inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Rob Bekker


Rob Bekker
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Dit was een les die ik gaf met tranen in mijn ogen. Diepe, rauwe gesprekken werden in deze klas gevoerd’ hetkind.org/?p=53693

Ongeveer 2 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Wat moet ik nalaten om verbonden met mezelf te zijn, om te klinken als een klok?

10 december 2014

Rob Bekker

Wat is er met je eigen lucifers gebeurd …

                                                                 Ga van dat donker houden!

Wat gebeurt er in het hoofd van de docent die het even niet meer weet? Er is nog niemand die het merkt, maar je voelt de raderen in je hoofd knarsen. In de rug is er een mysterieuze pijn, iets dat knaagt. Het wordt tijd dat het vakantie is, maar zo gemakkelijk kan je niet om jezelf heen lopen – voelde Rob H. Bekker een paar weken voor de zomervakantie. Wat moet ik nalaten om verbonden met mezelf te zijn, om te klinken als een klok? Zijn verhaal: ‘Zoek niet buiten, wat je binnen wenst.’

robbbbBeter aan een dood paard trekken dan tegen een touw duwen.
Die belletjes aan mijn tas, wat is dat – vraagt een nieuwe gespreksgenoot. Het schooljaar duurt te lang. Men praat te hard aan de overkant van de lange gang. De scores op de voor het eerst afgenomen niveautoetsen vallen me tegen. Zolang ik die belletjes hoor, ben ik niet verdwaald. Maar ik ben even niet de rivier die zijn weg altijd vindt. Ik ben niet de rivier, maar drijf er in mee. Dat vind ik niet prettig nu. Ik vloei niet.

Ik houd niet van dobberen tussen de kikkers.

Ga van de kikkers houden!

Ik kan dat wanneer de kikkers gelijk zijn aan hun gekwaak.
Oordoppen graag, oogkleppen graag, in plaats van strijden.
Confront it or dance with it. Dansend lege plekken maken, ja, ….

Het is compensatie, zegt men, maar alleen jijzelf zou kunnen weten waarvoor: dat het nooit genoeg is, nooit goed genoeg. Die scores zouden te laag zijn, terwijl driekwart van de leerlingen wel naar het vervolg-onderwijs kan gaan. Minder dan honderd procent, nooit genoeg, basisontevredenheid illustreert de grote moeheid die leidt tot negatieve interpretaties. Waar is de zon aan het begin van de zomer?

Zoek niet buiten wat je binnen wenst. Dat rechtvaardigheid een richtinggevende en onzichtbare behoefte is. Het leven is me nog iets verschuldigd – redenering die deel uitmaakt van mijn biografie en die telkens weer uit evenwicht brengt. Uit evenwicht is in beweging, zoals pijn betekent dat je leeft. Levensadem, helaas extrinsiek. Neem het geduld dat geen geduld meer heet: aandacht om het vuur van binnenuit brandend te houden. On-verongelijkt. Men verzwakt zichzelf in een queeste om erkenning – die immers niet de roos is, maar de pijl. Au. Erkenning die een halve pas schuin achter je loopt en je voortdurend in de gaten houdt. Ik wil niet in die denkgaten.

Ga van de pijn en die gaten houden!

Wie is de beste bron voor mijn feedback? Ga ik dit echt doen? Ikzelf? Of sta ik nog op de handrem en vraag ik het niet aan de goede ander? Als ik een roman lees, zijn er deze afleidende gedachten. Ik vertoef niet echt in het boek, niet echt hier waar ik lees. Afleidend of leidend. Hier in dit boek moet ik nu niet zijn? Wordt mijn aandacht getrokken door werk dat er meer toe doet dan mijn leesactiviteit? Er is geen rust in mij en ik ben zo moe dat ik niet rust. Belaag mij niet – is het onuitgesproken verweer, de weerstand om aan de goede ander feedback te vragen. Vrees voor wat er loswoelt? Ik heb een berg eigen werk liggen (“niemand weet wat ik doe”),  daarmee eerst aan de slag of aan de tast (“men ziet wel wat ik niet doe”).

Ga van dat werk houden!

Die ruimte, dat niets, is misschien wel het belangrijkste onderdeel van de beelden die Jawal Penjewy maakte ….” lees ik in een krant die een goede ander me aanreikte, omdat zij bij het le-zien aan mij dacht.

Ik benoem wat ik weet: niets =
lege plekken = tinariwen = sertão. Ik houd daarvan.

De ander mag belangarm blijven. Zij veranderen niet & ik wel = wij wel.

Beter de kar wielen geven maar het blijven zovele ‘kantieke’ uitdrukkingen. Alles heeft met alles te maken: deegbladeren. Draagvlakken: alle wielen vierkant praten & only words move.

Dank dat ik jullie een plezier kan doen, ik zou ook wel eens willen danken voor wat ik ontvang. Dieper doordenken dan de gedachte ontevredenheid. Haal niet buiten, wat je binnen mist. Bouwen is beter dan stelen.

9789029082679-240x300Ben jij een doener of een denker – de vraag van wie zich doener noemt.
Ik antwoord met: Ja, ik ben een maker. Soms moet je je een boek* uit laten denken. Laat dat gebeuren, leer tijdelijk dobberen. Laat dat gebeuren, laat dat, laat …. (het beeld dat een goede ander maakte: loslaten is niet uit handen laten vallen, maar uit handen laten opvliegen).

Soms is het wrok loswrikken, strijd echt strijden, de leegte opzoeken. We gaan op onze school de professionele ruimte scheppen – of die heroveren – om eerlijk met elkaar om te gaan. Ik noem dat geen veiligheid, maar openheid. Dansen veronderstelt een eerlijke basis, men laat zijn danspartner niet struikelen.

Blijf van die danspartner houden!

Als ik er toch ben, dan geef ik het beste wat ik heb. Beweging kan geen kwaad = beweging kan goed. Als ik er toch ben, dan ontvang ik op de beste manier die ik heb. Niet vanuit een ideologie, en ook niet door mijn best te doen. Wie vleugels heeft, hoeft niet op de tenen te lopen.
Ik haal niet langer mijn schouders op, want daar zitten de rudimentaire resten van mijn vleugels, van mijn veerkracht en mijn vuurkracht.
Er is wat er is, dus we werken met wat er is.
Wie neemt míj mee of draai ik helemaal op mijn eigen accu, motor en brandstof? Wie warmt mij, wanneer ik in dit schrijfhoekje weg kleum?

Ga van die kou houden!

Ik zie geen afwijkingen, maar werkelijkheid. Ik ben geen idealist, ook niet in mijn werk op deze school zonder naam waar het impliciet in zwang is om uit idealisme voor het onderwijs te kiezen. Uit idealisme kiezen om met mensen te werken, is verkapt egocentrisch; de leerling wordt er beter van, maar jijzelf het best. Ook dat mag er zijn. De emergente werkelijkheid, niet staren maar kijken.

Ik zoek mijn zachte gezicht, uit het idealisme weg,
niet als ‘willen’ maar als ‘zijn’. Als verbonden zijn met mezelf.
Ik heb mijn Eed van Socrates ooit in het openbaar afgelegd.
Ik heb mijn Eed van Socrates afgelegd. Jij ook, je pedagogische belofte?

Wat moet ik nalaten om verbonden met mezelf te zijn, om te klinken als een klok? Mijn activiteiten uitbenen. Geen doel <- denken of wens <- doen. Een verlangen opnemen in de houding (van de boogschutter), een verlangen niet zien als de roos ver weg, het verlangen ligt in de pijl.

“Weet je hoe je het moet aanpakken?” Dat is mijn contact met de leerlingen die, nu de zomer begint, bijna van me weg gaan, die zijn aangekomen in zichzelf. Klaar voor de volgende start.

Ga wie je bent. Ik heb ze als rups zien binnenkomen, ze dansten de horlepiep totdat ze in de spiegelzaal kwamen. Ik heb ze zien huppelen en terugdeinzen, ik zag ze peinzen en tot de kern komen. Ze verpopten, ze oogklepten, ze stopten met deegbladeren en draagvlakken. Nu vouwen ze zich vleugelbreed uit. De Hollandse luchten liggen voor hen open.

Ik vraag door de spiegel, waar moet ik beginnen.
Nooit naar buiten gaan voordat het binnen
overeind blijft staan, geef het aandacht
zonder dat je diep daarover nadacht.
Laat je vallen, en staandacht wordt gaandacht.
Wil je dat ik liever meezing, weet je dat je meeging,
evenwicht is enkel een deeltje van beweging
en er is even rust als je uit je slaap wordt gekust,
tenminste, als je die rust daarvoor al had, ik zeg,
wat binnen zit, dat gaat nooit weg, dat is de weg.

Zolang ik de belletjes aan mijn tas hoor,
ben ik op de goede weg, ga door en door.
Ik noem het oorverdovende eenzaamheid;
een vriend kadert het verantwoordelijkheid.
Ik kwam hier om te dansen, met en zonder pen
omdat ik in beweging in evenwicht ben.

Ik stoor niet, ik breng beweging.

Rob H. Bekker is docent Nederlands op de Internationale Schakelklassen in Utrecht
Woonplaats, 20 t/m 30 juni 2014

Nawoord: rock ‘n’ roll teacher & het licht van de leerling

Ik zoek mijn zachte gezicht.
Soms drink ik het weg. Dat is dan wat er is.

Ze hebben hun taks bereikt, meer zit er niet in, dit is het.
We moeten werken met wat er is. Dit is wat er is.

We zijn erin geslaagd
om ze gemotiveerd
naar school te blijven laten komen.

Tevreden stel ik vast dat er nu niets te kleumen valt:

De leerling is ongemerkt centraal komen te staan in wat ik schrijf
– terwijl het vanaf het eerste ongepubliceerde stukje al om de leerling draait – niet omdat ik de opdracht heb genomen dat we full partners zijn, maar in het schrijven haal ik de kern omhoog en zie ik die kern beter en blijkt die kern een bron van energie te zijn en al schrijvend is die bron helder in beeld gekomen en kijk: in het licht staat de leerling.

Ik doe het nooit meer alleen.

5 december 2014

* het boek dat hierboven ongenoemd blijft,  is van Richard Sennett: De ambachtsman