inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Jetske van der Greef


Jetske van der Greef
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Nog steeds live te volgen. Onderwijsavond Driebergen. De leraar als instrument. youtu.be/Mtv5mzWaOWI twitter.com/nivoz/status/8…

Ongeveer 10 uur geleden op hetkind's Twitter via Twitter for iPhone

facebook
‘Ik wil graag leren voor mijn geluk te gaan en niet voor mijn gelijk’

24 juni 2015

Jetske van der Greef

Op basisschool De Ontdekkingsreis proberen ze kinderen te leren te praten en bewust te maken van wat er door ze heen gaat aan gevoelens en gedachten. Een hele uitdaging, zeker als er sprake is van ruzie. ‘We helpen ze erbij om dat te ordenen’, vertelt Jetske van der Greef, de schoolleider in Doorn. ‘Daardoor krijgen ze zelfkennis en inzicht in patronen. Het volgende gespreksverslag  tussen Tamara en Patricia is daarvan een voorbeeld. ‘Ik wil graag leren voor mijn geluk te gaan en niet voor mijn gelijk.’

Huilend zat Tamara aan de bar. Ze vertelde dat Patricia gemeen had gedaan en op een briefje had geschreven: ‘Tamara , ik haat je’.

Een woedende  Patricia  was door een collega naar het kantoortje gebracht  om tot zichzelf te komen. Ik luisterde naar Tamara’s verhaal  en sprak met haar af dat ik eerst met Patricia zou gaan praten en daarna bij haar terug zou komen voor een vervolgstap. In de tussentijd wilde ze graag een mandala inkleuren.

Ik liep naar het kantoortje en trof Patricia daar gelaten aan. Voordat ik iets kon zeggen zei ze: “Ik heb de verkeerde weg gekozen.”  Hiermee verwees ze naar een gesprek dat we een poosje geleden samen hadden. In dat gesprek ontdekte ze dat ze een keuze had in haar reactie. De keuze tussen een weg van verbinding en er samen zoekend uitkomen, en een weg van ruzie en boosheid en op jezelf en alleen zijn. Zij noemde die laatste weg toen de verkeerde weg, omdat ze er heel ongelukkig van werd.

Ik vroeg  Patricia  wat er eigenlijk was gebeurd. Ze  vertelde me dat ze was ontploft en heel boos op Tamara was geworden. Terwijl ze dat eigenlijk helemaal niet wilde. Maar wat ze dan wel wilde, wist ze ook niet. Ik vatte samen door een bliksemflits te tekenen en te vragen wat voor gevoel ze toen had. “Ik was heel boos en eigenlijk ook heel verdrietig,” vertelde Patricia. Op mijn aansluitende vraag hoe Tamara zich nu voelde na haar ontploffing zei ze: “Ook verdrietig nu”.

We spraken er samen over waar die ontploffingen nou vandaan kwamen. Patricia vertelde dat haar eigenlijk al een paar dagen iets dwars zat. Ze liep ermee rond in haar gedachten, en wist niet precies wat ze daaraan moest doen. Daarnaast voelde ze zich onbegrepen. Op mijn vraag waar ze dat in haar lichaam voelde, moest ze even zoeken. Uiteindelijk kwam ze uit bij haar maag.

Patricia had me verteld dat ze vaak niet wist hoe ze op kleine dingetjes, die er gebeuren, moest reageren. Dan deed ze meestal niets en spaarde dat van binnen op.  Ik legde haar toen uit dat de maag de plek is waar dingen aankomen om te worden verteerd, zodat het kan worden opgenomen of losgelaten en dus kan worden verwerkt.  Patricia  kwam aan verteren niet toe, wat ze meemaakte bleef letterlijk op haar maag liggen. Naarmate de tijd verstrijkt, wordt dat steeds zwaarder, tot het eruit moet.

Voor Patricia is het heel moeilijk om duidelijk en vanuit zichzelf te reageren op het moment zelf. Daarnaast weet ze eigenlijk niet echt goed te benoemen wat ze wil. Om dat inzichtelijk te maken liet ik haar een vraagteken tekenen. Heel dun en voorzichtig  maakte ze met blauw potlood een vraagteken op papier. Samen bespraken we dit teken. We vonden allebei  dat het eigenlijk een groot vraagteken moest zijn. Dus trok ik er een groter vraagteken omheen en vroeg haar het in te kleuren. Dat deed ze met  zachte hand.

Ik benoemde haar zachtheid bij het kleuren en vroeg haar of ze die zachtheid bij zichzelf herkende. “Ja hoor”, zei Patricia , “Ik ben heel zacht van binnen.” Het gevoel dat daarbij hoort is vrolijkheid, gaf zij daarna aan. Waarna ze meteen vertelde dat je dat meestal niet aan haar kon zien. “Ik ben vaak bozig en onhandig”, zei ze. “Ik doe vaak iets zonder nadenken, en dan lukt het niet zoals ik wil en dat vind ik dan vervelend.” Het werd opnieuw duidelijk dat kiezen voor Patricia nog een uitdaging was.

Patricia  realiseerde zich ook  nog niet dat er iets was waar zij echt controle over kon hebben, namelijk zichzelf. Ik maakte de opmerking dat als zij iets echt niet wil. Ik niet veel kan doen. Door dit om te draaien (omdenken :-)) kwam ze tot de ontdekking dat ze, door iets wèl te willen, kon kiezen. Toen ik haar opnieuw vroeg wat ze nodig had  om zich vrolijk te voelen, antwoordde ze: “Aangeven wat ik nodig heb als er iets is!”

Patricia vertelde toen dat Tamara dat wel goed kan. Tamara is ook altijd vrolijk. Ze hebben samen eigenlijk  altijd heel veel plezier. Om nu  verder te komen wilde ze de ruzie graag met Tamara oplossen.  Tamara had haar mandala net ingekleurd en wilde wel mee om met Patricia in gesprek te gaan.

Voor beide meisjes was het spannend elkaar na zo’n heftige ruzie weer te ontmoeten.  Voordat ze met elkaar in gesprek gingen, vroeg ik ze om elkaar in de ogen te kijken en te voelen wat dat met hen deed. Het was een ontroerend moment, waar diverse gevoelens in korte tijd voelbaar waren, zoals onzekerheid, verdriet, verlangen, verwachting en openheid. We bedankten Tamara dat ze wilde komen voor het gesprek.

Patricia  vertelde haar wat we samen hadden besproken, wat ze moeilijk vond en dat ze eigenlijk zo graag met Tamara vrienden wilde blijven. Toen ik Tamara vroeg wat nu voor haar het allerergste van de ruzie was geweest, zei ze tegen Patricia: “Dat je me een watje noemde!”

Wat was het geval, beide meisjes hadden samengewerkt bij spelling en Patricia had de opdracht niet precies begrepen. Daarom wilde ze het niet gaan doen, maar dat had ze Tamara niet verteld. Tamara wilde het wel graag proberen en daarop noemde Patricia haar een watje. Tamara begreep dat niet en vond het ook heel vervelend. Ze had aan Patricia gevraagd waarom ze dat had gezegd. Dat was het moment waarop Patricia heel boos was geworden en even later ook nog een briefje had geschreven  met de tekst: ‘Tamara ik haat jou.’

Terwijl we het voorval samen bespraken, begreep Patricia dat zij iets bij Tamara had neergelegd wat eigenlijk over haarzelf ging. Patricia vond zichzelf een watje,  omdat ze niet durfde te zeggen dat ze het niet snapte. Patricia  vertelde toen dat Tamara en zij het regelmatig niet met elkaar eens waren en zij, Patricia, er dan steeds een punt van maakte. Ze wilde nu graag leren om voor haar geluk te gaan en niet voor haar gelijk. Tamara wilde graag met haar delen hoe zij dat deed.

Tamara gaf daarna aan dat ze een knuffel van Patricia nodig had, zodat ze echt weer samen verder konden gaan. De acceptatie van elkaar was in deze omhelzing voelbaar. Volkomen licht en opgelucht stapten ze samen mijn kantoortje uit.

Jetske van der Greef