inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Rikie van Blijswijk


Rikie van Blijswijk
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter
facebook
Peter Senge: ‘Kracht van onderwijssysteem zit in versterken van de relaties’

18 januari 2015

Rikie van Blijswijk

De wereld is een complex systeem vol verknoopte vraagstukken. ‘Het idee dat er een antwoord moet zijn is het probleem’, meent systeemdenker Peter Senge. De sleutel ligt bij het onderwijs. Peter Senge , de man van de lerende organisatie, was in het voorjaar van 2010 in Nederland, voor een onderwijsconferentie van Stichting Duurzaam Leren. Onderstaand interview is afkomstig uit het Financieel Dagblad.

Volgens Senge lijdt ons onderwijs aan symptoombestrijding. Elk probleem wordt opgelost met een project dat voortkomt uit hetzelfde denken dat nu juist de oorzaak is geweest van het probleem. Iedere school, zoals iedere organisatie, is een levend en complex systeem waarin iedereen in toenemende mate afhankelijk is van de ander. Senge : ‘Een fiets is een optelsom van onderdelen, maar een school is meer dan een optelsom. Een persoon met twee benen rent nog altijd harder dan twee mensen samen die ieder maar één been hebben. De kracht van een systeem zit niet in het verbeteren van de onderdelen, maar in het versterken van de relaties.’

U was in Baarn en daarna op een grote onderwijsconferentie in Utrecht. Kwam u hier met een verschillende boodschap voor managers en onderwijspersoneel?

‘Nee, de boodschap is hetzelfde. Scholen en bedrijven zijn allebei complexe systemen. Bij de onderwijsbijeenkomst in Baarn waren ook vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven. En dan zijn er docenten die zeggen: wat doen die zakenlui hier? Het gaat toch om onderwijs? Kijk, zo’n vraag is al deel van het probleem. De uitdagingen waar het onderwijs mee kampt, kunnen niet meer alleen door het onderwijs opgelost worden. Inmiddels is het zover dat het hele idee van systeemdenken en de lerende organisatie ook het onderwijs bereikt heeft. Er is een kritische massa ontstaan die het begrijpt. Het gaat mij er nu om dat je kinderen bekend maakt met systeemdenken en vervolgens systeemdenken introduceert in scholen.’

Wat is de kern van de boodschap die u voor het onderwijs heeft?

Van alle organisaties ter wereld heeft het onderwijs de langste tijdhorizon. Een ceo heeft een focus van vijf tot hooguit tien jaar. Maar het onderwijs heeft een impact van wel vijftig jaar. Wat je leert heeft invloed op je hele werkzame leven. Dat betekent dat je vijftig jaar vooruit zou moeten denken over hoe de wereld eruit zou kunnen zien. In zo’n opvatting behoort een school een extreem innovatieve instelling te zijn, die nauw verbonden is met alle voormalige leerlingen en die doorlopend nieuwe bronnen van waarde creëert. Maar helaas is dat niet de realiteit. Scholen zijn waarschijnlijk de conservatiefste instellingen ter wereld. Conservatief omdat ze verankerd zijn in het verleden. Stel nu dat je een nieuwe manier gevonden hebt om wiskunde te leren. Kun je dat zomaar in de praktijk brengen? Ik denk van niet. Het onderwijs geeft je niet de vrijheid die je in het bedrijfsleven wel krijgt. Zolang je de wet niet overtreedt en geld verdient, kun je in een onderneming min of meer je gang gaan. Ik denk dat een school die echt innovatief is er ten eerste al niet als een school uitziet. Kinderen zijn druk bezig en doen van alles in de gemeenschap in plaats van naar de leraar te luisteren. De vraag is hoe ouders zouden reageren als ze zoiets zouden zien. Het zou niet op het onderwijs lijken zoals zij dat verwachten. Wat dat betreft is het onderwijs gevangen in een conflict tussen de toekomst op de langere termijn en hoe ze als instellingen op korte termijn gerund moeten worden. Een school zou verankerd moeten zijn in het verleden én van belang voor de toekomst tegelijk.’

Maar, systeemdenken en onderwijs: hoe ziet dat er dan uit volgens u?

‘Ten eerste dit. Een systeem is een geheel van samenhangende onderdelen. Alles wat je als individu doet, heeft invloed op het geheel. Aangezien alle vraagstukken ook voortkomen uit samenhangende problemen, bestaan er geen simpele oplossingen. Het gaat dan ook niet om de oplossingen maar om de aanpak. Dat betekent dat je het systeem moet versterken en dat doe je door het versterken van de onderlinge relaties. Houd even die tijdshorizon van vijftig jaar in gedachten. Wat betekent die voor vandaag? Dat weten we niet. Wie had vijftig jaar geleden kunnen denken dat we vandaag vooral te maken zouden hebben met de opwarming van de aarde en met terrorisme? Daarom kan het onderwijs zich veel beter richten op leren hoe je moet denken, hoe we samenwerken en samenleven.’

Het zoeken naar antwoorden heeft geen zin?

‘Naarmate we ouder worden, gaan we op zoek naar simpele antwoorden en oplossingen. Maar die zijn er niet. Het idee dat er een antwoord moet zijn is het probleem. De mate waarin wij onderling van elkaar afhankelijk zijn, neemt snel toe. Maar ons gevoel van isolatie groeit even snel. Mensen dienen vaardigheden te ontwikkelen om in deze complexe wereld deel te kunnen nemen, want de oude samenhangen verdwijnen. Het dorp is van oudsher het symbool voor een intieme, onderling afhankelijke gemeenschap. Je kent de uitdrukking “it takes a village to raise a kid”? Het is het probleem zoals beschreven in het boek Bowling Alone van Robert Putnam, het uiteenvallen van gezin en sociale netwerken in Amerika. Maar het uiteindelijke probleem is niet het uiteenvallen van gezin en gemeenschap en het ligt ook niet in scholen of bedrijven. De kern van het probleem is de kloof tussen die groeiende onderlinge afhankelijkheid en onze wijsheid op dat gebied die achterblijft. De toekomst ziet er vreemd uit voor ons. Dit is een vreemde wereld. Wij hebben te maken met ongekende vraagstukken. Vraagstukken zoals een grote maatschappelijke tweedeling, zoals het feit dat we groei moeten herdefiniëren, het vraagstuk van diversiteit en inclusiviteit, hoe we het potentieel van mensen kunnen ontwikkelen, de rol van de onderneming in deze veranderende wereld. En dan is er het naïeve geloof dat technologie al onze problemen kan oplossen.’

Als het zo niet werkt, hoe dan wel?

‘Mensen zien het verband bijvoorbeeld niet tussen het rijden van een benzine slurpende SUV en een droge rivierbedding in Noord-India. Het is het doel van onderwijs om die kloof in kennis en wijsheid te dichten. Leer om systemen te zien, om patronen van onderlinge afhankelijkheid te zien, om de blokkades in je eigen zien te zien. Er is het bekende voorbeeld uit de bedrijfsgeschiedenis van het bezoek van vertegenwoordigers van de Amerikaanse auto-industrie aan de Toyota-fabriek in Japan. Men zag geen klassieke productie, er was geen voorraad. Wat kon dat nu voorstellen? Wat de bezoekers aanschouwden was “just in time” -productie, maar ze zagen het niet. De vraag is dus of je over de muur van je eigen denken kunt kijken. Het feit dat er op een conferentie voor de helft mensen uit het bedrijfsleven zijn en voor de helft uit het onderwijs is echt belangrijk. Samenwerking is het menselijke gezicht van systeemdenken. Het is de vertaalslag van relaties in een systeem. Het is waar Unilever en Oxfam nu samen mee bezig zijn in het Sustainable Food Lab, dat probeert om een echt gezond voedselsysteem op te zetten. Overal ter wereld dalen de landbouwprijzen als gevolg van globalisering. Dat is het succes van globalisering, zegt men. Er is echter een klein probleem. Stel dat je boer bent. Overal in de derde wereld groeit het aantal ontheemde boeren dat in de krottenwijken van de steden gaat wonen. De grote voedingsmultinationals komen erachter dat ze vastzitten in een race naar de bodem. En ze zien geen uitweg uit het systeem. Oxfam en Unilever werken samen in Indonesië om de voedsel-supply chains helder in beeld te krijgen. Unilever heeft 3000 mensen in dienst in Indonesië en 3000 oproepkrachten, maar na verder onderzoek bleek dat maar liefst 100.000 Indonesiërs afhankelijk zijn van de activiteiten van het bedrijf. Het ging om boeren, kleine straatverkopers, noem maar op. Dat is goed én slecht nieuws. Unilever heeft dus meer invloed op positieve veranderingen, aan de andere kant kunnen beslissingen grote gevolgen hebben. Tot voor kort bevonden al die mensen zich buiten het denkkader van Unilever, nu ziet Unilever de samenhang.’

Unilever dat samenwerkt met Oxfam en systemen leert zien: als u dat doortrekt naar het onderwijs, wat zou dan een school moeten zijn?

‘Een school kan natuurlijk niet alles doen en zijn. Van invloed is ook de interface met de thuissituatie. Maar wat is die situatie? Er is niemand thuis. In Amerika brengen kinderen van tien jaar oud meer tijd door met computerspelletjes spelen dan dat ze contact met volwassenen hebben. Een ideale school is een school waar veel volwassenen aan verbonden zijn, bijvoorbeeld in een onderwijsvorm waarin per groepje van drie kinderen een mentor is. Hoeveel bedrijven denken over zo’n situatie en de gevolgen daarvan na? Onderwijs is niet alleen wat de leraar doet. Waarom zouden mensen in het bedrijfsleven niet drie dagen kunnen werken en twee dagen lesgeven? Ik ken voorbeelden van basisscholen waar ze kinderdialoogkringen hebben gehouden. Alleen de kinderen mogen praten. De leerkracht mag alleen luisteren. De kinderen bepalen zelf hun onderwerpen en de agenda. Ze praten over thuis, school, drugs. Zo kwam de vraag naar voren wat de perfecte school zou zijn. De leerkrachten waren daar wat nerveus onder, want die verwachten een school zonder leraren te horen. Weet je wat de kinderen het liefst wilden? Eén leerling, één leerkracht. Nou, hoe ga je dat aanpakken? Stel je nu eens een school voor met heel veel volwassenen. Ik ken een voorbeeld van de Monte del Sol Charter School in Santa Fe. Dat is een middelbare school, bewust kleinschalig zodat iedereen elkaar kent, die de gemeenschap in Santa Fe actief betrekt bij het onderwijs via een intensief mentorsysteem. De leerlingen kiezen een onderwerp dat ze willen leren, vervolgens bepalen ze wat ze ervan willen leren en daarna gaan ze op zoek naar iemand in de gemeenschap van Santa Fe die het hun een halve dag in de week bij wil brengen. Op die manier zijn er inmiddels zo’n honderd mensen, van houtbewerkers en huisschilders tot ingenieurs, bij de school betrokken. De mensen van Monte del Sol zien hun school als gemeenschap en hun onderwijsopdracht als het bijdragen aan een leven lang leren. It takes a village to raise a kid, nietwaar?’

Uit uw voorbeeld van de Santa Fe-school die het begrip gemeenschap herstelt, zou je kunnen opmaken dat systeemdenken eerder iets is wat we verleerd zijn en weer moeten aanleren.

‘Dat is ook zo. De oude inheemse culturen bijvoorbeeld hebben een veel dieper begrip van die onderlinge afhankelijkheid en meer kennis van systeemdenken. Zij weten dat de natuur onze enige leermeester is en ons probleem is onze scheiding van die natuur. Wij zien de verbanden niet meer. Wij zien “dingen”, geïsoleerde objecten. En zodoende leven we meer geïsoleerde levens. Het is opvallend dat de meeste inheemse volkeren geen zelfstandige naamwoorden kennen. Hun taal bestaat vrijwel geheel uit flux, uit beweging, uit werkwoorden. Niet uit begrippen voor dingen. Weet je, in die inheemse culturen zijn veertien-, vijftienjarigen bezig met hun initiatierite, met ingrijpende ervaringen die hun een antwoord bieden op de vraag “wie ben ik?” Onze jongeren hebben die vraag ook op diezelfde leeftijd. En wat doen wij? Wij zetten ze in een schoolbank. We moeten echt af van dat rigide klaslokaalmodel waarin alles van tevoren vastgelegd en vastgesteld is. We hebben lopendebandscholen in een wereld waarin geen lopende band meer bestaat. Het gaat erom dat je ergens deel van uitmaakt en een actief lid van een gemeenschap kunt zijn. Stel de vraag die er echt toe doet, namelijk de vraag naar iemands passie, en creëer daar een omgeving voor.’

Dr Peter Senge is docent aan het MIT en oprichter van de Society for Organizational Learning (SOL). Hij schreef toonaangevende managementboeken over systeemdenken en de lerende organisatie, zoals The Fifth Discipline, dat alom beschouwd wordt als een van de belangrijkste managementboeken ooit. Senge heeft onder meer samengewerkt met Otto Scharmer, inzake Theorie U.

ROY VAN DALM Copyright (c) 2007 Het Financieele Dagblad. Publicatiedatum: 23-6-2007