het is een raar fenomeen, dat Nieuwsbegrip. We leren de leerlingen er leesstrategieën mee aan, en tien tot twintig nieuwe woorden per tekst. We halen er ook de wereld mee in de les, maar eigenlijk zijn de leerlingen zelf de wereld en je hoeft ze enkel een microfoon of een camera te geven en de onderwerpen dienen zich aan. Ik heb geen boek nodig, enkel mijn ogen en mijn oren.

‘De leraar die ik niet wilde zijn, hield al deze dingen uit elkaar en de meeste buiten de les’

Voor de lezerara die dit zo langzamerhand een onnavolgbare column vindt: de leraar die ik niet wou zijn, hield al deze dingen uit elkaar en de meeste buiten de les. Thuis was ik ook muzikant, zanger, dichter, tekenaar, lezer en op school was ik de gemankeerde artiest die dan maar leraar was geworden. Politiek kwam wel ter sprake in de les en wat ik me daarvan herinner was moralistisch gezemel van mijn kant naast drammerige verontwaardiging van de leerlingen. We balanceerden op een koord tussen verdachtmakingen van discriminatie en de heiligheid van iedereen die op de Internationale Schakelklassen werkte.

Het was ook de tijd dat men veronderstelde dat je toch wel een enorm sociaal bewogen mens moest zijn om dit werk te doen, het zou wel een bewuste keuze zijn. Japreciesnee, wij waren de goeden; en daarmee waren er ergens anders dus ook slechten. Wel zo eenvoudig om alles goed gescheiden te houden. Overzichtelijk, maar niet wie ik wou zijn. Ik nam de goede dingen van mijn werk wel mee naar huis, maar nam de goede dingen van huis niet mee naar school. Ik liep mank, ik kreeg zonder dat ik het door had pijn in mijn rug, ik kraakte. Eigenlijk was ik er helemaal niet.

Toch werkte er in die jaren iemand met mijn naam op de ISK. Hij werd betaald voor vier dagen per week en hij hield dat in zijn agenda ook bij; het was de tijd van tijdschrijven. Wat gedroeg hij zich als een sukkel dat hij zich dat had laten wijsmaken, dat je daardoor betere keuzes zou gaan maken. Wie heeft bij hem toen het licht aangedaan?

Voor Yasir die opgesloten zat in Zweeloo ben ik gaan bellen. Vele telefoontjes met mijn eigen mobiel, totdat ik een contactpersoon aan de lijn had die aan een ander zou doorgeven bla bla bla. Via Sanne die met mijn leerlingen de film Ik ben hier maakte, kwam ik in contact met een journaliste die wel een item wou maken. Via een ex-leerling die nog in mijn telefoon stond, kreeg ik uiteindelijk ook contact met Yasir en ik legde hem voor welke mensen ik over zijn absurde belevenissen kon vertellen in de hoop dat hun inspanningen hem zijn plek in Utrecht weer terug konden geven. Hij was akkoord en als het nodig was, zou hij met de journaliste spreken. Toen de dag kwam dat ik op zomervakantie ging naar Thailand, was de situatie van mijn leerling nog onhelder, dus mailde ik de journaliste dat ze liever nog niet in actie moest komen want publiciteit nu over de stroperige bureaucratie zou zijn zaak mogelijk negatief beïnvloeden.

Een dag voordat ik deze wirwar aan gedachten ontrafel op papier was ik voor de tweede keer op een conferentie van Leraren met Lef. Gesprekken over goed onderwijs, gedreven mensen die op een zaterdag naar Rotterdam komen. Zo’n weekenddag waarop mijn Somalische leerlingen hun geboortelandgenoten hebben uitgenodigd naar Utrecht voor een voetbaltoernooi (ja, Yasir heeft in zijn begintijd in Nederland nog getraind bij SC Heerenveen, maar daar konden ze hem niets toezeggen zolang hij geen verblijfsvergunning heeft). Vergelijk het daarmee; je vindt altijd een moment en een plaats voor wat je belangrijk vindt, voor wat je bindt, zonder dat je vastgebonden bent.

Je vindt altijd een moment en een plaats voor wat je belangrijk vindt, voor wat je bindt, zonder dat je vastgebonden bent

Zegt iemand iets over ‘veerkracht’ en in de trein terug vind ik een tekening van een man met vleugels, maar denk ik aan wat ik in een persoonlijk gesprek hoorde over een spiraal.

Het waren gesprekken over neerwaartse energie en hoe je die ombuigt, over het verhaal achter het verhaal van een collega die niet meer wil. Uit mijn eigen biografie stak de tijd dat er een barst in me zat de kop op en ik verwoordde dat mensen met beschadigingen kunnen rondlopen waarover ze niet weten te spreken. Herkennende knik, we verkennen mogelijkheden om die collega uit het zwijgend cynisme te krijgen. Op een middag met zoveel jongere collega’s om me heen weet ik het meteen. Ik heb het in mijn eigen school gezien hoe de collega die vrijdag bij mij kwam sparren over coaching die ze nu nodig heeft om door een knooppunt heen te komen, hoe die in haar onbevangenheid een oudere collega in beweging hield. Toen het speelde, wist ik ook dat ik dit technisch zelf zou kunnen oppakken,maar dat ik er uit moest blijven, dat hier het verschil in leeftijd het gesprek veel beter kon maken.

Het beeld van een neerwaartse spiraal, ik denk er nog over in de smerige trein waarin ik de thuisreis maak. Ik hoef die spiraal niet eens te tekenen om te zien dat een spiraal een veer is. Goed drukken op de neerwaartse spiraal, nog even iets verder de put in, ….& jump.

Wie heeft bij mij toen het licht aangedaan?

Misschien is het zo gegaan, op het toppunt van het gebagger, toen de bodem was bereikt, heb ik mezelf uit de put gekatapulteerd. Mijn grootste kracht is veerkracht.

En dan ging het op de conferentie aan de gesprekstafel Benutten van verschillen tussen leraren ook nog over vaststellen van verschillen, vaststellen van kwaliteiten en van wat je nog niet kan. Dan vallen al gauw termen als ‘veiligheid’ en ‘kwetsbaarheid’. Ik denk aan onze leerlingen, wat we allemaal van ze eisen. Zitten ze bij mij in de les te praten over ‘Een eerlijker Kinderpardon’ terwijl ze zelf onzeker zijn over hoe lang ze nog kunnen blijven, terwijl er een dus al uitgeprocedeerd is en in de illegaliteit leeft.

Ik neem het woord ‘veiligheid’ niet meer in de mond als ik het over leraren heb. In mijn eigen team heb ik laatst dit balletje opgegooid: “Veiligheid is iets wat je van een ander vraagt en waarin je je afhankelijk opstelt / vertrouwen is iets waar je zelf actief aan kan en moet werken. Van mijn collega’s verwacht ik openheid, daarmee bouwen we samen aan een basis van vertrouwen waarin de leerlingen zich veilig kunnen voelen.”

Het laatste deel van het traject Rotterdam-Utrecht kan niet met de trein worden afgelegd wegens geplande werkzaamheden, geen probleem, geen tragiek, wel een oplossing in de vorm van een bus. In die bus vanuit Woerden weet ik ook:

Ik ben kwetsbaar in wat ik vraag of neem.
Ik ben raakbaar in wat ik geef.

In gezelschap van mijn leerlingen sta ik in mijn kracht
met alles wat ik heb. Geven is leven.                 

Rob H. Bekker is docent Nederlands op de ISK in Utrecht. De Internationale Schakelklassen is een openbare school voor de leerlingen die geen of weinig Nederlands spreken en die zich voorbereiden op een toekomst waarin het gebruik van de Nederlandse taal een belangrijke rol speelt.

Naschrift 1

De ‘man met vleugels’ is een tekening die ik met een vierkleurenpotlood heb gemaakt. Ik zat te schrijven over een serie colleges die ik op maandagavond had gevolgd in Amsterdam. De tekening is het antwoord op de vraag wat ik van die tien avonden nou precies had opgestoken. In woorden wist ik het niet meteen, ik tekende zo onbeholpen als het gaat mezelf met vleugels. Niet alleen de jeugd heeft ruimte nodig.