inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Micha de Winter


Micha-de-Winter
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

'Hoe kan er ooit verbinding ontstaan als ik me al door één zin uit het veld laat slaan?' - eepurl.com/chFCpP

Ongeveer een uur geleden op hetkind's Twitter via MailChimp

facebook
Biografie van pedagoog Martin Langeveld onder de loep

1 januari 2015

Micha-de-Winter

Geplaatst in: Legitimering

Martin Langeveld geldt als de belangrijkste pedagoog van de tweede generatie universitaire pedagogen in Nederland. Hij vestigde in 1946 de universitaire studie Pedagogiek, waarvoor hij zelf het Koninklijk Besluit componeerde. Hij stond aan de wieg van de Utrechtse School die bestond uit een invloedrijke groep fenomenologische georiënteerde psychologen, psychiaters, sociologen, pedagogen en criminologen. In het najaar van 2011 verscheen de biografie van de Utrechtse pedagoog Langeveld. In deze korte film geven Bas Levering en Micha de Winter commentaar. 

Bas Levering:  ”Langeveld is wat mij betreft de belangrijkste pedagogoog van de tweede helft van de twintigste eeuw. Hij heeft enorm veel invloed gehad en heeft de pedagogiek beheerst in de naoorlogste periode. Hij is in staat geweest om een heel pedagogische instituut uit de grond te stampen.”

Micha de Winter: ”Wat de betekenis is van Langeveld voor de huidige pedagogiek? Ik denk niet erg groot, tegelijk zeg ik dat dat jammer is.  In de optiek van Langeveld was ‘opvoeden altijd per definitie normatief’. Ik vraag heel vaak: wie kent Langeveld, wie heeft het gelezen/ wat vond u ervan? Sommige mensen hebben er nog steeds nachtmerries van. Het was een dun boekje, dat je denkt: dat doe je wel even. Maar als je dan vraag ‘wat heb je ervan onthouden? Dan zeggen ze alleen maar ‘zelfverantwoordelijke zelfbepaling’. Dat is er wat er dan uitkomt. Of je hem weer moet lezen? Nou, ik denk dat je beter óver Langeveld kunt lezen.”

Hieronder een beschrijving van Martin Langeveld (1905 – 1989) op de site van de Universiteit Utrecht.

Langeveld geldt als de belangrijkste pedagoog van de tweede generatie universitaire pedagogen in Nederland. Hij vestigde in 1946 de universitaire studie Pedagogiek, waarvoor hij zelf het Koninklijk Besluit componeerde. Hij stond aan de wieg van de Utrechtse School die bestond uit een invloedrijke groep fenomenologische georiënteerde psychologen, psychiaters, sociologen, pedagogen en criminologen.

Hij was het die de fysioloog F.J.J. Buytendijk naar Utrecht haalde. Hij was het ook die, samen met Buytendijk, de empirisch-analytische psycholoog A.D. de Groot uit Utrecht weerde. Het einde van de Utrechtse School laat men in de psychologie over het algemeen samenvallen met het vertrek van Buytendijk, eind jaren vijftig. In de pedagogiek duurde het tot halverwege de jaren tachtig voordat het empirisch-analytisch denken er een dominante positie verwierf. Langevelds invloed nam na zijn emeritaat in januari 1972 snel af, maar als de vraag gesteld wordt wat de pedagogiek zou moeten inhouden wordt zijn naam aan het begin van de eenentwintigste eeuw nog altijd genoemd.

Langeveld promoveerde in 1934 bij Ph.A. Kohnstamm op een proefschrift over Taal en Denken bij 12- tot 14 jarigen. Zijn echte doorbraak kwam in 1939 toen hij buitengewoon hoogleraar pedagogiek in Utrecht werd. In de oorlogsjaren schreef hij zijn invloedrijke hoofdwerk Beknopte theoretische pedagogiek, dat ook door generaties onderwijzers in opleiding werd bestudeerd. Het boek bevat niet alleen een fenomenologische analyse van het verschijnsel ‘opvoeden’, maar biedt ook een wetenschapstheoretische fundering van pedagogiek als praktische wetenschap. Langevelds wetenschappelijke standpunt is alleen te begrijpen vanuit de prioriteit die hij bij zijn klinisch werk legde en de hulp aan het individuele kind. De superioriteit van individuele kennis in de pedagogiek legitimeerde hij wetenschappelijk in zijn Capita en toonde hij in praktische zin in Elk kind is er één.

Ook Langevelds internationale invloed was groot. Sommigen zullen hem voor een Duits pedagoog gehouden hebben, al was het maar omdat sommige van zijn boeken eerst in het Duits verschenen. Zijn Studien zur Antrhopologie des Kindes werd zelfs nooit in het Nederlands vertaald. Het kindantropologisch denken in de pedagogiek, dat zijn vertrekpunt neemt in de idee van de kindwaardigheid, is voor een belangrijk deel door Langeveld richting gegeven. In verband met de breedte van zijn werk moet zijn Columbus worden genoemd, een projectieve test waarin kinderen een afbeelding van een situatie moeten duiden, die vervolgens in termen van veiligheid en exploratie wordt geïnterpreteerd.

Vanaf de jaren vijftig tot de jaren zeventig werden ook aparte leeropdrachten ingesteld in de ‘orthopedagogiek’, ‘schoolpedagogiek’, ‘ontwikkelingspsychologie’, ‘klinische pedagogiek’, ‘sociale pedagogiek’, ‘andragogiek’ en theoretische pedagogiek, een aantal op het lectoraatsniveau. Langeveld behield tot zijn emeritaat de leeropdrachten ‘de pedagogiek in de volle omvang’ en ‘de ontwikkelingspsychologie’. En bleef dus zelf op al die onderscheiden terreinen publiceren. Bij zijn vertrek in 1972 keek hij in zijn afscheidsrede Opvoedingshulp als groeiende wetenschap gedetailleerd op zijn carrière terug. Uit die opsomming blijken zowel zijn verdiensten als zijn gebrek aan (valse) bescheidenheid, zonder welke de vestiging van de pedagogiek als zelfstandige discipline aan Nederlandse universiteiten onmogelijk zou zijn geweest.

Belangrijkste publicaties

  • Taal en denken. Groningen: 1934.
  • Inleiding tot de studie der Paedagogische psychologie van de middelbare schoolleeftijd. Groningen: 1937, 1957.
  • Beknopte theoretische pedagogiek. Groningen: 1945, 1979.
  • De “verborgen plaats” in het leven van het kind. In J.H. van den Berg & J. Linschoten (red.), Persoon en wereld (pp. 11-32).Utrecht: 1953.
  • Ontwikkelingspsychologie. Groningen: 1953, 1969.
  • Kind en religie. Enige vragen voorafgaande aan een godsdienstpedagogiek. Purmerend: 1956.
  • Studien zur Anthropologie des Kindes. Tübingen: 1959.
  • Capita uit de algemene methodologie der opvoedingswetenschap. Groningen: 1959, 1972.
  • Die Schule als Weg des Kindes. Braunschweig: 1960.
  • Columbus. Analyse der Entwickelung zur Erwachsensein durch Bilddeutung. Basel-New York: 1969.
  • Intelligentie leef je zelf. Meppel: 1974.
  • Elk kind is er één. Meedenken en meehelpen bij groot worden en opvoeden. Nijkerk: 1974.
  • Mensen worden niet geboren. Inleiding tot de pedagogische waardenleer. Nijkerk: 1979.

Bronnen

  • Hohmann, M. (1971). Die Pädagogiek Langevelds: Untersuchungen zu seinem Wissenschaftsverständnis. Bochum.
  • Imelman, J.D. & Rispens, J. (1979, 1983). Martinus Jan Langeveld. In J.D. Imelman (red.), Filosofie van opvoeding en onderwijs (pp. 159-173). Groningen.
  • Levering, B. (1991). Thema-nummer Langeveld, met bijdragen van J. Rispens & P. Schoorl, A. Rang & B. Rang en de redacteur. Pedagogisch tijdschrift, 16 (3), pp.143-192.
  • Levering, B. (2008). Martinus Jan Langeveld – Modern Nederlands pedagoog met internationale allure. In T.M. Kroon & B. Levering (red.), Grote pedagogen in klein bestek (pp. 214-220). Amsterdam.
  • Süssmuth, R.S. (1968). Zur Anthropologie des Kindes. München.
  • Vries, G.C. de (1977) Die teoretiese Pedagogiek van M.J Langeveld. Stellenbosch-Grahamstad.
  • Warsewa. E. (1971). Die Welt als menschliche Lebesform. Tübingen.