inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Frans de Vijlder


Frans de Vijlder
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Ode aan onze helden. Niet vanwege lessen of uitleg, maar door vertrouwen en aandacht’ hetkind.org/?p=54786

Ongeveer 13 minuten geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Kwaliteit van Onderwijs – ‘Wenselijk: een team- en netwerkprofessional in plaats van de solistische beroepsbeoefenaar

12 mei 2015

Frans de Vijlder

Frans de Vijlder doet een interessante oproep aan docenten om zich beter te organiseren en dan het heft in handen te nemen. Ze moeten zich omvormen van een solistische, tot een teamgerichte professional. De Vijlders essay maakt onderdeel uit van een reeks die is geschreven in de aanloop naar het congres Kwaliteit van Onderwijs, op 25 juni in Nieuwegein. Op zeven spraakmakende thema’s vindt een online debat plaats. De Vijlder is onder meer lector Goed Bestuur en Innovatiedynamiek in Maatschappelijke Organisaties aan de HAN. ‘Hoe kunnen we leraren/docenten in vormen van professionele zelfregulering laten functioneren, die lichtvoetig georganiseerd en dynamisch blijven?’

Frans-de-Vijlder_400x400_acf_cropped1Vertrekpunt van het betoog is de stelling dat duurzame kwaliteitsverbetering in het onderwijs alleen kans van slagen heeft als leraren en docenten daarvoor verantwoordelijkheid willen nemen. Daartoe moeten ze zich organiseren tot een zelfstandige kracht in de besturing van het onderwijs, zowel in hun eigen organisatie als op landelijk niveau. Bovendien is een ander type professional in het onderwijs gewenst: de team- en netwerkprofessional in plaats van de solistische beroepsbeoefenaar, wiens beeld, impliciet, maar zeer dominant in veel opleidingen van professionals domineert. Daartoe moeten de lerarenopleidingen drastisch worden aangepast.

Gewenst is de vorming van ‘Vlaamse’ associaties van universiteiten en hogescholen met betrokkenheid van maatschappelijke partners en de vorming van ateliers, waarin onderwijs, onderzoek, innovatie en kenniscirculatie op een natuurlijke manier worden gecombineerd en waarin wordt uitgegaan van de maatschappelijk geëngageerde kritische professional. Aan het steviger positie geven aan de leraar/docent kunnen andere partijen in het onderwijsbestuur bijdragen door zich anders op te stellen. Toezichthouders kunnen minder repressief worden en juist andere partijen, waaronder de professionals, meer aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Bestuurders en managers in het onderwijs kunnen zich ook veel duidelijker opstellen tegenover professionals en daar verantwoordelijkheid neerleggen . En op landelijk niveau moeten we loskomen van de fixatie op de relatie tussen (centrale) overheid en ‘het bestuur’ of ‘bevoegde gezag’ en ruimte bieden voor nieuwe bestuurlijke organisatievormen.

Het mogelijk maken van maatschappen van leraren is daarvan een voorbeeld. Het huidige keurslijf van bestuurlijke verhoudingen belemmert bovendien samenwerking en netwerkvorming op lokaal en regionaal niveau, juist nu veel verantwoordelijkheden op dat niveau zijn belegd en lokale bestuurders in onderwijs, zorg en gemeenten naarstig op zoek zijn naar nieuwe vormen van samenwerking.

Belangrijkste kwesties:

Hoe te ontsnappen aan diverse rol-gevangenissen? Bestuurders/managers over en weer met professionals; centrale overheid over en weer met instellingen; inspectie over en weer met scholen & besturen; lerarenopleiders over en weer met hun studenten; et cetera…

Het bestuur en de interne organisatie van het onderwijs staat bol van de beelden – over en weer – waarin mensen/actoren elkaar gevangen houden en waarop beleid en politiek gebaseerd worden. Actoren, de mensen erachter wel te verstaan, gaan zich meestal naar die beelden gedragen en na verloop van tijd weten we niet beter meer. Vermoedelijk is dat één van de grootste blokkades voor meer structurele veranderingen. Als lerarenopleiders niet méér van hun studenten verwachten, dan gaan deze studenten onderpresteren. Als politiek en media ons willen doen geloven dat leraren het slachtoffer zijn van managers en bureaucratie, dan wordt het voor mensen met ambitie vanzelf onaantrekkelijker om bij zo’n beroepsgroep te willen horen. Als we van de lerarenopleidingen hbo niet verwachten dat ze competente leraren kunnen opleiden en daarom gaan pleiten voor academisch gevormde leraren, dan maken van we van het hbo vanzelf tweederangs hoger onderwijs. Dit mechanisme is te keren door partijen nadrukkelijker en consequenter op hun verantwoordelijkheden en wat er van hen verwacht wordt aan te spreken!

Hoe te sturen in het netwerk? Wie stuurt de netwerkarchitectuur als alle partners gevangen zitten in hun huidige rollen?

Netwerkbesturing vergt een vorm van lichtvoetigheid in het maken en toepassen van afspraken, vormen van samenwerking, communicatie en verantwoordingsmechanismen, vormen van financiering en budgetaanwending, die zich slecht verdragen met de meer klassieke vormen van sturing door de overheid, de toepassing van rechtsbeginselen, etc.. Bovendien, deze vormen van horizontalisering in de besturing vergen van overheid, toezichthouders en politiek een andere benadering van hun rol: niet zelf aan de knoppen draaien, maar andere actoren in stelling brengen en verantwoordelijkheden attribueren.

Hoe krijgen we meer massa en kwaliteit in lerarenopleidingen? Hoe voorkomen we reproductie van verouderde beroepsbeelden in die opleidingen?

De gestolde beroepsbeelden in het onderwijs zijn alleen dan te doorbreken, als ook de lerarenopleidingen op een andere manier naar het onderwijs leren kijken, met veel meer aandacht voor leren en opvoeden in netwerken in plaats van ‘in de klas’, zelfs als dat de fysieke plaats is waar dat leren plaats vindt. Bovendien wordt de leraar nog teveel als solist gezien in plaats van als teamspeler, die zijn formidabele prestatie vooral te danken heeft aan het samenwerken in een team en in een netwerk. In dat opzicht is de praktijk van persoonsverheerlijking van ‘de leraar van het jaar’ zonder meer verfoeilijk; waarom niet de professionele gemeenschap van het jaar of zoiets. Zeker in het voortgezet onderwijs zijn de lerarenopleidingen veel te veel gefocust op ‘het vak’ dat de leraar moet gaan verzorgen en waarmee hij zich moet identificeren. Met andere woorden: hoe gaan we er voor zorgen dat de lerarenopleidingen meer impulsen van buitenaf toestaan, zonder deze te immuniseren door een vorm van zelfreferentiële geslotenheid.

Hoe kunnen we leraren/docenten in vormen van professionele zelfregulering laten functioneren, die lichtvoetig georganiseerd en dynamisch blijven? Hoe voorkomen we dat ze niet onmiddellijk stollen in bureaucratie, omwille van juridische immunisering of politieke correctheid?

Bij professionele zelfregulering denken we al heel snel aan de medische professies, de advocatuur, etc. Maar misschien is de moraal van het verhaal wel dat wat de leraren en docenten te weinig hebben, de klassieke professies te veel hebben. Kan professionele zelfregulering ook een vorm krijgen die beter past bij de cultuur van de netwerksamenleving en de hierboven bedoelde netwerksturing? Als de professionals in het onderwijs erin zouden slagen om hun professionele zelfregulering te gieten in eenentwintigste eeuwse versie, in plaats van de vroeg twintigste eeuwse variant, dan zou er veel gewonnen zijn!

–> Dit is een samenvatting, binnenkort kunt u hier het volledige essay als PDF  bekijken.

Frans de Vijlder is lector Goed Bestuur en Innovatiedynamiek in Maatschappelijke Organisaties aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en leading lector van het HAN Kenniscentrum Publieke Zaak. Hij werkte bij Capgemini, bij de UvA en de UT en als docent bij enkele andere universiteiten.

kwal om 20.21Congres Kwaliteit van Onderwijs (25 juni Nieuwegein)

Aan de hand van zeven spraakmakende thema’s wisselen we op 25 juni opvattingen uit om een nieuwe koers te bepalen. We blijven niet bij het uitwisselen van ideeën maar gaan ook over tot het vormen van oordelen en het ontwerpen van voorstellen. Op deze thema’s zijn beschouwingen in de diepte geschreven. Hierover vindt een online debat plaats:

Ben jij één van die 500 docenten, bestuurders, studenten, wetenschappers en opiniemakers die hun creativiteit willen inzetten voor de kwaliteit van onderwijs? Meld je dan aan

Drie redenen om erbij te zijn

  1. Ontmoet 500 gedreven docenten, bestuurders, studenten, wetenschappers en opiniemakers.
  2. Deel je kennis en ervaringen op zeven spraakmakende thema’s.
  3. Ontwerp gezamenlijk toekomsten: school, curriculum, methoden en manifest.

Programma

Hieronder vindt u het beknopte programma voor het congres. U kunt het volledige programma als PDF bekijken. Download programma