inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Marcel van Herpen


Marcel van Herpen
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Echt niet alles is oké in de klas van juf Kiet. --> opinie van @teadoek in Parool #tegengeluid parool.nl/opinie/-echt-n…

Minder dan een seconde geleden op hetkind's Twitter via Twitter for iPhone

facebook
Column over betrokkenheid: ‘Een hele puzzel’

11 april 2015

Marcel van Herpen

Marcel van Herpen gaat in gesprek met Tijn. De jongen zit te puzzelen, maar zoekt niet uit zichzelf de uitdaging. Wat eerst een hele puzzel lijkt, blijkt al vlot een stukje waardoor deze leerling ineens zijn eigen grenzen wil verkennen. De column.

puzzelstukjesJan vroeg me om mee naar Tijn te komen kijken.

Tijn ‘doet het allemaal wel’, maar van echte betrokkenheid is geen sprake. En dus is zijn ontwikkeling waarschijnlijk niet optimaal.

Nu zit Tijn een zelfgekozen puzzel te maken. Ik ga bij hem zitten. Tijn lacht naar me en zegt: “Makkelijk”.
Als hij klaar is, wil hij weglopen. Ik vraag hem of ik de puzzel moeilijker mag maken. “Okay”, zegt Tijn en lacht weer.
Ik pak de puzzelstukjes, schud ze en leg ze omgekeerd op een stapeltje. “Pak ze één voor één en leg ze goed neer”, is mijn instructie.

Tijn begint en reageert al snel met “Dat kan ik”.
Als hij klaar is en ik heb hem gecomplimenteerd, vraag ik of hij ze ook in één keer op de goede plaats kan leggen. Tijn begint opnieuw en legt twee stukjes op de goede plaats. Dat weet hij ‘zeker’. Met het derde stukje schuift hij op en neer. Uiteindelijk vraagt hij mij of hij dat stukje even mag bewaren. Ik ben verheugd om zijn strategie, maar geef enkel aan dat dat prima is.

Als hij de puzzel af heeft, vraagt hij of hij een andere ook zó mag. Vooraf vraag ik hem de puzzel goed te bekijken. We ‘ankeren’ een aantal belangrijke punten in de puzzel. Hij is ongelofelijk trots dat het nu ook weer lukt. Meteen neemt hij de volgende puzzel en begint zonder te ‘ankeren’. Al bij het tweede stukje komt hij erachter dat hij niet weet hoe de voorstelling eruit zag.

Zijn impulsieve gedrag is wellicht voortgekomen uit een te groot en snel opgebouwd competentiegevoel. Hij kijkt me vragend aan. Ik kijk vragend terug. “Ik moet eerst kijken”, zegt Tijn. “Natuurlijk”, zeg ik.

Als het Tijn is gelukt vraagt hij gewichtig: “Kun je het nog moeilijker maken?” Ik neem twee puzzels en schud ze door elkaar. Ik zeg nog dat het waarschijnlijk wel erg lang zal duren en loop weg.

Na enkele minuten staat hij recht voor me en lacht. “Kom maar eens mee”.
Uiteraard liggen de puzzels zoals bedoeld op de tafel. “En nou?” vraagt Tijn.

“Nee…”, zeg ik, “dat kost je een hele ochtend werk.”
“Doe maar”, zegt Tijn.
Ik pak een bak en schud er alle puzzels van de klas één voor één in. Tijns hoofd wordt roder en roder. “Dat kan ik”, roept hij. “Hoe denk je dat te gaan doen”, vraag ik.
“Ik leg alle plankjes klaar en pak eerst elk stukje dat bij een puzzel hoort.”
“Jan”, roept Tijn, “kom eens. Morgen is dit mijn kantoor en niemand mag storen.”
“Hoe laat je dat weten?” vraagt Jan.

Na school maakt Jan samen met Tijn een ‘verkeersbord’ met een kind en een kruis erdoor. Morgen is het puzzelkantoor alleen voor Tijn.

Marcel van Herpen