inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Karin Donkers


Karin Donkers
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Steeds hetzelfde ‘meidengedoe’, wat moet je ermee? hetkind.org/?p=53624

Ongeveer 9 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
‘Het lot van Thijs is onlosmakelijk verbonden met het welbevinden van de hele groep’

22 januari 2015

Karin Donkers

Geplaatst in: Partnerschap, Samenleving,

‘Thijs is gevallen en hij beweegt niet meer.’ In de centrale ruimte waar schoolleider Karin Donkers met een leerkracht na een klassenconsultatie aan het napraten is, valt er een een korte stilte. Ilse, de leerkracht heeft de paniek in haar ogen staan. Maar niet veel later komt alles in beweging. Het ongeluk van Thijs heeft impact en gaat meer kinderen en leerkrachten aan, zo blijkt al snel. Een blog over betrokkenheid en verbondenheid: ‘Het lot van Thijs is onlosmakelijk verbonden met het welbevinden van de hele groep.’

valllIlse staat naast me, met de paniek in haar ogen, aan mijn arm te trekken. Ze heeft een korte broek en een t-shirt aan. Op deze stormachtige dag, waarop het onophoudelijk regent, is dat niet de meest voor de hand liggende kleding. Het verraadt echter wel meteen de locatie waar het ongeval gebeurd zou moeten zijn. Ik aarzel geen moment, pak mijn mobiel van de tafel en ga met haar mee.

Ilse schreeuwt nog even door de centrale ruimte dat het allemaal echt heel erg is en ik zeg haar dat ze dat niet moet doen, want dan zouden we de jongere kinderen alleen maar ongerust maken. De trap naar de gymzaal lijkt veel meer treden te hebben als normaal, maar dat heeft ook duidelijk te maken met de angst voor wat ik aan ga treffen.

Op de grond ligt Thijs met zijn ogen dicht. Terwijl zijn juf naast hem neerknielt, vraag ik de gymdocente om de nodige informatie. We besluiten een ambulance te bellen, hoewel de ogen van Thijs inmiddels al weer open zijn.

De leerlingen uit de klas hebben nog niet allemaal in de gaten wat er gebeurd is, maar bij het woord ssstttt en ambulance, heerst er een absolute stilte in de groep. Elke beweging wordt gestaakt en rustig nemen de leerlingen plaats op de grond of op banken. Een enkeling blijft staan en een koppeltje vaste vriendjes heeft zich om het slachtoffer heen geschaard. De alarmcentrale verbindt me door en als ik de telefoon doorgeef aan de gymdocente – die verder gaat met het doorgeven van alle details, is ook Thijs weer bij kennis. Hij huilt en dat heeft een aanstekelijke werking op de rest van de groep. Al snel staan er meer leerlingen te huilen en zoeken ze troost in elkaars armen.

Ik ‘mag’ naar buiten om de ambulance op te vangen. Als die gearriveerd is, wordt al snel duidelijk dat het voor alle partijen rustiger zal zijn als de leerlingen naar de kleedkamers  gaan om zich om te kleden. Anders dan normaal is daar nu geen toezicht, dus al snel staan de eerste leerlingen voor de ramen te kijken naar de plek des onheils.

Ik kijk vanuit de gymzaal naar boven en besluit dat Thijs op dit moment aandacht en goede zorg genoeg heeft. Zijn leerkracht gaat mee en belooft nogmaals de ouders te bellen die we op vier verschillende telefoonnummers kunnen bereiken, maar niet te pakken krijgen.

In de kleedkamer tref ik huilende leerlingen aan en ik zeg ze dat ik begrijp dat ze bezorgd en verdrietig zijn. maar dat we nu moeten zorgen dat juf zich over hen geen zorgen hoeft te maken. ‘Kleed je lekker aan, ga naar het lokaal en probeer daar rustig samen aan het werk te gaan, wat te lezen of te tekenen. Zodra ik nieuws heb, kom ik naar jullie toe.’

Even troost ik nog een meisje, maar ook met haar spreek ik af dat ze naar de klas gaat en daar probeert om haar gedachten wat te verzetten. ‘Thijs is weer bij kennis, hij praat en kan zich bewegen. Nu gaan de ambulancebroeders even met hem praten en wat ‘testjes’ doen om te kijken of hij mee moet voor onderzoek naar het ziekenhuis.’

Deze woorden en het geloof in goede zorg zijn ook voor haar geruststellend genoeg om haar gymtas te pakken en naar haar lokaal gaan.
Ik loop nog even naar beneden en al snel werd duidelijk dat Thijs toch mee zal gaan voor onderzoek. De afstemming vindt plaats. De leerkracht van Thijs gaat mee naar het ziekenhuis in de ambulance en zal ook de ouders blijven bellen. Ik vang de groep op zal deze de rest van de middag begeleiden.

verbondenIk loop naar boven, hang mijn jas weg en loop naar het lokaal van groep 7 waar ik een hele rustige groep leerlingen tref. Er draait een film van ‘MR Bean’ op het digibord, die onmiddellijk bij mijn binnenkomst wordt uitgezet. ‘Heeft juf Maartje gedaan, hoor. Om ons een beetje vrolijker te maken. We kijken dit wel vaker en dat leek ons een goed idee.;
Het lijkt alsof in die zin een verontschuldiging zit, terwijl ik juist enorm blij ben met de manier waarop ze het aangepakt hadden. Ik spreek dat ook uit en vertel dat ik trots op ze ben, hoe ze elkaar gesteund hebben en ze ondanks dat het moeilijk was om naar de klas terug te gaan en hun klasgenootje onwetend achter te laten, ze dit toch hebben gedaan. Hun juf kon nu immers met een gerust hart mee naar het ziekenhuis.

Dit is ook het moment dat er opnieuw ‘tranen’ vloeien. Soms luid, maar soms ook heel stil of helemaal niet. Feilloos voelen de leerlingen aan waar een geruststellende arm nodig is of een relativerend woord. Hier is sprake van een echte groep die de verschillen in emoties en de uitingen daarvan volledig accepteerden van elkaar.
En natuurlijk komen de eigen ervaringen aan de ‘beurt’, worden er angsten uitgesproken en worden de eigen verhalen over ongelukken aangedikt. Maar het is goed zo. Ik zie het aan het koppie van Ans. Ze ziet bleek en heeft nog niets gezegd.

Als de film weer wordt aangezet, duikt er een aantal leerlingen in zijn boek en gaan anderen aan het werk om een kaart en een brief voor Thijs te maken. Ans doet nog steeds niets en kijkt voor zich uit.
Ik ga naast haar zitten en vraag of ze nog wat wil praten.
‘Nee hoor,’ zegt ze. “Ik vind het alleen zo moeilijk om te zien hoe we allemaal zo verschillend zijn en op welke manieren we hier mee om gaan. Ik weet het allemaal niet zo goed. Ik weet niet of ik wil huilen of wat ik moet zeggen.’
‘Dat is ook moeilijk Ans. Omgaan met dit soort situaties kun je niet leren. Je weet immers nooit hoe je gaat reageren. Maar je kunt er wel voor elkaar zijn en elkaar helpen. Er is geen goed of fout.’
Ze kijkt me aan en ik hoop dat dit antwoord op dit moment voldoende is. Meer tijd krijg ik ook niet, want de beste vriend van Thijs die geroepen is om zijn jas te zoeken, rent huilend de klas in. ‘Misschien komt het wel nooit meer goed en wordt het nooit meer hetzelfde in onze groep.’
Ik draai me nog even naar Ans en zie dat ze knikt als gebaar van: ga maar naar hém toe. Hij heeft je nu meer nodig. (Of is dat mijn eigen interpretatie?)

Steven die anders toch een beetje de macho van de klas is, staat al snikkend tegen me aan en ik probeer hem te troosten met het uitspreken van clichés als: ‘Hij is in goede handen. We kunnen niets anders doen dan afwachten.’ Hij droogt zijn tranen en bijt zich vervolgens samen met Anne helemaal vast in het net schrijven van een brief naar Thijs, namens de groep. En natuurlijk wordt deze brief voorgelezen aan de hele groep. Uiteindelijk knikken alle leerlingen instemmend. Twee zelfgemaakte kaarten rouleren vervolgens nog door klas en iedereen schrijft er een persoonlijke boodschap op.

Lieve Thijs

Het ging allemaal zo snel
We schrokken er allemaal heel erg van
Veel kinderen moesten huilen
We vonden het allemaal heel moeilijk
We hebben er nog met juf Karin over gepraat
We missen je allemaal heel erg
We hopen dat je snel weer terug komt

Veel liefs Anne en Steven en de rest van de klas.

Rustig en wat verslagen lopen de leerlingen door de centrale ruimte, de trap af naar beneden, pakken hun jas: ‘Dag Karin, tot morgen.’
Ik loop terug naar boven en terwijl ik op weg ben naar het lokaal van groep 7, zie ik een door leerlingen gemaakte poster hangen. Op de poster staan allemaal goudkleurige handafdrukken en de tekst:

‘Als één iemand niet gelukkig is, is niemand gelukkig.’ – Kanamori

Ik sta even stil en bedenk me dat dat is wat ik gevoeld had in de groep vanmiddag. Het lot van Thijs was onlosmakelijk verbonden met het welbevinden van de hele groep. Wat een prachtige ervaring.

(De namen van de leerlingen zijn veranderd i.v.m. hun privacy)

Karin Donkers is schoolleider op De Cocon, een school voor Ontwikkelingsgericht Onderwijs.

Bron;