inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Rob van der Poel


robvanderpoel
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Dit was een les die ik gaf met tranen in mijn ogen. Diepe, rauwe gesprekken werden in deze klas gevoerd’ hetkind.org/?p=53693

Ongeveer 4 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Kijk naar de praktijk: ‘Docenten zijn in twintig jaar tijd beter gaan lesgeven’

2 juli 2015

robvanderpoel

Geplaatst in: Legitimering

Docenten zijn in twintig jaar tijd beter gaan lesgeven. Het werkklimaat verbetert en er zit meer variatie in de lessen, betogen professor Wijnand Wijnen en Jos Zuylen. Hoe kan het toch dat de inspectie tot een hele andere conclusie komt? Het artikel ‘Niks mis met de docent’ verscheen in 2012 in het magazine Van12tot18. ‘De inspectie observeert niet om een startpunt te creëren voor docentenbegeleiding, maar doet onderzoek dat alleen maar kan leiden tot een negatief beeld.’

Een op de vijf docenten scoort onder de maat. Dat is normaal! Dat is altijd zo geweest en zal altijd wel zo blijven. Er is immers geen absolute norm voor de kwaliteitsbepaling van een les. De inspectie had ook de publiciteit kunnen zoeken met de onderzoeksuitkomst dat één op de vijf docenten boven de maat scoort. Dat is ook normaal! Het is maar wat je wilt benadrukken.

Waarom kiest de inspectie ervoor het beeld te wekken dat de kwaliteit van de docent onder de maat is? Dat verstevigt het imago van de docent in de samenleving niet. Het komt ook de innovatiekracht van scholen niet ten goede. Het zal er niet toe leiden dat docenten gestimuleerd worden te werken aan kwaliteitsverbetering van de les en voor leraren in opleiding is het ook niet echt een opsteker.

Een sector die wordt aangesproken op innovatieve kracht en op vernieuwing van het werkproces heeft behoefte aan medewerkers met een positief zelfbeeld. Niet aan medewerkers wiens professionele zelfbeeld door de overheid beschadigd wordt.

Jonge docenten
Volgens de inspectie zouden het met name de jongere en de oudere docenten zijn die onder de maat scoren. Natuurlijk missen jonge beginnende docenten ervaring, maar dat kun je ze nauwelijks aanrekenen. Ze komen pas van de opleiding. Daar hebben ze kunnen oefenen en, als het goed is, hebben ze zich een didactisch repertoire eigen kunnen maken om de eerste jaren in het vak te overleven.

Uit alle onderzoek blijkt dat de leercurve van de jonge docenten in de eerste paar jaar dat ze aan het werk zijn als een pijl omhoog schiet. In de tien jaar daarna ontwikkelen ze zich weliswaar minder explosief, maar nog steeds gestaag. Het is net als met een voetbaltrainer. Ronald Koeman, voetbaltrainer, werd in een interview na het bereiken van de tweede plaats in de landelijke competitie met Feyenoord gevraagd of hij de afgelopen jaren nog iets geleerd had. Hij moest even denken over die vraag, maar antwoordde toen zeer beslist dat hij geleerd had dat je het trainersvak leert door ervaring. Natuurlijk, voegde hij toe, is het daarnaast belangrijk dat je voortdurend je best blijft doen om de top te halen.

Voor de professionele ontwikkeling van jonge docenten geldt hetzelfde. Ze moeten de ambitie hebben goed te worden in hun vak en daarnaar handelen. Vervolgens moet de tijd zijn werk doen en zal de docent door ervaring rijpen. Na een jaar of tien á vijftien is de docent een volleerd vakman. Conclusie: de jonge docent doet het zo slecht nog niet.

‘Midlife’ crisis
Ergens rond je veertigste slaat het noodlot toe. Je bent jong docent af.  De ‘midlife crisis’ en burn-out perikelen liggen op de loer en dreigen je leven binnen te sluipen. Het kunstje van lesgeven ken je inmiddels wel en het valt niet mee iedere dag weer de batterij op te laden om lessen constant beter te blijven maken en de eigen professionaliteit verder te ontwikkelen. Lukt het na je veertigste nog om iedere dag weer geëngageerd lesjes van vijftig minuten te geven? Je bent hoogopgeleid om vervolgens op je 43ste te constateren dat je de afgelopen twintig jaar iedere dag hetzelfde hebt gedaan en waarschijnlijk voor de  rest van je arbeidzaam leven ook hetzelfde zult blijven doen.

Is het vreemd dat de inspectie dan constateert dat de oudere docent op routine gaat werken, dat de oudere docent niet meer dagelijks zijn lessen voorbereidt, dat de oudere docent in de lessen niet systematisch differentieert et cetera. Maar is het wel terecht dat de inspectie de oudere docent publiekelijk een veeg uit de pan geeft?

Alles mis met het systeem
De inspectie observeert niet om een startpunt te creëren voor docentenbegeleiding, maar om gegevens te verzamelen over de kwaliteit van de Nederlandse docent. Hier is sprake van  onderzoek. Onderzoek dat alleen maar kan leiden tot een negatief beeld van de docent, aangezien
er gekeken wordt naar aspecten van lesinrichting waar geen docent aan kan voldoen. De inspectie weet, net als iedereen, dat het zaak is om bij het onderwijzen maatwerk voor leerlingen te bieden.
Juist ja… differentiatie. De inspectie wil zien dat de docent instructie en verwerking afstemt op relevante verschillen tussen leerlingen.

Met alle respect, als je dit als docent kunt in een les van vijftig minuten met vijfentwintig kinderen voor je neus die je een paar keer per week ziet, dan vertoon je ‘super(wo)man’ trekjes.

Onze observaties brengen ons tot een hele andere conclusie: de kwaliteit van de lessen is de afgelopen twintig jaar verbeterd, bij jonge docenten, bij ‘midlife’ docenten en bij oudere docenten.

Lees verder op Niks mis met de docent

Wynand Wijnen (1934-2012) was emeritus hoogleraar Universiteit Maastricht, Jos Zuylen is directeur van MesoConsult.

Dit is een artikel dat eerder verscheen in Van Twaalf tot Achttien dat iedere maand aandacht besteedt aan de onderwerpen die in het brandpunt van de belangstelling staan. Volgens de Nederlandse Organisatie van Tijdschrift Uitgevers behoort Van Twaalf tot Achttien tot de drie beste Nederlandse vakbladen.