inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Jan Willem Van den Bos


Jan Willem Van den Bos
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

High Tech High in San Diego haalt opmerkelijke resultaten met gewone kinderen. Ga mee op studiereis om te zien hoe! hetkind.org/agenda/studier…

Ongeveer 2 uur geleden op hetkind's Twitter via Echofon

facebook
Gelijkenis: werken met een klas met leerlingen of een elftal met voetballers

21 december 2014

Jan Willem Van den Bos

Geplaatst in: Samenleving, Legitimering

Geschiedenisleraar Jan Willem van den Bos trekt een parallel tussen het docentschap en het vak van voetbaltrainer. ‘Ze maken er allebei liever geen potje van. Maar dat geldt evenzeer voor hun leerlingen, respectievelijk de spelers.’ Van den Bos – Leraar van het Jaar in het VO – las het boek van Marcel van Herpen, Ik, de Leraar en ziet veel gelijkenis. In taken, in doelen, in thema’s: ‘Ook een trainer kan veel ruimte maken voor de kwaliteiten en initiatieven van spelers op voorwaarde dat hij een helder speelveld creëert en de spelregels duidelijk zijn.’

team‘Als ik denk aan de taak van de leraar, denk ik automatisch aan die van een voetbaltrainer. Beiden proberen hun teams zo goed mogelijk voor te bereiden. Ze ontkomen er niet aan ook goed naar de individuele spelers te kijken. Wat hebben zij nodig? Ze hebben allen andere behoeftes, een andere aanpak nodig.

Het team staat centraal. Maar elke individu wil gezien en aangesproken worden op zijn of haar specifieke kwaliteiten. De tactiek van de trainer past zich aan de kwaliteit van de spelersgroep aan. Wat voor de ene groep werkt, is voor een andere groep blijkbaar ongeschikt. Een verkeerde opvatting is dat de trainer of docent maar één rol kan aannemen. Niets is minder waar. Soms is hij coach, dan weer scheidsrechter, al naar gelang de situatie. En soms wordt een speler de coach!

Een team wordt beter naarmate de spelers meer vertrouwen krijgen en verantwoordelijkheid mogen dragen. De spelers worden gedwongen over het spelletje na te denken; dit niet slaafs te volgen. Dat zorgt niet alleen voor een grotere motivatie. Het zorgt er ook voor dat tijdens een wedstrijd de spelers zelf keuzes kunnen maken. Wanneer spelers te veel vrijheid of te weinig verantwoordelijkheid krijgen, wordt dat zichtbaar en voelbaar in ongewenst en obstructief gedrag. Zo is dat ook bij leerlingen in een klas.

LvhJ13-Jan Willem van den Bos 01Een trainer kan veel ruimte maken voor de kwaliteiten en initiatieven van spelers op voorwaarde dat hij een helder speelveld creëert en de spelregels duidelijk zijn. Een speler moet duidelijkheid hebben over tijd, ruimte en criteria.  Zo is dat ook bij leerlingen in een klas.

Een trainer kan niet zonder pedagogisch tact, het ‘aanvoelen van de kleedkamer’. Wat moet je doen? Maar vooral: wat moet je niet doen? Wat moet je wel, wat moet je niet zeggen? Er is veel voor nodig om goede relaties tot stand te brengen en te onderhouden. Vanuit die relaties worden de prestaties geleverd. Zo is dat ook bij leerlingen in een klas.

Kortom: een trainer die zichzelf respecteert, kan dat respect ook doorgeven, heeft een voorbeeldfunctie. Goed gedrag, laat goed volgen… zo is dat ook bij docenten voor de klas. Geen enkele trainer, geen enkele leraar staat ’s morgens op om er een potje van te maken. Ook spelers en leerlingen willen dat.

Deze overdenkingen borrelden in mij op tijdens het lezen van Ik de Leraar van Marcel van Herpen. Hij raakte een snaar bij mij, de juiste… Het docentschap? Het mooiste vak dat bestaat!

Jan Willem van den Bos is docent gesschiedenis op het Jan van Egmond Lyceum in Purmerend en Leraar van het Jaar 2013 in het VO. Waarom onderwijs? ‘Niets is mooier dan om aan de basis te staan van iemands leven en daar een bijdrage aan te kunnen leveren.’