inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Marieke van Duin


Marieke van Duin
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Zijn we vergeten hoe het is als je wereld op zijn kop staat door dingen die volwassenen niet begrijpen?’ hetkind.org/?p=54825

Ongeveer 15 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
‘Wauw, weer een bevestiging waarom een leerkracht echt niet alles zelf hoeft te bedenken!’

23 april 2015

Marieke van Duin

Marieke van Duin-Pennings bemerkt dat haar leerlingen op de Sint Jozefbasisschool in ’t Zand meer op de klok zitten te kijken dan dat ze werkelijk  aan het ‘stillezen’ zijn. Wat is hiervan de oorzaak en nog wel belangrijker: hoe zou hun motivatie verhoogd kunnen worden? Aanleiding voor een praktijkonderzoek, waarin ze onderzocht in hoeverre  er voldoende wordt geäppeleerd aan de drie basisbehoeften van een mens/kind: autonomie, relatie en competentie. Marieke schrijft over haar onderzoek dat ze uitvoerde voor de Master Leren & Innoveren en de impact op de praktijk in de klas. ‘Wauw, weer een bevestiging waarom een leerkracht echt niet alles zelf hoeft te bedenken!’

autonomieEdward Deci en Richard Ryan (2000) hebben veel onderzoek gedaan naar motivatie. Zij hebben onderzocht dat de bron van motivatie in het kind ligt. Zij noemen dit intrinsieke motivatie. Hierbij willen leerlingen zelf met de leerstof aan de slag gaan omdat zij zelf willen leren (Castelijns, Segers, & Struyven, 2011).

Dat is precies de grootste wens op de Sint Jozefbasisschool: leerlingen die uit zichzelf willen leren en dus ook lezen!

Maar hoe raken leerlingen dan intrinsiek gemotiveerd? Volgens Deci & Ryan (2000) moet er rekening gehouden worden met de drie aangeboren basisbehoeften. Deze zijn: autonomie, relatie en competentie.

  • Bij autonomie gaat het om de behoefte om vrij te kiezen, te beslissen en zelf te mogen sturen in het handelen (Bors, & Stevens, 2010).
  • Bij relatie gaat het om de behoefte om ergens bij te horen en zich gewaardeerd te voelen (Ros, Castelijns, Loon van, & Verbeeck, 2014).
  • Bij competentie gaat het om de behoefte om zich bekwaam te voelen en om eigen doelen te bereiken (Bors, & Stevens, 2010), waarbij er wordt gezocht naar optimale uitdagingen (Verbeeck, 2010).

Is aan deze drie basisbehoeften voldaan, dan is er sprake van welbevinden, motivatie, inzet en zin in leren (Bors, & Stevens, 2010).

Door het stellen van de juiste vragen, werkelijk interesse te tonen en begrip te hebben, kunnen leerlingen toch heel goed aangeven wat ze willen. Daardoor alleen al leek de intrinsieke motivatie geprikkeld: niet denken aan wat juf wil, maar hoe zij het zelf zouden willen.

Alle leerlingen willen meer keuze aan boeken, zowel in niveau als in soort. Ze denken dat ze zich dan ook meer competent zullen voelen. Over de doelen moet iedereen lang nadenken. Moeilijke woorden leren en snel kunnen lezen, worden genoemd, maar er wordt ook aangegeven dat er in de klas nog nooit over leesdoelen is gesproken.

Hoe ervaren leerlingen de basisbehoeften?

Uit deze antwoorden kunnen we afleiden hoe de leerlingen de basisbehoeften ervaren tijden de stilleesles. Zij geven eigenlijk aan zij te weinig autonomie ervaren. Zij willen graag invloed hebben op de leesles door het hebben van keuzemogelijkheden. Door meer invloed te krijgen op de keuze aan boeken zal ook het gevoel van competentie toenemen. Bovendien moeten leesdoelen duidelijker worden en moet er gezocht worden naar bijbehorende uitdagingen. Belangrijk hierbij is de relatie. Volgens Van Herpen (2013) is een goede relatie nodig om autonomie te verlenen.

Ideeën kwamen er dan ook volop. Van meer keuze aan boeken, het lezen van elkaars werkstukken tot het lezen van woordjes. Ze willen wel eens wat anders dan alleen maar stillezen, zoals het flitsen van woorden op het bord of lezen met een maatje. Soms vinden leerlingen dat lezen ook wel lekker gek mag door zelf een leeshouding te kiezen… En dat allemaal afhankelijk van het doel wat zij kiezen. Hoe zal dit er in de praktijk uitzien?

leeezenHoe ziet de stilleesles er nu uit?

Iedere morgen begint groep zes nog steeds met lezen in de klas. De leerlingen komen enthousiast de klas binnen en pakken uit zichzelf hun tijdschriftenhouder. De inhoud verschilt per leerling. De één heeft er AZ-boeken in staan, de ander een AVI-boek, een tijdschrift en een informatieboek.

Wat iedereen er in heeft staan, is een eigen portfoliomap. Hierin noteren de leerlingen wat ze willen leren en hoe ze dit gaan doen. Tijdens het lezen liggen een paar leerlingen languit op de grond, leest een leerling een andere leerling voor, wordt er geflitst op de computer, maar het meest opvallende is toch wel dat er door iedereen heel aandachtig én met plezier wordt gelezen. Aan het einde van de leesles worden de doelen besproken en gevraagd of iemand nog hulp nodig heeft of vragen heeft.

Het stellen van doelen en hoe deze te bereiken, vinden de leerlingen nog lastig. Hoe kan een leerling bijvoorbeeld zelf controleren of hij een tekst begrijpt? Ook daarvoor kunnen leerlingen zelf een oplossing bedenken. “Ik vind dat ik mijn doel bereikt hebt als ik van een tekst bijna geen woorden meer rood hoef te kleuren. Dan begrijp ik het.“ Wauw, weer een bevestiging waarom een leerkracht echt niet alles zelf hoeft te bedenken! Zelf kunnen de leerlingen dit heel goed, misschien nog wel beter.

Tot slot…

En hoe ervaren de leerlingen het dat er meer rekening wordt gehouden met hun basisbehoeften tijdens het stillezen? Heel goed! Zoals een leerling laatst zei: “Het is echt veel leuker. Ik heb heel leuke boeken. Anders ging ik gewoon lezen omdat dat moest, en nu weet ik waarom ik het doe!”

Alleen de naam moet nog veranderd worden, want stillezen alleen is het echt niet meer…

Lees hier de originele tekst van Marieke in een PDF: ‘ Luister je ook naar mij?’ – Meer motivatie door inbreng van leerlingen.

Marieke van Duin-Pennings is leerkracht op de Sint Jozefbasisschool in ’t Zand en nam deel aan de Master Leer & Innoveren.

Literatuur:

  • Bors, G., & Stevens, L. (2010). De gemotiveerde leerling. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
  • Castelijns, J., & Segers, M. (2011). Evalueren om te leren. Bussum: Coutinho.
  • Herpen, M. v. (2013). Ik, de leraar. Driebergen: Wihabo.
  • Ros, A., Castelijns, J., Loon van, A., & Verbeeck, K. (2014). Gemotiveerd leren en lesgeven. Bussum: Coutinho.
  • Ryan, R., & Deci, E. (2000). Intrisic and Extrinsic Motivations: Class Definitions and New Directions. Contemporary Educational Psychology, 54-67.
  • Verbeeck, K. (2010, oktober 5). Op eigen vleugels. ‘s-Hertogenbosch: KPC Groep. Opgeroepen op oktober 8, 2014, van www.kpcgroep.nl: http://www.kpcgroep.nl/kpc-groep/publicaties/op-eigen-vleugels.aspx

 

basisbehoeftenm