inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Geert Bors


Geert Bors
Bekijk mijn profiel

Gabrielle Taus


gabrielletaus
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Nog steeds live te volgen. Onderwijsavond Driebergen. De leraar als instrument. youtu.be/Mtv5mzWaOWI twitter.com/nivoz/status/8…

Ongeveer 2 uur geleden op hetkind's Twitter via Twitter for iPhone

facebook
‘Het mens-zijn in Rotterdam Zuid is zó veel ongelijker. Hier kan ik het verschil maken’

28 mei 2015

Geert Bors

De wereld van kinderen in Rotterdam Zuid is vaak niet groter dan Rotterdam Zuid. Voor wie er blijft hangen, zijn er weinig kansen in een stadsdeel waar 75 procent van de volwassenen geen inkomen uit arbeid heeft. En bij iedere nieuwe aanslag die religieus gemotiveerd wordt, voelen ook zíj zich aangekeken. Gabrielle Taus zette vier gedreven onderwijsdieren uit ‘Zuid’ aan één tafel en liet ze hun ervaringen uitwisselen. De meest gehoorde termen: liefde, passie, vertrouwen, aandacht en de vraag om krachtig leiderschap. ‘Ik heb kinderen die van mij voor het eerst horen dat ze goed zijn zoals ze zijn.’ Geert Bors doet verslag.

Naamloos

Dit artikel staat in het pas verschenen tweede magazine van hetkind: Ik wens je de wereld – Mens, maatschappij & onderwijs. Voor wie dat al gelezen heeft: het gesprek was daar nog niet af. Hier als ‘cadeau’ aan alle lezers: het hele gesprek, waarin de vier gespreksdeelnemers aan het slot onder andere stellingen van Luc Stevens – Kinderen krijgen pas gelijke kansen, als ze ongelijk onderwijs krijgen – en Gert Biesta – het kind in de wereld brengen – voorgelegd krijgen. 

 

Wat zijn je eerste associaties bij het woord ‘ongelijkheid’?

FordevsBennie: Ik denk dan aan de jaarlijkse uitwisseling die ik organiseer met een oud-collega, die nu in Brabant werkt. Wij gaan naar daar en zij komen naar hier: dertig kinderen met blond haar en blauwe ogen, die we hier op school ontvangen. Eerst vinden ze het nog eng – die flats, die drukte. Maar dan breekt een namenspelletje al snel het ijs. Elkaars namen proberen uit te spreken is al grappig en voor je het weet, is er contact. En dat contact gaat dan vaak op Facebook nog door. Afkomst doet er dan niet meer toe: het zijn gewoon kinderen onder elkaar. Maar dat er ongelijkheid is, merk je natuurlijk: verhalen over waar die Brabantse kinderen overal mee naar toe genomen worden, contrasteren sterk met het leven hier. Hier mogen de kinderen blij zijn als ze een keertje in Blijdorp geweest zijn.

Woosje: Het enige gelijke is dat het kinderen zijn. Wij hebben een zelfde soort uitwisselingsproject met een reformatorische school. Na twee uur worden ook dan WhatsApp of Facebook-gegevens uitgewisseld, maar de werelden verschillen zo essentieel. Het mens-zijn in Rotterdam-Zuid is zó veel ongelijker.

 

‘Het mens-zijn is in Zuid ongelijker’, zeg je. Kun je dat uitleggen?

WoosjeWoosje: Het begint al bij de kleuters. Als je dagelijks door je broer of zus naar school wordt gebracht, die zelf haast heeft omdat hij of zij zelf een programma heeft op de middelbare school. Als je weer niet kunt terugvallen op je ouders en weer ergens bij een tante hebt moeten slapen. Als het ’s ochtends altijd de vraag is of er eten in huis is. Als je een klasgenoot moet vragen of hij een euro over heeft, omdat je een broodje wilt kopen. Dat is vaak hun basis. Deze kinderen hebben er vaak al een halve dag opzitten voor ze op school komen.

Fokke: Wekker, opstaan, douchen, kleren aan, glaasje melk, boterhammetje – NOT!

Woosje: Kinderen vragen me weleens hoe het vroeger bij mij op school was. ‘Wat? Ging u alléén op de fiets? Hoe dan? En met wat voor gevoel zat u in de klas?’ Nou, in vergelijking heel relaxed. Want ik merk hoeveel zorgen de kinderen hier hebben. Ik ben betrokken bij een meidendroomproject, waarin ze vertellen over hun dromen. Op de vraag ‘ik zou wensen dat…’, antwoorden negen van de tien meiden dan: …dat mijn moeder een baan krijgt. Een dag rust heeft. Weer gaat lachen. Ooit haar ouders weer ziet. En hun moeders tonen hun zorgen ook. Die zeggen: ‘Ik wil dat mijn kind het beter krijgt dan ik’.

Fokke: Wij gaan hier ook één keer per jaar fietsen. In 3 havo tref je dan mensen die geen fiets hebben of niet eens kunnen fietsen. Dus beginnen we met proeflessen. Als je dan via Barendrecht naar de Oude Maas fietst, hoor je kinderen zeggen: ‘Hier kun je ’s avonds gewoon buitenspelen!’ Dat is de kern van ons Bennieonderwijs: een veilige plek creëren. We laten leerlingen ieder jaar statistisch onderzoek doen in hun eigen leefomgeving. Daar komen dan gegevens uit als dat 75 procent van de volwassenen geen inkomen uit arbeid heeft. Voor een leerling uit Zuid is het niet vanzelfsprekend dat hij toegang tot de arbeidsmarkt vindt. Zelfredzaamheid en vertrouwen in jezelf zijn de belangrijkste dingen die je een kind hier mee kunt geven.

Firdevs: Ouders van onze kinderen zijn ook heel erg buiten beeld. Het zijn EU-migranten, die van ’s morgens tot ’s avonds aan het werk zijn. En waar je van vo-leerlingen al aardig wat zelfredzaamheid kunt verwachten, moeten kinderen op de basisschool dat ook al zijn. Ik zie hoe kinderen van acht jaar om 7:45 op het schoolplein gedropt worden. Voor ouders zonder sociaal netwerk is dat schoolplein dan de veiligst denkbare plek voor hun kind. Of ze dan hun ontbijt gehad hebben, hangt er maar net vanaf. Er vallen vaak kinderen in de klas in slaap, zeker bij de kleuters.

Economische ongelijkheid is een probleem, maar ook verschillen in taalontwikkeling vormen een splijtzwam. Als je een taalachterstand oploopt, kan je dat je hele schoolloopbaan achtervolgen. Je kunt kinderen die nooit thuis hebben gelezen een intensief programma aanbieden, waarbij je zou willen dat de ouders het ondersteunen door af en toe naar de bieb te gaan. Ik begrijp het wel: die ouders hebben het druk genoeg met brood op de plank krijgen. Maar dan krijg je lesjes begrijpend lezen, waarbij de vraag gesteld wordt: ‘Wat geeft dit stukje weer?’, waarop een kind vraagt: ‘Huh? Wat heeft deze vraag met het weer te maken?’Fokke

Fokke: Een collega had een leerling in 6 vwo, die een wiskundevraagstuk moest beantwoorden over het uitzetten van herten op de Veluwe. Die leerling kwam naar hem toe en zei: ‘Dit kán niet, want ik kom op een negatief getal uit.’ Toen ze zijn uitwerking langsliepen, vroeg die collega: ‘Maar waarom heb je hier een minnetje voor gezet?’ ‘Nou’, antwoordde de leerling: ‘Omdat die herten toch uitgezet zijn?’ Dat was ‘uitzetten’ voor hem, net zoals zijn oom en tante uitgezet waren.

Woosje: En dat precies met een woord als ‘uitzetten’! Ik zie veel vaker spraakverwarringen die te maken hebben met je buitengesloten voelen. Soms door een taalachterstand, maar ook door trauma’s en negatieve ervaringen. Veel kinderen zijn erg licht ontvlambaar geworden, als ze denken dat er iets over hen gezegd wordt. Natuurlijk door de bekende opmerkingen over ‘je moeder’, maar het kan alles zijn wat een ander over jou zegt: je moet ervan afblijven.

Firdevs: Pas zei een kind tegen een leerkracht: ‘Ik ben nerveus, juf.’ Hoe kom je aan zo’n woord, denk je dan. Maar het is een woord dat past bij de leefomgeving, waar een deel van de leerlingen mee te maken heeft: schulden, vechtscheiding, stress, meldingen bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling, een vader die tegen de wettelijke bepaling in op het schoolplein gestaan heeft. En dan kom jij als leerkracht met je lesjes, met je sommetjes, met je ‘concentreer je nou eens’.

GabrielleWoosje: Het doet me echt pijn dat een kind zich dag en nacht zorgen maakt om haar ouders. Dat er altijd stress is. Wanneer maakte ik me nou druk om mijn ouders? Op weg naar Frankrijk in de auto, als er heibel was over de route. De hardheid van dit leven, op Zuid… In mijn beginjaren heb ik wel eens gedacht: ‘Had ik maar wat meer shit meegemaakt, dan was ik harder geweest.’ Op de eerste dag in dit gebouw, werd de oprit nog gelegd. Een stratenmaker had blijkbaar iets te lang naar een buurvrouw gekeken, wat de heer des huizes niet beviel. Het dreigde te escaleren. En terwijl ik dacht: ‘Nee, leg die baksteen neer!’, kwamen de leerlingen aanmoedigen: ‘Fittie, fittie!’ [straattaal voor ruzie, red.] De politieagent die erop af kwam, zei tegen me: ‘Mevrouw, als u hier al van ondersteboven bent…’

Lees verder in deze PDF.

 

‘Ik wens je de wereld – mens, maatschappij en onderwijs’ is de titel van dit tweede nummer van hetkind-magazine, dat vanaf 1 mei  is te verkrijgen. Gratis op onderwijsavonden in Driebergen en bij trajecten en lezingen van het NIVOZ. In veelvoud (per 5) via een bestelling en een relatief kleine onkostenvergoeding via de website van Educatheek en deze link.

Voorkant magazine #2