inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Annonay Andersson


Annonay Andersson
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Dit is de leraar die ik ben en dit is waar ik voor sta! hetkind.org/?p=55581

Ongeveer 7 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Videosamenvatting van vragenronde met Jan Wiegers van Cito: ‘Verkeerd gebruik kan schade berokkenen aan de betrokkenen’

15 januari 2015

Annonay Andersson

‘Op ons vakgebied hebben we ideeën over hoe we het onderwijs kunnen dienen, maar wat onderwijsdoelen betreft, stellen we ons erg terughoudend op.’ Op woensdag 12 november 2014 vulde Jan Wiegers van het CITO de derde onderwijsavond van het schooljaar over het thema: ‘Zin en onzin van toetsing en examinering’. In de videosamenvatting van de avond een aantal prangende vragen van het publiek (‘Kunnen jullie een toets maken die levenskracht toetst?’) en Luc Stevens (‘In hoeverre heeft het Cito actief overwogen om zich veel meer te profileren in de preventieve zin van verkeerd gebruik?) Kijk en lees mee.

Samenvatting Onderwijsavond met Jan Wiegers (CITO) op 12 november 2014 in Driebergen

Bij aanvang van de avond, werd een drietal uit he publiek gevraagd ‘Wat verwacht je van de avond?’. Hieronder hun antwoorden en het eerste deel van de videosamenvatting uitgeschreven.

Kim van Haeften, leraar basisonderwijs in IJsselstein: Ik ben heel benieuwd naar reacties in de zaal. Reacties op iemand die van het Cito uit komt vertellen wat zijn beweegredenen zijn. Er is naar mijn idee een soort angstcultuur waarin men de beste resultaten wil behalen. Is er vanuit het Cito zicht op die angst? Is het Cito wat hen betreft voor de kinderen, de ouders, scholen of is het een politieke kwestie? Wat breng je teweeg en wat zijn je doelen? Help je kinderen ermee of maak je ouders zekerder van dat wat ze al weten?

Jack Provily, onderwijsbegeleider: Met name zou ik van hem willen weten of het Cito zich realiseert wat er op de werkvloer gezegd wordt over Cito? Of ze weten dat het een soort besmette naam is geworden?

Marianne Rongen, regisseur bij Wittering.nl: Natuurlijk heb ik al verwachtingen. Ik ben vanmiddag al bij de Coalitie geweest en daar hebben we het gehad over toetsen en welke functies toetsen kunnen hebben. Op onze school gebruiken we niet het leerlingvolgsysteem van Cito, maar wel hun toetsen. Ik ben vooral heel nieuwsgierig naar wat hij gaat vertellen over de mogelijkheden en de onmogelijkheden van Cito.

Disclaimer

Sarina Hoogendam – intern begeleider op het Educatief Centrum in RotterdamWe hoorden in uw verhaal al terug dat het citotoetsen een tool, geen doel is. Maar we weten dat veel leraren de citotoets toch als een doel zien. Wij bedachten dat, net zoals er op sigarettenpakjes staat dat roken schadelijk is voor de gezondheid, er misschien een sticker op de citotoets geplakt kan worden: ‘Verkeerd gebruik kan schade berokkenen aan de betrokkenen’.

Wiegers: Je zult wel gek staan te kijken, maar wij maken wel wat heet een ‘disclaimer’, waarin wij uitleggen hoe toetsen gebruikt moeten worden en ook hoe ze níet gebruikt moeten worden.  Dus dat past helemaal in hetzelfde straatje. We hebben een pech of een geluk op deze specifieke vraag; want de Citotoets is niet meer.  Ik maak het mij er gemakkelijk vanaf, ik herken het hoor. Maar je moet hiervoor bij de minister zijn, want de Citotoets is niet meer, het is de centrale eindtoets. Blijft staan dat wij elk jaar er weer op wijzen waar die voor bedoeld is. Wat je er wel mee kunt en wat je er niet mee kunt. Dus wij proberen er wel onze verantwoordelijkheid voor te nemen. Maar we weten ook welke risico’s en welke druk daarmee gepaard gaat.

Levenskracht

Jan de Boer – docent op het vmbo: De cito die toetst geheugenkracht en intelligentie. In mijn klassen maak ik kinderen mee, die buitengewoon onzeker zijn. Maar dezelfde kinderen maak ik soms ook mee als buitengewoon verstandig en wijs. Levenswijs vooral. Wat ik zo graag wil, want de Cito is innoverend per slot van rekening, is dat ze er nog een toets bij maken. Dat is dan niet een toets die de leerkracht, maar de LEEFkracht van een leerling toetst. Zou de Cito die uitdaging eens aan kunnen gaan?

Wiegers: Zou u kunnen duiden wat u met leefkracht bedoelt?

Jan de Boer: U had het over  dingen die niet meetbaar zijn, daar doel ik op. Dat is nou juist de uitdaging; de dingen die u zo moeilijk vindt, om dat meetbaar te krijgen.

Wiegers: U wordt op uw wenken bediend. Niet door ons, maar de Onderwijsraad heeft onlangs een advies uitgebracht waarin zij zeiden dat dit soort moeilijk meetbare vaardigheden, competenties, meer aandacht behoeven. Ik weet niet of dat hetzelfde is als wat u bedoelt, maar het gaat wel grosso modo om die zaken die daar aan de orde komen. Dus ik ben erg benieuwd, en Cito wil graag helpen, om bij dat proces betrokken te zijn.

Kunnen we meten wat niet te meten is?

Luc Stevens: Het is een heel wezenlijk punt. Kunnen we meten wat niet te meten is? Met het advies van de Onderwijsraad, die aandacht vraagt voor de niet-cognitieve prestatie, is er gelijk de associatie ‘Dan zouden wij een instrument kunnen maken om iemands sociaal-emotionele of ‘levenswijsheids/status’ te meten.’ Dan krijgen we opnieuw te maken, met vergelijkende beoordeling. En daar zou ik bezwaar tegen maken. Het gaat er niet om dat je niet zou willen laten beschrijven, wat je leerlingen vermogen, het gaat om de vergelijkende beoordeling en de consequenties daarvan, de manier waarop dat vervolgens wordt gebruikt.

Je kunt die twee functies niet scheiden. Je kunt niet zeggen: het hangt af van de manier waarop het wordt gebruikt. Nee, een toets nodigt uit om gebruikt te worden. Die nodigt dus ook uit om verkeerd gebruikt te worden. En dan is mijn vraag, in aansluiting op de eerder gestelde vragen: In hoeverre heeft het Cito actief overwogen om zich veel meer te profileren in de preventieve zin van verkeerd gebruik? Met andere woorden: je maakt toetsen. Je doet je best om het goed ter plaatse uitgelegd te krijgen, wat de functie is en wat de waarde is (de validiteit). Maar tegelijkertijd heb je een bijsluiter, en die liegt er niet om. En die bijsluiter, die zou weleens van hele grote waarde kunnen zijn.

Legitimering

Antoinette Smit – directeur basisschool: In uw presentatie ging u in op de bestaansvoorwaarde van Cito, van het verleden tot op heden. Als het ware een legitimering van de standaardtoetsing. U daagt ons uit om onderwerpen aan te dragen voor de vernieuwing van ons onderwijsstelsel. Wat is volgens u de legitimering van Cito in een vernieuwd onderwijsstelsel?

Wiegers: Ik heb gezegd dat als je kijkt naar het onderwijsproces, dan heb je doelen, het leerproces en daar heb je evaluatie bij. Wij zien dus dat er altijd iets van evaluatie of toetsing in het onderwijs zal blijven. Wat wij wel zien, is dat een of twee keer per jaar een toets maken uit het leerlingvolgsysteem, dat dat gaat verdwijnen. Ik weet niet of jullie hier wel eens van de Rekentaal gehoord hebben? Dat is in het basisonderwijs een methode waarin kinderen rekenvaardigheden oefenen en dat is zo mooi gemaakt, dat daar voor de docent gelijk allemaal data-informatie uit naar voren komt. Het is ook adaptief gemaakt, waardoor het voor het kind heel erg uitdagend is. Dat is wat noemen, oefenen en toetsen of toetsen en oefenen. Dat is waar wij in ons vakgebied ontwikkelingen zien.

Als u het dan hebt over een bredere vernieuwing van ons onderwijsstelsel, nou dan zijn wij bij het Cito ook een beetje terughoudend. Wij zijn niet degenen die alles weten en alles willen weten. We willen daar ook ondersteunend in zijn, vanuit ons vakgebied. Je zou kunnen zeggen, op ons vakgebied hebben we ideeën over hoe we het onderwijs kunnen dienen, maar wat onderwijsdoelen zouden moeten zijn, stellen we ons erg terughoudend op.

Curriculum en toets

Luc Stevens: Wat hier aan de orde komt, is de verbinding tussen curriculum en toets. We zijn gewend te toetsen, min of meer los van het curriculum. En hier komen ze ineen. Maak je een curriculum, dan zorg je tegelijkertijd dat je feedbackmomenten hebt. En wel frequent. Dat kun je feedback noemen, maar ook toetsing. En op een gegeven moment kan er van Overheidswegen een algemene, summatieve toetsing zijn. Maar dat vind ik wel een interessant gegeven: dat Cito niet meer het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling wordt, maar de centrale ondersteuner bij ontwikkeling van curricula en toetsen. Of gewoon: curricula. En toetsen, daar praten we dan niet over, want die zijn per definitie, altijd, functioneel in het curriculum. Daar zou je het mee eens zijn?

Wiegers: absoluut, geen twijfel.

Rikie van Blijswijk – verbonden aan het NIVOZ en oprichter van De Leerschool: Ik ben ver voor het Scheveningse Beraad begonnen met lesgeven. Mijn beeld van hoe ik eruitzag toen, was een leraar van twintig jaar, zonder toetsen. Waar het om ging, was mijn professionaliteit. Ík wist waarom ik dingen deed en waarom ik dingen niet deed én ik kon dat legitimeren naar ouders. We zijn nu bijna veertig jaar verder en ik hoor om mij heen toetsen, toetsen en toetsen. Niks kan, niks mag, niemand durft, omdát er toetsen zijn. Als ik uw verhaal zo hoor – waar ik veel respect voor heb, want geen betere vertegenwoordiger van Cito dan u – vraag ik mij toch af: wat is er in die veertig jaar toch gebeurd? Ben ik zo veranderd, of heeft Cito daarin ook een verantwoordelijkheid?

Wiegers: Uiteraard hebben we dat. Dus u mag mij aanspreken waar wij dat niet goed doen. Twee opmerkingen. Ik heb het in mijn presentatie geschetst, waarom een toets (en dat heb ik even gedaan aan de hand van de eindtoets, die er al 45 jaar is en in het begin niet de discussie opriep die die nu oproept en volgens mij heeft dat niks te maken met de toets an sich) maar het zijn wel de elementen die daar staan (in de presentatie, red.) die de omstandigheden creëren waardoor die beeldvorming rondom de toets zo is. Dat is één ding.

Twee: ik sprak in de pauze een meneer uit Elst. Die meldde me dat zij een school hebben waar ze eigenlijk niets aan toetsing doen. Waar toch de inspectie geweest is, die beoordeeld heeft, zonder dat ze daar vroegen naar allerlei toetsgegevens, daar toch een goed rapport hebben gekregen. Die twee zaken tesamen en de casus Den Haag erbij; ik roep bij deze iedereen op: wees eens kritisch. Wat is wettelijk voorgeschreven en wat denken we wat voorgeschreven is? Of wat doen we al jaren omdat we het al jaren zo doen?

Meer weten over Onderwijsavonden? Hier is een overzicht van de komende avonden en hier kunt u zich ook aanmelden.