inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Gert Jan Kleinpaste


Gert Jan Kleinpaste
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Dit was een les die ik gaf met tranen in mijn ogen. Diepe, rauwe gesprekken werden in deze klas gevoerd’ hetkind.org/?p=53693

Ongeveer 9 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Passend onderwijs: ‘Een beschaving toont zich in hoe het met kwetsbaren omgaat’

20 juni 2015

Gert Jan Kleinpaste

Passend onderwijs betekent dat veel kinderen met bijvoorbeeld autisme of ADHD opgenomen worden in het reguliere onderwijs. So far so good, zeker ook in het licht van de onderwijsavond met Jo Hermanns. Maar een aanzienlijk deel van deze kinderen blijkt daar vast te lopen. ‘Dat komt’, stelt Gertjan Kleinpaste, ‘door hoe wij ons onderwijs hebben ingericht: geschikt voor de gemiddelde bulk maar niet voor ieder individu. Het is aan ons om ieder kind – ongeacht achtergrond en ontwikkelingsperspectief – zo optimaal mogelijk de ruimte te geven om in een wereld met leeftijdgenootjes tot wasdom te komen.’

cover-magazine-212x300‘Leerlingen met autisme of met ADHD lopen vast in het reguliere onderwijs’ las ik op de Nationale Onderwijsgids. Met de komst van passend onderwijs gaan veel kinderen met autisme of ADHD naar een reguliere school. Nu blijkt dat deze kinderen moeite hebben in het voortgezet onderwijs. Zij lopen vast in de heel vanzelfsprekende routines die deze scholen kenmerkt: lokalenwisseling, drukke gangen, ieder lesuur een ander voor de klas.

Waarom organiseren wij dat eigenlijk nog steeds zo? Die vraag houdt mij al bezig sinds ik, nu alweer zes jaar geleden, koos voor terugkeer naar het onderwijs en voor het werken aan projecten op het gebied van onderwijsinnovatie. Waarom organiseren wij – in de meeste scholen – dat onderwijs nog steeds op de manier die ik vanuit mijn schooltijd nog ken. Een manier die geschikt is voor de bulk, maar niet voor ieder individu.

Ik ben uitgenodigd in Heerhugowaard. Daar wordt een nieuwe stichting opgericht, Stichting KanZ. Twee bevlogen ouders van een meervoudig gehandicapt kind zetten zich in om hun zoon en andere kinderen in een vergelijkbare situatie zoveel mogelijk kansen te bieden. Zij zijn gewend te kijken naar de kleine stapjes die hun zoon zet, de lichtpuntjes in zijn leven en de dingen die hij oppakt en waarvan hij geniet. Stichting KanZ gaat zich inzetten om, gekoppeld aan een reguliere school, een leeromgeving te creëren voor deze kinderen. Zoals het ouderpaar zich ook met het wonen, logeren en leven van deze kinderen bezig wil houden.

Je hebt als samenleving een taak die verder reikt, dan kinderen die rond het gemiddelde functioneren te begeleiden van kleuter tot schoolverlater. Een samenleving laat zich kennen door de manier waarop zij met haar minderheden omgaat. En kinderen met een specifieke leerbehoefte en leervraag vormen zo’n minderheid. Het is de opdracht hen volwaardig deel te laten zijn van de maatschappij.

Daar hebben wij inmiddels heel veel tools en methoden voor. Niets staat verandering in de weg en het is nergens voor nodig om de routines in ons onderwijs te laten voortbestaan. Waarom toch al die pubers van lokaal naar lokaal laten sjouwen? Waarom toch die organisatie van ieder uur een ander vak gegeven door een andere leraar? Waarom toch nog altijd net doen alsof het onderwijs is van degene die het geeft?

Stichting KanZWordt het niet hoog tijd om bevlogen ouders – zoals die twee die Stichting KanZ beginnen – en kinderen die hoe dan ook nieuwsgierig zijn en willen leren veel meer op maat te bedienen? Wordt het niet hoog tijd van uitsluiting naar inclusie te gaan? De barrières weg te nemen, die wij met elkaar hebben gebouwd? Die rare overgang van primair naar voortgezet onderwijs bijvoorbeeld. Het denken in branches, kolommen en sectoren; organisatorisch misschien verdedigbaar, maar in een wereld waarin wij met de mond belijden dat iedereen mee moet kunnen doen volledig achterhaald.

Het is aan ons om ieder kind – ongeacht de achtergrond en het uiteindelijke ontwikkelingsperspectief – zo optimaal mogelijk de kans en de ruimte te geven om in een wereld met leeftijdgenootjes tot wasdom te komen. Dat de een verder komt dan de andere is evident. Juist daarom is het zaak dat zij waar mogelijk samen optrekken en hun verschillen delen. Samen naar school, passend onderwijs en ook de participatiesamenleving zijn geen organisatie- of bezuinigingsmodellen. Het zijn principes, ideologieën.

De grote uitdaging die leraren, schoolleiders en schoolbesturen dienen aan te gaan, is om alle muren te slechten, de barrières uit de weg te ruimen en het onderwijs – met behulp van alle technologie die ons ten dienste staat – zo in te richten dat ieder kind vorm kan geven aan zijn of haar eigen ontwikkeling op het eigen niveau, maar altijd in een inspirerende leeromgeving waarin het andere kinderen ontmoet en waarmee dan bovendien contact en verbinding bevorderd wordt.

De muur van het klaslokaal dient er niet voor om kinderen die anders zijn buiten te sluiten. De muur van de school zou de veilige buitengrens moeten zijn waarbinnen ieder kind tot zijn of haar recht komt en mee kan doen. Daarbij rust er de bijzondere taak op leraren en op kinderen die zich moeiteloos ontplooien om anderen te helpen en te ondersteunen. Omdat het ideaal van onze samenleving niet louter is om goed voor jezelf te zorgen, maar om goed te zijn voor iedereen die in die samenleving meedoet en een rol vervult.

Een beschaving laat zich kennen door de wijze waarop zij met minderheden en kwetsbaren omgaat. In dat licht bezien, is het hoog tijd voor een beschavingsoffensief.

Gertjan Kleinpaste

Gertjan Kleinpaste is voormalig schoolleider en onderwijsbetrokkene. Hij werkt vanuit RedShoe Keynotes / AndereBlik.com en is oprichter van de ‘Metaforenfabriek’.