inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Ronald Heidanus


Ronald Heidanus
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Klassikaal onderwijs! Omdat het altijd zo is geweest of vanuit een bewuste, pedagogische keuze en visie?’ hetkind.org/?p=55579

Ongeveer 3 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Blog: ‘Lucas, Willem en Lizzie leren me het speelveld te verruimen’

16 mei 2015

Ronald Heidanus

‘Je bent nutteloos. Ga maar tussen de jassen hangen, op de gang! De 11-jarige Franse jongen tegen wie dit gezegd werd, nam de woorden iets te letterlijk, zie de gevolgen. Wat drijft een leerkracht om dit tegen een leerling te zeggen? In hoeveel tijd verbreek je de verbinding met het kind? Waar ligt de pedagogische en de morele verantwoordelijkheid van een leerkracht? Hoe hoog mag frustratie en onmacht oplopen? Wanneer heb je jezelf nog onder controle? Ronald Heidanus gaat op onderzoek. ‘Lucas, Willem en Lizzie leren me het speelveld te verruimen.’

Er is een kind overleden en het debat gaat over ‘verplichte bewaking’? Wat maakt dat veel beslissingen op beheersmatig niveau gemaakt worden? We weten het niet meer, het gaat mis, goed mis. Dus gaan we verder met inkaderen. Is dat het (vaste) recept? Zorgen deze regels niet juist voor het af- en doorschuiven van verantwoordelijkheden? En hoe verhoudt zich dit tot het begrip vertrouwen, om maar te zwijgen van ieders innerlijk kompas?

Als leerkracht heb ik een pedagogische taak, maar niet altijd het antwoord op (morele) situaties! Ik heb de verantwoordelijkheid om mijn eigen handelen, zowel emotioneel als rationeel, te begrijpen en te reflecteren. Mijn handelen vindt plaats op een dunne lijn van verwachtingen, van mezelf en van mijn omgeving, de ander. En ik heb te maken met mijn eigen biografie, mijn eigen perceptie en met verwachtingen die – door de maatschappij, door de cultuur – impliciet en expliciet zijn opgelegd.

Het sturen van je eigen handelen en je emoties is met elkaar verbonden. Maar in hoeverre bepaal of maak jij bewust de keus, doe je wat je doet?

lucaIk herinner me Lucas. Als de dag van gisteren. Hij zat in mijn klas, het tweede jaar dat ik als leraar in het speciaal onderwijs werkte. Ik leerde elke dag, maar Lucas niet. Hij had een Italiaanse achternaam en door zijn gedemotiveerde houding had ik mijn vooroordeel snel klaar. Waarom speelde zijn achtergrond voor mij een rol? Zocht ik een verklaarbare reden voor zijn gedrag. Met die zekerheid kon ik als beginnende leerkracht verder. Ik wilde namelijk één ding, niet falen!

Lucas. Als ik nu aan hem terugdenk, verschijnt er een brede glimlach op mijn gezicht. Eigenlijk is het zijn glimlach. Want ik irriteerde me mateloos aan zijn lachje. Waarom? Omdat hij mij door had en een beetje met mij speelde. Hij haalde het bloed onder mijn nagels vandaan. Ik stuurde altijd naar de Time-Out, dat was lekker makkelijk, dan had ik even rust. De dienstdoende functionaris stuurde hem vervolgens vaak snel weer terug. ‘Wat een koekert’, dacht ik dan. Lucas had blijkbaar de volgende ‘om zijn vinger gewonden’.

Dit verhaal gaat over die dag waarop ik Lucas voor de derde keer naar de Time-Out had gestuurd. De reden is niet blijven hangen, maar het gevolg wel. Hij moest naar de adjunct! Samen liepen we door de gang. Ik voorop. Achter me liep hij te zuigen, te lachen en ik kookte…

We moesten een klapdeur door. Altijd liet ik de ander voor. Deze keer besloot ik anders. In plaats van de deur open te houden, gaf ik juist een extra zetje. Lucas voelde blijkbaar iets aankomen, hij wist de deur te pareren. En net voordat we het kantoor van de adjunct binnenliepen, fluisterde hij zacht: “U bent echt boos, hè?”

Het was een keuze vanuit een aanname en een emotie die ik aan de ander toeschreef, die buiten mijzelf lag. Van verantwoordelijkheid en moreel besef was geen sprake meer. Het was deze jongen van amper 11, die me buiten mijn boekje liet gaan en me de grens liet ervaren. Met zijn opmerking ‘U bent echt boos, hè’ leidde hij me terug naar mezelf.

Had ik de situatie onder controle? Ik stuurde hem weg, interesseerde me niet waarom hij gedemotiveerd was, bouwde niet aan een relatie en bovenal, de ratio was uitgeschakeld en de emotie voerde de boventoon! Een belangrijk leermoment!

Deze ervaring heeft me gevormd, als professional, maar zeker ook als mens. Door de situatie te evalueren, kwam ik erachter dat ook waarden en normen onderdeel zijn van mijn handelen en ik die soms ter discussie mag stellen. Op zijn minst draag ik er verantwoordelijkheid voor.

‘Je bent nutteloos’, dat is een harde uitspraak, zo niet vernietigend. Het perspectief is verdwenen,  het oordeel is geveld. En het probleem ligt bij de leerling. Van verwachting is geen sprake. Kansen tot herstel worden niet meer geboden. De verantwoordelijkheid – om het handelen te evalueren, als mens te (leren) vertrouwen op het innerlijk kompas en te bouwen op de relatie met de leerling – wordt niet langer gevoeld!

Wat nou geen mogelijkheden? Er is altijd een alternatief!

Te vaak schuiven we in het onderwijs ‘schuld’ af en missen we een relatie; met het kind, de context en met onszelf, als mens. De leerling én de leerkracht zijn onderdeel van een systeem, van hun omgeving.

IMG_20131124_204407Ik denk aan Willem, een oud-leerling die een jaar geleden resoluut een ander pad verkoos. Ik had een zwak voor hem. Hij was anders. Een punker. En op zoek. ‘Wie ben ik, wat is mijn omgeving?’ Hij had al een groot aantal scholen versleten, woonde ook niet meer thuis…

Niemand kon hem raken. Ook ik niet. Ik behoorde tot het systeem. En erger nog, ik deed er aan mee. Er was voor Willem genoeg om tegenaan te schoppen. Bevestigde dat zijn houding? Zijn houdbaarheid? Als lees mijn verslagen terug over Willem, een weinig analytisch en feitelijke weergave van situaties zoals ik ze ervoer. De onmacht van ouders en school waren ook in mijn eigen observaties terug te vinden. Ik volgde braaf: Willem had of was het probleem!

Willem zwom ‘tegen de stroom in’. En op een zeker moment had hij er genoeg van. Hij kwam die dag ‘gewoon’ niet meer! Zoals hij zelf al voorspelde. Ik schrok, miste hem, de kleur die hij gaf aan de groep. Aan mij. De twijfel sloeg toe. Had ik er wel alles gedaan? Het mocht allemaal niet baten. Willem vertrok, liep ook weg van de groep waar hij woonde. Hij settelde zich in de skate community van Tilburg. Hij werd een coach, of beter gezegd een motivator voor jonge kinderen die hij leerde skaten. Hij wist ze te raken! Hij klapte bij iedere truc van zijn pupillen de handen stuk. Altijd positief! Zijn grote talent!

In zijn laatste brief schreef hij de woorden: “…ik ben toch maar iedereen tot last…”
Hij voelde zich nutteloos. Was alles behalve! Velen zijn over zijn grens gegaan, weinige geïnteresseerd wat er binnen zijn grenzen afspeelde.

Verantwoordelijkheid nemen is soms ‘tegen de stroom in zwemmen’. Willem liet me het zien, of heeft het misschien wel bij me aangewakkerd. Hij nam mij mee in zijn wereld. Het betekende mijngrenzen verleggen, ofwel tijdelijk verschuiven. Hij leerde me het speelveld te verruimen. Ons contact bood nieuwe inzichten, over Willem, maar vooral ook over mezelf en over mijn relatie tot de ander!

Betekent dat ik leerlingen hun gang laat gaan? Alleen maar moet volgen? Of word ik uitgenodigd juist streng en rechtvaardig op te treden! Natuurlijk niet. Geen van beide én allebei. Het is mijn leerproces om deze zaken met elkaar te verbinden. In relatie zijn en tegelijk autonomie leren ontwikkelen. Het een kan niet zonder het ander.

Het beroep als leerkracht is fragiel en kwetsbaar. Mijn handelen ligt onder een vergrootglas. Ik doe  constant een beroep op wat mij drijft, mijn innerlijk en morele kompas. Mijn grootste uitdaging is om leermeester van mezelf te zijn, jezelf te mogen zijn en dat uitdragen naar de leerlingen voor me. Op hun beurt zijn zij leermeesters van zichzelf en van mij.

De angst om te falen overheerst soms, die me van mezelf (en mijn omgeving) ontkoppelt. Ik stuur een leerling naar de gang, naar een andere klas of naar de Time-out. En zo vaak keert dezelfde leerling terug zonder terugkoppeling, zonder gesprek, zonder een schouderklop, een aai over de bol. Waar is die vraag: ‘Hoe kan ik je verder helpen, zodat je het straks zelf kan oplossen?’

Toen Lizzie in de middenbouw van de basisschool haar diagnose kreeg, maakte ze een spandoek. ‘Ik heb autisme!’ verfde ze er met dikke letters op. Ze zette een vuilcontainer aan de straatkant, ging er bovenop staan en riep: “Ik ben gehandicapt!” Er was geoordeeld, ze moest weg van de reguliere school, ontkoppeling tot gevolg.

Uitsluiten – of ontkoppelen – doet iets met me. Als mens. Met mijn zelfbeeld. Met het beeld dat ik meeneem en meedraag naar de toekomst. Het is een dunne lijn die ik niet meer wil overschrijden.

Het blijft gissen naar wat er in het hoofd van de 11-jarige jongen in Frankrijk om ging. Wat overblijft is het verdriet en beschadigde mensen met vragen; het gezin, vrienden, familie, de leerkracht, klasgenoten, de school, de wijk, de samenleving…

ballonOoit, in een open gesprek met Lizzie – toen ze weer wat rustiger was – gaf zij aan dat haar hoofd aanvoelde als een ballon. Zo voelde de druk in haar hoofd! Op dit moment, maar ook al die andere keren wanneer zij zich verdrietig, gefrustreerd, boos en afgewezen voelde. Het enige dat ik vroeg: “Wat kan ik doen om jou dan te helpen?”

“Een beetje lucht uit het tuutje laten,” antwoordde zij. Luisteren was voldoende. En op weg waren we. Samen. Soms prikken, soms piepen, soms snel lucht eruit, soms buiten en loslaten en soms ‘gewoon’ even niets…

Het is mijn verantwoordelijkheid als leerkracht – en mijn morele plicht – om de leerlingen die ik voor me heb te laten zijn wie ze zijn, met alles wat er is; om het beste in zichzelf naar boven te halen; om ze te leren hoe verantwoordelijkheid daarin positief bijdraagt.

Maar het is het allerbelangrijkste dat ik zie dat ikzelf een onmisbare schakel voor ze ben.Mijn reflectie op mijn handelen te delen, met hen in gesprek te blijven; de keuzes die ik maak te beargumenteren; inzicht te geven in mij als persoon en vooral te kunnen vertellen en te laten zien waarom ik de dingen doe die ik doe.

Ronald Heidanus is leraar in het speciaal onderwijs, op het Brederocollege in Breda, onderdeel van stichting Het Driespan/Koraalgroep.