inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Roland Schut


Roland Schut
Bekijk mijn profiel

Geert Bors


Geert Bors
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Lex wil niet leren. Dat zegt school. En hij is niet testbaar’ hetkind.org/?p=54795

Ongeveer 3 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Tact, leiderschap en ouders: ‘Het is de vader van Dennis,’ fluistert ze. ‘En hij is kwaad.’

29 januari 2015

Roland Schut

De columns van Roland Schut stonden al centraal in het openingshoofdstuk van het boek Pedagogische Tact. In dit nieuwe verhaal blijkt dat een schoolleider soms ook een fikse dosis tact nodig heeft in het benaderen van ouders. Zeker als het om de vader van Dennis gaat, die inmiddels een zekere reputatie heeft en totaal opgefokt bij Ronalds kantoor zit te wachten. Een column over het goede doen op het juiste moment, ook in de ogen van… de ouder. ‘Tot ik vlakbij hem was, wist ik nog niet wat ik ging zeggen.’

Housebroek column Roland SchutHet is de vader van Dennis”, fluisterde onze administratief medewerkster op de gang: “Hij is bij je kantoor. En hij is kwaad.”

Een minuut eerder zat ik nog achter in het lokaal bij een van de leerkrachten uit mijn team. Klassenbezoek. De les verliep prima. Maar toen ik uit mijn notitieblok opkeek, had ik opeens haar rood aangelopen gezicht bij het raampje in de deur gezien. Haar ogen hadden contact gezocht. Liplezen hoefde niet: “Kom je? Nu!”

In ons team was ‘de vader van Dennis’ een begrip. En dat wilde wat zeggen op onze behoorlijk levendige school, met een spannende populatie van kinderen én ouders, midden in Amsterdam Osdorp, een wijk vol sociaal-economische problematiek. We hadden een maand eerder nog becijferd dat er inmiddels kinderen van bijna veertig verschillende nationaliteiten op ons schoolplein rondliepen. In die interculturele potpourri zaten ook nog een paar kinderen uit een autochtoon nest. Dennis was er daar één van.

De administratief medewerkster deed een pas naar achter en liet mij voorgaan, op weg naar mijn kantoor. “Er schijnt iets bij de gym gebeurt te zijn”, wist ze me nog te vertellen. “Hij zegt dat de gymmeester zijn zoon geslagen heeft en hij wil nú naar hem toe.”

Met Dennis’ pa had vrijwel elk van mijn leerkrachten al wel eens te maken gehad. Hij was heel aanwezig. Verbaal agressief. Als hij weer eens verhaal kwam halen, kwam er een imponerende bonk explosiviteit de school binnen wandelen. Een bodybuilder. Bijna twee meter lang. Oorbellen en een paardenstaart. Armen vol tatoeages. En, om het af te maken, een housebroek.

Vanaf het eind van de gang, zag ik hem al zitten op het bankje voor mijn kantoor. Omdat hij met zijn rug naar me toe zat, merkte hij mij niet op. Zijn houding verried opgefoktheid. Onder zijn hempje zag ik dat zijn schouders strak stonden. Ik had vaker met agressieve ouders te maken en het bleef aftasten hoe je ze het best kon benaderen. Toen ik hem tot een paar meter genaderd was, wist ik nog steeds niet hoe ik het gesprek zou beginnen. En toen zag ik had hij zijn haar had afgeschoren.

Een jaar eerder had ik Dennis’ vader wat beter leren kennen, bij de musicalavond waarmee zijn dochter afscheid nam van de basisschool. We deelden een rauwig Amsterdams gevoel voor humor. Hij bleek een rasverteller, met verhalen die telkens op het randje balanceerden van wat wettelijk nog mag. Dat ik toch geëngageerd bleef luisteren, kwam door de zelfspot, waarin zijn verhalen gemarineerd waren. Bij het afscheid had hij me op de schouder geslagen en gezegd: “Eigenlijk moet ik niks hebben van scholen, maar jij bent een toffe gozer.”

Dennis’ vader was al een poos niet op school geweest. Het was een publiek geheim dat hij een tijdje vastgezeten had. Met zijn kale kop zag hij er nog wat indrukwekkender uit. Voor ik het zelf goed en wel besefte, sloeg ik hem keihard op de schouder en zei: “God, wat ben jij lelijk geworden!” Meteen daarna: “Kop koffie?”

Ik liep naar de deur van mijn kantoor en keek om. Ik zag verbijstering. Ik zag hem afwegen hoe hij moest reageren. Een seconde later barstte hij in bulderend lachen uit, sloeg mij twee keer zo hard op mijn schouder en liep mee naar binnen. We spraken, dronken onze koffie. Toen hij naar buiten ging, draaide hij zich nog even om: “Zeg maar tegen de gymmeester, dat als Dennis lastig is, hij hem een knal tegen z’n harses verkoopt. Doe ik thuis ook.”

Verliep daarmee het contact tussen Dennis’ vader en de school voortaan soepel? Natuurlijk niet. Hij bleef een licht ontvlambare man, die deed voor hij dacht. Nog vaak kwam hij op school, liep dan rechtstreeks naar de juf of meester met wie hij dacht iets te moeten vereffenen, om achteraf tot de slotsom te komen dat hij het misschien anders had kunnen aanpakken. Maar onze band bleef in tact. Van mij accepteerde hij het als ik hem aansprak. En daarmee voelden de leerkrachten zich veilig.

Lang heb ik me verbaasd hoe de spanning die ik voelde bij het lopen naar de man met de housebroek, wegebde op het moment dat mijn hand tussen zijn schouderbladen landde. Een plankenkoorts die er is tot het moment dat je het toneel opspringt. Dat gevoel te weten dat de bal tussen de palen gaat landen, zodra je hem geraakt hebt. Daarmee gaat dit verhaal voor mij over pedagogische tact. Over het goede doen op het juiste moment, ook in de ogen van… de ouder.

Dennis’ pa was meer dan die housebroek, die tattoos, die spierbundel en die lichtontvlambaarheid. Ik kende iets van zijn humor, zijn werkelijkheid, zijn sociaal-economische situatie. Met af en toe een baantje en meestal niet. Met de moeizame relatie met zijn vrouw. Maar ik zag ook de toewijding – op zijn manier – aan zijn kinderen: als er gesjouwd moest worden op school, was hij er altijd.

Jaren van onderwijservaring maken dat je onwillekeurig in sommige ouders ‘types’ kan gaan herkennen. Soms is dat handig om snel te kunnen peilen wat wie je voor je hebt en hoe je met ze om kunt gaan. Er is een heel spectrum, van perfectionistisch tot verwaarlozende ouders. Herkennen is goed, maar een veroordelend stempel drukken niet. Tact gaat voor mij om het ‘split-second’-moment, maar meer nog om wat daaraan vooraf gaat. Om kinderen én hun ouders werkelijk te zien. Om investeren in relaties en zorgen dat je een goede band hebt, zodat je erop terug kan vallen, als het erop aankomt.

Roland Schut, i.s.m. Geert Bors

Roland is docent Pedagogische Tact en Pedagogisch Leiderschap, en directeur van Adviesbureau Vandaag